Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5245

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-09-2013
Datum publicatie
25-09-2013
Zaaknummer
01/849400-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. De TBS is op 22 maart 2013 al met één jaar verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/849400-06

Uitspraakdatum: 25 september 2013

Beslissing voorwaardelijk einde verpleging van overheidswege

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1984],

verblijvende in [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 15 februari 2008 is betrokkene

ter beschikking gesteld.

Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van

22 maart 2013 met één jaar verlengd.

Bij die beslissing van 22 maart 2013 heeft de rechtbank bovendien bepaald dat Reclassering Nederland een rapport dient op te maken over de vraag of de verpleging van ter beschikking gestelde voorwaardelijk kan worden beëindigd en zo ja, onder welke voorwaarden. Dit naar aanleiding van het advies van twee onafhankelijk gedragsdeskundigen die bij de verlenging terbeschikkingstelling overeenkomstig artikel 509o, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, de zogenaamde zesjaarsrapportage hebben uitgebracht. Beide Pro Justitia rapporteurs adviseren de verpleging van ter beschikking gestelde onder voorwaarden te beëindigen. De rechtbank achtte het noodzakelijk voor de vorming van haar eindoordeel zich daartoe nader te doen voorlichten over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de ter beschikking gestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden. Overeenkomstig het gestelde in artikel 509t, vijfde lid van het Wetboek van Strafvordering heeft de rechtbank de beslissing omtrent voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor onbepaalde tijd (voor maximaal drie maanden) aangehouden.

Ter terechtzitting van 13 juni 2013 en 19 juli 2013 is de behandeling aangehouden omdat het maatregelrapport van de Reclassering nog niet gereed was.

Op 9 september 2013 heeft mw. H.M.G. Siemeling van Reclassering Limburg een adviesrapportage geschreven. Zij ziet geen bezwaar om de terbeschikkingstelling met dwangverpleging om te zetten in een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, met inachtneming van de in het maatregelenrapport geformuleerde voorwaarden. In dit maatregelenrapport zijn behalve de algemene voorwaarden ook bijzondere voorwaarden gesteld waarop en waaronder de begeleiding van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van ter beschikking gestelde gestalte zal moeten krijgen.

Ter openbare terechtzitting van 12 september 2013 heeft deze rechtbank de vraag of de verpleging van ter beschikking gestelde al dan niet voorwaardelijk kan worden beëindigd behandeld. Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundige mw. A. Verhaert van [kliniek], de deskundige mw. H.M.G. Siemeling van Reclassering Limburg en de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman gehoord.

De deskundige mw. A.M. Verhaert geeft op vragen van de voorzitter van de rechtbank aan

dat zij blijft bij haar ter terechtzitting van 22 maart 2013 ingenomen standpunt. Zij vindt het risico te groot om nu de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen. Zonder proefverlof is de overgang van een volledig gesloten setting naar een terbeschikkingstelling met voorwaarden veel te groot.

De deskundige mw. H.M.G. Siemeling heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij haar uitgebrachte adviesrapport.

De officier van justitie vindt het geen verantwoorde stap als de verpleging van overheidswege van ter beschikking gestelde nu voorwaardelijk wordt beëindigd.

De raadsman heeft de rechtbank verzocht het advies van de Pro Justitia rapporteurs te volgen en de adviesrapportage van de deskundige mw. H.M.G. Siemeling van Reclassering Limburg over te nemen.

De ter beschikking gestelde heeft zich bereid verklaard tot naleving van de in het adviesrapport gestelde voorwaarden.

De rechtbank verenigt zich, in weerwil van hetgeen de deskundige mw. A.M. Verhaert en de officier van justitie ter openbare terechtzitting hebben aangevoerd, met het advies van de Pro Justitia rapporteurs psychiater Van Panhuis en forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke, zoals nader uitgewerkt in het Reclasseringsadvies. De rechtbank is onder de gegeven omstandigheden van oordeel dat onder de hierna te noemen voorwaarden de verpleging van overheidswege van ter beschikking gestelde voorwaardelijk dient te worden beëindigd.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Beide Pro Justitia rapporteurs geven aan dat er wat hen betreft geen sprake is van psychopathie bij ter beschikking gestelde en dat het wenselijk is dat ter beschikking gestelde voor zijn identiteits- en borderline problematiek niet in een gesloten klinische setting verder wordt behandeld. Het belang van werk of opleiding en het monitoren/coachen van relaties buiten de muren van een kliniek wordt benadrukt. Op grond van voornoemde Pro Justitia rapportages en het Reclasseringsadvies acht de rechtbank een voorwaardelijke beëindiging thans aan de orde en verantwoord.

Voorts heeft bij de afweging van de betrokken belangen een rol gespeeld; de lange duur van het tot nu toe ondergane traject van de terbeschikkingstelling en het gegeven dat het De Rooyse Wissel de afgelopen twee jaar niet is gelukt een goede behandelrelatie met ter beschikking gestelde op te bouwen.

Gezien de artikelen: 38, 38a, 38d, 38g en 38h van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING.

De rechtbank.

Beëindigt de verpleging van overheidswege voorwaardelijk voor de duur van het gegeven bevel tot terbeschikkingstelling.

Stelt daarbij als algemene voorwaarde, dat de ter beschikking gestelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Stelt daarbij tevens als bijzondere voorwaarden:

1.

Ter beschikking gestelde stelt zich voor de reclassering controleerbaar op en geeft toestemming aan de reclassering om contact te hebben met alle personen en instellingen die in deze voorwaarden met name worden genoemd. Tevens geeft hij aan deze personen/instellingen toestemming om informatie uit te wisselen met de reclassering.

2.

Ter beschikking gestelde zal zich niet schuldig maken aan strafbare feiten.

3.

Ter beschikking gestelde gaat aan en onderhoudt reclasseringscontact met een door de reclassering te Roermond toegewezen reclasseringswerker. De contactfrequentie bestaat bij aanvang uit wekelijkse gesprekken met de toezichthouder en minimaal maandelijks een huisbezoek en kan op initiatief van de reclassering op een later tijdstip eventueel bijgesteld worden. Hij houdt zich aan de aanwijzingen en richtlijnen van de reclassering en hij werkt mee aan de controles die gehanteerd worden.

4.

Ter beschikking gestelde bespreekt zijn dagelijks functioneren en stelt zich begeleidbaar naar hulpverleners op. Tevens geeft hij inzicht in zijn nieuwe contacten binnen zijn netwerk. Ter beschikking gestelde is transparant betreft het aangaan van relaties. Hij stelt zich coachbaar op indien hij een nieuwe relatie aangaat.

5.

Ter beschikking gestelde verleent medewerking aan behandeling bij een (forensisch) ambulant geestelijk gezondheidscentrum en hij werkt mee aan individuele psychotherapie en begeleiding door GGzE De Omslag of een andere soortgelijke instelling zolang de behandelaar dat noodzakelijk acht.

6.

Ter beschikking gestelde gebruikt volgens afspraakgeen alcohol en drugs. Hij werkt mee aan eventuele urine, blaas- of bloedcontroles. De frequentie wordt bepaald door de reclassering.

7.

Ter beschikking gestelde mag zich niet buiten een straal van 20 kilometer vanaf de grens van Nederland in Duitsland en België bevinden.

8.

Ter beschikking gestelde verleent medewerking aan een forensisch psychiatrisch toezicht zolang dit door Reclassering Roermond nodig geacht wordt. Bij noodzakelijke interventies, zoals terugplaatsing time-out in de kliniek (Rooyse Wissel) bij crisis, verleent ter beschikking gestelde zijn medewerking.

9.

Ter beschikking gestelde heeft dagbesteding in de vorm van werk of scholing.

10.

Ter beschikking gestelde vestigt zich in eerste instantie bij zijn vader en stiefmoeder aan de[adres] te [plaats]. Wijzigingen in de woonsituatie worden vooraf met de reclassering besproken en volgen na overleg en na goedkeuring van de reclassering.

11.

Ter beschikking gestelde werkt mee aan elektronische controle middels GPS voor zolang de reclassering dit nodig acht. Hierbij zal Grave als verboden gebied worden aangemerkt.

12.

Ter beschikking gestelde neemt geen contact op met het slachtoffer zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Geeft de Reclassering opdracht de ter beschikking gestelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

Deze beslissing is gegeven door

mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, voorzitter,

mr. J.M.P. Willemse en mr. N.M. Spelt, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 september 2013.