Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2022:2990

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-08-2022
Datum publicatie
22-08-2022
Zaaknummer
C/19/139490 / HA ZA 22-50
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot tussenkomst.

De interveniënt is bevoegd tussenkomst te vragen. Beroep op artikel 4:145, tweede lid, BW gaat niet op want de tussenkomst ziet niet op het beheer van de nalatenschap maar op de omvang en een eigen vordering.

Interveniënt heeft voldoende belang bij tussenkomst vanwege de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze voor haar kan hebben.. Bovendien kan het leiden tot tegenstrijdige uitspraken als zij een afzonderlijke procedure moet voeren over een eventuele vordering van de nalatenschap op [gedaagde sub 2].

Ondanks verzoek van interveniënt om aanhouding gaat de mondelinge behandeling vanwege de eisen van een goede procesorde door. Zij had veel eerder om tussenkomst kunnen vragen en annulering zou belangen overige partijen schaden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/139490 / HA ZA 22-50

Vonnis in incident van 19 augustus 2022

in de zaak van

[EISERES],

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. C.F.M. Seip te Groningen,

tegen

1 [GEDAAGDE SUB 1],

wonende te Roden,

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie in de hoofdzaak,

eisers in reconventie in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. J.W. Elzinga-Snoek te Groningen,

en

de stichting

STICHTING LILIANEFONDS,

gevestigd te Den Bosch,

eiseres in het incident,

advocaat mr. A.C. de Bakker te Hendrik-Ido-Ambacht.

Partijen zullen hierna [eiseres], gedaagden c.s. dan wel gedaagde sub 1 en 2 en Liliane Fonds genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeslissing in het incident tot tussenkomst van 3 augustus 2022

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident van [eiseres] op de rol van 17 augustus 2022

  • -

    de conclusie van antwoord in incident van [gedaagden c.s.] op de rol van 17 augustus 2022

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten voor zover van belang in het incident

2.1. [

Eiseres] is de (enige) dochter uit het huwelijk van mevrouw [X] (hierna: erflaatster) en de heer [Y]. [Y] is op 3 december 2002 overleden en erflaatster op 1 maart 2019.

2.2.

Erflaatster heeft bij testament van 22 november 2018 over haar nalatenschap beschikt. Zij heeft in dat testament Liliane Fonds als enig erfgenaam aangewezen en [eiseres] een legaat toegekend dat bestaat uit een bedrag in contanten ter grootte van de helft van het erfdeel dat zij zou hebben gekregen uit de nalatenschap indien zij als erfgenaam volgens de wet tot de nalatenschap zou zijn geroepen.

2.3.

Erflaatster heeft in haar testament gedaagde sub 1 benoemd tot executeur-afwikkelingsbewindvoerder. Gedaagde sub 1 heeft zijn zoon, gedaagde sub 2, gevolmachtigd om samen met hem alsook ieder afzonderlijk over te gaan tot volledige afwikkeling van de nalatenschap.

3 Het geschil in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

3.1. [

Eiseres] vordert, verkort weergegeven:
I. veroordeling van [gedaagden c.s.] tot uitbetaling van het aan [eiseres] toekomende legaat voor zover nog niet door hen uitbetaald, door [eiseres] berekend op € 117.071,85, vermeerderd met rente en kosten,
II. [eiseres] te machtigen om de aanslagen IB en de bankafschriften van alle in de dagvaarding genoemde bankrekeningen op te vragen over een periode van tien jaar of tenminste vijf jaar voor het overlijden van erflaatster, dan wel subsidiair [gedaagden c.s.] te veroordelen tot afgifte van de desbetreffende afschriften binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag dat deze veroordeling wordt geweigerd, met een maximum van € 20.000,00,
III. de zaak aan te houden in afwachting van de verkrijging van de onder II. gevorderde bankafschriften en [eiseres] de gelegenheid te geven zich daarover nader uit te laten en/of de vordering van [eiseres] uit hoofde van het bij testament van erflaatster opgenomen legaat na verstrekking van de bankafschriften/alle benodigde informatie die nodig is voor de vaststelling van het legaat, in goede justitie vast te stellen,
IV. [gedaagden c.s.] te veroordelen in de proceskosten.

