Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:4992

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-09-2013
Datum publicatie
12-09-2013
Zaaknummer
01/055121-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling met één jaar. Indexdelict: verkrachting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/055121-04

Uitspraakdatum: 9 september 2013

Beslissing verlenging terbeschikkingstelling

Beslissing in de zaak van:

[terbeschikkinggestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [1970],

verblijvende in de [kliniek].

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 2 juni 2005 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beslissing van deze rechtbank van 8 oktober 2012 met één jaar verlengd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van 9 juli 2013 strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 augustus 2013.

Hierbij zijn de officier van justitie, deskundige Th.A.M. Deenen, de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman mr. J.A.J.M.I. van Laake gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

  • -

    het advies van drs. J.P.C. Bakx en drs. K.M. ten Brinck, eerste geneeskundige respectievelijk plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft, d.d. 14 juni 2013;

  • -

    de omtrent de terbeschikkinggestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

  • -

    het persoonsdossier van terbeschikkinggestelde.

De beoordeling.

De terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van “verkrachting”, terwijl de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eiste. Het hiervoor genoemde misdrijf betreft een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van drs. J.P.C. Bakx en drs. K.M. ten Brinck is onder meer, kort en zakelijk weergegeven, het navolgende gesteld:

“In de loop van de behandeling is naar voren gekomen dat patiënt een man is die, voortkomend uit zijn problematiek, naar verwachting blijvend afhankelijk is van een bepaalde mate van begeleiding en ondersteuning. Dit hangt samen met zijn beperkte verstandelijke en sociaal-emotionele capaciteiten, zijn geringe copingvaardigheden en neiging tot zelfoverschatting. Het afgelopen jaar is de aandacht uitgegaan naar het inzetten van een stapsgewijs resocialisatietraject waarbij wordt toegewerkt naar een inbedding in een begeleide woonvorm, een forensische RIBW in [kliniek]. Hiertoe is patiënt in april jl. geplaatst in[kliniek], van waaruit hij via de forensische trainingsunit naar de forensische RIBW op het terrein kan doorstromen. Tot nu toe verloopt dit traject naar wens. Patiënt heeft de overgang goed gemaakt en is in de [kliniek] gestart met een opbouw van vrijheden.

We kennen patiënt echter ook als een psychisch kwetsbare man, die bij oplopende spanningen kan afglijden. De afgelopen periode hebben we gezien dat hij dan kan vervallen in zelfverwaarlozing, zijn omgeving tot last kan zijn met toenemende conflicten als gevolg en dat hij gedragsmatig ontremd kan raken. Hij wordt dan ervaren als een rigide man die binnen het gedwongen kader wel stuurbaar is, maar niet vanuit eigen inzicht meewerkt. Uiteindelijk is de verwachting dat patiënt zodanig kan inbedden in de RIBW dat dit gedwongen kader niet meer nodig is, de kliniek hecht er voor de komende periode aan nog van afstand mee te kunnen begeleiden zodat indien noodzakelijk, ondersteuning kan worden geboden vanuit dit gedwongen kader en de aldaar opgebouwde ervaring met patiënt.

Daarbij krijgt patiënt op deze manier de gelegenheid op een goede manier te komen tot afronding van zijn traject en inbedding in de huidige setting. Op grond van bovenstaande wordt geadviseerd de TBS met een jaar te verlengen.”

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard, kort en zakelijk weergegeven:

Het gaat uitstekend met mij. Ik ben op 2 april 2013 in [kliniek] komen wonen en dat is toch een ander verhaal dan de kliniek in Balkbrug. Mijn vrijheden zijn na twee weken, dus al heel snel, opgestart. Ik kon vrijwel meteen naar huis. Na drie tot vier weken mocht ik overal komen. Ik kom elke keer ook netjes terug.

Het klopt dat ik eind vorig jaar even somber was.

De deskundige Th.A.M. Deenen, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Hij heeft voorts het navolgende verklaard, verkort en zakelijk weergegeven:

De heer [terbeschikkinggestelde] doet het goed in [kliniek] en ik persisteer bij het advies. We willen graag dat hij het gedurende een langere tijd goed doet. Onze bemoeienis vanuit Balkbrug is minimaal. Wij worden ééns in de zes weken op de hoogte gehouden door de inrichting in [kliniek]. Van bijzondere meldenswaardige voorvallen is tot op heden geen sprake geweest. Wij krijgen enkel berichten dat het goed gaat met [terbeschikkinggestelde]. In het geval het niet goed zou gaan is er een optie voor een time-out in “Veldzicht”, maar dat is thans niet aan de orde. De heer [terbeschikkinggestelde] moet nog een poosje wennen en dat heeft tijd nodig. Hij krijgt nog geen maximaal verlof en ergens blijven overnachten mag hij dan ook niet. Dat zou nog wel kunnen gebeuren. Het advies is om zowel de TBS als de dwangverpleging te verlengen. Als de verpleging voorwaardelijk beëindigd wordt en hij zou de fout in gaan, dan moet hij van voren af aan beginnen.

Sinds april 2013 geniet betrokkene transmuraal verlof. Hem moet het proefverlof nog gegund worden alvorens een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging aan de orde kan komen. Helaas hebben sommige advocaten en ook rechters te veel haast en wordt de dwangverpleging te snel voorwaardelijk beëindigd.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard:

Ik zou inderdaad graag eens ergens blijven overnachten. Veldzicht heeft [kliniek] wel duidelijk gemaakt dat [kliniek] voortaan de beslissingen moet nemen omtrent mijn verlof.

De deskundige heeft voorts verklaard:

Het risico bij een verlenging van de TBS met dwangverpleging of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging is gelijk. Maar de gevolgen als het mis gaat zijn in het geval van een voorwaardelijke beëindiging veel groter; als het mis gaat dan moet betrokkene namelijk naar een andere kliniek. Hij heeft een rugzak door zijn eerdere veroordelingen en wij willen dat hij in de toekomst recidivevrij door het leven gaat.

Een verlenging van de TBS met dwangverpleging is dus in het belang van de heer [terbeschikkinggestelde].

Het toekomstperspectief is dat we er als kliniek naar streven om ons nog meer terug te trekken. Komend jaar kan het proefverlof in gang worden gezet. Dan komt de reclassering nadrukkelijker in beeld en daarna kun je gaan denken aan beëindiging van de TBS of voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. We denken wel dat cliënt altijd begeleiding nodig zal hebben maar of dit in een justitieel kader moet is de vraag.

Ik kan nu niet zeggen dat hij over een jaar ook daadwerkelijk proefverlof heeft.

Wij zijn er om er voor te zorgen dat het blijvend goed gaat met betrokkene.

In geval van een proefverlof blijft hij wel in [kliniek] wonen. Wij zijn dan ook de regiehouder. Als hij ergens naartoe wil dan moet hij dat regelen met de reclassering en de mensen in [kliniek]. De zelfstandigheid van betrokkene wordt dan groter. Bij een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging zit het ministerie er niet meer tussen.

Niet elke aanvraag tot machtiging voor proefverlof wordt gehonoreerd maar we hebben het nog niet geprobeerd want ook dat vinden we te vroeg. Hij verblijft immers pas een half jaar in [kliniek].

Er zijn sinds de laatste bespreking in juni 2013 geen dingen gebeurd die in het rapport zouden moeten staan. Het is een goede keuze geweest om meneer in [kliniek] te plaatsen.

De officier van justitie heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

Ik persisteer bij de vordering tot verlenging van de TBS met één jaar. Gelet op de schriftelijk en mondelinge onderbouwing van het advies is een verlenging ook nodig. Stapsgewijs moet bekeken worden of de heer [terbeschikkinggestelde] op een goede manier geresocialiseerd kan worden. Niet alleen gelet op het recidiverisico, maar ook gelet op de proportionaliteit en subsidiariteit is de verlenging van de TBS nodig.

Het is nog te vroeg om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen nu de periode dat het goed gaat nog maar zo kort is. Er is nog geen stabiel evenwicht. Gelet op een mogelijke terugval is het, in het belang van betrokkene, beter om de TBS met dwangverpleging te verlengen, dan de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.

De raadsman van de terbeschikkinggestelde heeft aangevoerd, verkort en zakelijk weergegeven:

In 2011 heeft de externe deskundige geadviseerd tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. De kliniek was niet bepaald voortvarend te werk gegaan. De overplaatsing van cliënt naar [kliniek] is op 2 april 2013 gerealiseerd. Het gaat erg goed en hij heeft diverse verlofmogelijkheden. Er zijn nooit problemen met het terugkomen van verlof. Er is grote openheid over hoe het met hem gaat. Cliënt is opgebloeid mede dankzij het vertrouwen dat er in hem is gesteld. Hij heeft in december 2012 een terugval gehad vanwege het almaar uitblijven van een overplaatsing.

Ik vraag nu voor derde keer om over te gaan tot een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Cliënt is bereid om zich te houden aan alle voorwaarden en zal het ingezette traject blijven volgen.

Volgens de officier van justitie en de deskundige bestaat er eigenlijk geen verschil tussen de voorwaardelijke beëindiging en de verlenging van de TBS met één jaar, maar zou het in het belang van [terbeschikkinggestelde] zijn als er een verlenging met één jaar komt. De kliniek “Veldzicht” gaat echter dicht, dus als er iets fout gaat, gaat hij toch niet naar “Veldzicht” terug, maar naar een andere kliniek.

“Veldzicht” heeft er belang bij dat een patiënt op deze manier aan hen verbonden blijft.

Cliënt wil graag een voorwaardelijke beëindiging. Voor zijn gevoel is dat ook van belang. Als het nodig is om de voorwaarden duidelijk(er) te krijgen, dan stel ik voor om de zaak aan te houden om de reclassering de mogelijkheden voor te kunnen leggen.

De terbeschikkinggestelde heeft verklaard:

Ik ga door op de door mij ingeslagen weg en ik zie wel waar het schip strandt. Ik doe het goed en ik ben open naar de inrichting. Ik kan niet meer doen dan dit en ik word er onbedoeld wellicht een beetje moedeloos van.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting en met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de deskundige.

Anders dan (de raadsman van) de terbeschikkinggestelde ziet de rechtbank aanleiding de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging te verlengen met een jaar.

De rechtbank acht op grond van het advies en de daarop ter zitting gegeven toelichting van de deskundige het gevaar van recidive nog aanwezig en is van oordeel dat het noodzakelijk is dat de behandeling van de terbeschikkinggestelde wordt voortgezet met het oog op een zo spoedig mogelijke verantwoorde terugkeer van de terbeschikkinggestelde in de maatschappij.

De rechtbank is van oordeel dat het wederom nog te vroeg is om de verpleging voorwaardelijk te beëindigen omdat nog steeds slechts sprake is van transmuraal verlof, een machtiging tot proefverlof tot op heden nog niet is aangevraagd en de terbeschikkinggestelde ook nu nog aan het begin van zijn resocialisatietraject staat.

Anders dan de raadsman ziet de rechtbank ook op dit moment nog geen aanleiding tot voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, dan wel over te gaan tot een onderzoek naar de mogelijkheden hiervan. Voor een onderzoek naar de voorwaarden waaronder de verpleging kan worden beëindigd is het naar het oordeel van de rechtbank thans nog te vroeg.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de terbeschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

De rechtbank:

verlengt de termijn gedurende welke [terbeschikkinggestelde] ter beschikking is gesteld met verpleging van overheidswege met één (1) jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. J.H.P.G. Wielders, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 september 2013.

Mr. Kooijmans-de Kort is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.