Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5503

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-10-2013
Datum publicatie
07-10-2013
Zaaknummer
01/850124-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Minderjarige verdachte veroordeeld voor belediging van politieagenten, het meerdere malen niet opvolgen van een ambtelijk bevel en het voorhanden hebben van een kleine hoeveelheid hennep. Opgelegd wordt een werkstraf van 80 uren waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en verplicht toezicht van de jeugdreclassering.

Vrijspraak van openlijke geweldpleging en/of mishandeling en diefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/850124-13

Datum uitspraak: 07 oktober 2013

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1998],

wonende te[woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 23 september 2013.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 augustus 2013.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 12 november 2012 te 's-Hertogenbosch tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een scooter (merk Peugeot

Vivacity, kenteken [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s); (delict 2)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 24 oktober 2012 te 's-Hertogenbosch met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, het Rompertpark, in elk geval op of aan

een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 3]

, welk geweld bestond uit het in het gezicht en/of tegen het hoofd

en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] slaan en/of het tegen het lichaam van

die [slachtoffer 3] schoppen; (delict 4)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 oktober 2012 te 's-Hertogenbosch tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend

een persoon (te weten [slachtoffer 3]) meermalen althans eenmaal in het gezicht

en/of tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of tegen het lichaam

heeft geschopt, waardoor voornoemde [slachtoffer 3] letsel heeft bekomen en/of

pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 08 november 2012 te 's-Hertogenbosch met een ander of

anderen, op of aan de openbare weg, de Klokkenlaan, in elk geval op of aan een

openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5], welk geweld bestond uit het schoppen tegen het lichaam van

die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of het slaan tegen het hoofd van die [slachtoffer 4] en/of

[slachtoffer 5] en/of het duwen tegen de fiets en/of het lichaam van die [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5]; (delict 8)

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 november 2012 te 's-Hertogenbosch tezamen en in

verening met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend

twee/een perso(o)n(en) (te weten [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), een schop

tegen het lichaam heeft gegeven en/of een klap tegen het hoofd heeft gegeven

en/of een duw tegen de fiets en/of het lichaam van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]

heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn

heeft/hebben ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4. 844205/12

ter berechting gevoegd

hij op of omstreeks 23 oktober 2012 te 's-Hertogenbosch opzettelijk beledigend

(een) ambtena(a)r(en), te weten[slachtoffer 6], hoofdagent van

Politieregio Brabant-Noord en/of [slachtoffer 7], agent van Politieregio

Brabant-Noord, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van

zijn/haar/hun bediening, te weten met noodsurveillance belast in diens/dier

tegenwoordigheid meermalen althans eenmaal mondeling heeft toegevoegd de

woorden "kankerwouten", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of

strekking;

(artikel 267 juncto artikel 266 Wetboek van Strafrecht)

Art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Art 267 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

5. 950333-13

ter berechting gevoegd

hij op of omstreeks 14 maart 2013 te 's-Hertogenbosch opzettelijk niet heeft

voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 172 a van de

Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door

de Burgemeester van de gemeente 's-Hertogenbosch, die was belast met de

uitoefening van enig toezicht en/of die was belast met en/of bevoegd verklaard

tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, immers heeft

verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen,

althans van hem had gevorderd zich in de periode van 7 januari 2013 tot en met

7 april 2013 niet in eht gebeid te begeven dat wordt begrensd door De

Bokkelaren, De Baken, De Hambakenwetering, Hambakenweg, Het Wielsem, Sint

Teunislaan en Klokkenlaan, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

Art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6. 850339-13

ter berechting gevoegd

hij op of omstreeks 05 februari 2013 te 's-Hertogenbosch aanwezig heeft gehad

ongeveer 0,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van niet meer dan 30 gram

hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die

wet;

art 3 ahf/onder C Opiumwet

7. 850431-13

ter berechting gevoegd

hij op of omstreeks 26 maart 2013 te 's-Hertogenbosch opzettelijk niet heeft

voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 172 a van de

Gemeentewet, in elk geval krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door

Burgemeester, die was belast met de uitoefening van enig toezicht en/of die

was belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van

strafbare feiten, immers heeft verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze

ambtenaar hem had bevolen, althans van hem had gevorderd zich niet te begeven

binnen het gebied dat wordt begrensd door de straten De Bokkelaren, De Baken,

De Hambakenwetering, Hambakenweg, Het Wielsum, Sint Teunislaan, Klokkenlaan en

de Bokkelaren, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering;

art 184 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

ten aanzien van feit 1:

De officier van justitie is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard op grond van de aangifte en de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4].

De raadsvrouwe is van oordeel dat verdachte bij gebreke van voldoende overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken en overweegt daartoe als volgt.

Uit de diverse verklaringen van de medeverdachten komen wel sterke aanwijzingen naar voren dat verdachte betrokken was bij de heling van de scooter, maar kan de rol van verdachte bij de diefstal onvoldoende worden vastgesteld.

ten aanzien van feit 2:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsvrouwe niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken en overweegt daartoe als volgt.

Uit de verklaring van aangeefster en uit de diverse verklaringen van de medeverdachten kan de rol van verdachte bij die openlijke geweldpleging onvoldoende worden vastgesteld. De rechtbank stelt vast dat verdachte aanwezig was en ook dat hij de geweldshandelingen van medeverdachten tegen het slachtoffer heeft gezien en niet heeft ingegrepen. Verdachte verklaart echter zelf dat hij op enige afstand van de groep stond. Uit de verklaringen van de medeverdachten en het overige bewijs kan niet worden afgeleid dat verdachte door eigen handelingen of door getalsmatige versterking van de groep een significante en wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld.

ten aanzien van feit 3:

De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsvrouwe niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken en overweegt daartoe als volgt.

Uit de verklaringen van aangevers en uit de verklaringen van de medeverdachten kan de rol van verdachte bij de hier bedoelde openlijke geweldpleging onvoldoende worden vastgesteld. De verklaringen van verdachte, afgelegd bij de politie op 5 en 6 december 2012 (p. 213 en 215 van het politiedossier) kunnen niet voor het bewijs worden gebezigd nu verdachte daarin kennelijk verklaart over een ander voorval dan hier is tenlastegelegd.

Bewijs

ten aanzien van feit 4:

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard als na te melden, op grond van het relaas van verbalisanten[slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] 1 en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie 2 en ter terechtzitting van 23 september 2013 3.

ten aanzien van feit 5:

De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard als na te melden, op grond van het relaas van verbalisanten[verbalisant 1] en [verbalisant 2] 4, het gebiedsverbod van de burgemeester A.G.J.M. Rombouts 5 en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie 6 en ter terechtzitting van 23 september 2013 7.

ten aanzien van feit 6:

De rechtbank is, met de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard als na te melden, op grond van het relaas van verbalisanten[verbalisant 3] en[verbalisant 1] 8, het relaas van verbalisant[verbalisant 1] 9 en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie 10 en ter terechtzitting van 23 september 2013 11.

ten aanzien van feit 7:

De rechtbank is van oordeel dat dit feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard als na te melden, op grond van het relaas van verbalisant[verbalisant 1] 12, het gebiedsverbod van de burgemeester A.G.J.M. Rombouts 13 en de bekennende verklaring van verdachte bij de politie 14 en ter terechtzitting van 23 september 2013 15.

Ten aanzien van feit 5 en 7 overweegt de rechtbank nog dat de burgemeester bevoegd is tot het bevelen/opleggen van een gebiedsverbod als het onderhavige, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoals hier het geval was. Er was immers sprake van ernstige verstoring van de maatschappelijke orde en er heerste onrust, waarbij op verdachte een ernstige verdenking rustte als een van de veroorzakers. Verdachte heeft aan het bevel geen gevolg gegeven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

4.

op 23 oktober 2012 te 's-Hertogenbosch opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten[slachtoffer 6], hoofdagent van Politieregio Brabant-Noord en [slachtoffer 7], agent van Politieregio Brabant-Noord, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van

hun bediening, te weten met noodsurveillance belast, in dier tegenwoordigheid meermalen mondeling heeft toegevoegd het woord "kankerwouten".

5.

op 14 maart 2013 te 's-Hertogenbosch opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 172 a van de Gemeentewet gedaan door de Burgemeester van de gemeente 's-Hertogenbosch, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft

verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen zich in de periode van 7 januari 2013 tot en met 7 april 2013 niet in het gebied te begeven dat wordt begrensd door De Bokkelaren, De Baken, De Hambakenwetering, Hambakenweg, Het Wielsem, Sint Teunislaan en Klokkenlaan, geen gevolg gegeven aan dit bevel.

6.

op 05 februari 2013 te 's-Hertogenbosch aanwezig heeft gehad ongeveer 0,3 gram

hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

7.

op 26 maart 2013 te 's-Hertogenbosch opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel, krachtens artikel 172 a van de Gemeentewet gedaan door de Burgemeester van de gemeente 's-Hertogenbosch, die was belast met de uitoefening van enig toezicht, immers heeft

verdachte toen en daar opzettelijk, nadat deze ambtenaar hem had bevolen zich in de periode van 7 januari 2013 tot en met 7 april 2013 niet in het gebied te begeven dat wordt begrensd door De Bokkelaren, De Baken, De Hambakenwetering, Hambakenweg, Het Wielsem, Sint Teunislaan, Klokkenlaan en de Bokkelaren, geen gevolg gegeven aan dit bevel.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist vrijspraak voor de feiten 2 en 3. Ten aanzien van de feiten 1 en 4 tot en met 7 eist de officier van justitie een taakstraf van 80 uur, subsidiair 40 dagen jeugddetentie, met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering. De officier van justitie betrekt daarbij de ernst van de feiten alsmede de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Tot slot eist de officier van justitie dat de benadeelde partij ten aanzien van feit 1 niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vordering.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft verzocht aan haar cliënt geen (voorwaardelijke) jeugddetentie op te leggen. Haar voorstel is om een gedeeltelijk voorwaardelijke werkstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering. Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsvrouwe bepleit om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belediging, overtreding van de Opiumwet en twee keer een overtreding van een gebiedsverbod. Door die belediging heeft verdachte de eer en de goede naam van de betreffende verbalisanten aangetast en door het tot tweemaal toe opzettelijk overtreden van het gebiedsverbod heeft verdachte een bevel van de burgemeester herhaaldelijk naast zich neergelegd. Verder is het is algemeen bekend dat hennep schade toebrengt aan de gezondheid van met name jonge gebruikers, zodat ook het voorhanden hebben van een kleine hoeveelheid door verdachte strafwaardig is.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij, evenals zijn moeder, op een positieve wijze hebben meegewerkt aan de MST-behandeling.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, verdachte ook zal vrijspreken van feit 1 en de rechtbank voorts van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank ziet om die reden ook geen termen aanwezig voor het opleggen van een voorwaardelijke jeugddetentie.

Voor de door de verdediging voorgestelde toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht ten aanzien van feit 6 ziet de rechtbank geen aanknopingspunten.

De rechtbank zal de taakstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal na te noemen bijzondere voorwaarde worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1).

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal, nu de vordering niet wordt toegewezen, de benadeelde partij veroordelen in de kosten van verdachte. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 184, 266, 267 en

Opiumwet art. 3 en 11.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 primair, 2 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven en de overtreding:

t.a.v. feit 4 de misdrijven:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar

gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,

meermalen gepleegd.

t.a.v. feit 5 het misdrijf:

Opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan

door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

t.a.v. feit 6 de overtreding:

Handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

t.a.v. feit 7 het misdrijf:

Opzettelijk niet voldoen aan een bevel, krachtens wettelijk voorschrift gedaan

door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf:

t.a.v. feit 4, feit 5, feit 6, feit 7:

een werkstraf voor de duur van 80 uren subsidiair 40 dagen jeugddetentie met aftrek

overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 40 uren subsidiair 20

dagen jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te

verrichten arbeid.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar

feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan

het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld

in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa

van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder

begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd

gedraagt naar de aanwijzingen hem in het kader van de jeugdreclassering te

geven door of namens het Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant, Wal 20, 5611 GG

Eindhoven.

Verleent opdracht aan genoemd bureau om aan de veroordeelde terzake van de

naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

t.a.v. feit 1:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden

begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M. Lammers, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier,

en is uitgesproken op 7 oktober 2013.

Mr. Verheggen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Relaas verbalisanten[slachtoffer 6] en [slachtoffer 7], p. 3 en 4 van het politiedossier in de zaak met parketnummer 844205-12.

2 Verklaring verdachte bij de politie, p. 7 tot en met 9 van dit politiedossier.

3 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal ter terechtzitting van 23 september 2013.

4 Relaas verbalisanten[verbalisant 1] en [verbalisant 2], p. 3 van het politiedossier in de zaak met parketnummer 850333-13.

5 Gebiedsverbod van de burgemeester, p. 5 tot en met 9 van dit politiedossier.

6 Verklaring verdachte bij de politie, p. 4 van dit politiedossier.

7 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal ter terechtzitting van 23 september 2013.

8 Relaas verbalisanten[verbalisant 3] en[verbalisant 1], p. 3 van het politiedossier in de zaak met parketnummer 850339-13

9 Relaas verbalisant[verbalisant 1], p. 14 van dit politiedossier.

10 Verklaring verdachte bij de politie, p. 7 van dit politiedossier.

11 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal ter terechtzitting van 23 september 2013.

12 Relaas verbalisanten[verbalisant 1], p. 1 van het politiedossier in de zaak met parketnummer 850431-13.

13 Gebiedsverbod van de burgemeester, p. 11 tot en met 15 van dit politiedossier.

14 Verklaring verdachte bij de politie, p. 3 van dit politiedossier.

15 Verklaring verdachte ter terechtzitting, proces-verbaal ter terechtzitting van 23 september 2013.