Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5872

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-10-2013
Datum publicatie
25-10-2013
Zaaknummer
01/033164-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging van de terbeschikkingstelling met een jaar.

De TBS is opgelegd in 2005 terzake het medeplegen van moord en het medeplegen van kort gezegd verboden wapenbezit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/033164-03

Uitspraakdatum: 11 oktober 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 14 juli 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 oktober 2012 met een jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 27 augustus 2013, ingekomen ter griffie op 24 augustus 2013, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige drs. M. Verhees en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman, mr. P.J.A. van de Laar gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van [kliniek], ondertekend door drs. M. Verhees, hoofd behandeling, en H.M. van Bussel, directeur organisatie, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 30 juli 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    een Pro Justitia rapport, psychologisch onderzoek van drs. F.C.P. Zuidhof, GZ-psycholoog, d.d. 19 juli 2013;

  • -

    een Pro Justitia rapport van dr. P.J.A. van Panhuis, d.d. 5 juli 2013;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van 1. medeplegen van moord en 2. medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor onder 1 genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

In voornoemd advies van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Recidive gevaar t.a.v. het TBS indexdelict

Betrokkene zal binnen een context waarin het ontbreekt aan professionele ondersteuning en sturing uiteindelijk nog niet voldoende kunnen omgaan met wantrouwen en krenkingen waaraan hij blootgesteld zal worden, bijvoorbeeld bij relatieproblemen of het ontbreken van (betaald of onbetaald) werk, waarin betrokkene doelgericht bezig kan zijn. Betrokkene is m.b.t. pro-sociaal gedrag nog afhankelijk van de geboden structuur en ondersteuning en zonder deze is de kans groot dat hij op termijn zal terugvallen op oude gedragspatronen en gedragscognities en vervallen in crimineel gedrag.

Wanneer het TBS-kader momenteel zou worden beëindigd, zal betrokkene vanwege gebrek aan begeleiding en copingvaardigheden niet in staat zijn om werk vast te houden.

Betrokkene zal mogelijk na enige tijd aansluiting gaan zoeken bij leeftijdgenoten in een crimineel milieu vergelijkbaar met de situatie in het verleden, dit mede gezien zijn gerichtheid op terugkeer in de buurt van [geboorteplaats].

Als betrokkene langer in dit milieu zou verkeren voorzien wij een verharding in de persoonlijkheid en daarmee ook in delictgedrag zoals dat plaatsvond voorafgaand aan het indexdelict.

Vanwege alle problemen die betrokkene zou ervaren bij het wegvallen van de professionele

begeleiding, zoals het niet kunnen vasthouden van werk, woning en op orde houden van financiën, zullen de spanningen binnen de huidige relatie oplopen, met wantrouwen en achterdocht tot gevolg. Waarna een mogelijke recidive na een langere periode zeer waarschijnlijk is.

Binnen een transmuraal verlofkader biedt het risicomanagementplan voldoende toezicht, controle en begeleiding waarbij de inschatting is dat een mogelijke terugval tijdig voorkomen kan worden. Hiertoe is een verlenging van het huidige kader noodzakelijk.

Samenvattende beschrijving m.b.t. het verband tussen stoornis, gevaar, geboden behandeling en de prognose

Betrokkene is een 27 jarige man, die vanuit een weinig begrenzende opvoeding en een wankel zelfbeeld, al op jonge leeftijd, beïnvloed door criminele jongeren uit zijn omgeving tot delicten kwam. Maatschappelijk ontspoord en verwikkeld in relationele problemen komt hij, nog geen 18 jaar, tot een levensdelict met een wapen. Er is sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken. In de intramurale behandeling heeft betrokkene geprofiteerd van de verschillende behandelmodules waaraan hij gemotiveerd deelnam. Hij is verantwoordelijkheid gaan nemen, heeft afstand genomen van zijn criminele achtergrond, heeft zijn vaardigheden vergroot in het omgaan met spanning en problemen, in agressie hantering en in het kunnen stilstaan bij emoties.

Betrokkene is reeds geruime tijd bezig met de resocialisatie. Door middel van het verblijf op de appartementen van de kliniek, dagbesteding in de maatschappij en verdere onbegeleide verloven naar onder andere netwerkleden, is betrokkene gegroeid in het hebben van een eigen identiteit, zelfstandigheid en heeft hij geleerd om met hulp adequate coping in te zetten en te generaliseren.

