Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5196

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
10-09-2013
Datum publicatie
24-09-2013
Zaaknummer
01/045105-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging TBS met één jaar; beslissing verlenging dwangverpleging drie maanden aangehouden. Indexdelict: Poging tot doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/045105-02

Uitspraakdatum: 10 september 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1977],

verblijvende [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 14 augustus 2002 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 12 september 2012 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 6 augustus 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2013.

Hierbij zijn de officier van justitie, de deskundigen J. Kaldenbach en N.A.C.M. van de Kerkhof en de terbeschikkinggestelde en haar raadsvrouwe gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van H. de Boer, psychiater, en J.H.M. Nijhuis, directeur/hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 2 juli 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van poging tot doodslag, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is onder meer het navolgende gesteld:

Bij patiënte is in de huidige diagnose psychotische problematiek, persoonlijkheids- en middelenproblematiek vastgesteld. In haar functioneren is deze problematiek nog steeds zichtbaar.

Haar gedrag en opstelling kenmerken zich door paranoïde psychotische belevingen (wanen en hallucinaties). Zo heeft patiënte beïnvloedingswanen, waarbij het gevoel ontstaat dat haar gedachten gestuurd worden door medepatiënten. Tevens is zij achterdochtig naar haar medepatiënten alsmede naar haar behandelaren. Patiënte hoort regelmatig stemmen van haar behandelaren die negatief over haar praten, terwijl blijkt dat deze gesprekken niet daadwerkelijk plaatsgevonden hebben. Wanneer bij patiënte de vermoeidheid en/of de spanningen toenemen nemen ook haar psychotische symptomen toe en laat zij meer vijandigheid in haar gedrag zien, wat zich uit in schreeuwen, schelden en gooien met spullen. Vanuit de beperking in haar persoonlijkheidsstructuur kan haar wispelturigheid en grillig functioneren worden verklaard. Vanuit haar identiteitsonzekerheid lijkt patiënte onvoldoende in staat om haar grenzen aan te geven op seksueel en emotioneel gebied.

Door de combinatie van haar psychiatrische- en persoonlijkheidsproblematiek en haar gebrekkige copingvaardigheden heeft patiënte moeite om haar spanningen op een adequate wijze te kunnen reguleren.

Haar sterk instabiel psychiatrisch toestandsbeeld en het impulsieve, seksueel grensoverschrijdende en vijandige gedrag wat patiënte in haar huidig functioneren vertoont kan verklaard worden door haar gebrekkige vaardigheden om zichzelf stabiel te kunnen houden. Dit, inclusief haar gebrekkige probleeminzicht en de gevoeligheid voor middelengebruik, maakt dat patiënte veel externe structuur, steun en medicatie nodig heeft om chronische ontregeling te voorkomen.

Aangezien patiënte op dit moment geen medicatie gebruikt, voldoet zij strikt gezien niet aan de voorwaarden voor het verblijf binnen de [kliniek]. Echter, ondanks dat functioneert zij redelijk en is zij te hanteren in de huidige afdeling. Een terugplaatsing naar de kliniek zou wellicht voor verdere destabilisatie zorgen. Zeker ook omdat zij dan verder weg is van haar familie. De afgelopen periode heeft nogmaals onderschreven dat patiënte blijvend afhankelijk is van structuur en begeleiding binnen de chronische psychiatrie. En ook dat, op dit moment, een gerechtelijke maatregel als de TBS nog steeds noodzakelijk is om patiënte binnen de huidige setting te houden. Daarbij bestaat de hoop dat ze de komende periode weer meer stabiliseert en haar traject richting de begeleide/beschermde woonvorm kan vervolgen. De doelstelling blijft om haar zo snel als mogelijk, maar ook zo zorgvuldig als mogelijk, te integreren in de reguliere psychiatrie in de regio van herkomst.

In de komende adviesperiode zullen de behandelinspanningen enerzijds gericht zijn op het handhaven van de stabiliteit in het toestandsbeeld van patiënte.

Daarnaast zal verder aangestuurd worden op het vinden van de maximale balans tussen zorg en toezicht enerzijds en kwaliteit van leven en zelfstandigheid anderzijds.

De maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging biedt binnen de [instelling 1] de mogelijkheid om patiënte geleidelijk aan te laten wennen aan meer zelfstandigheden. Maar ook om haar – waar nodig – te begrenzen.

Met kleine stapjes, en daarmee een kleinere kans op destabilisatie, kan getoetst worden welke mate van zorg en toezicht nu, maar ook in de toekomst, noodzakelijk zal zijn en blijven om een adequaat risicomanagement te blijven voeren.

Vanuit de [instelling 1] is patiënte aangemeld voor een beschermd wonen-afdeling. Hier kan vanuit de [kliniek] naartoe gewerkt worden binnen haar proefverlof. Mist patiënte aan de voorwaarden van dagbesteding en medicatie gebruik voldoet.

Op grond van hetgeen beschreven is in het verlengingsadvies achten wij voortzetting van de terbeschikkingstelling aangewezen. Wij adviseren u, zo u besluit te verlengen, de termijn van de terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Ik zit op de afdeling [kliniek]. Sinds 2 maanden gebruik ik weer de medicijnen die worden voorgeschreven. Ik weet niet of ik die medicijnen wel nodig heb. Ik word door justitie en de psychiaters al jaren gedrogeerd en als een grote crimineel behandeld. Dat ben ik niet en ik wil ook niet zo behandeld worden. . In ben van mening dat ik lang genoeg in TBS heb doorgebracht. Mij is ten onrechte alles afgepakt. Ik wil naar de reguliere psychiatrie.

