Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:5124

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
05-09-2013
Datum publicatie
19-09-2013
Zaaknummer
01/045182-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege (TBS) wordt afgewezen. Voorwaarden waaronder de verpleging voorwaardelijk is beeindigd worden gehandhaafd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/045182-01

Uitspraakdatum: 5 september 2013

Beslissing op de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde]

geboren te[geboorteplaats] op [1972],

verblijvende in het Huis van Bewaring te Grave.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 december 2002 is [terbeschikkinggestelde] ter beschikking gesteld.

Bij beschikking van het gerechtshof Arnhem van 5 juli 2012 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd onder de in die beschikking vermelde voorwaarden. De terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank d.d. 19 februari 2013 met twee jaar verlengd, onder de in die beschikking vermelde (gewijzigde) voorwaarden.

Deze beslissing is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 4 juli 2013 bevestigd.

De vordering van de officier van justitie is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 mei 2013, 13 juni 2013 en 5 september 2013.

De vordering van de officier van justitie d.d. 18 april 2013 strekt ertoe dat de terbeschikkinggestelde alsnog van rechtswege zal worden verpleegd.

Ter terechtzitting van 5 september 2013 heeft de officier van justitie de vordering gewijzigd en afwijzing van de vordering gevorderd.

De rechtbank heeft gezien een rapport van de reclassering van 16 april 2013 van de hand van F.R.J. Brouwers.

De beoordeling.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de vordering van de officier van justitie is gebaseerd op de stellingname van de reclassering dat de ter beschikkinggestelde onvoldoende transparant is geweest, onder meer over de ontwikkelingen op het relationele vlak, en daarom de voorwaarden heeft overtreden. De inhoudelijke behandeling van deze vordering heeft op 13 juni 2013 geen doorgang gevonden omdat de officier van justitie de uitspraak wilde afwachten van de politierechter Oost-Nederland in de strafzaak (huisvredebreuk) tegen de ter beschikkinggestelde op 30 augustus 2013.

Op de terechtzitting van 5 september 2013 heeft de officier van justitie medegedeeld dat de terbeschikkinggestelde is vrijgesproken van het hiervoor genoemd feit.

De deskundige is, hoewel op de laatste terechtzitting aangezegd, niet verschenen op de terechtzitting van 5 september 2013.

De officier van justitie heeft gezegd twijfels te hebben over de bereidwilligheid van de terbeschikkinggestelde om zich te houden aan de afspraken van de reclassering, hij heeft de schijn tegen. De officier van justitie wil hem echter nog wel een kans geven.

Ook blijkt uit het reclasseringsrapport volgens de officier van justitie niet dat de reclassering geen vertrouwen meer heeft in de voortgang van de terbeschikkinggestelde

Gelet hierop en op de afwezigheid van de deskundige van de reclassering, alsmede de vrijspraak voor huisvredebreuk heeft de officier van justitie haar vordering gewijzigd en afwijzing van de vordering verzocht.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft eveneens verzocht om de vordering af te wijzen.

De rechtbank is gelet op het vorenstaande van oordeel dat de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege dient te worden afgewezen, waarbij de voorwaarden gesteld in de beschikking van de rechtbank van 19 februari 2013 gehandhaafd dienen te blijven.DE BESLISSING

Wijst af de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.

Handhaaft de eerder gestelde voorwaarden (beslissing rechtbank Oost-Brabant d.d. 19 februari 2013) waaronder de verpleging van overheidswege voorwaardelijk is beëindigd.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. S.J.O. de Vries en mr. A.M. de Koning, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 september 2013.

Mr. De Koning is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.