Betrokkene beschikt inmiddels, na enkele mislukte vormen van dagbesteding vanwege gebrekkige motivatie van betrokkene, over een stabiele dagbesteding.

De toegenomen vrijheden laten zien dat betrokkene bij tijden begrensd en bijgestuurd moet worden; bij oplopende spanning en frustratie, welke betrokkene niet altijd tijdig bespreekbaar maakt, maakt hij een enkele keer impulsieve keuzes. Vooralsnog is er geen aanleiding te veronderstellen dat betrokkene zich laat beïnvloeden door negatieve, criminele leeftijdsgenoten. Betrokkene is afhankelijk van professionele begeleiding om geleerde vaardigheden in diverse maatschappelijke situaties in te kunnen zetten. Op termijn verwachten we dat betrokkene zelfstandig, buiten een crimineel milieu zal kunnen functioneren in de maatschappij. De verwachting is echter dat enige mate van begeleiding en ondersteuning langdurig noodzakelijk zal zijn in zijn verdere resocialisatie. Het wordt belangrijk geacht dat de weg richting toenemende zelfstandigheid geleidelijk gaat, waarbij

hij langere tijd gemonitord en begeleid moet worden om hem op de rails te houden en niet te laten afglijden naar een crimineel milieu. Van belang is de ontwikkeling van relaties/zijn huidige relatie goed te volgens en te monitoren. Om die reden is er door de kliniek begeleiding vanuit systeemtherapie en maatschappelijk werk ingezet. Zonder geleidelijke resocialisatie is het risico op afglijden te groot, temeer betrokkene gezien zijn netwerk veel gericht blijft op resocialisatie in de omgeving van [geboorteplaats], waar zijn vroegere criminele milieu zich bevindt. In dat kader is ook van belang dat betrokkene niet bij vader gaat wonen, vanwege lopende verdenkingen en de gerichtheid van betrokkene en het behandeltraject op en toename van autonomie en zelfstandigheid, individueel en binnen zijn relatie.

Prognose in relatie tot de geclassificeerde stoornis

Gelet op de ontwikkelingen van betrokkene gedurende de behandeling is de prognose gunstig. Onze indruk is dat een antisociale ontwikkelingsgang is doorbroken door de TBS behandeling. Op basis van de beïnvloedbaarheid van betrokkene, hetgeen ook in de aanloop naar het indexdelict een belangrijke factor was, blijft een verplichte begeleiding geïndiceerd om hier tegenwicht in te bieden. Verder is gelet op de borderline problematiek, de huidige afhankelijkheid van de begeleiding, en de aard van het delict, van belang tijd te nemen van het losmakingsproces uit de kliniek en de resocialisatie in geleidelijkheid vorm te geven. De antisociale persoonlijkheid impliceert dat betrokkene zich eerder extern dan intrinsiek gemotiveerd zal tonen, hetgeen actief begrenzen en controleren inhoud door de begeleiders.

De verwachting is dat pas wanneer betrokkene met begeleiding voldoende is ingebed in de

maatschappij (vaste dagbesteding, vaste woonplek, stabiele, goed gemonitorede relatie), er sprake kan zijn van een verantwoorde, voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging van betrokkene.

Advies verlenging TBS maatregel

Betrokkene heeft moeite met het aanpassen aan een nieuwe situatie en begeleiding. Verder is het vanuit de kwetsbaarheid van betrokkene noodzakelijk dat betrokkene voldoende ondersteuning ontvangt met betrekking tot het toepassen van copingvaardigheden en omgaan met onduidelijkheid en onvoorspelbaarheid. Het is belangrijk om, mede gezien de persoonlijkheidsproblematiek, de resocialisatie geleidelijk vorm te geven. In het komende jaar dient de aandacht uit te gaan naar een goede inbedding in een zelfstandige woning en het opnieuw vinden en vasthouden van een vaste dagbesteding, waarbij voldoende begeleiding geboden dient te worden. Betrokkene dient hierbij gedurende langere tijd de nodige begeleiding, ondersteuning en controle te ontvangen. De hiertoe benodigde wijzing van het transmurale verlofplan ligt inmiddels ter beoordeling voor aan het ministerie. Na een positieve evaluatie van het begeleid zelfstandig wonen kan de reclassering in het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht in beeld komen, op in te voegen in het lopende traject en

de mogelijkheden met betrekking tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, te onderzoeken.

Gezien de nog te nemen stappen zoals hierboven beschreven, gezien de noodzakelijke monitoring en begeleiding van betrokkene en zijn relatie, gezien de antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline trekken, de beïnvloedbaarheid van betrokkene, de noodzaak van een geleidelijke resocialisatie en de beschreven uitkomsten van de

risicotaxatie-instrumenten, adviseren wij een verlenging van de ter beschikkingstelling van 1 jaar en continuering van de verpleging van overheidswege.

In voornoemd psychologisch onderzoek van drs. F.C.P. Zuidhof, GZ-psycholoog, is, kort en zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Ja, onderzochte is lijdende aan een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van

zijn geestvermogens. In psychodiagnostische zin is er sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO bestaande uit borderline, afhankelijke, ontwijkende en antisociale kenmerken.

In de huidige klinische tbs-context c.q. transmuraal verlof bestaat er een laag risico ten aanzien van recidive in gewelddadig gedrag. Te verwachten is dat dit risico in het kader van

transmuraal verlof met extern wonen, proefverlof of een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging ook laag zal zijn, mits er een adequaat toezichtniveau op de te stellen bijzondere voorwaarden wordt ingezet.

Het verdient aanbeveling in vivo bij toenemende vrijheden en verantwoordelijkheden te toetsen of betrokkene de thans verkregen inzichten en vaardigheden ook weet te handhaven en te verstevigen.

Een prognose qua risicotaxatie buiten de tbs-context is vooralsnog moeilijk te geven, doch

zowel de klinische als gestructureerde risicotaxatie wijzen in de richting van een gemiddeld

risico. Een en ander hangt met name af hoe betrokkene zich ontwikkelt en een standvastige plaats in het leven weet in te nemen. Mislukking e.d. kan een terugkeer naar het oorspronkelijke milieu inluiden, waarbij de risico's op crimineel gedrag en agressie toenemen.

Gelet op de specifieke omstandigheden waarin het tbs-indexdelict is gepleegd en zeker ook

meegewogen de persoonlijke ontwikkeling die betrokkene in brede zin gedurende zijn tbs-behandeling heeft doorgemaakt, is het risico op herhaling van soortgelijke strafbare feiten -

waartoe betrokkene de maatregel van de terbeschikkingstelling met verpleging is opgelegd -

binnen de context van tbs- en/of reclasseringstoezicht als laag te beschouwen. Vervalt deze

context, dan is het geredeneerd vanuit zijn persoonlijkheidsproblematiek echter de vraag of

betrokkene bestand is tegen opdoemende maatschappelijke verantwoordelijkheid, frustratie

etc. Een prognose qua risicotaxatie buiten deze context is dan ook moeilijk te geven, hoewel de klinische als gestructureerde risicotaxatie vooralsnog wijzen in de richting van een gemiddeld risico. Het verdient dan ook aanbeveling dat laatste in vivo bij toenemende

Het klinisch resocialisatietraject met uitgebreide onbegeleide verloven en overnachtingen alsmede het thans ingezette transmurale verlof is tot nu toe goed verlopen. Geredeneerd vanuit het thans vigerende tbs-kader staat betrokkene in zijn resocialisatie al veel te lang stil. En: stilstand betekent achteruitgang, althans dat risico wordt gelopen. Van belang is dat er op korte termijn en met de nodige voortvarendheid stappen gezet worden om tot een verdere resocialisatie te komen. Van belang is eveneens te benadrukken dat betrokkene -gelet op zijn persoonlijkheidsconfiguratie en matige begaafdheid- extra steun en vooral intensieve coaching nodig heeft m.b.t. wonen en zeker wat betreft het vinden en volhouden van regulier werk.

Als recht gedaan wordt aan betrokkene zijn gunstige ontwikkeling, de positieve prognoses en de laag uitvallende risicotaxaties zou de weg van een verdere afwikkeling van de tbs richting transmuraal verlof met extern wonen en zelfs proefverlof zeker met voortvarendheid ingeslagen kunnen worden. Ook een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zou al in de rede kunnen liggen.

De reclassering kan -in geval van modaliteiten proefverlof of de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging met een beroep op het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht qua risico management- op een afdoende wijze de ontwikkeling van betrokkene blijven steunen en volgen. Verwacht wordt dat ook binnen dit kader e.e.a. positief zal verlopen. Mogelijk echter is de timing van een voorwaardelijke beëindiging vanwege een aantal praktische zaken (o.a. huisvesting, werk e.d. in de uitstroomregio) wat ongunstig. Mocht e.e.a. onoverkomelijk zijn, dan ligt voortzetting van het huidige kader (transmuraal verlof) in de rede, waarbij uitstroom naar de gewenste regio snel geregeld dient te worden in casu al de praktische zaken die daarbij behoren. In dat geval zou over een jaar de mogelijkheid van proefverlof dan wel de voorwaardelijke beëindiging beoordeeld kunnen worden.

Geadviseerd wordt de termijn van de terbeschikkingstelling met de duur van één jaar te verlengen.

Mocht de rechtbank de overwegingen van het Ministerie betreffende het toekennen van de

benodigde machtigingen en het te doorlopen traject (transmuraal verlof extern wonen, proefverlof) niet al te voortvarend vinden, dan zou een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging in de rede kunnen liggen.

Mogelijk echter is de timing van een voorwaardelijke beëindiging vanwege een aantal praktische zaken (o.a. huisvesting, werk e.d. in de uitstroomregio) nog wat ongunstig. Bezwaarlijk hoeft het echter niet te zijn. De reclassering ziet op voorhand geen contra-indicaties voor toezicht en kan met een beroep op het kader van Forensisch Psychiatrisch Toezicht qua risicomanagement op een afdoende wijze de ontwikkeling van betrokkene blijven steunen en volgen.

De maatregel sec en het daaraan gekoppelde toezicht zal nog wel enkele jaren nodig

zijn om de gunstige ontwikkeling verder te kunnen laten ingroeven en hem sociaalmaatschappelijk, deels ook persoonlijk, op een verantwoorde wijze in te bedden in de samenleving. Betrokkene zelf is gemotiveerd voor een dergelijke afwikkeling van de terbeschikkingstelling.

In voornoemd psychiatrisch onderzoek van dr. P.J.A. van Panhuis, psychiater, is, kort en zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

Betrokkene is een jongeman die de volwassenheid bereikt heeft in de setting van de TBS. Dit heeft het voordeel dat een ontwikkeling richting een antisociale persoonlijkheidsstructuur lijkt te zijn gekeerd en bijgebogen en met name dat een identificatie met een criminele peer group is vervangen door een identificatie met een positief ingestelde levenshouding. Dit neemt niet weg dat betrokkene in zijn basis bouwplan natuurlijk beïnvloedbaar blijft. Als zodanig is het van groot belang dat hij een relatie heeft met een meisje met niet criminele achtergrond dat gewoon werkt. Wanneer deze relatie zal doorzetten, lijkt de belangrijkste garantie tegen herhaling van geweldsfeiten verzekerd. Dit is natuurlijk (nog) geen vaststaand feit. Het is dan ook verstandig dat de kliniek de relatie verder coacht. Betrokkenes basis, zijn bouwplan blijft echter beïnvloedbaar en niet stevig van persoonlijkheid. Des te bewonderenswaardiger is het dat hij, nu alles zo stagneert in de

behandeling, niet de kont tegen de krib gooit, maar met een zekere lijdelijkheid het een en ander ondergaat, hetgeen ook wel bij de wat passieve kant van zijn karakter past. Dit doet echter wel een groot beroep op verdere motivatie bij resocialisatie en werkt uitputtend.

In hun advies van een jaar geleden zetten de collega's Mol en Van Kordelaar op basis van een gestructureerde risicotaxatie al uiteen dat het gevaarsrisico bij betrokkene niet een verder voortzetten van de verpleging rechtvaardigt. Ook wanneer ondergetekende met een

gestructureerd risicotaxatie instrument (de HCR-20) dit nogmaals nagaat, komt er een zelfde

bevinding uit. Het heeft weinig zin dit allemaal in detail nog een keer in het rapport neer te

leggen.

