Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5870

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
28-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
01/825690-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met een jaar.

Indexdelict poging tot zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer: [01/825690-08]

Strafrecht

Parketnummer: 01/825690-08

Uitspraakdatum: 28 oktober 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1981],

verblijvende [adres].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 30 september 2009 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 23 januari 2012 met twee jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 28 augustus 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 oktober 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van D.A.H. Adriaanse, GZ psycholoog en psychotherapeut hoofdbehandelaar FPK en I. Maksimovic, psychiater, d.d. 8 augustus 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot zware mishandeling, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste.

In voornoemd advies van D.A.H. Adriaanse, GZ psycholoog en psychotherapeut hoofdbehandelaar FPK en I. Maksimovic, psychiater, d.d. 8 augustus 2013 is onder meer het navolgende gesteld:

Risicotaxatie.

“De HKT-30 is gescoord op 29-01-2013 en de PCL:SV op 31-01-2011. De taxatie met de HKT-30 heeft plaatsgevonden met het oog op de aanvraag van transmuraal verlof waarmee betrokkene door ons zou kunnen worden geplaatst in één van onze drie HAT-eenheden, die zich feitelijk binnen ons kliniekgebouw bevinden, met hun voordeur naast de toegangsdeur van de kliniek.

Voor wat betreft risicofactoren vanuit de historische items zijn er gedragsproblemen geweest voor het twaalfde levensjaar en was betrokkene slachtoffer van geweld voor het achttiende levensjaar. Daarnaast is er sprake geweest van gebruik van alcohol en drugs in het verleden, is betrokkene gediagnosticeerd met schizofrenie van het paranoïde type welke heeft geleid tot een uitgebreide hulpverleningsgeschiedenis, een problematisch arbeidsverleden alsook een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis.

Indien betrokkene nu zonder intensieve begeleiding vrij in de maatschappij zou moeten verblijven wordt in die omstandigheden het recidiverisico ingeschat als hoog. Zonder intensieve begeleiding vrij in de maatschappij is de kans groot dat betrokkene de samenloop van meerdere stresserende omstandigheden, zoals het niet hebben van een woning, financiën en het ontbreken van een steunend netwerk, niet zal kunnen hanteren en dat hij zal vervallen in middelengebruik en crimineel gedrag. Dit zal worden versterkt indien hij geen medicatie meer zou gebruiken en de symptomen van de schizofrenie (paranoïde type) opnieuw de kop opsteken. In het kader van transmuraal verlof wordt het risico op recidive ingeschat als laag. In de constructie van verblijf in de HAT-eenheid die is verbonden met de kliniek kan hem vanuit de kliniek voldoende steun en structuur geboden worden. Daardoor is de verwachting gerechtvaardigd dat betrokkene zich in die setting goed staande zal kunnen houden. Betrokkene is psychiatrisch stabiel, mede door het goed instellen op medicatie. Toezicht op medicatiegebruik en toezicht op middelengebruik kan op indicatie vanuit de kliniek worden ingezet. Betrokkene heeft zich steeds naar vermogen ingezet voor zijn behandeling. Hij is meer toegankelijk en flexibel geworden in het contact met begeleiders en behandelaren en hij beschikt over voldoende vaardigheden voor het opdoen van ervaring in een minder beschermde leefomgeving”.

(…..)

Conclusie.

“Wij zijn van mening dat een verlengingstermijn van twee jaar TBS met dwangverpleging minimaal benodigd is om volgende stappen in de richting van een, al dan niet voorwaardelijke, beëindiging van de TBS met dwangverpleging te maken. Wachttijden en wachtlijsten vormen echter niet de onderliggende reden van de geadviseerde verlengingstermijn van twee jaar. De kliniek is van mening dat het voor betrokkene van belang is om het gehele traject van hechting, onthechting en resocialisatie zorgvuldig te doorlopen. Er is daarin door betrokkene al veel bereikt, niet in het minst door zijn eigen inzet en kracht.

Hoewel wij geen toekomstvoorspellingen kunnen doen, ligt een voorwaardelijke beëindiging in de rede indien het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene stabiel blijkt, er geen delictgedrag of delictrecidive plaatsvindt en gebleken is dat er sprake is van verdere ontwikkeling van de autonomie van betrokkene”.

Advies.

“Wij adviseren de rechtbank om de TBS-maatregel met een termijn van twee jaar te verlengen”.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat uitstekend met mij. Ik heb geen last van psychische klachten, mijn medicatie slaat goed aan, ik heb werk en ik sport. Kortom ik maak vorderingen. Sinds twee of drie weken ben ik overgeplaatst naar een HAT-eenheid. Daar moest ik even aan wennen, maar ik ben blij dat ik die stap heb kunnen nemen. Ik wil mijn positieve ontwikkelingen voortzetten.

De deskundige D.A.H. Adriaanse, GZ-psycholoog, heeft bij de behandeling ter terechtzitting het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik adviseer om de terbeschikkingstelling te verlengen met één jaar. Bij het schrijven van het advies heb ik gekozen voor de geleidelijke weg omdat ik ervan uitging dat over twee jaar sprake zou kunnen zijn van een onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. Achteraf gezien blijkt dat juridisch niet haalbaar. Bij betrokkene is sprake van een geleidelijke verbetering, zonder terugval. Betrokkene is sinds kort op een HAT-eenheid geplaatst om zich langzaam los te weken van de kliniek. Voorts wordt betrokkene binnenkort aangemeld bij de RIBW. In de huidige behandelcontext is sprake van een laag risico op gewelddadig gedrag maar indien nu zou worden overgegaan tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling houdt dat in dat betrokkene zonder intensieve begeleiding in de maatschappij zou moeten verblijven. Onder die laatstgenoemde omstandigheden wordt het recidiverisico geschat als hoog. Betrokkene is pas recent op een HAT-eenheid geplaatst. Vooralsnog is geen zicht op een plek bij de RIBW.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is van ver gekomen. Gelet op het rapport van D.A.H. Adriaanse en I. Maksimovic d.d. 8 augustus 2013 en hetgeen is aangevoerd ter terechtzitting wijzig ik de vordering verlenging terbeschikkingstelling naar één jaar. Dat doet meer recht aan de situatie. Dan kan over een jaar worden gekeken of voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling aan de orde is. Ik vorder verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Primair verzoek ik de rechtbank om het onderzoek ter terechtzitting te schorsen, teneinde de reclassering opdracht te geven om de mogelijkheid tot voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling nader te laten onderzoeken, alsmede de reclassering te laten rapporteren in welke vorm die voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling zou moeten plaatsvinden. Betrokkene vormt geen gevaar meer voor andere personen in de samenleving. Sinds 2009 gebruikt betrokkene medicatie en is er geen sprake meer van agressieproblematiek bij hem. Bovendien ziet betrokkene het nut van medicatie in. Verdere behandeling van betrokkene kan ook plaatsvinden in een voorwaardelijke setting.

Subsidiair verzoek ik de rechtbank om de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van één jaar.

De rechtbank.

De rechtbank ziet thans geen aanleiding om een onderzoek naar een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te gelasten. Gezien het rapport van Inforsa van 8 augustus 2013 en hetgeen is aangevoerd ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat de kliniek voortvarend heeft gehandeld. Betrokkene verblijft pas sinds enkele weken op de HAT-eenheid. Dit traject bevindt zich derhalve nog in de beginfase. De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het onderzoek ter terechtzitting, teneinde de reclassering nader onderzoek te laten doen naar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging derhalve af.

De rechtbank verenigt zich met het advies ter terechtzitting gegeven door de deskundige.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. R.J. Bokhorst, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. E.W. van den Heuvel, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 28 oktober 2013.

Mr. E.W. van den Heuvel is buiten staat deze beslissing (mede) te ondertekenen.