Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5463

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
02-10-2013
Datum publicatie
03-10-2013
Zaaknummer
SHE 13/4262, 13/4264, 13/4265
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. Wabo. Bor. Omgevingsvergunning. Evenementenvergunning.

Niet in geschil is dat de onder 1.4 genoemde evenementen moeten worden aangemerkt als evenementen in de zin van artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor. Evenzo staat vast dat het college ten behoeve van deze evenementen op het Kerkplein geen omgevingsvergunningen (als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo) heeft verleend. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft de vertegenwoordiger van het college verklaard dat bij verlening van de onder 1.4 genoemde evenementen de vraag aan de orde is geweest of ook omgevingsvergunningen ten behoeve van die evenementen waren vereist, maar dat het college heeft gemeend dat daarvoor geen noodzaak aanwezig was, omdat de planologische uitstraling van die evenementen bijzonder gering was, terwijl bovendien het ontwerp-bestemmingsplan ‘Evenementen’ ter inzage had gelegen en aldus concreet zicht op legalisatie bestond. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft de vertegenwoordiger van het college verklaard dat voor de onder 1.4 genoemde evenementen een omgevingsvergunning had moeten worden verleend.

Het argument van het college om van het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen af te zien vanwege de geringe planologische uitstraling van die evenementen, miskent dat artikel 4 van Bijlage II van het Bor nu juist het oog heeft op planologische kruimelgevallen. Het argument van het college dat het ontwerp-bestemmingsplan ‘Evenementen’ ter inzage had gelegen en aldus concreet zicht op legalisatie bestond, duidt erop dat sprake was van een met het bestemmingsplan strijdig gebruik en miskent dat juist artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2°, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor het college de bevoegdheid verleent om in die situatie een omgevingsvergunning te verlenen. Ondanks dat verzoekers, zoals zij ter zitting van de voorzieningenrechter onweersproken hebben gesteld, in hun bezwaar tegen de verleende evenementenvergunningen voor Carnaval en het IJsfeest reeds nadrukkelijk op de noodzaak van een omgevingsvergunning hebben gewezen, heeft het college er bewust voor gekozen ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen geen omgevingsvergunning te verlenen en is het college aldus bewust voorbijgegaan aan de belangen van een goede ruimtelijke ordening in het algemeen en de belangen van verzoekers in het bijzonder. De opvatting van het college dat het desondanks toch bevoegd was om ten behoeve van de evenementen op 5 en 6 oktober 2013 een omgevingsvergunning te verlenen omdat dat het eerste evenement is waarvoor het college in 2013 een omgevingsvergunning heeft verleend, miskent de feitelijke situatie dat ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen wel een omgevingsvergunning had moeten worden verleend en gaat dus wederom voorbij aan de belangen van een goede ruimtelijke ordening en de belangen van verzoekers. Bij deze stand van zaken was het college op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2°, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor niet meer bevoegd ten behoeve van de evenementen op 5 en 6 oktober 2013 een omgevingsvergunning te verlenen.

Wetsverwijzingen
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, geldigheid: 2013-10-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummers: SHE 13/4262, 13/4264 en 13/4265

uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 oktober 2013 op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen

[verzoekers] te[woonplaats], (verzoekers)

(gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Son en Breugel, (college),
(gemachtigden: mr. P. van den Berg en R. Spapens),

en

de burgemeester van de gemeente Son en Breugel, (burgemeester),

(gemachtigden: mr. P. van den Berg en R. Spapens).

Als derde-partij heeft aan de gedingen deelgenomen: de Stichting Giggut Events (Stichting), te Son en Breugel.

Procesverloop

De omgevingsvergunning

Bij besluit van 6 augustus 2013 heeft het college aan de Stichting een omgevingsvergunning verleend om in afwijking van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan ‘Son Centrum’ op 5 en 6 oktober 2013 het Kerkplein te Son te gebruiken voor het organiseren van een Oktoberfest/Frühschoppen.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer SHE 13/4264.

Bij brief van 19 september 2013 heeft het college een reactie ingediend op het verzoek.

De evenementenvergunningen

Bij besluit van 24 april 2013 heeft de burgemeester aan de Stichting een evenementenvergunning verleend voor het houden van een zogeheten ‘Oktoberfest’ op zaterdag 5 oktober 2013.

Bij besluit van 13 augustus 2013 heeft de burgemeester het bezwaar van verzoekers ongegrond verklaard.

Verzoekers hebben tegen dit besluit beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer SHE 13/4262.

Bij besluit van 16 juli 2013 heeft de burgemeester aan de Stichting een aanvulling op de eerder verleende evenementenvergunning verstrekt ten behoeve van het zogeheten ‘Frühschoppen’ op zondag 6 oktober 2013.

Verzoekers hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is geregistreerd onder nummer SHE 13/4265.

Bij brief van 19 september 2013 heeft de burgemeester gereageerd op de verzoeken.

Het onderzoek ter zitting van de drie verzoeken heeft gevoegd plaatsgevonden op
25 september 2013. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Het college en de burgemeester hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Voor de Stichting is verschenen [naam].

Overwegingen

1.

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1

Het woonhuis van verzoekers is gelegen in de onmiddellijke omgeving van het Kerkplein te Son.

1.2

Het Kerkplein ligt in het plangebied van het bestemmingsplan “Son Centrum” (bestemmingsplan) en is daarin bestemd als “Verkeer”en “Waarde-Archeologie 1”. Bij uitspraak van 23 mei 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BW6332) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State – kort gezegd – geoordeeld dat het mede bestemmen van de voor “Verkeer” aangewezen gronden voor verblijf niet betekent dat op basis van het plan ter plaatse van die bestemming het houden van evenementen is toegestaan.

1.3

Het Kerkplein is in het ‘Evenementenbeleid 2009 van de gemeente Son en Breugel’ (Evenementenbeleid) als evenemententerrein aangewezen.

1.4

De burgemeester heeft in ieder geval ten behoeve van de volgende op het Kerkplein in 2013 plaatsgevonden evenementen een evenementenvergunning verleend:

  • -

    IJsfeest 2012/2013 van 10 december 2012 tot en met 6 januari 2013;

  • -

    Carnaval van 14 januari tot en met 13 februari 2013;

  • -

    Kermis van 14 juni tot en met 18 juni 2013;

  • -

    Towerfestival op 23 juni 2013.

1.5

Verweerder heeft op 24 april 2013 aan de Stichting een evenementenvergunning verleend voor het houden van een Oktoberfest op zaterdag 5 oktober 2013. Het hoofdprogramma tussen 16.00 en 01.00 uur zal bestaan uit het optreden van een DJ, afgewisseld met live-muziek van de band ‘Die Powerhosen’.

1.6

Op 16 juli 2013 heeft de burgemeester een aanvullende evenementenvergunning verleend ten behoeve van het op het Oktoberfest aansluitende zogeheten ‘Frühschoppen’ op zondag 6 oktober 2013 tussen 11.00 en 21.00 uur. Het amusement zal bestaan uit het optreden van diverse blaaskapellen, die Duitse Schlagers ten gehore zullen brengen.

1.7

Ten behoeve van de evenementen zal op het Kerkplein te Son een feesttent van 20 bij 30 meter worden opgesteld, waarin 500 tot 1.000 gasten kunnen plaatsnemen. De opbouw en inrichting van de feesttent met toebehoren is gepland van donderdag 3 oktober 2013 om 08.00 uur tot zaterdag 5 oktober om 16.00 uur. Ingevolge een voorschrift opgenomen in de evenementenvergunningen bedraagt de maximale geluidsbelasting ter plaatse van gevoelige objecten van derden 70 dB(A).

1.8

Het houden van een Oktoberfest/Frühschoppen op het Kerkplein is in strijd met het bestemmingsplan. Om die reden heeft het college toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II, van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend.

2.

Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

3.

De voorzieningenrechter acht het belang van verzoekers bij het treffen van de gevraagde voorzieningen onder de gegeven omstandigheden voldoende spoedeisend.

4.

Het belang van verzoekers bij het treffen van de gevraagde voorzieningen dient in het kader van deze voorlopige voorzieningprocedures te worden afgewogen tegen het belang van het college, het belang van de burgemeester en het belang van de Stichting. Dit vereist een meer inhoudelijke beoordeling van de bestreden besluiten op basis van een voorlopige rechtmatigheidstoets. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank op geen enkele wijze in een eventuele bodemprocedure.

Omgevingsvergunning

5.

Verzoekers hebben aangevoerd dat het huidige bestemmingsplan niet voorziet in evenementen op het Kerkplein. Weliswaar bestaat op grond van artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor de mogelijkheid een omgevingsvergunning te verlenen voor gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan, maar in deze bepaling is dat strijdige gebruik beperkt tot een maximum van drie evenementen en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement. In 2013 hebben al vele, althans meer dan drie evenementen plaatsgevonden, zodat het college zich niet meer op dat artikel kan beroepen.

6.

Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het Oktoberfest het eerste evenement is waarvoor het college in 2013 een omgevingsvergunning heeft afgegeven. Het maximum van drie evenementen wordt volgens het college dan ook niet overschreden.

7.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

8.

Op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2°, van de Wabo kan – heel kort gezegd – de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen. Artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor, bepaalt – kort gezegd – dat voor verlening van een omgevingsvergunning, waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a sub 2°, van de wet van het bestemmingsplan wordt afgeweken, in aanmerking komt het gebruiken van gronden ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en een duur van ten hoogste vijftien dagen per evenement, het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen.

9.

Niet in geschil is dat de onder 1.4 genoemde evenementen moeten worden aangemerkt als evenementen in de zin van artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor. Evenzo staat vast dat het college ten behoeve van deze evenementen op het Kerkplein geen omgevingsvergunningen (als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo) heeft verleend. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft de vertegenwoordiger van het college verklaard dat bij verlening van de onder 1.4 genoemde evenementen de vraag aan de orde is geweest of ook omgevingsvergunningen ten behoeve van die evenementen waren vereist, maar dat het college heeft gemeend dat daarvoor geen noodzaak aanwezig was, omdat de planologische uitstraling van die evenementen bijzonder gering was, terwijl bovendien het ontwerp-bestemmingsplan ‘Evenementen’ ter inzage had gelegen en aldus concreet zicht op legalisatie bestond. Ter zitting van de voorzieningenrechter heeft de vertegenwoordiger van het college verklaard dat voor de onder 1.4 genoemde evenementen een omgevingsvergunning had moeten worden verleend.

10.

Het argument van het college om van het verlenen van een omgevingsvergunning ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen af te zien vanwege de geringe planologische uitstraling van die evenementen, miskent dat artikel 4 van Bijlage II van het Bor nu juist het oog heeft op planologische kruimelgevallen. Het argument van het college dat het ontwerp-bestemmingsplan ‘Evenementen’ ter inzage had gelegen en aldus concreet zicht op legalisatie bestond, duidt erop dat sprake was van een met het bestemmingsplan strijdig gebruik en miskent dat juist artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2°, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor het college de bevoegdheid verleent om in die situatie een omgevingsvergunning te verlenen. Ondanks dat verzoekers, zoals zij ter zitting van de voorzieningenrechter onweersproken hebben gesteld, in hun bezwaar tegen de verleende evenementenvergunningen voor Carnaval en het IJsfeest reeds nadrukkelijk op de noodzaak van een omgevingsvergunning hebben gewezen, heeft het college er bewust voor gekozen ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen geen omgevingsvergunning te verlenen en is het college aldus bewust voorbijgegaan aan de belangen van een goede ruimtelijke ordening in het algemeen en de belangen van verzoekers in het bijzonder. De opvatting van het college dat het desondanks toch bevoegd was om ten behoeve van de evenementen op 5 en 6 oktober 2013 een omgevingsvergunning te verlenen omdat dat het eerste evenement is waarvoor het college in 2013 een omgevingsvergunning heeft verleend, miskent de feitelijke situatie dat ten behoeve van de onder 1.4 genoemde evenementen wel een omgevingsvergunning had moeten worden verleend en gaat dus wederom voorbij aan de belangen van een goede ruimtelijke ordening en de belangen van verzoekers. Bij deze stand van zaken was het college op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a sub 2°, van de Wabo gelezen in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor niet meer bevoegd ten behoeve van de evenementen op 5 en 6 oktober 2013 een omgevingsvergunning te verlenen.

11.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is de conclusie dat het college de omgevingsvergunning in strijd met artikel 4, aanhef en onder 8, van Bijlage II van het Bor heeft verleend. Om die reden ziet de voorzieningenrechter aanleiding het besluit van
6 augustus 2013 waarbij het college aan de Stichting een omgevingsvergunning heeft verleend om in afwijking van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan ‘Son Centrum’ op 5 en 6 oktober 2013 het Kerkplein te Son te gebruiken voor het organiseren van een Oktoberfest/Frühschoppen te schorsen totdat zes weken zijn verstreken nadat het college op het bezwaar van verzoekers heeft beslist.

12.

Voor het opdragen van een preventieve last onder dwangsom aan het college, zoals verzoekers hebben verzocht, ziet de voorzieningenrechter in hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht geen aanleiding.

13.

Hetgeen verzoekers in deze procedure verder hebben aangevoerd behoeft geen bespreking meer.

14.

De voorzieningenrechter veroordeelt het college in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 472,- (1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

20.

Voorts zal de voorzieningenrechter hert college opdragen aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht, te weten € 160,- te vergoeden.

De evenementenvergunningen

15.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en bepaald ten aanzien van het verzoek om een voorlopige voorziening in de omgevingsvergunning, als ook op de nadrukkelijke toezegging van de vertegenwoordiger van het college en de burgemeester dat de evenementen op
5 en 6 oktober 2013 geen doorgang kunnen vinden indien de omgevingsvergunning wordt geschorst, bestaat geen grond meer voor toewijzing van de verzoeken die betrekking hebben op de evenementenvergunningen. Om die reden zal de voorzieningenrechter die verzoeken afwijzen.

16.

Wel acht de voorzieningenrechter termen aanwezig de burgemeester in de door verzoekers gemaakte proceskosten te veroordelen. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 944,- (1 punt voor het verschijnen ter zitting in de zaak 13/4262 en 1 punt voor het verschijnen ter zitting in de zaak 13/4265, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 1).

17.

Voorts zal de voorzieningenrechter de burgemeester opdragen aan verzoekers het door hen betaalde griffierecht van in totaal € 320,- (€ 160,- in de zaak 13/4262 en € 160,- in de zaak 13/4265) te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak SHE 13/4264 toe;

  • -

    schorst het besluit van het college van 6 augustus 2013, waarbij het college aan de Stichting een omgevingsvergunning heeft verleend om in afwijking van de gebruiksvoorschriften van het bestemmingsplan ‘Son Centrum’ op 5 en 6 oktober 2013 het Kerkplein te Son te gebruiken voor het organiseren van een Oktoberfest/Frühschoppen totdat zes weken zijn verstreken nadat het college op het bezwaar van verzoekers heeft beslist;

  • -

    wijst de verzoeken voor het overige af;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten tot een bedrag van € 472,- te betalen aan verzoekers;

  • -

    veroordeelt de burgemeester in de proceskosten tot een bedrag van € 944,- te betalen aan verzoekers;

  • -

    draagt het college op het betaalde griffierecht van € 160,- aan verzoekers te vergoeden;

  • -

    draagt de burgemeester op het betaalde griffierecht van € 320,- aan verzoekers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Venekamp, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. drs. J.J.M. Goosen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
2 oktober 2013.

De griffier is buiten staat deze uitspraak

mede te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.