3.2. [

gedaagden c.s.] voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vorderingen, althans een eventuele veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaringen, althans uitsluitend onder de voorwaarde dat [eiseres] zekerheid stelt, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.

3.3. [

gedaagden c.s.] vorderen in reconventie, verkort weergegeven:
1. [eiseres] te gelasten het conservatoire beslag op de ervenrekeningen bij ABN AMRO onmiddellijk op te heffen, op straffe van de onder 2 te noemen dwangsom,
2. veroordeling van [eiseres] tot betaling van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag nadat veertien dagen na betekening van dit vonnis zijn verstreken, met een maximum van € 20.000,00,
3. Een verklaring voor recht dat de gemaakte en nog te maken kosten van [gedaagden c.s.] in conventie en in reconventie, zowel in hoedanigheid van executeurs als voor zich, ter zake van deze procedure en de verdere afwikkeling van de erfenis en die bestaan uit hun eigen kosten, de kosten van de notaris en van de door hen ingeschakelde advocaat, kwalificeren als kosten van de nalatenschap in de zin van artikel 4:7, eerste lid, sub d, BW,
4. [eiseres] te veroordelen in de proceskosten.

4 Het geschil in het incident

4.1.

Liliane Fonds vordert, verkort weergegeven, dat de rechtbank bepaalt:
I. dat Liliane Fonds door middel van tussenkomst wordt toegelaten tot de procedure die tussen [eiseres] en [gedaagden c.s.] aanhangig is,
II. dat de procedure wordt verwezen voor akte uitlaten door [eiseres] en [gedaagden c.s.] en dat de mondelinge behandeling van 25 augustus 2022 geen doorgang vindt, dan wel wordt aangehouden.
Liliane Fonds stelt dat zij belang heeft bij de uitkomst van de procedure en dat zij er recht en belang bij heeft om in de procedure haar standpunt kenbaar te maken. In dat verband stelt zij dat tussen haar en [eiseres] eerder al overeenstemming bestond over wat de omvang van het legaat aan [eiseres] moest zijn, namelijk een bedrag van € 465.721,00 maar dat nu uit de dagvaarding blijkt dat [eiseres] haar vordering op € 497.355,00 heeft berekend. Volgens Liliane Fonds is het aan de opstelling van [gedaagden c.s.] te wijten dat het uiteindelijk niet tot een regeling is gekomen. Zij stelt dat zij daardoor dreigt financiële schade te leiden omdat [eiseres] nu meer vordert dan waar zij aanvankelijk genoegen mee wilde nemen. Liliane Fonds meent als enig erfgenaam daar nadeel van te zullen ondervinden.

Daarnaast stelt zij dat in de procedure mogelijk zal komen vast te staan dat de nalatenschap een vordering heeft op [gedaagde sub 2]. [Eiseres] heeft er in de dagvaarding immers op gewezen dat tijdens het leven van erflaatster een onverklaarbare vermogensafname heeft plaatsgevonden en zij houdt [gedaagde sub 2] hiervoor aansprakelijk. Als dit komt vast te staan, heeft Liliane Fonds er belang bij dat die vordering wordt geïncasseerd, aldus Liliane Fonds. Zij stelt dat niet is te verwachten dat [gedaagde sub 2] tot incasso van een vordering op hemzelf zal overgaan, terwijl wel is te verwachten dat hij het bestaan van de vordering zal betwisten.

4.2. [

Eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van het verzoek, tenminste voor zover dit met zich meebrengt dat de mondelinge behandeling op 25 augustus 2022 geen doorgang vindt. Zij voert daartoe aan, samengevat, dat de mondelinge behandeling al grotendeels is voorbereid en zij daarvoor kosten heeft gemaakt en dat zij er bovendien belang bij heeft dat er een einde komt aan de kwestie. Zij wijst erop dat zij Liliane Fonds telkens op de hoogte heeft gehouden en de dagvaarding aan haar heeft toegezonden, maar dat Liliane Fonds toen de keuze heeft gemaakt niet tussen te komen of te voegen. Zij voert verder aan dat tussen haar en het Liliane Fonds reeds is afgestemd hoe de nalatenschap moet worden berekend en dat zij het eens zijn over de opstelling van [eiseres] ook ten aanzien van de kosten die [gedaagden c.s.] in rekening hebben gebracht. [eiseres] concludeert dan ook dat Liliane Fonds geen reden heeft om zich te verweren tegen de door [eiseres] ingestelde vorderingen. Zij voert aan dat Liliane Fonds alleen een te respecteren belang heeft bij het instellen van vorderingen tegen [gedaagden c.s.] maar dat had zij eerder kunnen doen en de nadelige gevolgen mogen volgens [eiseres] niet bij haar worden neergelegd.

4.3. [

Gedaagden c.s.] voeren verweer. Zij concluderen, verkort weergegeven, tot ontzegging van het verzoek en niet-ontvankelijkverklaring van haar vorderingen, althans afwijzing ervan met veroordeling van Liliane Fonds in de proceskosten en, als de rechtbank oordeelt dat Liliane Fonds zich kan voegen (de rechtbank leest hier: mag tussenkomen), te bepalen dat de mondelinge behandeling kan worden aangehouden, althans dat een nieuwe mondelinge behandeling wordt bepaald in plaats van een nieuwe schriftelijke ronde. Zij voeren hiertoe aan, samengevat, dat voor tussenkomst van de erfgenaam geen ruimte is op grond van artikel 4:145, tweede lid, BW. [Gedaagden c.s.] vertegenwoordigen immers de erfgenaam in en buiten rechte. Zij wijzen erop dat de positie van de erfgenaam een andere is dan die van [eiseres] als legataris. Verder voeren zij aan dat het verzoek voorbarig is omdat zij Liliane Fonds per e-mail van 26 juli 2022 hebben verzocht naar aanleiding van het gewijzigde standpunt van de legataris een aantal zaken af te stemmen maar zij daarop niet heeft gereageerd en omdat, als het al zo zou zijn dat [gedaagden c.s.] schade hebben veroorzaakt, die kwestie niet thuishoort in deze procedure. Zij wijst erop dat Liliane Fonds op de hoogte is van alle geschilpunten, zodat het niet nodig is om een aparte schriftelijke ronde in te lassen.

5 De beoordeling in het incident

5.1.

Het beroep van [gedaagden c.s.] op artikel 4:145, tweede lid, BW gaat niet op.
Artikel 4:145 BW bepaalt dat de executeur gedurende zijn beheer bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen in en buiten rechte vertegenwoordigt. Dat houdt in dat aan de executeur een exclusieve bevoegdheid toekomt om in rechte op te treden ter zake het beheer van de nalatenschap, wat meebrengt dat een erfgenaam onbevoegd is zelfstandig in rechte op te treden. De vordering tot tussenkomst heeft echter geen betrekking op het beheer van de nalatenschap, maar gaat over de omvang van de nalatenschap en de rechten van en belangen van Liliane Fonds. Zij stelt immers dat de omvang van de nalatenschap met de huidige vorderingen van [eiseres] vermindert en dat als in deze procedure komt vast te staan dat de nalatenschap een vordering op [gedaagde sub 2] heeft, die nalatenschap in omvang toeneemt. Het instellen van een dergelijke vordering behoort niet tot de (beheers)taak van de executeur en daarmee niet tot zijn uitsluitende bevoegdheid (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 juni 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:6128).

5.2.

Dat betekent dat Liliane Fonds in haar vordering kan worden ontvangen.

5.3.

Op grond van artikel 217 Rv kan ieder die belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding vorderen daarin te mogen tussenkomen. De mogelijkheid tot tussenkomst is door de wetgever in het leven geroepen in verband met de doelmatigheid van tussenkomst en het feit dat door het toestaan van tussenkomst tegenstrijdige uitspraken kunnen worden voorkomen door dat de tussen de diverse partijen bestaande geschillen dan in één geding worden afgedaan. Een partij kan vorderen te mogen tussenkomen als zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (een van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel in te mengen in de aanhangige procedure in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld. Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan (HR 28 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:768). De partij die tussenkomst vordert, dient dus de wens te hebben een eigen vordering in te stellen tegen (een van) de procederende partijen. Deze partij hoeft niet reeds bij haar vordering tot tussenkomst haar vordering in tussenkomst te preciseren, of in te stellen (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 4 mei 2021 ECLI:NL:GHARL:2021:4322).

5.4.

De rechtbank is van oordeel dat aan de vereisten van tussenkomst is voldaan. Liliane Fonds heeft voldoende gesteld dat zij belang heeft bij de uitkomst van de procedure, vanwege de nadelige feitelijke of juridische gevolgen die deze voor haar kan hebben. Als komt vast te staan dat de berekening van het legaat door [eiseres] de juiste is, wordt de positie van Liliane Fonds benadeeld want daardoor wordt de omvang van de nalatenschap verminderd. Daarnaast stelt Liliane Fonds dat zij een vordering wenst in te stellen tegen [gedaagde sub 2] als komt vast te staan dat de onverklaarbare vermogensafname waarvan volgens Liliane Fonds en [eiseres] sprake is, aan hem is toe te rekenen. Als Liliane Fonds in deze procedure geen feiten en stellingen naar voren kan brengen, bestaat het gevaar dat zij in haar positie wordt benadeeld. Bovendien kan het leiden tot tegenstrijdige uitspraken als zij een afzonderlijke procedure moet voeren over een eventuele vordering van de nalatenschap op [gedaagde sub 2].

5.5.

Bij de vraag of een partij wordt toegestaan tussen te komen, moet de rechtbank – zoals hiervoor overwogen - ook de belangen van de overige partijen en de eisen van een goede procesorde voor ogen houden. De rechtbank is met [eiseres] van oordeel dat Liliane Fonds (veel) eerder om tussenkomst had kunnen vragen. Het is immers niet in geschil dat [eiseres] Liliane Fonds op de hoogte heeft gehouden van de procedure en de dagvaarding van 22 maart 2022 heeft toegezonden. Liliane Fonds was op dat moment al op de hoogte van de stellingen van [eiseres] en de mogelijke gevolgen daarvan voor haar positie. Liliane Fonds heeft er om haar moverende redenen echter voor gekozen om op dat moment niet om tussenkomst te verzoeken. Door thans in zo’n laat stadium, vlak voor de geplande mondelinge behandeling, alsnog om tussenkomst en om uitstel/afstel van de mondelinge behandeling te vragen, worden de overige partijen in hun belangen geschaad als de mondelinge behandeling geen doorgang zou vinden. Partijen zouden extra kosten moeten maken en de behandeling van de zaak zou aanzienlijke vertraging oplopen. De rechtbank ziet hierin aanleiding om het verzoek de mondelinge behandeling aan te houden, althans geen doorgang te laten vinden, af te wijzen. Het enkele feit dat de advocaat van Liliane Fonds verhinderd is om bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn, maakt dat niet anders. Dat is het gevolg van het late tijdstip van haar eigen verzoek. Bovendien heeft het advocatenkantoor van het Liliane Fonds meer in erfrecht gespecialiseerde advocaten aan zich verbonden. De mondelinge behandeling gaat dus door en Liliane Fonds kan als tussenkomende partij daaraan deelnemen. Zo nodig kan de rechter in de bodemprocedure de mogelijkheid bieden dat schriftelijk wordt verder geprocedeerd door partijen en bepalen in welke vorm dat het beste kan geschieden.

5.6.

Geen van de partijen kan als de in het incident in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De rechtbank

in het incident

6.1.

staat Stichting Liliane Fonds toe in de hoofdzaak tussen te komen,

6.2.

wijst de overige verzoeken af,

6.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in de hoofdzaak

6.4.

bepaalt dat de mondelinge behandeling van 25 augustus 2022 doorgang vindt en dat Liliane Fonds haar standpunt ter zitting mondeling naar voren mag brengen,

6.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2022.1

1 type: CvdD coll: