Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5813

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
19-12-2013
Zaaknummer
SHE-13_4653
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Wet maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Eindhoven. Besluit tot inname scootmobiel en niet verstrekken nieuw middel. Gesteld gebruik van cannabis bij gebruik scootmobiel niet aannemelijk gemaakt. Verzoek om voorlopige voorziening toegewezen.

Wetsverwijzingen
Wet maatschappelijke ondersteuning
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

Zaaknummer: SHE 13/4653

Uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 oktober 2013

inzake het geschil tussen

[verzoeker], te [verweerder], verzoeker,

gemachtigde mr. T. Deckwitz,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven, verweerder,

gemachtigde mr. J.L.J. Martens.

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2010 heeft verweerder ter uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) aan verzoeker een scootmobiel ter beschikking gesteld.

Verweerder heeft bij besluit van 17 september 2013 (bestreden besluit) besloten de ter beschikking gestelde scootmobiel in te nemen en geen nieuw middel te verstrekken.

Tegen dit besluit heeft verzoeker op 23 september 2013 bezwaar gemaakt. Tevens heeft verzoeker op 26 september 2013 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek om een voorlopige voorziening is behandeld op de zitting van 16 oktober 2013, waar verzoeker is verschenen bij gemachtigde. Verweerder is eveneens verschenen bij gemachtigde.

Overwegingen

1.

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

2.

Tot het treffen van een voorlopige voorziening zal in het algemeen slechts aanleiding bestaan, indien het bestreden besluit in de bodemprocedure naar voorlopig oordeel geen stand zal kunnen houden, terwijl tevens voldoende spoedeisend belang aanwezig is.

Bij twijfel omtrent de rechtmatigheid van het in geding zijnde besluit zal dienen te worden bezien of na afweging van de betrokken belangen grond bestaat voor het treffen van een voorziening. Daarbij dient het belang van de indiener van het verzoek om een voorlopige voorziening te worden afgewogen tegen het door de onmiddellijke uitvoering van het besluit te dienen belang.

3.

Aangezien tegen het besluit van 17 september 2013 tijdig bezwaar is gemaakt, deze rechtbank in een eventuele bodemprocedure bevoegd zal zijn en ook overigens geen beletselen bestaan, kan verzoeker in zijn verzoek worden ontvangen.

4.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is voorts met de ter zitting gegeven toelichting alsnog voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed als in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb bedoeld.

5.

In het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat de in bruikleen verstrekte scootmobiel kan worden ingenomen, omdat verzoeker hierop meerdere keren heeft gereden onder invloed van cannabis. Uit de bij verzoeker afgenomen urinetesten is namelijk gebleken dat hij regelmatig cannabis gebruikt, wat volgens verweerder voldoende grondslag biedt voor dit standpunt.

6.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat intrekking van een toegekende vervoersvoorziening, in casu de scootmobiel, een voor verzoeker belastend besluit is. Het ligt dan op de weg van verweerder om te bewijzen dat verzoeker niet langer meer in aanmerking komt voor compensatie vanuit de WMO in de vorm van een scootmobiel.

7.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter valt uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting niet af te leiden dat verzoeker zijn scootmobiel heeft gebruikt onder invloed van cannabis. De door verweerder in dit verband aangehaalde urinetesten zijn daarvoor (op zich genomen) bepaald onvoldoende, terwijl ander bewijs voor deze stelling van verweerder ontbreekt. Gelet hierop zal het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar geen stand kunnen houden. De voorzieningenrechter heeft hierbij mede betrokken dat niet aannemelijk wordt geacht dat het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit in bezwaar zal kunnen worden hersteld. Het verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom worden toegewezen, in die zin dat het bestreden besluit zal worden geschorst tot de datum van bekendmaking aan verzoeker van het te nemen besluit op bezwaar en dat verweerder uiterlijk één week na heden een scootmobiel of vergelijkbaar vervoersmiddel aan verzoeker zal (doen) ter beschikking stellen. Voor het verbinden van een dwangsom ziet de voorzieningenrechter geen grond, waarbij erop wordt gewezen dat verzoeker in het geheel niet heeft onderbouwd waarom zou moeten worden gevreesd dat verweerder aan een opdracht van de voorzieningenrechter geen gevolg zou geven.

8.

De voorzieningenrechter laat thans uitdrukkelijk in het midden of in het geval van het besturen van een scootmobiel door verzoeker onder invloed van cannabis het gestelde bij of krachtens de WMO grondslag biedt voor het intrekken van de aan verzoeker verschafte voorziening (de scootmobiel). Het ware aan te bevelen, voor zover nodig, om op dit punt in het te nemen besluit op bezwaar specifiek aandacht te besteden. Het voorgaande neemt overigens niet weg dat het gebruik van een scootmobiel onder invloed van cannabis in het algemeen geen aanbeveling verdient en onder omstandigheden ook strafrechtelijke consequenties kan hebben.

9.

De voorzieningenrechter acht termen aanwezig verweerder te veroordelen in de door

verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage begroot op in totaal € 944,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

  • -

    1 punt voor het indienen van een verzoekschrift;

  • -

    1 punt voor het verschijnen ter zitting;

  • -

    waarde per punt € 472,00;

  • -

    wegingsfactor 1.

10.

Tevens zal de voorzieningenrechter bepalen dat door verweerder aan verzoeker het door hem gestorte griffierecht ten bedrage van € 44,00 zal worden vergoed.

11.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit zal worden geschorst tot de datum van bekendmaking aan verzoeker van het te nemen besluit, en dat aan verzoeker uiterlijk één week na heden een scootmobiel of vergelijkbaar vervoersmiddel wordt verstrekt;

- gelast verweerder aan verzoeker te vergoeden het door hem gestorte griffierecht ten bedrage van € 44,00;

- veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten vastgesteld op

€ 944,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T. van de Woestijne, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P. Mermer-Vardar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2013.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.