Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5454

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-09-2013
Datum publicatie
04-10-2013
Zaaknummer
01/825530-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging tijdelijke opname terbeschikkinggestelde met voorwaarde ex artikel 509jbis Sv. met 7 weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/825530-11

Uitspraakdatum: 20 september 2013

Beslissing op de vordering tot verlenging van de tijdelijke opname terbeschikkinggestelde met voorwaarden ex artikel 509jbis van het Wetboek van Strafvordering.

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

thans verblijvende in [kliniek 1],

hierna de terbeschikkinggestelde.

Het onderzoek van de zaak.

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de rechtbank van 31 januari 2013 onder bovenstaand parketnummer is aan [terbeschikkinggestelde] terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd waarbij onder meer de voorwaarde is gesteld dat terbeschikkinggestelde zich op laat nemen in [kliniek 2] en zich houdt aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur worden gegeven. Op 2 april 2013 is terbeschikkinggestelde aldaar opgenomen.

Op 26 juli 2013 heeft de reclassering een advies opgemaakt waarin de reclassering stelt dat terbeschikkinggestelde zich niet heeft gehouden aan de voorwaarde dat hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling in [kliniek 2] door of namens de (geneesheer-)directeur zullen worden gegeven, nu terbeschikkinggestelde weigert mee te werken aan behandeling. Voorts concludeert de reclassering in voornoemd advies dat [kliniek 2] juridisch gezien niet de mogelijkheden heeft om verdachte die behandeling te bieden die noodzakelijk is.

Bij beslissing van 8 augustus 2013 heeft de rechtbank de vordering van de officier van justitie op grond van artikel 509jbis van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot tijdelijke (crisis)opname van terbeschikkinggestelde voor de duur van maximaal zeven weken, toegewezen.

Op 12 augustus 2013 is terbeschikkinggestelde in het kader van crisisplaatsing in [kliniek 1] geplaatst. Op 19 september 2013 heeft de rechtbank een advies van de reclassering ontvangen. De reclassering geeft aan dat de huidige begrenzende en beschermde maatregelen dienen te worden voortgezet. In opdracht van het Openbaar Ministerie heeft de reclassering terbeschikkinggestelde aangemeld bij IFZ voor een “spoedindicatie voor herplaatsing” in een instelling waar de noodzakelijke begrenzende en beschermde maatregelen toegepast mogen worden. Indien door IFZ voor de zittingsdatum geen indicatie voor herplaatsing wordt afgegeven, adviseert de reclassering de verlenging van de crisisplaatsing in [kliniek 1] voor een periode van zeven weken.

Bij vordering van 9 september 2013 heeft de officier van justitie om verlenging van de tijdelijke (crisis)opname met een termijn van zeven weken verzocht. De behandeling van deze vordering is aangehouden ter terechtzitting van de rechtbank d.d. 13 september 2013 en inhoudelijk behandeld ter terechtzitting van 20 september 2013. Hierbij zijn de officier van justitie, de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman en getuige-deskundige I. Vlottes gehoord.

Ontvankelijkheid.

De raadsman is van mening dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in de vordering tot verlenging van de crisisopname. De vordering wordt te laat ter terechtzitting behandeld. Volgens de raadsman is de in de wet genoemde termijn van drie dagen dwingend en reeds verstreken.

De rechtbank verwerpt het betoog van de raadsman. De rechtbank overweegt dat de vordering van de officier van justitie zo spoedig en voortvarend mogelijk ter terechtzitting is behandeld. Bovendien heeft de officier van justitie de vordering tot verlenging van de tijdelijke opname ruim voor afloop van de lopende termijn van zeven weken ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank is er in elk geval geen sprake van het opzettelijk of met grove veronachtzaming van de belangen van betrokkene schenden van belangen van terbeschikkinggestelde, een voorwaarde om te kunnen komen tot een niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.

Beoordeling.

Ter terechtzitting is gebleken dat er door IFZ nog geen indicatie voor herplaatsing van terbeschikkinggestelde is afgegeven. Uit het d.d. 19 september 2013 ontvangen advies van de reclassering en de gegeven toelichting daarop door de getuige-deskundige blijkt dat [kliniek 1] nog steeds de noodzakelijke behandeling aan terbeschikkinggestelde behoort te bieden, mede gelet op de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. De officier van justitie persisteert daarom ter terechtzitting bij de gedane vordering tot verlenging van de tijdelijke opname voor de duur van maximaal zeven weken.

De rechtbank overweegt dat uit voornoemd advies van de reclassering en het onderzoek ter terechtzitting volgt de behandeling van terbeschikkinggestelde in [kliniek 1] goed verloopt. Het toestandsbeeld van terbeschikkinggestelde is gestabiliseerd. De rechtbank acht het daarom van belang dat gelet op de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen ter beschikking gestelde in [kliniek 1]zal verblijven in afwachting van de indicatie voor herplaatsing door IFZ. De rechtbank zal dan ook de vordering tot verlenging van de tijdelijke opname van terbeschikkinggestelde voor duur van zeven weken toewijzen.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38b van het Wetboek van Strafrecht en 509jbis van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

De rechtbank:

- Verlengt de termijn van de tijdelijke opname van terbeschikkinggestelde [terbeschikkinggestelde] in [kliniek 1] voor de duur van maximaal zeven weken.

Deze beslissing is gegeven door:

mr. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. E.W. van den Heuvel en mr. S.J.W. Hermans, leden,

in tegenwoordigheid van mr. B.J. van Vugt-Jansen griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 september 2013.