Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:6230

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-11-2013
Datum publicatie
08-11-2013
Zaaknummer
C/01/267035
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

deurwaardersrenvooi ex 438 lid 4 Rv

gedaagden hebben als erfgenamen van wijlen hun moeder de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Rechtsgevolg van zuivere aanvaarding is dat schuldeisers van de nalatenschap verhaal hebben op het eigen vermogen van de erfgenamen.

Gelet op deze zuivere aanvaarding is geen sprake van een wettelijke vereffening als bedoeld in artikel 223 lid 1 BW. De beperking genoemd in dit artikel is derhalve in het onderhavige geval niet van toepassing.

Voorshands moet worden aangenomen dat de grosse van de onderhavige hypotheekakte een executoriale titel oplevert jegens gedaagden als erfgenamen van wijlen mevrouw hun moeder.

De voorzieningenrechter komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat de hypotheekakte ten aanzien van gedaagden een executoriale titel oplevert en jegens hen ten uitvoer kan worden gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/267035 / KG ZA 13-555

Vonnis in kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv van 6 november 2013

in de zaak van

mr. E. van der Ploeg, kandidaat-gerechtsdeurwaarder bij Jongejan Wisseborn gerechtsdeurwaarders, gevestigd te Groningen, ten deze optredende als executerende deurwaarder voor:

ABN AMRO HYPOTHEKEN GROEP B.V., tevens handelende onder de naam Florius,

gevestigd te Amersfoort,

eiseres,

niet verschenen,

tegen

1 [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

niet verschenen

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Bij op 15 augustus 2013 ter griffie binnengekomen proces-verbaal ex art. 438 lid 4 Rv (hierna: het proces-verbaal) van mr Erik van der Ploeg, als toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder werkzaam ten kantore van Hilleginus Oosting, gerechtsdeurwaarder te Groningen, (verder te noemen: de deurwaarder) is tussen genoemde partijen dit kort geding aanhangig gemaakt.

1.2.

Het proces-verbaal bevat de beschrijving van een bezwaar waarop de deurwaarder in zijn functie van executerende deurwaarder was gestuit tijdens een executie in opdracht van eiseres ten laste van gedaagden.

1.3.

Bij exploten van 14 oktober 2013 heeft de deurwaarder gedaagden en eiseres opgeroepen om op 23 oktober 2013 te 11.00 uur ter terechtzitting van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Oost-Brabant, locatie ‘s-Hertogenbosch te verschijnen.

1.4.

Bij brief van 22 oktober 2013 heeft eiseres de voorzieningenrechter bericht dat zij niet ter terechtzitting zal verschijnen en zich zal refereren aan het oordeel van de voorzieningenrechter. Hoewel deugdelijk opgeroepen, waren gedaagden niet ter zitting aanwezig.

Wel was ter zitting aanwezig de deurwaarder die zijn bezwaar heeft toegelicht.

1.5.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 14 mei 2008 is tussen eiseres en (wijlen) mevrouw [X] ten overstaan van notaris W.N.M. Broekmans, notaris te Eindhoven (hierna te noemen: de notaris), bij notariële akte (hierna: de hypotheekakte) ten gunste van eiseres het eerste recht van hypotheek gevestigd op het appartementsrecht rechtgevende op het uitsluitend gebruik van de woning [adres] te [woonplaats] (hierna: het onderpand) in verband met een eveneens op die datum door eiseres aan mevrouw [X] verstrekte geldlening groot € 209.500,00 (hierna: de geldlening).

2.2.

Mevrouw [X] is op 27 maart 2010 overleden. Gedaagden zijn haar twee zoons en enige erfgenamen. Zij hebben de nalatenschap zuiver aanvaard blijkens de akten van zuivere aanvaarding d.d. 22 juni 2010.

2.3.

Op 4 juni 2013 heeft de notaris een eerste grosse van de hypotheekakte afgegeven.

2.4.

Eiseres heeft de deurwaarder opdracht gegeven de grosse van de hypotheekakte ten laste van gedaagden door middel van executoriaal beslag ten uitvoer te leggen omdat zij in gebreke zijn met de terugbetaling van een deel van de lening. Dit betreft een restschuld van ongeveer € 80.000,00 die overbleef na verkoop van het onderpand zoals genoemd in 2.1. hiervoor en die niet meer uit de overige baten der nalatenschap kon worden voldaan.

3 Het bezwaar

3.1.

De deurwaarder vraagt zich af of de hypotheekakte een executoriale titel jegens gedaagden oplevert en de executie van de hypotheekakte op de door eiseres voorgestane wijze niet in strijd is met artikel 4:223 lid 1 van het BW.

3.2.

Tegen die achtergrond verzoekt de deurwaarder de voorzieningenrechter thans om te oordelen over de vraag of op grond van de grosse van de hypotheekakte overgegaan kan worden tot executie jegens gedaagden.

4 De beoordeling

4.1.

Ingeval van twijfel over de vraag of de deurwaarder zijn ministerie moet verlenen aan de door een schuldeiser voorgestane wijze van executie kan de deurwaarder op de voet van artikel 438 lid 4 Rv zich bij de voorzieningenrechter vervoegen teneinde deze in kort geding tussen betrokken partijen te doen beslissen.

4.2.

Met betrekking tot de hiervoor onder 3.1. vermelde bezwaar van de deurwaarder wordt het volgende overwogen.

4.3.

Voorop wordt gesteld dat de grosse van een notariële akte ingevolge artikel 430 Rv executoriale kracht kan hebben. Vgl. HR 26 juni 1992, LJN ZC0646, NJ 1993/449 (Rabobank/Visser) alsmede HR 8 februari 2013, NJ 2013, 123 (Rabobank/Donselaar).

4.4.

Omdat eiseres de hypotheekakte wenst te gebruiken als executoriale titel om het restant van de in de hypotheekakte genoemde geldlening te executeren, heeft de hypotheekakte in zoverre executoriale kracht.

4.5.

Ingevolge artikel 4:182 volgen met het overlijden van de erflater zijn erfgenamen van rechtswege op in zijn voor overgang vatbare rechten en in zijn bezit en houderschap en worden zij van rechtswege schuldenaar van de schulden van de erflater die niet met zijn dood tenietgaan.

4.6.

In het onderhavige geval zijn gedaagden van rechtswege schuldenaar geworden van de vordering die eiseres blijkens de hypotheekakte als hypotheekhouder had op wijlen mevrouw [X] als hypotheekgever.

4.7.

Ingevolge artikel 4:184 lid 1 Rv kunnen schuldeisers van de nalatenschap hun vorderingen op de goederen der nalatenschap verhalen. Ingevolge het 2e lid onder a van dit artikel – voorzover hier van belang - is een erfgenaam niet verplicht een schuld der nalatenschap ten laste van zijn overig vermogen te voldoen, tenzij hij zuiver aanvaardt.

4.8.

Vast staat dat gedaagden als erfgenamen van wijlen mevrouw [X] de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. Rechtsgevolg van zuivere aanvaarding is dat schuldeisers van de nalatenschap verhaal hebben op het eigen vermogen van de erfgenamen.

4.9.

Gelet op deze zuivere aanvaarding is geen sprake van een wettelijke vereffening als bedoeld in artikel 223 lid 1 BW. De beperking genoemd in dit artikel is derhalve in het onderhavige geval niet van toepassing.

4.10.

Voorshands moet worden aangenomen dat de grosse van de onderhavige hypotheekakte een executoriale titel oplevert jegens gedaagden als erfgenamen van wijlen mevrouw [X].

4.11.

De voorzieningenrechter komt op grond van hetgeen hiervoor is overwogen tot de conclusie dat de hypotheekakte ten aanzien van gedaagden een executoriale titel oplevert en jegens hen ten uitvoer kan worden gelegd.

4.12.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenveroordeling.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

bepaalt dat de grosse van de hypotheekakte ten uitvoer kan worden gelegd tegen gedaagden,

5.2.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2013.