Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5873

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
01/059094-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar en verlenging van de voorwaardelijke beeindiging met een jaar met wijziging van voorwaarden.

De TBS is opgelegd in 2004 terzake driemaal verkrachting en kortgezegd wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/059094-03

Uitspraakdatum: 11 oktober 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling en voorwaardelijk einde verpleging van overheidswege

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1976],

verblijvende [plaats], [adres].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 2 september 2004 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 4 oktober 2012 met een jaar verlengd. De rechtbank heeft toen voorts een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overwogen. De rechtbank achtte het voor de vorming van haar eindoordeel noodzakelijk zich nader te doen voorlichten over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit zou kunnen geschieden. De rechtbank heeft toen, overeenkomstig artikel 509t, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering de beslissing ontrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor ten hoogste drie maanden aangehouden. Op 28 december 2012, 24 januari 2013 en 19 maart 2013 heeft de rechtbank telkens het onderzoek ter terechtzitting geschorst in afwachting van het maatregelrapport van de reclassering. Bij beslissing van de rechtbank van 13 juni 2013 is, met inachtneming van het inmiddels gereed zijnde maatregelrapport van de reclassering, de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 28 augustus 2013, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar, alsmede tot een voorwaardelijk einde van de verpleging van overheidswege.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het verlengingadvies van Reclassering Nederland, d.d. 4 juli 2013;

  • -

    het Pro Justitia rapport van dr. P.J.A. Panhuis, psychiater, d.d. 7 juli 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde

  • -

    de voornoemde uitspraak tot verlenging van de terbeschikkingstelling d.d. 4 oktober 2012;

  • -

    de voornoemde uitspraak tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege d.d. 13 juni 2013.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast terzake driemaal verkrachting en opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. De hiervoor genoemde misdrijven betreffen misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van Reclassering Nederland is onder meer het navolgende gesteld:

De reclassering adviseert een verlenging voor de termijn van twee jaren. Het risico op herhaling van delictgedrag wordt in de huidige context weliswaar ingeschat als laag-gemiddeld. Echter, ondanks dit risico is er sprake van een zekere kwetsbaarheid van betrokkene daar er nog onvoldoende sprake is van stabiliteit op het gebied van werk, familie en relatie. Bij aanvang van het traject is duidelijk vastgesteld door deskundigen dat een langdurig toezicht nodig is om de ontwikkelingen in de resocialisatie van betrokkene te kunnen volgen. Aangezien het toezicht hierop nog maar amper begonnen is, zijn er nu geen redenen om een kortere termijn te adviseren.

In voornoemd Pro Justitia rapport van dr. Panhuis, psychiater, is onder meer het navolgende gesteld:

Betrokkene is lijdende aan een persoonlijkheidsstoornis, niet nader omschreven en aan parafilie, niet nader omschreven.

Het risico bij betrokkene op nieuwe seksuele delicten is met intensieve monitoring en begeleiding in een ambulante setting niet hoog. Wanneer een dergelijke begeleiding adequaat wordt volgehouden en op basis van de gegevens die de begeleiding gaandeweg oplevert, voorzichtig stap voor stap losser kan worden, is ook op de lange duur het risico aanvaardbaar. Dit verslappen van de controle dient echter niet te snel te gebeuren. De statische achtergrond laat hiervoor geen ruimte.

De risicoprognose van de kliniek zoals weergegeven in de rapportage van de reclassering wordt door ondergetekende gedeeld. .

Van belang bij de behandeling van betrokkene is dat er in eerste instantie een wekelijks begeleidingscontact met een psychotherapeut wordt ingezet en volgehouden, waarin betrokkene samen met de therapeut zichzelf kan observeren in zijn gedrag en vooral in hem omgaat. Frustraties vanuit teveel een aanpassen aan anderen dienen focus te zijn in dit gezamenlijk proces.

Daarnaast is aandacht nodig om betrokkene te begeleiden in een traject naar werk en vooral naar zelfstandige woonruimte en wanneer het er echt op aan zal komen, zoals bij het vormen en opbouwen van een partnerrelatie.

De behandeling en het risicomanagement van de kliniek, zoals weergegeven in de stukken van de kliniek zelf en van de reclassering, zijn adequaat passend bij de pathologie en problematiek van betrokkene.

Geadviseerd wordt de aan betrokkene opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaar.

Geadviseerd wordt de voorwaardelijke beëindiging van het bevel van verpleging te continueren en ondergetekende kan zich vinden in de gestelde voorwaarden.

De terbeschikkinggestelde verklaart:

Na de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging had ik ineens veel vrijheid. Ik ben goed opgevangen door mijn netwerk. Ik heb eerst veel praktische zaken geregeld en heb langzamerhand het gevoel dat ik weer onderdeel van de maatschappij aan het worden ben. Ik voel me goed. Ik heb werk gevonden bij een houtverwerkingsbedrijf met een uitgroeimogelijkheid tot teamleider. Ik werk daar sinds 12 augustus 2013 37,5 uur per week op detacheringsbasis, maar het is de bedoeling om mij in vaste dienst aan te nemen. Nu moet ik nog een zelfstandig woonhuis vinden.

De individuele gesprekken bij Kairos lopen goed. Oorspronkelijk was in het behandelplan ook groepstherapie opgenomen, maar in overleg met de reclassering werd dat een te grote belasting voor mij bevonden. Ik heb zelf ook niet het gevoel dat ik groepstherapie nodig heb. Ik kan goed praten in de individuele gesprekken en dat vind ik voldoende.

Ik vind het advies van de reclassering een goed advies, maar ik vind verlenging met één jaar een beter idee. Dan kan er over een jaar weer gekeken worden hoe het gaat. Ik wil met hulp van Kairos een hulpverlener dichterbij huis vinden. Als ik in een crisissituatie kom, heb ik dan een hulpverlener dichterbij huis. Ik zou dat graag over een jaar bespreken.

De deskundige mw. Van de Kerkhof, optredend namens Reclassering Nederland, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

Betrokkene is zeer bewust van wat hij heeft geleerd in de behandeling en neemt dat ook mee in hoe hij in het leven staat en bijvoorbeeld sociale contacten zoekt. Hij is nu heel voorzichtig in het leggen van sociale contacten, maar dat zal zich op een gegeven moment normaliseren en het is belangrijk om dan te kijken hoe hij zich bewust blijft van de risico’s. Er is nog steeds een toegevoegde waarde in het begeleiden van betrokkene. Vanuit de reclassering vinden we verlenging met twee jaar een passend advies. Het een langere tijd volgen van betrokkene is noodzakelijk. Er kan dan ook gekeken worden hoe het gaat als betrokkene zelfstandig woont, een relatie heeft en er dan op een gegeven moment frustraties ontstaan.

Desgevraagd door de raadsman verklaar ik dat er geen argumenten zijn dat verlenging met een jaar onverstandig of verkeerd zou zijn.

De officier van justitie voert het woord:

Terbeschikkinggestelde heeft goed verwoord hoe het met hem gaat en verdient daarvoor een compliment. Het stemt me ook positief. Ik verwijs naar een rapportage van psycholoog Oudejans van de vorige verlengingszitting waarin staat waarom er met een jaar verlengd zou moeten worden. Terbeschikkinggestelde heeft grote stappen gezet in de behandeling en ook de reclassering heeft een positieve insteek in haar rapport. Daarin staan geen overtuigende argumenten waarom er met twee jaar moet worden verlengd en ook de deskundige heeft ter terechtzitting geen overtuigende argumenten aangedragen waarom een verlenging met twee jaar moet plaatsvinden. Desgevraagd verklaart zij dat er geen argumenten zijn om niet met één jaar te verlengen, in plaats van twee jaar.

De algemene veiligheid van personen maakt het noodzakelijk om de terbeschikkingstelling te verlengen, maar ik ben thans van oordeel dat dit met slechts een jaar dient te gebeuren. Ik heb er vertrouwen in dat de terbeschikkingstelling volgend jaar voorwaardelijk beëindigd kan worden.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft onder meer aangevoerd:

Aan de formaliteiten om de terbeschikkingstelling van cliënt te verlengen, is voldaan. Cliënt is erin geslaagd om, in overleg met de reclassering, een baan te vinden. Het gaat hard en goed met cliënt. Echte valkuilen zullen nog wel komen en de vraag is hoe cliënt er dan mee omgaat. Daar kunnen we echter geen jaren op gaan zitten wachten. Cliënt is realistisch en begrijpt dat de terbeschikkingstelling volgend jaar misschien weer verlengd moet worden. Hij wil het ook op een goede manier afbouwen en niet terugvallen. Ik hecht meer waarde aan de laatste rapporten die geschreven zijn. Het verlengingsadvies van de reclassering is geschreven drie weken nadat de dwangverpleging voorwaardelijk was beëindigd en dan kun je niet anders adviseren dan dat de reclassering heeft gedaan.

Er zijn argumenten om volgend jaar te kijken hoe het gaat met cliënt: om te kunnen kijken hoe het loopt, het stimuleren van cliënt, en de maatschappij loopt geen extra risico wanneer er slechts met een jaar wordt verlengd. Aan cliënt dient het voordeel van de twijfel te worden gegeven en de terbeschikkingstelling en voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege dient met een jaar te worden verlengd.

De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank verenigt zich met het advies van de reclassering, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige en het rapport van psychiater Panhuis. Naar het oordeel van de rechtbank wordt het recidiverisico afdoende onderbouwd in genoemd advies en de ter terechtzitting gegeven toelichting daarop door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemenen veiligheid van personen of goederen de verlenging van de ter beschikkingstelling eist.

Uit het verhandelde ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat terbeschikkinggestelde een zeer positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt. Gelet op de progressie die terbeschikkinggestelde maakt in zijn behandeling en resocialisatie ziet de rechtbank thans aanleiding de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar te verlengen.

Gezien de artikelen: 38, 38a, 38d, 38g van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar

verlengt de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor de duur van het gegeven bevel tot terbeschikkingstelling met wijziging van de voorwaarden.

De voorwaarde(n) luiden thans:

• dat ter beschikking gestelde een behandeling voor zijn persoonlijkheidsproblematiek en zijn seksuele problematiek zal blijven volgen bij Kairos of soortgelijke ambulante forensische, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij ter beschikking gestelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

• dat ter beschikking gestelde geen drugs zal gebruiken en ten behoeve van de controle hierop zal meewerken aan urineonderzoek, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

• dat ter beschikking gestelde de volgende bijkomende bijzondere voorwaarden na zal leven en zich zal houden aan de opdrachten van de reclasseringsorganisatie die in het kader van het toezicht op de naleving van deze voorwaarden noodzakelijk zijn:

- dat ter beschikking gestelde niet zal verhuizen zonder voorafgaande uitdrukkelijke toestemming van zijn toezichthouder van de reclassering;

- dat ter beschikking gestelde inzage in zijn financiën geeft als de reclassering daarom verzoekt;

- dat ter beschikking gestelde toestemming aan de reclassering geeft om overleg te voeren met zijn sociale omgeving;

- dat ter beschikking gestelde toestemming aan de reclassering geeft om overleg te voeren met zijn eventuele toekomstige partner;

- dat ter beschikking gestelde toestemming aan de reclassering geeft om overleg te voeren met zijn behandelaar;

- dat ter beschikking gestelde, indien er sprake blijkt van risicoverhogend gedrag en/of hyperseksualiteit, mee zal werken aan een tijdelijke terugplaatsing in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht in [kliniek] voor een kortdurende periode van maximaal zeven weken. Tijdens deze opname zal een passend aanvullend plan opgezet worden door behandelaars en reclassering waarbij libidoremmende medicatie een onderdeel kan zijn van dit plan. Ter beschikking gestelde dient zich vervolgens te houden aan de afspraken die daarbij gesteld worden;

- dat ter beschikking gestelde mee zal werken aan de controle door middel van bloedcontrole op het correct gebruik van medicatie indien dit als zodanig in voorgenoemd aanvullend plan opgesteld wordt.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 38 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze beslissing is gegeven door

mr. A.B. Baumgarten, voorzitter,

mr. C.B.M. Bruens en mr. E.C.P.M. Valckx, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013.

mr. A.B. Baumgarten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.