Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2013:4279

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-07-2013
Datum publicatie
30-07-2013
Zaaknummer
255506 / HA ZA 12-997
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bestuurdersaansprakelijkheid. Ontkennende beantwoording van de vraag of bestuurders aan eiser misleidende informatie hebben verstrekt op basis waarvan hij tot investering in een project is overgegaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2013-0285
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/255506 / HA ZA 12-997

Vonnis van 24 juli 2013

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. J.C. Gillesse te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. A.Ph.M. Hamelers te Uden.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 13 maart 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 30 mei 2013.

Bij brief van 24 juni 2013 heeft mr. J.C. Gillesse namens [eiser] schriftelijke opmerkingen gemaakt naar aanleiding van het proces-verbaal van de comparitie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft willen investeren in Duitse zonne-energie installaties en heeft in verband daarmee contact gehad met [gedaagden] die hem een belegging in een zonne-energie installatie hebben aangedragen. Aanvankelijk is er tussen partijen gesproken over aankoop van de zonne-energie installatie door [eiser]. De aankoop heeft vervolgens door German Solar 100 CV plaatsgevonden en de investering van [eiser] heeft plaatsgevonden door zijn opvolging van German Solar 100 CV als commanditair vennoot in Kandel 1 & Co UG (Haftungsbeschränkt). Daartoe is tussen [eiser], Aktiva Consult BV, German Solar 100 CV en German Solar 100 Verwaltungs-UG (Haftungsbeschränkt) op 5 juli 2011 een ‘Overeenkomst inzake de aankoop en beheer van: PV-Installatie Stadtverwaltung Rostocker Strassenbahn AG, Rostock’ gesloten. Uit hoofde van deze overeenkomst heeft [eiser] op 6 juli 2011 bedragen van € 198.506,28 en € 4.450,00 aan Kandel 1 Verwaltungs-UG (Haftungsbeschränkt) & Co KG voldaan, welke bedragen zijn doorbetaald aan German Solar 100 CV.

2.2.

[gedaagden] is indirect bestuurder en aandeelhouder van Aktiva Consult BV. [gedaagden] is bestuurder van German Solar 100 Verwaltungs-UG (Haftungsbeschränkt).

2.3.

Aktiva Consult BV is beherend vennoot van German Solar 100 CV.

2.4.

German Solar 100 Verwaltungs-UG (Haftungsbeschränkt) is beherend vennoot van Kandel 1 Verwaltungs-UG (Haftungsbeschränkt) & Co KG.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert na vermindering van zijn eis ter comparitie  samengevat – een verklaring voor recht dat [gedaagden] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en dat [gedaagden] hoofdelijk aansprakelijk is voor zijn schade en daarnaast hoofdelijke veroordeling van [gedaagden] tot betaling van een schadevergoeding van € 270.648,00, vermeerderd met rente en kosten.

[eiser] heeft aan deze vorderingen onder meer het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagden] heeft onrechtmatig jegens hem gehandeld door hem meermalen en structureel valse informatie te verstrekken teneinde de overeenkomst tot stand te brengen die zonder die valse informatie niet tot stand zou zijn gekomen, aangezien [eiser] geen overeenkomst wilde sluiten zonder voldoende zekerheid. [gedaagden] heeft dat gedaan namens de vennootschappen die hij vertegenwoordigde, maar het verwijt is zo ernstig dat [gedaagden] dat ook persoonlijk kan worden aangerekend. [eiser] is een overeenkomst aangegaan op grond van een geheel scheve voorstelling van zaken en met achterhouden van een veelheid aan relevante gegevens. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn steeds gezamenlijk opgetrrokken zodat zij op grond van artikel 6:166 BW beiden hoofdelijk aansprakelijk zijn. [eiser] heeft door het onrechtmatig handelen schade geleden ten bedrage van € 270.648,00.

3.2.

[gedaagden] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Volgens [eiser] heeft [gedaagden] hem overgehaald de overeenkomst van 5 juli 2011 te sluiten en betalingen te doen op grond van bewust gegeven valse mededelingen en informatie, hetgeen onrechtmatig handelen van [gedaagden] oplevert.

[eiser] heeft gesteld dat hem uit door hem ontvangen stukken is gebleken dat hij op cruciale punten door [gedaagden] is misleid. [eiser] heeft bij dagvaarding op een viertal punten gewezen:

A. De zonne-energie installatie was eind juni 2011 niet af;

B. Er was geen afspraak met de EVU dat de zonne-energie installatie voor 30 juni 2011 aan het net zou gaan;

C. Betalingen van [eiser] zijn niet via een Duitse Treuhand verricht;

D. Door [gedaagden] is door onware mededelingen een schijn van soliditeit en solvabiliteit gewekt.

Ter comparitie is zijdens [eiser] opgemerkt dat [eiser] punt D laat zitten en dat punt C niet relevant is. De punten C en D zullen daarom, als zijnde kennelijk voor de beoordeling van de vordering niet van belang, verder onbesproken worden gelaten.

Met betrekking tot punt B heeft [eiser] ter comparitie verklaard dat het voor de vordering niet doorslaggevend is dat [gedaagden] geen afspraak had gemaakt met de EVU maar dat dit ondersteunt dat [gedaagden] op 5 juli 2011 wist dat de installatie nog niet gereed was. Voorts heeft [eiser] ter comparitie verklaard dat hij ten tijde van de ondertekening van de overeenkomst op 5 juli 2011wist dat er voor de aansluiting van de installatie aan het net nog een terugkoppeling moest worden ontvangen en dat het nog niet zeker was of de installatie aangesloten was. [eiser] wist derhalve op 5 juli 2011 dat er geen afspraak met de EVU was gemaakt dat de zonne-energie installatie voor 30 juni 2011 aan het net zou gaan, zodat er bij hem op die datum geen onjuiste voorstelling van zaken was op dit punt.

Dat de omstandigheid dat [gedaagden] geen afspraak had gemaakt met de EVU een ondersteuning zou vormen voor de stelling van [eiser] dat [gedaagden] op 5 juli 2011 wist dat de installatie nog niet gereed was, doet niet ter zake. [gedaagden] heeft immers erkend dat de zone-energie installatie op die datum nog niet gereed was en dat hij daarvan op de hoogte was.

4.2.

Van de vier door [eiser] genoemde cruciale punten waarop hij zou zijn misleid en waarop het gestelde onrechtmatig handelen van [gedaagden] is gebaseerd, resteert er gelet op hetgeen hiervoor onder 4.1 is overwogen nog slechts één, zijnde punt A, ter verdere beoordeling. Volgens [eiser] is hij voorafgaand aan zijn betaling door [gedaagden] verzekerd dat het project gereed was en dat het al aan het net was aangesloten. [eiser] heeft ter comparitie verklaard dat hij zijn overtuiging dat de installatie op 5 juli 2011 klaar was voor gebruik, heeft gebaseerd op de e-mails van [gedaagde 2] van 18 juni en 1 juli. De e-mail van [gedaagde 2] van 18 juni 2011 houdt onder meer het volgende in:

‘(…) Zoals je weet hebben we middels een tussenfinanciering het project aangekocht en de bouw gestart. Twee weken geleden is [gedaagde 1] al in Rostock op bouw-inspectie geweest om vast te stellen dat de bouwvoorbereiding volgens plan verliep en alles volgens specificaties was/werd uitgevoerd. Hij heeft toen vastgesteld dat alles inderdaad volgens verwachting verliep. (…)

De bedoeling is dat a.s. maandag de bouw geheel is afgerond. De afspraak met de EVU (de energiemaatschappij) is reeds gemaakt. (…)

De EVU komt voor de technische afname en om vervolgens de aansluiting van de installatie op het electriciteitsnet te doen. Dus, eind volgende week loopt de installatie. (…)

De risico’s waarover je sprak, o.a. de tijdige realisatie van het systeem om het geldend afnametarief te kunnen krijgen, risico’s die tijdens de bouw kunnen ontstaan …. e.d. zijn met de afronding van de bouw dus helemaal weggenomen. Ik denk dat je dan met een geruster gevoel het systeem als Turn-Key kan overnemen.’

In deze e-mail zijn de stand van zaken van het project op 18 juni 2011 en verwachtingen omtrent de voortgang van het project en ingebruikstelling van de installatie weergegeven. Uit de e-mail blijkt dat de installatie op 18 juni 2011 nog niet gereed was.

[eiser] heeft als volgt op deze e-mail gereageerd:

‘(…) Goed om weer wat van je te horen en vooral ook goed om te zien dat er reele en kansrijke voortgang is. En ook goed om te zien dat risico’s tijdens te bouw nu snel inzichtelijk zijn/worden en vermoedelijk al eind van deze week/maand geheel van de baan.’ Uit de reactie van [eiser] blijkt dat hij zich realiseert dat de installatie nog niet gereed is en dat nog niet zeker is wanneer deze klaar is.

[eiser] heeft nog gewezen op e-mails van 20 juni 2011 (‘We zullen na deze week, als het project opgeleverd is, contact opnemen …’) en 28 juni 2011 (‘[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zouden graag een afspraak met je plannen. …’). Deze e-mails zijn echter niet afkomstig van [gedaagden] maar van [A] van Aktiva Solar Invest. De inhoud van deze e-mails, wat daar verder ook van zij, kunnen alleen al daarom niet worden aangemerkt als een mededeling van [gedaagden] dat het project klaar en aangesloten is.

De e-mail van 1 juli 2011 van [gedaagde 2] houdt onder meer het volgende in:

‘(…) Omdat het project reeds gebouwd en door de CV gekocht is, zal het treuhandvertrag op dit punt iest worden aangepast. In dit geval zal de treuhänder niet de aannemer maar de CV betalen. (…)’

Anders dan [eiser] heeft gesteld kan uit de inhoud van deze e-mail, en meer in het bijzonder uit de woorden ‘het project reeds gebouwd’ niet zonder meer worden afgeleid dat de installatie op 1 juli 2011 gerealiseerd en aangesloten was. De betreffende woorden zijn immers gebruikt in de context van de noodzaak om het ‘treuhandvertrag’, bedoeld om te verzekeren dat de aannemer per gereed gekomen bouwfase betaald krijgt, vanwege gewijzigde omstandigheden aan te passen zonder dat expliciet wordt medegedeeld dat de installatie gereed en aangesloten is.

Uit het voorgaande volgt dat de door [gedaagde 2] aan [eiser] gedane mededeling niet hebben ingehouden dat de zonne-energie installatie gereed was en was aangesloten op het elektriciteitsnet. Voor zover [eiser] op basis van de e-mails van [gedaagde 2] van 18 juni 2011 en 1 juli 2011 de overtuiging heeft gekregen dat de installatie op 5 juli 2011 klaar was voor gebruik, komt dat voor zijn rekening. Voldoende onderbouwd gesteld noch gebleken is dat [gedaagden] op 5 juli 2011 dan wel op enig moment daaraan voorafgaand uitdrukkelijk aan [eiser] heeft medegedeeld dat de installatie volledig gereed was.

[eiser] heeft ter onderbouwing van zijn vordering nog gesteld dat [gedaagden] heeft verzwegen dat de installatie niet op het elektriciteitsnet was aangesloten. Zijdens [eiser] is echter ter comparitie gesteld dat [gedaagden] in de periode vanaf 18 juni tot 5 juli en op 5 juli 2011 heeft aangegeven dat de installatie niet op het elektriciteitsnet was aangesloten zodat er geen sprake van is dat [gedaagden] dit heeft verzwegen.

[eiser] heeft ter comparitie nog verklaard dat uit de beschrijving van het project in de overeenkomst van 5 juli 2011 - ‘Het aan te kopen project betreft de dakinstallatie ter grootte van 75,8 kWp geïnstalleerd op het dak van het gebouw (…)’- volgt dat de installatie gereed was. Niet alleen volgt dat niet zonder meer uit die bewoordingen zelf, maar het volgt evenmin uit hetgeen overigens in die overeenkomst is bepaald. Zo is onder 3d van de overeenkomst bepaald: ‘Eventuele kleine afwijkingen van het te bouwen project zullen achteraf verrekend worden.’ en is onder 5a van de overeenkomst bepaald: ‘German Solar 100 Verwaltungs UG (haftungsbeschränkt) zal de bouw van het project begeleiden (…)’. Deze palingen zien juist op het niet gereed zijn van het project.

4.3.

Op grond van hetgeen door [eiser] is aangevoerd kan niet worden vastgesteld dat er sprake is van onrechtmatige misleiding van [eiser] door [gedaagden] die er toe geleid heeft dat [eiser] de overeenkomst van 5 juli 2011 heeft gesloten en de betalingen van 6 juli 2011 heeft gedaan. Voor zover mededelingen van [gedaagden] na 6 juli 2011 misleidend en onjuist zouden zijn, zoals [eiser] heeft gesteld, zijn die mededelingen niet relevant nu die niet hebben geleid tot het aangaan van de overeenkomst van 5 juli 2011 en het doen van betalingen op 6 juli 2011 door [eiser].

De vorderingen zijn derhalve ongegrond en zullen worden afgewezen.

4.4.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

  • -

    griffierecht 1.436,00

  • -

    salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal €  5.436,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op € 5.436,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 24 juli 2013.