Ook voor wat betreft de risicotaxatie in klinische zin, komt ondergetekende net als de

mederapporteur op ongeveer gelijke bevindingen uit en het advies zou dan ook moeten zijn om een onderzoek door de reclassering te laten doen teneinde de voorwaarde voor het opheffen van de verpleging en een plan om ergens zelfstandig onder toezicht en begeleiding te gaan wonen op te stellen. Juist omdat er zoveel overeenkomst is met de rapporten van een jaar geleden, is het niet verwonderlijk dat dit onderzoek destijds op last van de rechtbank ook al is gedaan. Het verwondert echter wel dat de dit onderzoek niet heeft geleid tot uitvoering van een verdere resocialisatie met opheffen van de verpleging en plaatsen van betrokkene in een eigen woonsituatie. Aan de andere kant: juist door betrokkenes beïnvloedbaarheid en de goede werkrelatie met de kliniek, zou er niets tegen zijn wanneer vanuit de kliniek er behandeling en begeleiding blijft bestaan. Echter, als de prijs hiervoor moet zijn dat toch de verpleging weer verlengd moet worden en dit ook vooral in moet houden dat betrokkene nog langer in het appartement - dat in feite zich in de kliniek bevindt - blijft wonen, moet toch aan de rechtbank in overweging gegeven worden om te kiezen uit de impasse te stappen door de verpleging onder voorwaarden op te heffen. Mogelijk zou betrokkene dan in een eigen woning onder begeleiding verblijf kunnen vinden en bovendien zou opheffen het hem mogelijk maken dat een nieuwe sollicitatie, bijvoorbeeld bij [bedrijf], wel leidt tot het verwerven van een baan, hetgeen van essentieel belang is, met name ook voor de risicosetting via herhaling van terugval in ledigheid, passiviteit en daarna criminele identificatie. Wanneer betrokkene met enthousiasme praat over zijn werk op de autosloperij en het feit dat hij net als zijn broer bij DAF had kunnen komen, is duidelijk dat dit ook een positieve invloed op zijn zelfgevoel zou hebben en daarmee de kans op een ontwikkeling in een verkeerde richting helpt blokkeren.

Het meest essentiële, juist bij deze tot afhankelijkheid neigende man, is dus dat de impasse, die hem afhankelijk en passief maakt, wordt doorbroken. Idealiter zou dit via een transmuraal verlof en voortzetten van de begeleiding van de kliniek kunnen gaan, maar als dit - om wat voor bureaucratische redenen ook - nog steeds niet mogelijk is, lijkt dat alleen de mogelijkheid van opheffen van de verpleging, per direct en onder voorwaarden maar overblijft.

Betrokkene is lijdende aan een persoonlijkheidsstoornis, niet nader omschreven, waarbij

opgemerkt moet worden dat onder invloed van de therapeutische bemoeienis in het

behandelprogramma tijdens het proces van volwassenwording, de expressie van deze

stoornis duidelijk milder is geworden.

De risico's op herhaling van geweldsdelicten zijn in een verder begeleid

resocialisatietraject laag. Wanneer dit traject geheel afwezig zou blijven, is natuurlijk de

kans op hernieuwd afglijden in passiviteit en vervolgens criminele identificatie en

vervallen in crimineel gedrag groter en lijkt alleen de relatie met de vriendin hier een

bescherming tegen te bieden. Wanneer in een resocialisatieproces primair het verwerven

van werk en verder bestendigen van die relatie verwezenlijkt kunnen worden, ligt de kans

zeker laag.

Het is aan de ene kant wel belangrijk dat betrokkene verdere begeleiding krijgt, vooral bij

het verwerven van werk en verder ook bij het inrichten van een zelfstandige woning en

verder op poten zetten van een zelfstandig leven als jonge volwassene. Er is daarover

geen verschil van mening met de kliniek. Echter, blijven wonen in een appartement

feitelijk in het kliniekgebouw, te ver af van de bewoonde wereld, die een resocialisatie in

bredere zin van een jongvolwassene mogelijk maakt, is contraproductief en had al eerder een eind moeten vinden.

In feite is er niet al te veel verschil in de beoordeling en inschatting van de te vervolgen

weg met die van de kliniek. Het is echter in de ogen van ondergetekende een centraal punt

dat verder klinisch verblijf bij betrokkene contraproductief werkt en juist de kanten van

afhankelijkheid en passiviteit bekrachtigt en daarmee niet helpt bij het gericht zijn op een

zelfstandig uitbouwen en consolideren van een toekomst.

Geadviseerd wordt de maatregel van terbeschikkingstelling te verlengen met de periode

van een jaar. Voor deze periode wordt gekozen omdat er zoveel stagnaties en

vertragingen in het resocialisatieproces zijn opgetreden dat het van belang is dat over een

jaar externe toetsing door de rechtbank opnieuw plaats kan hebben.

Geadviseerd wordt nu - dat wil zeggen voor of op de zitting - een directe transmuralisatie

in te zetten, waarbij betrokkene zelfstandig kan wonen en werk kan vinden. Indien dit op

zitting nog steeds niet blijkt te zijn gerealiseerd, wordt de rechtbank in overweging

gegeven de verpleging te beëindigen en betrokkene in een resocialisatie te brengen waarin

hij met poliklinische begeleiding door De Rooyse Wissel (waarmee de samenwerking in

principe goed is) verder kan.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Sinds een aantal weken heb ik transmuraal verlof. Ik heb een eigen woning en ben sinds 27 september 2013 zeven dagen per week buiten. Ik vind het goed dat de overgang naar buiten gefaseerd verloopt. Ik heb twee keer in de week een gesprek met een begeleider vanuit de kliniek. Sinds een aantal weken werk ik vijf dagen per week als fitnessinstructeur op een sportschool. Elke zaterdag volg ik daar een opleiding voor. De psychiater is bij mij gekomen in het kader van het verlengingsadvies. Ik heb gezegd dat ik niet in gesprek wilde gaan met hem, omdat ik ook nooit eerder contact had gehad met hem.

De deskundige M. Verhees, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene heeft lang moeten wachten op een eigen woning. Nu hij een woning heeft, is er meer stabiliteit. De laatste behandelplanbespreking is het keerpunt geweest. Er is transmuraal verlof aangevraagd en dit is goedgekeurd. De relatie van betrokkene is verbroken geweest en deze is weer opgepakt. Betrokkene krijgt daar ook begeleiding bij. Voor betrokkene is tevens een dagbesteding gevonden op een sportschool. Alles staat op de rit en voor de kliniek is dat goed nieuws. Betrokkene heeft nu twee weken transmuraal verlof en deze periode is nog te kort om daar uitspraken over te kunnen doen. Betrokkene mag nu bewijzen dat hij het ook zonder begeleiding goed kan volhouden en kan voortzetten wat er allemaal op de rit staat. Hij houdt ambulante begeleiding daarbij en volgend jaar hopen we de begeleiding over te kunnen dragen aan de reclassering.

U vraagt wat er gebeurt als betrokkene zijn dagbesteding bij de sportschool verliest. Het zal niet gemakkelijk zijn om iets anders te vinden, maar we verwachten dat zijn baan in de sportschool niet beëindigd zal worden, omdat hij de werkgever niets kost. Het is namelijk onbetaald werk. We kunnen bovendien altijd nog bijspringen en helpen met het vinden van een andere dagbesteding. Dit werk lijkt goed bij hem te passen. Voor zover we daar zicht op hebben, gaat de relatie met zijn vriendin goed. Het sluit ook aan bij de ontwikkeling van betrokkene. Zijn vriendin kan drie dagen per week bij hem in die zelfstandige woning zijn. Ze bevinden zich nog in de oefenfase, maar het betreft eigenlijk al een situatie van half samenwonen.

Desgevraagd geef ik aan dat de psychiater formeel gezien het verlengingsadvies had dienen te ondertekenen. Dit betreft niet een psychiater in engere zin. Hij is wel lid van het behandelteam, maar op de achtergrond. De psychiater wilde eerst betrokkene kort spreken, maar daar had betrokkene geen zin in, omdat hij het hele traject ook niets van doen heeft gehad met de psychiater. In zekere zin was hij niet goed voorbereid op de komst van de psychiater en het doel daarvan.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging met één jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Cliënt wil een jaar verlenging van de terbeschikkingstelling

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank stelt vast dat sprake is van een vormverzuim, aangezien het verlengingsadvies van de inrichting niet mede is ondertekend door een psychiater. Dit leidt echter niet tot een ander beslissing.

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling voor de termijn van één jaar.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.B.M. Bruens, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. A.B. Baumgarten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.A.M. Balemans, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2013.

mr. A.B. Baumgarten is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.