Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5197

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
24-09-2013
Zaaknummer
01/833026-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging PIJ-maatregel met 18 maanden. Indexdelict: Brandstichting waarvan levensgevaar en gevaar voor goederen te duchten is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer: [01/833026-11]

Strafrecht

Parketnummer: 01/833026-11

Beslissing verlenging plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Beslissing in de zaak van de veroordeelde:

[ter beschikking gestelde] Qadir Raja,

geboren te[geboorteplaats] op [1993],

wonende te [woonplaats], [adres],

verblijvende[inrichting].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 12 september 2011 is de veroordeelde voornoemd geplaatst in een inrichting voor jeugdigen.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 12 augustus 2013, strekt tot verlenging van de termijn van plaatsing van voornoemde veroordeelde voor de duur van 18 maanden.

Deze vordering is behandeld op de achter gesloten deuren gehouden terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2013.

Daarbij zijn de officier van justitie, de veroordeelde, zijn moeder en de raadsman en de deskundige gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. M.T.P.F. Claes, hoofd behandeling, drs. H. van Veldhuizen, behandelcoördinator en drs. A. van de Maat, hoofd van de inrichting waar de veroordeelde verblijft, d.d. 15 juli 2013;

- de perspectiefplannen fase 3.3. en 3.4. d.d. 8 november 2012 en 28 mei 2013; ;

- het rapport Savry d.d. 16 juli 2013;

- het persoonsdossier van de veroordeelde;

De beoordeling.

De vordering is tijdig ingediend.

De plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is toegepast terzake opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar te duchten is en opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Conclusie:

[ter beschikking gestelde] verblijft sinds november 2011 op een VIC-LVB groep binnen [inrichting]. [ter beschikking gestelde] is de instelling binnengekomen met een flink dossier. Inmiddels is er middels observatie, behandelcontact en ontwikkeling bij [ter beschikking gestelde] een meer helder beeld van hem gevormd. [ter beschikking gestelde] is van Pakistaanse afkomst, 20 jaar oud en functioneert cognitief op zwakbegaafd niveau. Er is sprake van een zeer belast verleden, dat zich heden uit in een psychische kwetsbaarheid wat soms leidt tot verlies van contact met de realiteit, gepaard gaande met agressieve uitbarstingen. In het verleden hebben er diverse wisselingen van woonplek plaatsgevonden, is [ter beschikking gestelde] slachtoffer en getuige geweest van huiselijk geweld, is zijn vader op zeer jonge leeftijd overleden en ontbrak het grotendeels aan pedagogische gunstige omstandigheden, passend bij de behoeften van [ter beschikking gestelde]. De ontwikkeling van zijn emotionele functies, emotionele stabiliteit, gewetensfuncties en empathische functies zijn onder druk komen te staan. Er is sprake van een gedragsstoornis NAO en een psychotische stoornis NAO, heden in remissie. Zijn persoonlijkheidsontwikkeling wordt daarmee bedreigd in de richting van een antisociale-, narcistische en/of borderline persoonlijkheidsstoornis. Daarnaast is er sprake van cannabisgebruik, deels in gedwongen remissie, maar vanuit vroeger gebruik en een verslavingsgevoeligheid, wordt dit als risicofactor gezien, net als de verslavingsgevoeligheid ten aanzien van benzodiazepinen.

In de eerste periode van de PIJ-maatregel is er veel zicht gekomen op de (kern)problematiek van [ter beschikking gestelde]. Dit is in de afgelopen periode heronderzocht, waarbij de vastgestelde problematiek en risicofactoren zowel werden bevestigd als aangevuld.

De afgelopen periode is er een ontwikkeling te zien in het gedrag van [ter beschikking gestelde]. De verloven verlopen goed. [ter beschikking gestelde] houdt zich aan de afspraken en is open in wat er in hem omgaat zowel voor, tijdens als na het velrof. [ter beschikking gestelde] is al beter in staat om aan te geven hoe hij zich voelt.

De grootste aandachtspunten liggen in het verwerken en accepteren van het verleden, omgaan met boosheid en stress, negatieve opvattingen,middelengebruik en aanleren van copingvaardigheden en versterken van de identiteit.

Perspectief en relatie tot het risicomanagement:

Wij adviseren op basis van bovenbeschreven feiten en ontwikkelingen om de PIJ-maatregel met 18 maanden te verlengen. Deze periode zal worden gebruikt om de behandeling van [ter beschikking gestelde] verder vorm te geven en steeds meer naar buiten te gaan werken middels verloven en in de toekomst tijdens het STP. Hierin zal de samenwerking met de thuissituatie verder worden verstevigd, middels begeleiding vanuit [inrichting]. Daarnaast zal de komende periode een individuele gedragstherapie worden opgestart om zo de vijandige attributies in beweging te brengen en negatief gedrag om te buigen en de creatieve therapie worden voortgezet. Het lijkt op basis van ervaring uit het verleden en de aanwezige problematiek bij [ter beschikking gestelde] van belang om dit traject van resocialisatie zorgvuldig en langdurig te begeleiden en hierin mogelijk ook rekening te houden met een eventuele tegenslag of vertraging. De ervaring leert dat een dergelijk traject naar buiten richting zelfstandigheid zeer uitvoerig en langdurig begeleid dient te worden vanwege mogelijke institutionalisering, Dit in gedachten houdende, kan er rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat na de verlenging van 18 maanden meer tijd nodig is om het traject van resocialisatie te begeleiden. Dit is echter geheel afhankelijk van de ontwikkelingen die [ter beschikking gestelde] in de tussenliggende periode door zal maken.

Advies:

Gelet op de aard en de omvang van het recidiverisico is het noodzakelijk dat, in het belang van een zo gunstig mogelijke verder ontwikkeling [ter beschikking gestelde] de komende tijd verder gaat werken aan het genoemde behandeltraject.

Ten behoeve hiervan heeft [ter beschikking gestelde] zeker nog 18 maanden nodig.

De behandeling moet vanwege het hoge recidiverisico residentieel worden voortgezet. De behandeling kan in combinatie met risicomanagement in het kader van een STP worden voortgezet.

De deskundige drs. H. van Veldhuizen, optredend namens voornoemd hoofd van de inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

[ter beschikking gestelde] heeft wekelijks een gesprek met zijn mentor. De moeder van [ter beschikking gestelde] wordt meer bij de behandeling betrokken. Op dit moment is er voor [ter beschikking gestelde] een volledig dagprogramma. De therapieën die hij nu volgt, moeten nog worden afgerond. Het is de bedoeling dat [ter beschikking gestelde] voorlopig op de groep Londen blijft. We willen met hem kleine stapjes vooruit gaan zetten. Alles wat hij nu leert, moet hij straks buiten gaan toepassen. Op den duur zal hij gaan doorstromen naar een open plek en uiteindelijk zal hij begeleid kunnen gaan wonen. Het traject dat nu is uitgestippeld, kan in 18 maanden worden doorlopen,. Dit hangt echter wel af van de ontwikkelingen die [ter beschikking gestelde] doormaakt. Inmiddels is toestemming gegeven voor semi onbegeleid verlof.

De veroordeelde heeft onder meer aangevoerd:

Het gaat er mij om dat ik op een plek terecht kom waar ik me het beste thuis voel en waar ik de juiste behandeling krijg. Aan die behandeling zal ik meewerken. Ik wil dat duidelijk wordt wat er met mij gaat gebeuren en dat er meer structuur in mijn leven komt.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd:

Gelet op de inhoud van het advies en de daarop door de deskundige ter zitting gegeven toelichting persisteer ik bij mijn vordering de PIJ-maatregel met 18 maanden te verlengen.

De raadsman heeft onder mee aangevoerd:

In het perspectiefplan van 24 mei 2013 en in het rapport Savry d.d. 16 juli 2013 wordt het recidiverisico als matig aangemerkt. Hierbij is geen rekening gehouden met het feit dat de medicatie die cliënt gebruikte hem juist agressiever maakte. De omstandigheden die recidiveverhogend zijn spelen daarom een veel minder sterke, dan wel geen rol bij de risicotaxatie waardoor logischerwijs de recidive nog lager is dan matig. Op grond hiervan is de verdediging van oordeel dat er geen sprake is van een omstandigheid dat ‘de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist’. De vordering van de officier van justitie tot verlenging van de PIJ-maatregel met 18 maanden dient dan ook te worden afgewezen.

Voorts is de verdediging van oordeel dat het pedagogische karakter niet noopt tot verlenging van de PIJ-maatregel, omdat het overgrote deel van de PIJ-maatregel is gebruikt voor het verkrijgen van inzicht in de (kern)problematiek van cliënt. Verder heeft cliënt medicatie gekregen gedurende een langere periode waardoor juist aanzienlijke problemen zijn ontstaan. Het valt moeilijk in te zien hoe onder deze omstandigheden gesproken kan worden van een pedagogisch karakter van de PIJ-maatregel. De verdediging is dan ook van oordeel dat de persoonlijke ontwikkeling van cliënt zich verzet tegen verlenging van de PIJ-maatregel.

Subsidiair is de verdediging van oordeel dat de maatregel niet verlengd dient te worden voor een periode van 18 maanden maar voor een veel kortere periode om binnen die periode nader te kunnen evalueren. Het subsidiariteitsbeginsel schrijft in de ogen van de verdediging zeker in dit geval voor dat behoedzaam omgegaan dient te worden met een verlenging. De verdediging verzoekt daarom, in het geval van verlenging, de PIJ-maatregel voor maximaal 6 maanden te verlengen.

De officier van justitie heeft - kort samengevat - nader aangevoerd:

Ik persisteer bij mijn eerder ingenomen standpunt. Zowel in het belang van bescherming van de maatschappij als in het belang van betrokkene dient de PIJ-maatregel te worden voortgezet. Er is nog steeds sprake van gevaar voor recidive. Anders dan de raadsman ben ik van mening dat de PIJ-maatregel wel een pedagogisch karakter heeft.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist, terwijl voorts deze maatregel in het belang van is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de veroordeelde voornoemd. Hierbij overweegt de rechtbank in het bijzonder dat voldoende blijkt dat er sprake is van recidivegevaar. Daarnaast moet er nog een heel traject worden doorlopen voordat de veroordeelde zelfstandig in de maatschappij kan functioneren. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er nog geen sprake is van onbegeleid verlof. De verdere behandeling in het kader van de PIJ-maatregel zorgt er voor dat voor veroordeelde meer duidelijkheid komt wat er met hem gaat gebeuren en dat er structuur in zijn leven wordt aangebracht. Bovendien krijgt veroordeelde, bij verlenging van de PIJ-maatregel, voorlopig de door hem gewenste vaste plek.

Voorts oordeelt de rechtbank dat de wettelijke aantekeningen (de perspectiefplannen 2.3 en 2.4) evenmin aanleiding geven tot een ander oordeel.

Gelet op de artikelen 14h, 14i, 14j, 77s, 77t, 77u van het Wetboek van Strafrecht.

DE BESLISSING.

Verlengt de termijn gedurende welke de veroordeelde [ter beschikking gestelde] Qadir Raja is geplaatst in een inrichting voor jeugdigen met 18 maanden.

Deze beslissing is gegeven op 10 september 2013 door

mr. M..A. Waals, voorzitter, tevens kinderrechter-plv.,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier.