Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2022:1360

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-04-2022
Datum publicatie
02-05-2022
Zaaknummer
18/850082-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Noordelijke Fraudekamer. Veroordeling wegens handel en uitvoer van methylfenidaat (ritalin) en gewoontewitwassen. De rechtbank gaat niet mee in het afdoeningsvoorstel dat is gepresenteerd door het OM en de verdediging en legt een hogere straf op dan geëist, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 280 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk en met aftrek van voorarrest, en een taakstraf van 150 uren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 420bis
Wetboek van Strafrecht 420ter
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie

Groningen

parketnummer 18/850082-18

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 21 april 2022 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] , wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 maart 2022. Het onderzoek is gesloten op 7 april 2022.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.T. van Dalen, advocaat te Groningen.

Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte zijn kort gezegd de volgende feiten ten laste gelegd, na nadere omschrijving van de tenlastelegging:

1. primair: medeplegen van het meermalen opzettelijk overtreden van artikel 2 sub A en/of B van de Opiumwet, met betrekking tot methylfenidaat, van 1 januari 2018 tot en met

11 december 2018, in diverse plaatsen in Nederland; subsidiair: medeplichtigheid daartoe;

meer subsidiair: medeplegen van het opzettelijk overtreden van artikel 2 sub C van de Opiumwet, met betrekking tot methylfenidaat, van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018, in diverse plaatsen in Nederland;

2. primair: medeplegen van gewoontewitwassen van geld en bitcoins, afkomstig uit de handel in methylfenidaat, van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018, in diverse plaatsen in Nederland; subsidiair: medeplichtigheid daartoe;

3. medeplegen van gewoontewitwassen van meerdere geldbedragen, afkomstig van [benadeeldepartij 1] / [benadeelde partij 3] en [benadeelde partij 2] , door deze bedragen contant op te nemen en door te storten via bankrekeningen op naam van derden van 1 september 2016 tot 1 november 2016, in diverse plaatsen in Nederland.

De tenlastelegging is als bijlage opgenomen.

Overweging met betrekking tot het afdoeningsvoorstel

De officier van justitie heeft op 28 januari 2022 de rechtbank meegedeeld dat hij door de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 1] is benaderd met de vraag of er zogenaamde ‘procesafspraken’ gemaakt konden worden. Hierop hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de officier van justitie en de raadsman van verdachte. In een e-mailbericht van de officier van justitie op 8 maart 2022 heeft hij meegedeeld dat de verdediging en de officier van justitie overeenstemming hebben bereikt over de afdoening van onderhavige zaak. Volgens de officier van justitie wordt met het afdoeningsvoorstel tegemoet gekomen aan de belangen van strafvordering, de persoonlijke belangen van verdachte, alsmede de belangen van de benadeelde partijen. Door de officier van justitie is verzocht om (verkort) vonnis te wijzen conform het afdoeningsvoorstel.

De inhoud van het afdoeningsvoorstel is als volgt:

  • -

    verdachte erkent de feiten op de tenlastelegging;

  • -

    de officier van justitie eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (te

weten 100 dagen) en een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 50 uren;

- de officier van justitie vordert afwijzing van de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Op 14 maart 2022 heeft de rechtbank namens medeverdachte [medeverdachte 1] een e-mailbericht ontvangen met een aantal bijlagen, waaruit volgt dat met de benadeelde partijen overeenkomsten zijn gesloten ter finale kwijting en dat de overeen gekomen bedragen door verdachte zijn voldaan aan alle benadeelde partijen.

De rechtbank heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting op 15 maart 2022 de zaak inhoudelijk behandeld, zoals na ontvangst van de e-mailberichten betreffende het afdoeningsvoorstel door de rechtbank aan de raadsman en de officier van justitie is aangekondigd. Ter terechtzitting hebben zowel de officier van justitie als de raadsman bevestigd dat zij zich kunnen vinden in het afdoeningsvoorstel. Door de officier van justitie is ter terechtzitting ook aangevoerd dat met het volgen van het afdoeningsvoorstel er capaciteitswinst in de strafrechtketen zal worden gemaakt. Het vonnis zal onherroepelijk worden, omdat - als het voorstel door de rechtbank wordt gevolgd - er geen hoger beroep zal worden ingesteld door de officier van justitie en de verdachte. Daarnaast hoeven de eventueel op te leggen schadevergoedingsmaatregelen niet te worden geëxecuteerd.

De rechtbank overweegt dat zij is gebonden aan haar wettelijke taak om door het Openbaar Ministerie aangebrachte strafzaken te behandelen aan de hand van de voorschriften in het Wetboek van Strafvordering (Sv). In het bijzonder dient de rechtbank de vragen in de artikelen 348 en 350 Sv te beantwoorden. Hoewel het de verdediging en de officier van justitie vrij staat een afdoeningsvoorstel in te brengen, biedt de wet in de ogen van de rechtbank thans geen grondslag voor het één op één overnemen van de inhoud van een dergelijk voorstel in het vonnis, zonder een daaraan voorafgaande actieve en inhoudelijke beoordeling van de vragen in de genoemde wetsartikelen.

De rechtbank zal ook in deze zaak haar wettelijke taak uitvoeren en het afdoeningsvoorstel beschouwen als standpunten, die de rechtbank bij het vormen van haar oordeel heeft betrokken. De rechtbank is zich bewust van de capaciteitsschaarste in de strafrechtketen en ziet het belang om te zoeken naar mogelijkheden om processen te versnellen of te vereenvoudigen. Capaciteitsschaarste mag echter in de ogen van de rechtbank geen reden zijn om de taak van de rechtbank - ten aanzien van de schuldvraag en de strafoplegging - in te perken of te doorkruisen.

Daarnaast merkt de rechtbank op dat het haar niet duidelijk is geworden wat de betekenis is van het ‘erkennen’ van de feiten zoals dat is opgenomen in het afdoeningsvoorstel. Ook is het de rechtbank niet duidelijk geworden of aan deze voorwaarde is voldaan. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op advies van de raadsman de feiten erkent gelet op de inhoud van de afspraken met het Openbaar Ministerie, maar hij heeft zich op verdere vragen beroepen op zijn zwijgrecht. Deze ‘erkenning’ van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank, mede gelet op de ontkennende proceshouding in eerdere verhoren, bezwaarlijk als een zuiver bekennende verklaring worden opgevat. De rechtbank kan bij de beantwoording van de vraag omtrent het bewijs (artikel 350 Sv) daarom niet als uitgangspunt nemen dat verdachte alle feiten ter terechtzitting ondubbelzinnig heeft bekend.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feiten 1 primair, 2 primair en 3 en verwezen naar het afdoeningsvoorstel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd en verwezen naar het afdoeningsvoorstel.

Oordeel van de rechtbank

Feit 1 (overtreding van artikel 2 Opiumwet)

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december

2018, opgenomen op pagina 3476 en verder van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer NN2R017022 d.d. 18 april 2019 (onderzoek Beini), inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

Ik heb vanaf halverwege 2016 tot nu doosjes met ritalin verkocht. Ik heb bij meerdere apotheken recepten ingeleverd en daar ritalin voor gekregen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december2018, opgenomen op pagina 3507 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

Ik heb ritalin verstuurd naar adressen in Nederland, Engeland, Duitsland en België. Ik heb doosjes ritalin verzonden via het postkantoor.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 december2018, opgenomen op pagina 3584 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

V: Van wie is het verkoopaccount ‘ [account] ’?

A: Dat was van mij.

V: Hoe is het ontstaan?

A: Ongeveer in december 2017 heb ik dat account op Dream Market laten aanmaken. Ik heb eerst een account op Hanza gehad. Na ongeveer 14 verkopen is dit account uit de lucht gehaald. Daarna heb ik het account op Dream Market gehad.

V: Aan wie verkocht je methylfenidaat?

A: Aan mensen in Nederland buiten Dream Market die bij mij bestelden.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 oktober 2018,opgenomen op pagina 1195 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Uit een tapgesprek op 16 juni 2018 blijkt dat [medeverdachte 1] (stemherkenning) belt met Post NL. [medeverdachte 1] stelt zich voor als [naam 1] en geeft aan dat hij een track-code heeft waarin al een tijdje niets gebeurt. De track-code betreft [nummer] .

De gegevens behorende bij de track&trace-code zijn gevorderd en ontvangen. Ik heb het volgende bevonden:

  • -

    Het ordernummer betrof [nummer] .

  • -

    De order was geplaatst door [naam 1] .

  • -

    Het adres betrof [straatnaam] te Winschoten.

  • -

    De order was geplaatst op 10 juni 2018.

  • -

    De order was onderdeel van een order met 12 internationale verzendingen (Duitsland, Oostenrijk, Polen, België en Verenigd Koninkrijk).

Op het adres [straatnaam] in Winschoten stond geen [naam 1] ingeschreven. Op dit adres stond wel ingeschreven: [verdachte] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van observatie 29 mei 2018 d.d. 31 mei 2018, opgenomen op pagina 4727 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Wij hebben op 29 mei 2018 geobserveerd en daarbij hebben wij de volgende waarnemingen gedaan.

Wij, [nummer] en [nummer] , zagen omstreeks 09:50 uur dat de Volvo stilstond bij een benzinestation genaamd Lemsterhop. Wij herkenden de bestuurder als [medeverdachte 1] . Wij zagen dat er naast [medeverdachte 1] een onbekende man zat.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 11:42 uur dat [medeverdachte 1] uit de Volvo stapte. Ik zag dat hij naar binnen ging bij Medisch centrum Ganzenhoef aan de Bijlmerdreef 1169 in Amsterdam.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 11:58 uur dat [medeverdachte 1] weer in de auto stapte. Bij het vertrek zag ik dat de onbekende man nog als bijrijder in de auto zat.

Ik, [nummer] , herkende omstreeks 12:23 uur de onbekende man als [verdachte] .

Ik, [nummer] , zag omstreeks 12:30 uur dat [medeverdachte 1] naar binnen ging bij apotheek “ [naam apotheek] ”.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 12:39 uur dat [medeverdachte 1] uit de apotheek kwam. Ik zag dat hij een paar kleine witte doosjes in zijn handen had. Ik zag dat hij in de richting van de Volvo liep.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 12:50 uur dat [medeverdachte 1] naar binnen ging bij een apotheek genaamd “ [naam apotheek] ” in Amsterdam. Ik zag dat de bijrijder in de auto bleef zitten. Ik, [nummer] , zag omstreeks 12:59 uur dat [medeverdachte 1] uit voornoemde apotheek kwam.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 13:32 uur dat de Volvo stil stond aan de Admiraal de Ruyterweg te Amsterdam. Ik zag dat [verdachte] naast de auto stond.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 13:13 uur dat [medeverdachte 1] in apotheek de “ [naam apotheek] ” in Amsterdam stond.

Ik, [nummer] , zag omstreeks 13:39 uur dat [medeverdachte 1] de apotheek verliet met drie kleine witte doosjes.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2018, opgenomen op pagina 2255 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Uit opgenomen (tele)communicatie blijkt de betrokkenheid van [verdachte] op verschillende manieren. Hieronder zullen de relevante onderdelen van de betreffende gesprekken worden weergegeven ten aanzien van de handel in middelen van Lijst 1 Opiumwet.

Handel in medicijnen

In twee gesprekken, beide met zijn vader [naam 2] , spreekt [verdachte] over afleveren en/of medicijnen voor een ander. In een gesprek op 20 juli 2018 om 22:03 uur, bespreken ze een betaling en het afleveren van iets.

[verdachte] (= [verdachte] ) en [naam 2] (= [naam 2] ) [naam 2] Maak jij van de honderd euro ff vijftig over aan mij?

[verdachte] Hoe moet ik dat doen dan?

[naam 2] Nou, omdat jij net honderd euro van hem hebt gehad.

[verdachte] Wat hebben wij hem net vanmiddag afgeleverd?

Samenvatting: [verdachte] zegt dat het overmaken met die ‘kut coins’ je zo tien euro kwijt bent. [verdachte] vraagt aan pa of hij weet wat ze ‘hem’ gisteren en vandaag hebben geleverd. Dit moet meer waard zijn dan de honderd euro die [verdachte] ervoor heeft gekregen. [verdachte] zegt dat hij de spullen in ‘zijn’ (bedoelt iemand anders) auto heeft gegooid.

In een ander gesprek op 2 juli 2018 om 18:43 uur bespreken ze het ophalen voor medicijnen voor een ander. Samengevat:

[verdachte] (= [verdachte] ) en [naam 2] (= NNM)

[verdachte] vraagt aan onbekende man of hij 10 juli zijn medicijnen op kan halen.

NNM zegt dat hij die met het recept op kan halen.

[verdachte] zegt: we hebben die in Leek opgehaald toch?

NNM: Ja, die man zei dat het nieuwe recept ook in Leek was.

[verdachte] : Dan ga ik dat morgen regelen. Want ik ben er bijna door.

NNM: Ja, maar het is toch voor Pipo?

[verdachte] : Ja, maar niet alles he.

In hetzelfde gesprek wordt de naam ‘ [medeverdachte 1] ’ genoemd:

NNM: och en ja, [medeverdachte 1] moet bezorgen zeker vandaag.

[verdachte] : Ja dat weet ik, dat heb ik opgeschreven en notitie van gemaakt in de telefoon.

Op basis van de bevindingen uit het onderzoek Beini bedoelen zij wanneer gesproken wordt over ‘ [medeverdachte 1] ’ hoogstwaarschijnlijk [medeverdachte 1] . Bovendien spreekt [verdachte] ook in een ander gesprek over geld krijgen voor medicijnen over ‘ [medeverdachte 1] ’ en wordt deze naam genoemd in combinatie met ‘ [medeverdachte 2] ’. Dit betreft een gesprek op 26 juni 2018 om 20:20 uur met [naam 3] :

[verdachte] (= [verdachte] ) en [naam 3] (= [naam 3] )

[naam 3] en [verdachte] bespreken [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en zeggen dat die het ‘zo goed voor mekaar’ hebben. [naam 3] heeft nog niet eens de helft gekregen en [verdachte] helemaal niks. Hij heeft nog voor zijn geld moeten werken.

[naam 3] En al die medicijnen dan?

[verdachte] Ja, dat bedoel ik. Daar heb ik nog wat van gehad dan… [naam 3] Wat… Ja, niet alles.

[verdachte] Nee, al met al is dat ook niet de afspraak geweest. Dus eh… ik bedoel, hij heeft dan in ieder geval wat voor gedaan weet je, voor die centen.

Op basis van de OVC bestaat het beeld dat [verdachte] een groter aandeel heeft bij de handel van middelen van Lijst 1 Opiumwet dan hij doet voorkomen in zijn verklaringen. Op 2 september 2018 stapt [verdachte] in de auto van [medeverdachte 1] . De stem van [verdachte] wordt herkend door een opsporingsambtenaar. Tijdens dit gesprek spreken ze over een persoon of personen die hen ‘(200) doosjes’, ‘riet’, ‘rita’ en/of ‘dex’ zou leveren.

[verdachte] (= [verdachte] ) en [medeverdachte 1] (= [medeverdachte 1] )

[verdachte] . Ja luister we hebben een afspraak, tweehonderd (200) doosjes, kom daar eerst maar eens mee.

[…]

[medeverdachte 1] Als die tyfusmongool met z’n uh… dinges… als die opgeschoten was… [verdachte] Welke?

[medeverdachte 1] Met z’n tweehonderd kankerdoosjes. Jij zegt dat daar een ander tussen zit.

[verdachte] Ja, [naam 4] , maar ik weet wie dat… ik weet wie zijn nummer heeft.

[medeverdachte 1] Nou en dan moet je die gewoon spreken en dan moet je zeggen: “Die gozer wil jou spreken”.

[verdachte] Ja, want [naam 4] kan leveren, dat weet ik honderd procent. [naam 4] kan leveren.

[medeverdachte 1] Maar ook voor die prijs?

[verdachte] Ja maar kijk… en hij zit er tussen. Hij houdt het tegen.

[medeverdachte 1] Maar dat maakt niet uit.

[verdachte] Nee, maar je gaat toch niet hij … hij zegt: [naam 4] heb ik tegen de twaalf en de veertien. Hangt er even vanaf.

[medeverdachte 1] Nou [naam 5] (WG fon) ik wil vijf keer…

[verdachte] En dan ga je opeens op tweeëntwintig zitten, donder op!

[medeverdachte 1] En dan ga jij zeggen uh… dat maakt mij niet uit. Ik wil wel vijftien euro per doosje.

[verdachte] Hij is boos op mij he, want [naam 4] wou alles volgens mij leveren, maar die zei: “Nee nee, dan moet je het met mij doen, dat moet je niet met [naam 4] doen. Ik wie zijn nummer heb namelijk.

[medeverdachte 1] Nou ga daar maar even achteraan.

[…]

[medeverdachte 1] Nee doosjes, veertien doosjes dex en dan komt die met veertien doosjes en toen nam die die drie doosjes later dan is er nu nog maar één doosje en moet ik daar apart voor komen en dan zit die weer met die honderd pillen. Ik zeg: “jongen”… [verdachte] Dat is onze handel niet klaar.

[medeverdachte 1] Nee nee, dat vind ik dan nog niet erg weet je. Als ik daar… maar ik sta hier godverdomme half vier tot half vijf te wachten met een draaiende motor. Ik heb wel wat anders aan m’n kop. Dus toen stuurde ik hem weg: “Ik ga weg.”

[…]

[medeverdachte 1] Maar dat was dat. En elke keer smoesjes. Nou ben ik hier en ik ben onderweg en ik ben d’r bijna. Pleur toch op man.

[verdachte] Dan ben ik klaar, dan ben ik ook klaar ja.

[medeverdachte 1] O ja en hij zei: “Nou zit ik met die honderd pillen.” Ik zei: “Weet je wat jij doet? Regel d’r even honderd doosjes rita bij. Dan kom ik langs en betaal ik alles in één keer. Neem ik die honderd pillen van je ook af. Maar ga nou maar eerst even achter die riet aan.” [verdachte] Dan heb ik (ntv) volgens mij.

Woning in Winschoten

Bij het versturen van de (doosjes met) methylfenidaat, verkocht via Dream Market, bediende [medeverdachte 1] zich van verschillende pseudoniemen, waaronder [naam 1] . Als afzend- dan wel retouradres bij deze (deels internationale) verzendingen werd gebruikt: [straatnaam] te Winschoten. Dit is het GBA-adres van [verdachte] . In zijn verhoor op 13 december 2018 verklaart [verdachte] op de hoogte te zijn van het feit dat zijn woning fungeerde als retouradres en dat hij tegen betaling doosjes terugbracht naar [medeverdachte 1] . Daarnaast zijn er gesprekken waarin [verdachte] spreekt over het inrichting van een woning in Winschoten, waar ook [medeverdachte 1] een (financiële) relatie mee lijkt te hebben. Uit het onderzoek zijn geen andere woningen in Winschoten dan de [straatnaam] gebleken waar [verdachte] op enige manier aan te relateren is. Op 21 juni 2018 om 12:40 uur spreekt [verdachte] met zijn moeder [naam 6] en zegt onder andere dat hij geld van [medeverdachte 1] heeft gevraagd om het huis in te richten en dat hij er één keer in de week langs gaat om de post op te halen:

[verdachte] (= [verdachte] ) en [naam 6] (= NNV)

[verdachte] stelt NNV op de hoogte dat hij [medeverdachte 1] 600 euro heeft gevraagd. 300 voor [naam 7] om het huisje in Winschoten in te richten en 100 voor Pa. Dan houdt hij zelf 200 over om het huis in te richten met een bed. [verdachte] zegt dat het wel ingericht moet worden, anders krijg je gezeik.

NNV: Dan moet je er wel één keer in de week naartoe.

[verdachte] Ja dat moet sowieso. De post en zo voor de deur weghalen.

NNV: Ja. En je moet eventjes een tijdklok er tussen zetten zodat het licht aangaat.

[verdachte] Ja, en dat soort dingen. Ik zal eerst zorgen dat er een bed staat enzo.

NNV: En vloerbedekking. Ligt er nog vloerbedekking?

[verdachte] Ja, dat ligt er nog wel. Zeil en vloerbedekking. Maar goed, het staat een beetje raar als er geen bed ligt he?

NNV: Ja.

[verdachte] Gewoon onder het mom van dan kunnen ze in ieder geval naar binnen kijken en dan hebben ze het idee, maar dat gaat ook nergens over.

NNV: Nee.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december2018, opgenomen op pagina 3736 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

V: Wat is het adres [straatnaam] te Winschoten voor jou?

A: Dat is mijn adres. Daar woon ik.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december2018, opgenomen op pagina 3754 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

V: Bezocht [medeverdachte 1] dan apothekers?

A: De kans bestaat dat dit klopt.

V: Wat heeft [medeverdachte 1] je dan verteld hierover?

A: Nou ja zo van weer wat geld verdiend. Zo van zoveel inkoopwaarde en zoveel verkoopwaarde. Ik ben ook niet gek he. Ik kwam ook wel bij hem thuis en heb ook wel dingen gezegd. Ik heb wel eens pillen van ritalin gezien. Ik weet ook dat hij dit zelf gebruikt, alleen niet in hoeveelheden die ik heb gezien.

V: Wat heb je gezien dan?

A: Witte doosjes.

A: Ik heb wel eens wat doosjes ontvangen op mijn adres in Winschoten. Dat waren ritalinpillen. Ik heb de doosjes teruggebracht en ik kreeg hier geld voor.

V: Heb je [medeverdachte 1] erop aangesproken?

A. Ja, ik heb hem gevraagd wat er aan de hand was. Ik begreep dat mijn adres werd gebruikt voor retourzendingen. Hij heeft mij ook gezegd dat ik wat geld kreeg als ik de ritalin aan hem zou geven. Ik kreeg geld voor elk doosje dat ik terugbracht.

V: Wat hield die handel en wandel van medicijnen van [medeverdachte 1] in dan?

A: In het begin reed hij rond met ritalin. Dan verkocht hij af en toe een doosje en dan kocht hij weer nieuwe. En hij is begonnen op marktplaats.

V: [medeverdachte 1] zegt zelf dat hij ook verkocht via een forum.

A: Alpha forum.

A: Ik heb ook wel eens wat gehad in bitcoins van [medeverdachte 1] voor het terugbrengen van de doosjes. Ik weet dat je geld uit een apparaat kunt halen. Er is één apparaat in de stad. Ik weet de straat zo niet.

V: Steentilstraat?

A: Ja, klopt.

Uit voorgaande bewijsmiddelen volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met medeverdachte [medeverdachte 1] . Verdachte is betrokken geweest bij de aankoop van de methylfenidaat, bij het verkooptraject (door onder andere zijn adres als retouradres beschikbaar te stellen) en bij de verwerking van de opbrengsten via verschillende passen (zie daartoe ook feit 2). Het primair ten laste gelegde kan daarom wettig en overtuigend worden bewezen.

Feit 2 (gewoontewitwassen)

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december2018, opgenomen op pagina 3489 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

A: Ik heb aan [verdachte] gevraagd of hij iemand wist die een prepaid kaart kon aanvragen. [verdachte] kwam toen met [naam 12] .

V: Wat deed je precies met die creditcard dan?

A: Geld opnemen en betalingen doen.

V: Had je meerdere passen?

A: Ik had meerdere passen, ook op naam van anderen. Op naam van [naam 8] , op [medeverdachte 3] en wat buitenlandse namen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 december2018, opgenomen op pagina 3584 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

V: Hoe ontving jij de betalingen van de verkoop?

A: Bitcoins en contant. Dit waren de betalingen niet via het dark web.

V: Hoe gingen de betalingen via Dream?

A: Het wordt via Escrow een betaling geblokkeerd. Na ontvangst van de bestelling wordt deze betaling vrijgegeven door het systeem. Je ontvangt dan de bitcoins op een tussenrekening van het platform. En dan kun je het doorstorten. Je kunt het dan doorstorten naar een andere wallet en vanuit daar kun je het dan naar een debit-/creditcard doorstorten. Dan kun je het weer uitgeven bij een winkel of een tankstation. Of geld opnemen.

V: Wat voor kaarten waren dat?

A: Visakaarten van Wirex en een Mastercard van Viabuy.

V: Op wiens naam stonden deze kaarten?

A: Op mijn naam en ik heb er één op [medeverdachte 3], één op [naam 12] en twee op buitenlandse namen.

V: Wat kun jij vertellen over het gebruik van bitcoin ATM’s om verdiensten van de handel in methylfenidaat te gelde te maken?

A: Sinds 2017 denk ik bezocht ik meerdere ATM-machines in Amsterdam. In 2018 was er één in Groningen. Daarin kun je geld overmaken van bitcoins naar contant geld. Het geld dat ik opnam was niet alleen afkomstig van de handel, ik had ook in 2016 bitcoins gekocht die meer waard werden. Ik liet me ook uitbetalen via Bitonic en nog een online club.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 18 december2018, opgenomen op pagina 3597 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

V: Wat kun je ons vertellen over de aangetroffen (betaal)kaarten in jullie woning op naam van [medeverdachte 3] , [naam 9] , [naam 10] , [naam 11] en [naam 8] ?

A: Ik had een aantal passen zelf en een aantal passen via onder andere [naam 12] verkregen.

V: Hoe werden die kaarten vergoed?

A: Volgens mij met bitcoins, dat zijn van die bitcoinkaarten.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 juli 2018 (AH106), opgenomen op pagina 965 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 26 april 2018 zijn de historische gegevens van [medeverdachte 1] opgevraagd bij Bitonic. Op 5 juni 2018 heb ik de volgende informatie ontvangen:

[medeverdachte 1] is een klant van Bitonic. Hij heeft een account onder zijn eigen

bankrekeningnummer namelijk [rekeningnummer] . In totaal heeft [medeverdachte 1] voor een bedrag van € 9.697,50 aan bitcoins laten uitbetalen op zijn eigen bankrekeningnummer, tussen 5 januari 2017 en 15 maart 2018. Opvallend is dat [medeverdachte 1] zijn Bitcoinadres gebruikt voor het uitbetalen van bitcoins op bankrekeningen van andere personen. Door Bitonic wordt dit herkend als een patroon welke vaak gezien wordt op het moment dat bitcoins worden ingezet om geld wit te wassen. Hierbij worden bitcoins verspreid naar verschillende natuurlijke personen die het geld vervolgens contant opnemen. Vanaf het bitcoinadres van [medeverdachte 1] zijn betalingen gedaan naar 17 personen, waaronder naar [naam 2] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 november 2018 (AH-152), opgenomen op pagina 1532 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Ik heb onderzoek gedaan naar de bitcoinadressen die door Bitonic zijn geleverd. Uit onderzoek blijkt dat er een link is naar verschillende darknet-markets.

Op 8, 23 en 31 maart 2017, 10 en17 mei 2017 hebben er transacties plaatsgevonden, waarvan het ontvangstadres is te linken aan het bankrekeningnummer [rekeningnummer] , op naam van [medeverdachte 1] . Chainalysis geeft aan dat een deel van deze storting afkomstig is van Dream Market.

Op 15 februari 2017 heeft er een transactie plaatsgevonden, waarvan het ontvangstadres ook is te linken aan bankrekeningnummer [rekeningnummer] , op naam van [medeverdachte 1] . Chainalysis geeft aan dat een deel van de storting afkomstig is van Hansa Market.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 februari 2019 (AH216), opgenomen op pagina 2457 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op 18 februari 2019 vorderde ik transacties van de aangetroffen debitcards aan de [straatnaam] te Eelderwolde bij [bedrijf 1] in de periode 1 januari 2016 tot en met heden. De aangeleverde transacties werden door mij geanalyseerd. Alle transacties vonden plaats in 2018.

Wirex

Kaartnummer

Naam

Totaal

[nummer]

[naam 11]

€ 240,00

[nummer]

[naam 9]

€ 2.165,82

[nummer]

[naam 8]

€ 750,00

[nummer]

[medeverdachte 1]

€ 17.417,23

[nummer]

[medeverdachte 2]

€ 6.649,08

Viabuy

Kaartnummer

Naam

Totaal

[nummer]

[medeverdachte 2]

€ 2.103,73

[nummer]

[medeverdachte 1]

€ 5.978,29

[nummer]

Onbekend

€ 832,86

Totaal van de aangetroffen en onderzochte kaarten van 18 februari 2018 t/m 8 december 2018: € 36.137,01.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 januari 2018,opgenomen op pagina 2255 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Dream Market

Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat [medeverdachte 1] via Dream Market verschillende merken methylfenidaat verhandelt in binnen- en buitenland, dat dit wordt uitbetaald in cryptovaluta (o.a. bitcoins) en vervolgens via verschillende rekeningen en manieren te gelde wordt gemaakt. Ook

[verdachte] lijkt hierin een aandeel te hebben. Op 7 juni 2018, om 12:52 uur, spreken [verdachte] en [naam 12] over ‘Dream’ en het overmaken van geld naar een Viabuy-debitcard die blijkbaar in het bezit was van [medeverdachte 1] :

[verdachte] (= [verdachte] ) en [naam 12] (= [naam 12] )

[verdachte] Wil jij even, waar je gisteren twintig euro naar over hebt gemaakt, wil je twintig euro over maken? Want [medeverdachte 1] die effe gezeik met Dream… [naam 12] Dream?

[verdachte] Ja, Dream. Dat is waar wij, via die maken wij zeg maar geld over naar die passen, naar die Viabuy naar jou.

[naam 12] Ja.

[verdachte] Maar dat doet hij als het goed is, daar is hij nu. Hij gaat nu, hij laat mij nu weten. Maar dan kan ik in ieder geval straks jouw kant op komen.

[naam 12] Ja, maar dan…

[verdachte] Met die pas… en dan kunnen we daar geld vanaf halen.

[naam 12] Ja, hoe veel dan?

[verdachte] Twaalfhonderd.

[naam 12] Alleen voor mij of ook voor jou?

[verdachte] Ik wil tweehonderd hebben.

[naam 12] Ja.

[verdachte] Maar eh... de rest mag jij eh... Het is in ieder geval dat jij je huur twee keer kan betalen en wat boodschappengeld hebt.

[naam 12] Nee…

[verdachte] In ieder geval, ik weet niet exact hoe laat want hij is nu met Dream bezig.

[…]

[verdachte] Luister, ik heb die kaart nou en hij zou er vandaag wat op storten en daar is hij nou mee bezig, maar dat Dream deed even moeilijk. Maar zij zegt: vraag even aan [naam 12], dat jij in ieder geval die kant op kan.

[naam 12] Ja?

[verdachte] Dus als jij twintig over en dan kom ik straks jouw kant op.

[naam 12] Ja.

[verdachte] … en dan, en dan. Jij kan toch in dat ding kijken?

[naam 12] Wat voor ding? Van Viabuy?

[verdachte] Ja?

[naam 12] Daar kan ik niet meer inkomen. Ja, die ken, ja daar heb ik geen codes van.

[verdachte] Oh, die heb ik dan wel. Dan vraag ik wel effe of [medeverdachte 1] mij die appt. Dat komt wel goed.

[naam 12] Dat is goed want die heb ik niet….

[verdachte] Nee, maar dan krijg ik, dan vraag ik zo [medeverdachte 1] of die mij appt en zorg ik, dan kunnen wij daarop wachten. Want [medeverdachte 1] zegt, ik moet effe met dat, met dat Dream ben ik bezig, maar hij zit effe ergens anders… [naam 12] Oké.

[verdachte] . … hij had in ieder geval vanmorgen die kaart van jou bij mijn (ntv) door de brievenbus gegooid.

En dezelfde dag, 7 juni 2018, om 22:01 uur, hebben dezelfde mannen een gesprek:

[verdachte] Ik had [medeverdachte 1] net aan de lijn. Ik stuur je zo meteen een ABN-nummer. Daar moet je 25 euro naar toe overmaken.

NN: Ik heb ja niets meer.

[verdachte] Luister nou even, dan kom ik naar jou toe.

NN: Ja.

[verdachte] Dan gaan wij morgenochtend, gaan wij om 13:00 uur deze kant weer op.

NN: Ja.

[verdachte] Naar [medeverdachte 1] toe.

NN: Ja.

[verdachte] En dan handelen we het hier af, want wij moeten in de Steentilstraat pinnen.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december2018, opgenomen op pagina 3827 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [naam 12] :

Ik heb een debetkaart aangeschaft voor de bitcoins. [verdachte] heeft die kaart meegenomen.

9. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december2018, opgenomen op pagina 3878 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 4] :

[verdachte] vertelde mij dat ik een rekening moest openen, waar dan geld op gestort zou worden. [verdachte] zou het geld er dan weer af halen, want hij had ook de pas in zijn bezit. [verdachte] had alles in handen. Ik heb volgens mij twee of drie keer een rekening voor [verdachte] geopend.

10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december2018, opgenomen op pagina 3754 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:

A: Ik heb [naam 12] gevraagd om een Viabuy card aan te vragen.

V: [medeverdachte 1] verklaarde dat jij [naam 12] hebt aangedragen om een kaart op naam te zetten.

A: Ik denk eerder dat mij is gevraagd of ik mensen wilde regelen om Viabuy kaarten op naam te zetten.

Gelet op de betrokkenheid van verdachte bij het onder 1 bewezen verklaarde in samenhang met voornoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank het primair ten laste gelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 (gewoontewitwassen)

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2016 (A001), opgenomen op pagina 256 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 13] , namens [benadeelde partij 1] .:

Wij hadden een deal met het bedrijf [bedrijf 2] . Op 28 augustus 2016 had ik e-mailcontact met [bedrijf 3] voor een bestelling die ik had gemaakt bij [bedrijf 3] . Het ging om een bestelling met een bedrag van 71.091,36 dollar. Op 30 augustus 2016 kreeg ik een e-mail terug van [emailadres] . Dit emailadres is van de hacker. Bij deze e-mail kreeg ik een factuur mee van 71.091,36 dollar. Ik moest het bedrag overmaken op bankrekeningnummer [rekeningnummer] . Ik heb dit op 30 augustus overgemaakt.

Op 5 september 2016 kreeg ik een mail van de hacker, dat de betaling mislukt was. Ik kreeg toen een ander IBAN-nummer toegestuurd, namelijk [rekeningnummer] . Op 24 oktober kwamen [bedrijf 2] en ik erachter dat het niet klopte. [bedrijf 2] legde mij uit dat [emailadres] gehackt was.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2019 (AH135-01), opgenomen op pagina 1250 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Op bankafschriften behorende bij bankrekeningnummer [rekeningnummer] is te zien dat dit geld op 7 september 2016 wordt gestort. Het gaat om een bedrag in euro’s, namelijk

€ 62.762,70. Op de bankafschriften is vervolgens te zien dat in de week na de storting van dit geld, een bedrag van € 62.752,00 wordt overgeboekt naar diverse bankrekeningen op naam van:

13 september 2016

€ 700,00

[naam 2]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 250,00

[naam 2]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 5.000,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 5.000,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 5.000,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 5.015,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 21.000,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 10.000,00

[naam 14]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 10.700,00

[naam 12]

[rekeningnummer]

14 september 2016

€ 47,00

[naam 2]

[rekeningnummer]

Uit de bankafschriften van rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 12] is vervolgens te zien dat de overgeboekte € 10.000,00 op 14 september 2016 direct contant wordt opgenomen bij een ING automaat in Roden.

Uit de bankafschriften van rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 12] is vervolgens te zien dat van de overgeboekte € 10.015,00 op 14 september 2016 direct € 10.000,00 contant wordt opgenomen bij een ING automaat in Roden.

Uit de bankafschriften van rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 12] is vervolgens te zien dat de overgeboekte € 21.000,00 op 15 september 2016 direct wordt overgeboekt naar [rekeningnummer] op naam van [naam 12] .

Uit de bankafschriften van [rekeningnummer] is te zien dat van de € 21.000,00 een bedrag van € 10.500,00 wordt doorgeboekt naar rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 12] en een bedrag van € 10.475,00 naar rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 15] . Uit dezelfde bankafschriften van [rekeningnummer] is te zien dat de overgeboekte

€ 10.700 op 14 en 15 september 2016 in gedeelten contant wordt opgenomen in Roden en Groningen.

Uit de bankafschriften van rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 12] is vervolgens te zien dat van de overgeboekte € 10.500,00 op 15 september 2016 direct € 10.000,00 contant wordt opgenomen bij een ING automaat in Groningen.

Van het bedrag van € 10.475,00 dat is overgeboekt naar rekening [rekeningnummer] op naam van

[naam 15] is gebleken dat hiervan op dezelfde dag € 10.000 contant werd opgenomen in Groningen.

Uit de bankafschriften van rekening [rekeningnummer] op naam van [naam 14] is vervolgens te zien dat van de overgeboekte € 10.500,00 op 14 september 2016 direct € 10.000,00 contant wordt opgenomen bij een ING automaat in Groningen.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 5 maart 2019 (AH-206), opgenomen op pagina 2335 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Door de Tsjechische Republiek is een rechtshulpverzoek gedaan, waarin [benadeelde partij 2] aangifte deed van oplichting. De aangever verklaarde dat:

  • -

    hij in oktober 2016 via Alibaba.com contact zocht met het bedrijf ‘ [bedrijf 4] ’, gevestigd in Bolsward, om gedroogde melk te kopen via Alibaba om. - [naam 16] hem een prijsaanbod stuurde via e-mail.

  • -

    Het aanbod zo goed was dat hij een bestelling deed voor gedroogde melk op 17 oktober 2016 met een totaalwaarde van € 24.900,00.

  • -

    Aansluitend op deze bestelling is een factuur gestuurd met instructies voor de betaling.

  • -

    Op grond van de instructies werd op 18 oktober 2016 een betaling verricht van € 12.450,00 naar het rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van vennootschap ‘ [bedrijf 4] ’.

  • -

    De tweede helft, van € 12.450,00, op 25 oktober 2016 werd overgemaakt naar dezelfde rekening.

Deze goederen zijn nooit aangekomen, dan wel verstuurd. Het rekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [bedrijf 6] .

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 februari 2018 (AH278-04), opgenomen op pagina 3170 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

De mutaties aan de debetzijde van bankrekeningnummer [rekeningnummer] zullen worden beschreven.

  • -

    Op 18 oktober 2016 is er een bedrag van € 450,00 overgeboekt naar [rekeningnummer] ten name van [naam 2] .

  • -

    Op 18 oktober 2016 is er in totaal vier keer € 2.000,00 opgenomen in Leek.

  • -

    Op 19 oktober 2016 is er € 2.000,00 opgenomen in Leek.

  • -

    Op 26 oktober 2016 is er een bedrag van € 450,00 overgeboekt naar [rekeningnummer] ten name van [naam 2] .

  • -

    Op 26 oktober 2016 is er € 50,00 geboekt naar [rekeningnummer] t.n.v. [bedrijf 5] .

  • -

    Op 27 oktober 2016 is er € 50,00 opgenomen in Roden.

  • -

    Op 27 oktober 2016 is er € 100,00 geboekt naar [rekeningnummer] t.n.v. [bedrijf 5] . - Op 27 oktober 2016 is er € 16,00, € 1.000,00, € 784,00, € 1.500,00, € 1.816 en € 2.500,00 overgeboekt naar [rekeningnummer] op naam van [naam 12] .

  • -

    Op 27 oktober 2016 is er € 184,00 geboekt naar [rekeningnummer] t.n.v. [bedrijf 5] . - Op 27 oktober 2016 wordt er twee keer € 1.005,00 overgeboekt naar rekeningen [rekeningnummer] en [rekeningnummer] , beiden op naam van [naam 12] .

  • -

    Op 27 oktober 2016 wordt € 320,00 en € 100,00 opgenomen in Leek.

  • -

    Op 28 oktober 2016 wordt € 60,00 opgenomen in Leek.

  • -

    Op 28 oktober 2016 is er € 1.450,00 geboekt naar [rekeningnummer] t.n.v. [bedrijf 5] .

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 oktober 2018 (AH124), opgenomen op pagina 1119 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:

Tussen 26 en 28 oktober 2016 is een totaalbedrag van € 1.784,00 gestort op de rekening. Tussen 28 oktober 2016 en 3 juli 2017 vinden er in totaal 8 geldopnames plaats, in onder andere Leek en Roden met een totaalbedrag van € 1.730,00.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 december2018, opgenomen op pagina 3878 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 4] :

[verdachte] vertelde mij dat ik een rekening moest openen, waar dan geld op gestort zou worden. [verdachte] zou het geld er dan weer af halen, want hij had ook de pas in zijn bezit. Na het openen van de rekening heb ik er helemaal geen bemoeienis meer mee gehad. [verdachte] had alles in handen. Ik heb volgens mij twee of drie keer een rekening voor [verdachte] geopend.

Er waren geen anderen betrokken bij [bedrijf 6] .

De andere BV was [bedrijf 5] . Ik heb daar zelf geen bankrekening van.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 13 december2018, opgenomen op pagina 3835 en verder van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [naam 12] :

[verdachte] was erbij. Ik heb het geld aan hem gegeven. [verdachte] had [medeverdachte 4]

gevraagd om dat geld op zijn rekening te zetten. Het geld is op mijn rekeningen van de ABN AMRO gestort. Ik moest vervolgens het geld op mijn ING-rekeningen storten. Dit was 10.500 euro en 10.475 euro. De dag erna ging ik met [medeverdachte 4] , [verdachte] en nog een of twee mannen naar Groningen. Hier heb ik in totaal 5 x € 2.000,00 gepind. Het geld moest ik aan [verdachte] geven.

Gelet op voornoemde bewijsmiddelen, acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1 primair, 2 primair en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018 in de gemeenten Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen,

  • -

    opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, en

  • -

    opzettelijk heeft verkocht,

een hoeveelheid methylfenidaat, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

2.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018, in de gemeenten Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen van na te noemen voorwerpen,

immers heeft verdachte meermalen op verschillende tijdstippen in genoemde periode, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, (van) een voorwerp, te weten

- een hoeveelheid geld en/of bitcoins, afkomstig van de illegale handel in methylfenidaat vanverdachte en zijn medeverdachten,

a. a) de werkelijke aard en de herkomst verhuld, en/of

b) verworven en voorhanden gehad en overgedragen,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, meermalen, dat geld en/of die bitcoins via en/of naar bankrekeningen en/of bitcoinrekeningen en/of debitcards van verdachte zijn medeverdachten en/of van katvangers doorgestort en/of omgezet en/of (vervolgens) opgenomen, of doen/laten doorstorten en/of opnemen,

terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

3.

hij in de periode van 1 september 2016 tot 1 november 2016, in de gemeenten Groningen en/of Tynaarlo, tezamen en in vereniging met anderen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen van na te noemen voorwerpen,

immers heeft verdachte in na te noemen perioden meermalen, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, (van) een voorwerpen, te weten:

- in september 2016, (in totaal ongeveer) 62.762 euro, gestort op bankrekeningnummer

[rekeningnummer] op naam van [bedrijf 6] , en/of

- in oktober 2016, (in totaal ongeveer) 24.900 euro, gestort op bankrekeningnummer

[rekeningnummer] op naam van [bedrijf 6] ,

a. a) de werkelijke aard en de herkomst verhuld, en/of

b) voorhanden gehad,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten, (een deel van) dat geld

  • -

    contant opgenomen of doen/laten opnemen, en/of

  • -

    ( meermalen) (door)gestort of doen/laten doorstorten, onder verhullende vermeldingen, via en/ofnaar een of meer andere bankrekening(en) waar verdachte het beheer en/of beschikkingsmacht over had, te weten van die [naam 2] en/of de bedrijven

  • -

    [bedrijf 6] . ( [rekeningnummer] en/of [rekeningnummer] ), en/of

  • -

    [bedrijf 5] ( [rekeningnummer] ),en aldus telkens dat geld doorgestort en/of (vervolgens) opgenomen en/of doen/laten (door)storten en en/of (vervolgens) opnemen,

terwijl hij wist dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het bewezen verklaarde levert op:

1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwetgegeven verbod, meermalen gepleegd

EN

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

2. medeplegen van gewoontewitwassen;

3. medeplegen van gewoontewitwassen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feiten 1 primair, 2 primair en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest (te weten 100 dagen) en een taakstraf voor de duur van 50 uren. Hij heeft daarbij verwezen naar het afdoeningsvoorstel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verwezen naar het afdoeningsvoorstel. Hij heeft daarbij opgemerkt dat verdachte zijn leven nu goed op orde heeft en dat verdachte deze zaak graag achter zich wil laten.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met medeverdachten [medeverdachte 1] en met [medeverdachte 2] schuldig gemaakt aan illegale handel in methylfenidaat, ook wel bekend als ritalin. Samen hebben zij duizenden pillen (onder andere via het dark web) verkocht in binnen- en buitenland. Ritalin mag uitsluitend door apotheken worden verstrekt, nadat dit door een arts is voorgeschreven. Hierdoor wordt gewaarborgd dat ritalin alleen wordt gebruikt als daar een medische reden voor is en dat dit gebruik op een verantwoorde wijze plaatsvindt. Door deze procedure te omzeilen hebben verdachte en zijn medeverdachten de gezondheid van de afnemers in gevaar gebracht. Verdachte heeft hier geen oog voor gehad en hij heeft zich enkel laten leiden door financieel gewin. Daarnaast heeft verdachte geld en bitcoins witgewassen, die zijn verkregen uit onder andere de handel in ritalin. Uit het dossier is verder gebleken dat verdachte en medeverdachten betrokken waren bij een structuur die neerkomt op het doorstorten van gelden en het gebruik maken van katvangers en schijnbedrijven, om zo illegale geldstromen aan het zicht te onttrekken en hun betrokkenheid af te schermen. Witwassen brengt de legale economie in gevaar en bedreigt de integriteit van het financiële en economische verkeer.

De rechtbank acht de bewezen verklaarde feiten zeer ernstig. Deze feiten rechtvaardigen op zichzelf een langdurige gevangenisstraf. De rechtbank sluit zich met betrekking tot de handel in ritalin aan bij de oriëntatiepunten van het LOVS ten aanzien van het dealen van harddrugs vanuit een pand en/of op straat. Voor een periode van 6 tot 12 maanden, waarbij met enige regelmaat wordt gedeald, is het oriëntatiepunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf in aanmerking dat verdachte een kleinere rol heeft gespeeld dan zijn medeverdachten: verdachte heeft geen leidende rol gehad en hij heeft voornamelijk hand- en spandiensten verricht.

Alles overwegende acht de rechtbank - naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest - een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur 180 dagen en een taakstraf van 150 uren passend en geboden. De oplegging van een langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf acht de rechtbank niet opportuun. De rechtbank gaat daarmee niet mee in de afspraken die tussen de verdediging en de officier van justitie zijn gemaakt in het afdoeningsvoorstel. De rechtbank is van oordeel dat de afspraak die is gemaakt met betrekking tot de op te leggen straf absoluut geen recht doet aan de ernst van de bewezen verklaarde feiten. De rechtbank houdt verder geen rekening met de proceshouding van verdachte, nu verdachte ter terechtzitting, anders dan verwacht mag worden bij een ‘erkennende’ proceshouding, geen volledige openheid van zaken heeft gegeven en zijn proceshouding slechts lijkt te zijn ingegeven door het gunstige vooruitzicht van het afdoeningsvoorstel.

Benadeelde partij

[benadeelde partij 1] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan:

Feit

Benadeelde partij

Gevorderde materiële schade

3

[benadeelde partij 1]

€ 63.443,03

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering. Hij heeft daarbij verwezen naar het afdoeningsvoorstel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich aangesloten bij de officier van justitie en verwezen naar het afdoeningsvoorstel.

Oordeel van de rechtbank

Door de raadsman van medeverdachte [medeverdachte 1] zijn stukken overgelegd waaruit blijkt dat medeverdachte [medeverdachte 1] met de benadeelde partijen een overeenkomst ter finale kwijting heeft gesloten. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22b, 22c, 47, 57, 63 en 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 280 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 2 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

een taakstraf voor de duur van 150 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 75 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

ten aanzien van feit 3

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk.

Bepaalt dat [benadeelde partij 1] haar eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Timmermans, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. H. Brouwer, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 april 2022.

Bijlage (tenlastelegging)

Aan verdachte is na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018 in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer andere(n), althans alleen,

- opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, en/of- opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid methylfenidaat, althans van een materiaal bevattende methylfenidaat, althans/zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

althans, indien ten aanzien van het bovenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot 11 december 2018 in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer andere(n), althans alleen,

  • -

    opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, en/of

  • -

    opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijkaanwezig heeft gehad, een hoeveelheid methylfenidaat, althans van een materiaal bevattende methylfenidaat, althans/zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of zijn medeverdachte(n) geholpen door

  • -

    die [medeverdachte 1] te vervoeren, althans bij het vervoer te assisteren, naar een of meerapotheken in diverse plaatsen in Nederland teneinde die [medeverdachte 1] in staat te stellen methylfenidaat op te halen bij die apothe(e)k(en), en/of

  • -

    die [medeverdachte 1] te helpen bij het verwerken van (klant)bestelling(en) (via internet) vanmethylfenidaat(medicijnen), en/of

  • -

    die [medeverdachte 1] verdachtes woonadres [straatnaam] te Winschoten aan te bieden en/of(toestaan) te laten gebruiken voor (een) retourzending(en) methylfenidaat(medicijnen) en/of (ook) op verdachtes woonadres (een) postpakket(ten) te ontvangen en/of (vervolgens) aan die

[medeverdachte 1] te geven;

althans, indien ten aanzien van het bovenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018 in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer andere(n), althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid methylfenidaat, althans van een materiaal bevattende methylfenidaat, althans/zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossier 1)

2.

hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018, in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke persoon/personen en/of rechtspersoon/rechtspersonen, althans alleen, al dan niet een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen van na te noemen voorwerpen,

immers heeft verdachte (aldus) meermalen (op verschillende tijdstippen in genoemde periode), althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten (telkens)

- een hoeveelheid geld en/of bitcoins, afkomstig en/of ontvangen van/uit de illegale handel in methylfenidaat van verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

a. a) de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en) voorhanden hebben gehad, en/of

b) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die voorwerp(en) (telkens) gebruik gemaakt,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, dat geld en/of die bitcoins via en/of naar een of meer bankrekening(en) en/of bitcoinrekening(en) en/of creditcard(s) en/of debitcard(s) en/of waardepas(sen) van verdachte zijn medeverdachte(n) en/of van (een) andere katvanger(s)/medeverdachte(n) (door)gestort en/of omgezet en/of (vervolgens) opgenomen, of doen/laten (door)storten en/of opnemen,

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

althans, indien ten aanzien van het bovenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

[medeverdachte 1] (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2018 tot en met 11 december 2018, in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of Winschoten en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke persoon/personen en/of rechtspersoon/rechtspersonen, althans alleen, al dan niet een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen van na te noemen voorwerpen,

immers heeft die [medeverdachte 1] (aldus) meermalen (op verschillende tijdstippen in genoemde periode), althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten (telkens)

- een hoeveelheid geld en/of bitcoins, afkomstig en/of ontvangen van/uit de illegale handel in methylfenidaat van verdachte en/of zijn medeverdachte(n),

a. a) de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en) voorhanden hebben gehad, en/of

b) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die voorwerp(en) (telkens) gebruik gemaakt,

immers heeft die [medeverdachte 1] tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, dat geld en/of die bitcoins via en/of naar een of meer bankrekening(en) en/of bitcoinrekening(en) en/of creditcard(s) en/of debitcard(s) en/of waardepas(sen) van verdachte zijn medeverdachte(n) en/of van (een) andere

katvanger(s)/medeverdachte(n) (door)gestort en/of omgezet en/of (vervolgens) opgenomen, of doen/laten (door)storten en/of opnemen,

terwijl die [medeverdachte 1] (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft verdachte opzettelijk die [medeverdachte 1] en/of zijn medeverdachte(n) geholpen bij/met het verzilveren van de/het voor de verkochte methylfenidaat(medicijnen) ontvangen bitcoins en/of het doorstorten en/of opnemen van geld afkomstig van/uit die illegale handel in methylfenidaat, en/of (daartoe) die [medeverdachte 1] en/of zijn medeverdachte(n) (ook) een of meer bankrekeningen en/of waardekaarten van (een) derde(n) heeft geleverd of (voor gebruik) aangeboden, te weten van [bedrijf 6] . en/of [naam 12] en/of van een of meer andere katvangers en/of (schijn)bedrijven, teneinde via die rekening(en) dat geld en/of die bitcoins te kunnen wegsluizen;

(zaaksdossier 1; AH-195, p. 2301; AH-205, p. 2331; AH-228-03, p. 2887; AH-223, p. 2550; AH-236, p. 3015)

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2016 tot 1 november 2016, althans in 2016,in de gemeente(n) Groningen en/of Tynaarlo en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer andere natuurlijke persoon/personen en/of rechtspersoon/rechtspersonen, althans alleen, al dan niet een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen van na te noemen voorwerpen,

immers heeft verdachte in of omstreeks na te noemen tijdvakken/periode(n) (aldus) meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, (van) een of meer voorwerp(en), te weten:

- in of omstreeks september 2016, (in totaal ongeveer) 62.762 euro, gestort op bankrekeningnummer

[rekeningnummer] op naam van [bedrijf 6] ,

althans,

(in totaal ongeveer) 997 euro, doorgestort naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam 2] , en/of

(in totaal ongeveer) 10.000 euro, contant ontvangen van [naam 12] , in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld,

(zaaksdossier 3; aangifte [benadeelde partij 1] / [benadeelde partij 3] , p. 256/1287),

en/of

- in of omstreeks oktober 2016, (in totaal ongeveer) 24.900 euro, gestort op bankrekeningnummer

[rekeningnummer] op naam van [bedrijf 6] ,

althans,

(in totaal ongeveer) 900 euro, doorgestort naar bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van

[naam 2] , in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld,

(zaaksdossier 3; aangifte [benadeelde partij 2] , AH-206, p. 2335)

a. a) de werkelijke aard en/of de herkomst verborgen en/of verhuld, en/of verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat/die voorwerp(en) was/waren en/of wie dat/die voorwerp(en) voorhanden heeft/hebben gehad, en/of

b) verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans van dat/die voorwerp(en) (telkens) gebruik gemaakt,

immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, (telkens) (een deel van) dat geld

  • -

    contant opgenomen of doen/laten opnemen, en/of

  • -

    ( door)gestort of doen/laten doorstorten, onder verhullende vermelding(en), naar een of meerbankrekening(en) van verdachte en/of zijn medeverdachte(n), en/of

  • -

    ( meermalen) (door)gestort of doen/laten doorstorten, onder verhullende vermelding(en), via en/ofnaar een of meer andere bankrekening(en) waar verdachte en/of zijn medeverdachte(n) het beheer en/of beschikkingsmacht over had(den), te weten van die [naam 2] en/of het/de (schijn)bedrijf/bedrijven

  • -

    [bedrijf 6] . ( [rekeningnummer] en/of [rekeningnummer] ), en/of

  • -

    [bedrijf 5] ( [rekeningnummer] ),en/of (aldus) (telkens) dat geld doorgestort en/of omgezet en/of (vervolgens) opgenomen en/of doen/laten (door)storten en/of omzetten en/of (vervolgens) opnemen,

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk, - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf. (zaaksdossiers 3; AH-001-03-02, p. 378; AH-127, p. 1124; AH-310, p. 3409/3416)