De deskundige J. Kaldenbach, werkzaam als psycholoog bij [kliniek], heeft het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Betrokkene is een keer op [instelling 2] wezen kijken. Dat leverde meteen zoveel stress op dat we met haar een ander traject zijn ingegaan. Dit betekent dat het op 2 juli 2013 gegeven advies thans niet meer actueel is. Inmiddels is de reclassering gevraagd te rapporteren omtrent de mogelijkheden van voorwaardelijke beëindiging van de TBS. Ondertussen gaan we voor betrokkene op zoek naar een geschikte plek. Gelet hierop verzoek ik de behandeling van de zaak aan te houden.

De deskundige N.A.C.M. van de Kerkhof, reclasseringsmedewerker, heeft het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

Omdat gebleken is dat [instelling 2] voor betrokkene te hoog was gegrepen, zit zij thans weer op de [kliniek]. De rapportage van 12 maart 2013 betreffende het proefverlof, is door mij geschreven. Vanaf dat moment begeleid ik betrokkene. Nadat ik met haar behandelaars van [kliniek] overleg heb gehad, is afgesproken te onderzoeken welke mogelijkheden er voor betrokkene binnen de reguliere psychiatrie zijn. Wij zijn namelijk van mening dat het bieden van perspectief voor haar een belangrijke motivatie kan zijn en dat ze daar beter op haar plaats is. Samen met de behandelaars van [kliniek] ben ik tot de conclusie gekomen dat het moment is aangebroken de procedure van voorwaardelijke beëindiging van de TBS te gaan inzetten. Toen we tot die conclusie kwamen had [kliniek] al geadviseerd. Op dit moment is nog niet te zeggen hoe betrokkene het op haar nieuwe plek zal gaan doen. De psychische problemen die betrokkene thans heeft zal zij haar hele leven in meer of mindere mate blijven houden. Wanneer zij in een reguliere psychiatrische setting waar minder forensisch patiënten zitten goed op haar plaats is, zal dit haar stabiliteit zeker ten goede komen. Ik adviseer de TBS met één jaar te verlengen en de reclassering in de gelegenheid te stellen een maatregelenrapport uit te brengen. Als dat rapport is uitgebracht, dient te worden beoordeeld of kan worden overgegaan tot voorwaardelijke beëindiging van de TBS.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Gelet op de door de deskundigen ter zitting gegeven toelichting vorder ik verlenging van de TBS met één jaar met het verzoek de behandeling van de zaak voor vier maanden aan te houden, teneinde de reclassering in de gelegenheid te stellen een maatregelenrapport uit te brengen. Vervolgens dient te worden beoordeeld of de TBS al dan niet voorwaardelijk dient te worden beëindigd.

De raadsvrouwe van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Al jaren heb ik gepleit voor overgang naar de reguliere psychiatrie. Gelet op haar stoornissen hoort mijn cliënte daar thuis. Ik kan me vinden in het ter zitting door de deskundigen gegeven advies. Ik kan me ook vinden in verlenging van de TBS met één jaar. Anders dan de officier van justitie ben ik van mening dat de behandeling van de zaak, zoals de wet voorschrijft, met drie maanden dient te worden aangehouden in verband met het uitbrengen van een maatregelenrapport.

De terbeschikkinggestelde heeft nader verklaard:

Ik kan me helemaal vinden in hetgeen mijn raadsvrouwe heeft aangevoerd.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting, voor zover het betreft verlenging van de TBS met één jaar, en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundigen.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

De rechtbank acht het voor de vorming van haar eindoordeel noodzakelijk zich door de Reclassering Nederland nader te doen voorlichten omtrent de wijze en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden.

Gelet hierop zal de rechtbank de beslissing over een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging conform het bepaalde in artikel 509t lid 5 van het Wetboek van Strafvordering voor ten hoogste drie maanden aanhouden.

Gezien de artikelen 38 en 38g en tevens gelet op artikel 509t van het Wetboek van Strafvordering.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met één jaar.

Houdt haar beslissing omtrent een mogelijke voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voor ten hoogste drie maanden aan nu de rechtbank een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging overweegt en de rechtbank het voor de vorming van haar eindoordeel noodzakelijk acht zich door Reclassering Nederland nader te doen voorlichten omtrent de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de terugkeer van de terbeschikkinggestelde in het maatschappelijk verkeer zou kunnen geschieden.

Gelast de Reclassering Nederland tot het opmaken van genoemde rapportage.

Stelt de stukken met dat doel in handen van de officier van justitie.

Beveelt de oproeping van de ter beschikking gestelde, de deskundige J. Kaldenbach en de rapporteur van de Reclassering die de rapportage zal opstellen tegen het tijdstip van de nadere terechtzitting en de kennisgeving van dat tijdstip aan de raadsvrouwe van de ter beschikking gestelde mr. J. Steenbrink.

Deze beslissing is gegeven door

mr. M.A. Waals, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van F.H.M. Klerkx, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 september 2013.