Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5198

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
24-09-2013
Zaaknummer
01/833075-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Internationaal publiekrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging PIJ-maatregel met één jaar. Indexdelict: Poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/833075-10

Beslissing verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Beslissing in de zaak van de veroordeelde:

[veroordeelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1994],

verblijvende [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 8 september 2011 is de veroordeelde voornoemd geplaatst in een inrichting voor jeugdigen.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 6 augustus 2013, strekt tot verlenging van de termijn van plaatsing van voornoemde veroordeelde voor de duur van 12 maanden.

Deze vordering is behandeld op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2013.

Daarbij zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn vader en de raadsman en de getuige-deskundige gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het verlengingsadvies van drs. B. Versantvoort, gedragswetenschapper en mr. J. van der Geest, directeur van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, d.d. 5 juli 2013;

- de omtrent de geplaatste veroordeelde gehouden wettelijke aantekeningen over de periode 24 februari 2013 tot 5 juni 2013;

- het verslag gezinsbehandeling d.d. 14 februari 2013 over de periode 19 november 2012 tot en met 14 februari 2013;

De beoordeling.

De vordering is tijdig ingediend.

De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is toegepast terzake poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, mishandeling en handelen in strijd met artikel 26, tweede lid Leerplichtwet 1969..

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Terugkijkend op de afgelopen periode van behandeling kan geconcludeerd worden dat [veroordeelde] met betrekking tot de problematiek waarvoor in aanleg de PIJ-maatregel opgelegd is, een positieve ontwikkeling doormaakt. Gedurende de behandeling binnen de PIJ-maatregel heeft [veroordeelde] diverse vaardigheden geleerd en is er middels diverse vormen van behandeling en begeleiding gewerkt aan intrapsychische verandering. [veroordeelde] heeft gewerkt aan het generaliseren van nieuw aangeleerde vaardigheden naar meer ongestructureerde situaties en heeft geleerd hierbij verantwoordelijkheid te nemen voor eigen gedrag en juiste keuzes te maken. Middels de bewerking van de sociaal/contextuele factoren is gewerkt aan het creëren van stabiliteit en structuur in het dagelijks leven van [veroordeelde], die zodoende eveneens zorgen voor afname van het recidiverisico en op sommige punten zelfs een beschermende waarde krijgen. De stabiliteit en structuur die contextuele factoren momenteel bieden vormen een belangrijk punt die de uiting van nog aanwezige problematiek in de vorm van gevoeligheid voor krenking, egocentrisme en het bagatelliseren van eigen aandeel in situaties doet verminderen en zodoende de kans op recidiverisico doen verminderen. Het verminderd empatisch vermogen blijft eveneens zichtbaar gedurende de behandeling en lijkt moeilijk bewerkbaar te zijn.

Middels de ingezette aanpak op de groep zal verder gewerkt worden aan bovenstaande punten en leerdoelen. Parallel hieraan zal het verloftraject zoals reeds vormgegeven voortgezet en wellicht uitgebreid worden. Verantwoordelijkheid nemen voor eigen gedrag en initiatief nemen binnen eigen traject zullen in de komende periode centraal staan. [veroordeelde] zal moeten laten zien dat hij weet wat er van hem verwacht wordt en zal actief hierop in moeten spelen. Er wordt verwacht dat [veroordeelde] niet meer aangesproken hoeft te worden op zaken die van hem verwacht worden, bijvoorbeeld in het kader van verlofplanning en verlofevaluatie. Ook zal [veroordeelde] zich verantwoordelijk moeten tonen met betrekking tot het op tijd terugkeren naar de inrichting en het daaraan gekoppelde contact dat hij dient te onderhouden met de inrichting. In de komende periode zal bezien worden hoe [veroordeelde] omgaat met deze verantwoordelijkheden. Wanneer [veroordeelde] in staat is dit structureel vol te houden en een positieve ontwikkeling laat zien met betrekking tot zijn overige behandeldoelen zal uitbreiding in de vorm van school/werkverlof en daarna eventueel meerdaagsverlof plaatsvinden. Daarnaast zal monitoring van eventueel drugsgebruik door regelmatige urinecontroles aanwezig blijven. Van [veroordeelde] wordt verwacht dat hij zijn medewerking verleent aan de controles en het weigeren van medewerking zal eenzelfde consequenties hebben als wanneer sprake is van een positieve urinecontrole. In het verlofplan staat beschreven welke consequenties hieraan gekoppeld zijn. Daarnaast zal [veroordeelde] moeten blijven werken aan de individuele behandeldoelen zoals beschreven in perspectiefplan 7.

Wanneer [veroordeelde] de positieve lijn door kan blijven zetten zal toegewerkt gaan worden naar een STP startend in het eerste kwartaal van 2014.

[veroordeelde] zit momenteel in de eerste termijn van zijn PIJ-maatregel, welke afloopt in september 2013. Afhankelijk van de voortgang van de behandeling zal het traject van [veroordeelde] stapsgewijs uitgebreid worden. In eerste instantie zal de behandeling nog vanuit de geslotenheid vormgegeven gaan worden. Een uitbreiding van verlof in de vorm van school/werkverlof en daarna eventueel overnachting bij vader zal bij een positief verloop van het huidige traject in de laatste periode van 2013 ingezet gaan worden. Eveneens zullen in die periode voorbereidingen in het kader van STP gemaakt worden. Wanneer [veroordeelde] de positieve lijn door kan blijven zetten zal toegewerkt gaan worden naar een STP startend in het eerste kwartaal van 2012. Een verlenging van de PIJ-maatregel in september 2013 met een periode van 12 maanden, waarborgt dat STP in ieder geval minimaal zes maanden zal bedragen, wat in eerste aanleg als een voldoende periode beschouwd wordt om binnen het traject van [veroordeelde] te zorgen voor stabiliteit en structuur in het dagelijks leven en het recidiverisico voor zover mogelijk te beperken.

Geadviseerd wordt om de PIJ-maatregel voor de duur van 12 maanden te verlengen. Het advies tot verlenging van de PIJ-maatregel is tot stand gekomen na multidisciplinair overleg binnen het behandelteam van [kliniek]. Alle betrokken partijen zijn van mening dat een verdere verlenging van de PIJ-maatregel nog bij zal dragen in de afname van het recidiverisico.

De deskundige H. Al Khatari, optredend namens voornoemd hoofd van de inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

Ik vervang mevrouw Versantvoort. Ik zit in hetzelfde behandelteam en ben op de hoogte van de situatie waarin betrokkene verkeert.

Betrokkene heeft nu onbegeleid verlof. Toegewerkt gaat worden naar een proefverlof. De afgelopen periode is hij teruggevallen in zijn oude patroon. Hij kan impulsief en agressief reageren. Hieraan zal de komende tijd gewerkt moeten worden. De afgelopen maand hebben zich 3 incidenten voorgedaan. We denken dat dit te maken heeft met spanningen die hij opbouwt. Betrokkene beschikt over bepaalde vaardigheden, maar hierover kan met hem maar moeilijk worden gesproken.

In het kader van het STP-programma moet betrokkene een vrijetijdsbesteding hebben. Hiernaar moet hij op zoek. Verder is school en werk belangrijk. Van mijn collega heb ik begrepen dat het STP-programma minimaal 6 maanden duurt, maar dat het ook langer kan duren indien dit nodig mocht zijn.

De veroordeelde heeft onder meer aangevoerd:

Momenteel doe ik aan fitness. Vanwege de incidenten die hebben plaatsgevonden is het onbegeleid verlof stopgezet. Ik bel wekelijks met mijn moeder. De vooruitzichten die ik heb zijn op zich niet zo slecht, maar ik vind dat het allemaal te langzaam gaat. Ik ga me aan dingen die in [kliniek] gebeuren irriteren. Ik vind dat het einde van de PIJ-maatregel zo langzamerhand dichterbij moet komen. Stopzetten van de PIJ-maatregel hoeft nu nog niet, maar ik vind wel dat het inmiddels zover is dat ik weer met verlof zou kunnen. Het advies heeft zeker een negatieve invloed gehad op mijn gedrag van de laatste 2 maanden.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd:

Ik blijf bij mijn vordering de PIJ-maatregel met 1 jaar te verlengen. In verband hiermee merk ik op dat het nog steeds noodzakelijk is dat betrokkene doorgaat met het volgen van trainingen en dat hij binnen [kliniek] zijn leermomenten heeft. Het is geruime tijd goed met hem gegaan, maar de laatste 2 maanden zijn er enkele incidenten geweest. Binnen het STP-programma moet nog een aantal stappen worden gezet. Dit neemt minimaal 6 maanden in beslag. Omdat op dit moment de kans op recidive nog te groot is, is het nog te vroeg de PIJ-maatregel te beëindigen.

De raadsman heeft onder meer aangevoerd:

Ik kan me wel verenigen met een verlenging van de PIJ-maatregel, maar dan niet langer dan 6 maanden. Uit de uitgebreide rapportage blijkt dat mijn cliënt grote stappen heeft gemaakt. Van belang is dat hij leert omgaan met zijn vrijheden. De laatste 2 maanden hebben er inderdaad een paar incidenten plaatsgevonden die te maken hadden met de opgebouwde spanning. Daar staat wel tegenover dat er de 22 maanden daaraan voorafgaande helemaal geen incidenten hebben plaatsgevonden. Mijn cliënt was vanaf mei 2013 de weekenden bij zijn vader, met wie hij een heel goed contact heeft. Voor hem is dit een vaste thuisbasis. Dit geeft structuur in zijn leven. Op grond hiervan verzoek ik de termijn niet met 12 maar met 6 maanden te verlengen.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist, terwijl voorts deze maatregel in het belang van is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde voornoemd.

De wettelijke aantekeningen geven evenmin aanleiding tot een ander oordeel.

De rechtbank merkt hierbij nog op het jammer te vinden dat veroordeelde de laatste twee maanden de moed een beetje heeft laten zakken met als gevolg dat er zich in die periode drie incidenten hebben plaatsgevonden. De rechtbank wil echter niet onvermeld laten dat in de periode van 22 maanden daaraan voorafgaande er op het gedrag van veroordeelde niets was aan te merken. Het is in het belang van veroordeelde dat hij de komende tijd de moed niet laat zakken. De rechtbank zou het zeer op prijs stellen dat veroordeelde er alles aan doet het STP-programma goed te laten verlopen.

Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING.

Verlengt de termijn gedurende welke de veroordeelde [veroordeelde] Wammers is geplaatst in een inrichting voor jeugdigen met 1 jaar.

Deze beslissing is gegeven op 10 september 2013 door

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. M.A. Waals, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier.