Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5874

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
01/833077-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met 9 maanden.

De PIJ-maatregel is opgelegd in 2010 ter zake openlijk geweld in vereniging en diefstal met geweld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ’s-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummer: 01/833077-09

Beslissing verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Beslissing in de zaak van de veroordeelde:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [1993],

verblijvende in: [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 25 augustus 2010 is de veroordeelde voornoemd geplaatst in een inrichting voor jeugdigen.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 27 augustus 2013 strekt tot verlenging van de termijn van plaatsing van voornoemde veroordeelde voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013. Daarbij zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn raadsvrouwe mr. A.M.J.C. Janssen en de deskundige dhr. drs. J. Spee gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van [kliniek] d.d. 31 juli 2013;

- Tiende Perspectiefplan You Turn d.d. 3 juli 2013;

- de omtrent de veroordeelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van de veroordeelde.

De beoordeling.

De vordering is tijdig ingediend.

De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is toegepast ter zake openlijk in vereniging

geweld plegen tegen personen, diefstal en diefstal gevolgd van geweld tegen personen,

gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

De maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar

veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Geschat recidiverisico n.a.v. risicotaxatie

Het risico wordt als matig ingeschat bij voortzetting van de huidige behandeling en een

Hernieuwde, geleidelijke opstart van vrijheden en verantwoordelijkheden. Bij wegvallend kader van steun en begeleiding is het risico matig tot hoog.

Een risicofactor blijft het gebruik van drugs en alcohol wanneer de controle op zijn gedrag wegvalt. Op het moment dat hij door toedoen van oplopende druk of stress terugvalt in een gesloten houding en geen hulp vraagt, kan de spanning verder oplopen en kunnen wantrouwende cognities toenemen. Op een dergelijk moment bestaat er een risico op terugval in middelengebruik. Ook wordt ingeschat dat de kans op terugval in agressie, als reactie op (vermeende) uitdaging, dan toeneemt. Echter, op het moment dat [betrokkene] de huidige ontwikkeling vasthoudt en uitbreidt, wordt het risico als laag tot matig ingeschat. Het vasthouden van hetgeen bereikt is en het verder verdiepen van de huidige ontwikkeling blijven vooralsnog systematisch en op een deskundige manier aandacht behoeven.

Forensische beschouwing en advies

In de afgelopen behandelperiode is er bij [betrokkene] sprake geweest van voldoende reflectie op zijn onttrekking. [betrokkene] onderkent thans dat bijtijds om hulp vragen van belang is om uit de problemen te blijven en niet vast te lopen. In plaats van zich af te sluiten en (letterlijk) weg te lopen, probeert hij nu in moeilijke en spanningsvolle situaties zijn gevoelens en gedachten bespreekbaar te maken.

Hij ervaart thans ook een betere band met zijn behandelaars en spreekt ook meer vertrouwen in de ander uit.

Wat aan dat inzicht en aan zijn veranderde attitude in belangrijke mate heeft bijgedragen, is de therapie die hij al enige tijd volgt. Het betreft beeldende therapie met als doel: contact maken met eigen emoties, uitdrukking geven aan en reguleren van emoties, versterken van zelfreflectie en zelfinzicht.

Van belang is om de huidige ontwikkeling te verbreden en te verdiepen. De eerder geformuleerde leerdoelen behoeven onderhoud en verdere uitwerking middels gesprekken en therapie. Voorts zal opnieuw worden getoetst of [betrokkene] de in de inrichting opgedane kennis en vaardigheden ook buiten de inrichting op een adequate wijze weet toe te passen.

Nadat zijn verlofstatus vanwege zijn onttrekking in januari jl. werd ingetrokken is er door zijn behandelaars onlangs (juni 2013) een opnieuw een verlofaanvraag ingediend. Aanleiding daartoe zijn [betrokkene]’s huidige motivatie en inzet voor behandeling (de hervonden attitude gericht op samenwerking en probleemoplossing) en zijn functioneren in [kliniek] na terugkeer van de onttrekking.

Bij toekenning van de verlofstatus zal sprake zijn van een gedoseerde opbouw: een geleidelijke en gecontroleerde opbouw.

Doelstelling van de verloven is dat [betrokkene] opnieuw de kans krijgt om min of meer zelfstandig zijn leven buiten de instelling op te bouwen, middels een opleiding te werken aan zijn beroepstoekomst en de sociale contacten die hij inmiddels heeft opgedaan verder uit te bouwen en verdiepen. Doelstelling van het verlof is tevens om na te gaan of [betrokkene], op het moment dat het toezicht vermindert en hij meer vrijheden heeft, adequaat weet om te gaan met de prikkel en verleiding om opnieuw drugs te gaan gebruiken.

Nog steeds geldt de inschatting dat na afronding van de intramurale behandeling een vorm van begeleid wonen in (de omgeving van) [plaats] een passend vervolgtraject is in het kader van een scholings- en trainingsprogramma/proefverlof.

Advies

Gelet op de nog aanwezige risicofactoren cq. leerdoelen, de noodzaak tot voortzetting van de in gang gezette behandelinterventies en de vertraging in het traject vanwege de onttrekking tijdens de afgelopen periode wordt geadviseerd om de PIJ maatregel te verlengen voor de duur van tenminste één jaar. De termijn van tenminste één jaar is nodig om het verdere traject een zorgvuldig verloop te laten hebben. Of er binnen de geadviseerde termijn reeds sprake kan zijn van een STP hangt af van de ontwikkelingen en vorderingen die [betrokkene] in de komende periode weet te realiseren.

De deskundige J. Spee, optredend namens JJI [kliniek], heeft bij de behandeling ter terechtzitting het woord gevoerd overeenkomstig het door de inrichting uitgebrachte rapport en gepersisteerd bij het advies de PIJ maatregel te verlengen met de duur van een jaar. Voorts heeft hij verklaard dat na de onttrekking het onbegeleid verlof inmiddels weer is aangevraagd en is toegekend met de restrictie dat de opbouw van het verlof gefaseerd en gecontroleerd zal worden opgebouwd. [betrokkene] is weer enigszins terug bij de situatie zoals deze in januari voor zijn onttrekking was. Hij gaat naar school, met duidelijke afspraken, naar therapie en de kerk. Er wordt gewerkt aan het opbouwen van het verlof. Er wordt door de inrichting voorzichtig gas gegeven en [betrokkene] wil echter graag harder dan de inrichting op dit moment verantwoord vindt. Er is nog minimaal een jaar nodig. Er dient ook een goede overgang naar een STP plaats te vinden en dat vindt normaalgesproken pas plaats in de laatste zes maanden van de PIJ-maatregel. Het is in belang van [betrokkene] dat er heel gefaseerd vrijheden worden toegekend en toegepast, omdat hij anders teveel onder druk komt te staan.

Veroordeelde heeft bij de behandeling ter terechtzitting verklaard dat het onduidelijk voor hem is hoe lang de opbouw van het verlof gaat duren. Veroordeelde wil graag weten waar hij aan toe is. Het gaat allemaal heel traag en hij is het daar niet mee eens. Hij wil meer vrijheid en verloven en hij wil de kans om te laten zien dat het goed kan gaan. Een verlenging voor de duur van een jaar vindt hij te lang.

De raadsvrouwe heeft bij de behandeling ter terechtzitting verzocht om de PIJ maatregel met 3 maanden te verlengen, althans korter dan één jaar (maximaal zes maanden).

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar vordering om de PIJ maatregel te verlengen met een periode van één jaar, gelet op het nog altijd aanwezige recidiverisico en de noodzaak tot ontwikkeling van veroordeelde.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank verenigt zich met het verlengingsadvies van JJI [kliniek] en de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist, terwijl voorts deze maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van [betrokkene]. De rechtbank is van oordeel dat als uitgangspunt geldt dat er nog zeker één jaar nodig is, gelet op de nog te realiseren groei in de ontwikkeling van [betrokkene] en een goede afronding van de PIJ-maatregel, waaronder een goede overgang naar een STP.

Gehoord hebbende de argumenten van veroordeelde en zijn raadsvrouwe vindt de rechtbank het belangrijk dat er eerder dan over één jaar pas een toetsmoment plaatsvindt, en wel over negen maanden en zal daarom de PIJ-maatregel verlengen met negen maanden. De rechtbank wil benadrukken dat [betrokkene] daaraan niet de zekerheid kan ontlenen dat over negen maanden de PIJ-maatregel beëindigd zal worden. Mogelijk is het slechts een zitting waarop zal worden besproken hoe de voortgang is van hetgeen nu allemaal opgestart gaat worden om naar de afronding van de PIJ-maatregel toe te werken en om ondermeer te horen hoe de verloven verlopen.

Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING.

Verlengt de termijn gedurende welke de veroordeelde [betrokkene] is geplaatst in een inrichting voor jeugdigen met negen maanden.

Deze beslissing is gegeven door

mr. E.C.P.M. Valckx, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. C.B.M. Bruens en mr. A.B. Baumgarten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013.

mr. A.B. Baumgarten is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.