Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2022:1162

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-04-2022
Datum publicatie
13-04-2022
Zaaknummer
9636623 CV EXPL 22-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Koop van een gebruikte auto, schadeverleden, dwaling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 9636623 CV EXPL 22-252

Vonnis van de kantonrechter van 5 april 2022

inzake

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. O.M.M. Philips,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna " [eiser] " en " [gedaagde] " worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 25 januari 2022. Bij dit vonnis is een mondelinge behandeling bepaald, die heeft plaatsgevonden op 2 maart 2022. Ter zitting is [eiser] verschenen, bijgestaan door mr. O.M.M. Philips. [gedaagde] is niet ter zitting verschenen. [eiser] heeft haar standpunt ter zitting (nader) toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft door middel van een (online) verkoopadvertentie een (gebruikte) auto van het merk Audi (hierna: de auto) aangeboden met een vraagprijs van € 13.750,00.

2.2.

De verkoopadvertentie vermeldt voor zover van belang het volgende over de auto: "S-LINE DEALER ONDERHOUDEN".

2.3.

De website van [gedaagde] vermeldt voor zover van belang het volgende:

"Als erkend autobedrijf bij de RDW en de stichting NAP onderscheiden wij ons door het inkoop traject nauwkeurig te doen, zodat we alleen auto's kopen die tot elke punt klopt! Onze streven is om mensen hun behoefte naar een goede en vooral een betrouwbare en eerlijke auto, te kunnen voorzien. Wij zijn voornamelijk gespecialiseerd in Duitse auto's!".

2.4.

Op 29 mei 2021 is tussen [eiser] als koper en [gedaagde] als verkoper een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot de auto.

2.5.

[eiser] heeft een bedrag van € 13.000,00 (vermeerderd met RDW-leges) voor de auto betaald.

2.6.

De factuur van 29 mei 2021 vermeldt voor zover van belang het volgende:

"Korting van 20% inbegrepen in de prijs; Levering zonder enige vorm van garantie op basis van handel en gelijke kennis. Zoals gezien en bereden. Afgezien van afleverpakket"

2.7.

Op 16 juni 2021 heeft [eiser] [gedaagde] gemeld dat de auto gebreken heeft.

2.8.

Bij e-mail van 23 juni 2021 heeft [eiser] aan [gedaagde] , voor zover van belang, het volgende bericht:

"(…)

De punten van de Audi A1 met kenteken (…) zijn als volgt:

  • -

    De auto heeft forse schade gehad aan de voorzijde.

  • -

    De bevestigingen van de koplampen deugen niet.

  • -

    Het blikwerk onder de motorkap is bijgebogen maar zit geen lak meer.

  • -

    De aircoleidingen zijn allebei verbogen en zitten tegen de dynamo aan. Voor nood hebben we een stuk rubber om de leiding gemonteerd om meer schade te voorkomen.

  • -

    Het aircosysteem vertoont een lekkage, we hebben het systeem gevuld met fluor om te testen of alles werkt. Het aircosysteem werkt wel.

  • -

    De auto heeft ook schade gehad links achter. De rand van het spatbord is weer in model gebogen aan de binnenzijde maar vertoont al sporen van roest.

Totale schade van de auto wordt geschat op € 1.559,41 (…). Het volgende wil ik voorstellen:

  • -

    u repareert de auto binnen 2 weken vanaf kenbaar maken gebreken (16-06-2021) waarbij de auto weer volledig veilig is conform de aangegeven offerte met mankementen en voorgenoemde punten.

  • -

    u neemt de auto retour en mits u hiervoor open staat ben ik bereid om te overleggen voor welk bedrag de auto geretourneerd kan worden.

  • -

    de kosten die door eigen hersteller zijn aangegeven maakt u aan mij over (…)."

2.9.

Bij e-mail van 29 juli 2021 heeft [gedaagde] voor zover van belang het volgende aan [eiser] geschreven:

"(…) De klant heeft tijdens de verkoop bewust de auto gekocht, met de bewuste constateringen. Daarbij hebben zij bijna 1000,- euro korting gekregen voor deze punten. Zij hebben daarvoor getekend en gehandeld. Om nu een beroep te doen op een annulering van de overeenkomst vinden wij onbegrijpelijk. (…)."

2.10.

Bij schrijven van 29 juli 2021 heeft (de raadsman van) [eiser] [gedaagde] aangezegd de overeenkomst te vernietigen c.q. te ontbinden, waarna [eiser] (uiteindelijk) deze procedure is begonnen.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eiser] vordert, na eiswijziging (en aanvulling) ter zitting, - zakelijk weergegeven - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen buitengerechtelijk door [eiser] is vernietigd, althans is ontbonden, veroordeling van [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 13.024,20 te betalen, vermeerderd met rente, veroordeling van [gedaagde] tot het verlenen van medewerking aan het overschrijven van de auto op haar naam binnen veertien dagen na dit vonnis en (meer subsidiair) om aan [eiser] een schadevergoedingsbedrag van € 1.559,41 te betalen, vermeerderd met rente, alsmede [gedaagde] te veroordelen in de (proces)kosten, vermeerderd met rente.

3.2.

[eiser] legt, kort gezegd, aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de koopovereenkomst nu de auto niet aan de koopovereenkomst beantwoordt. Deze tekortkoming rechtvaardigt de vernietiging c.q. ontbinding en (schade)vergoeding, vanwege (primair) dwaling en (subsidiair) non-conformiteit.

3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert, samengevat weergegeven, tot afwijzing van de vordering van [eiser] .

4 De beoordeling

4.1.

Aan de kantonrechter ligt ter beoordeling de vraag voor of de auto aan de koopovereenkomst beantwoordt en - in het verlengde daarvan - of de koopovereenkomst is vernietigd c.q. ontbonden.

4.2.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling voorop dat ter zitting door [eiser] is verduidelijkt dat het (meer subsidiaire) gevorderde schadebedrag van € 1.559,41 (nog) niet bij haar in rekening is gebracht of (anderszins) door haar is voldaan. De kantonrechter begrijpt dit deel van de vordering (na eiswijziging en aanvulling ter zitting) zo dat [eiser] aanspraak op dit bedrag wenst te maken indien de kantonrechter van oordeel is dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst in stand dient te blijven, zodat de auto rijklaar kan worden gemaakt.

4.3.

Om te beginnen verschillen partijen in essentie van mening over het antwoord op de vraag of de auto aan de koopovereenkomst beantwoordt. [eiser] is van mening dat zij omtrent de staat van de auto heeft gedwaald als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 sub a en b van het Burgerlijk Wetboek (BW), dan wel dat de auto non-conform is als bedoeld in artikel 7:17 BW. [gedaagde] is het hier niet mee eens. Zij heeft hiertoe betoogd dat de auto weliswaar schade heeft en dat zij de auto niet technisch heeft gecontroleerd, maar dat de auto aan de koopovereenkomst beantwoordt. [eiser] heeft namelijk een korting gekregen vanwege de schade aan de auto en [eiser] heeft bovendien afstand van haar recht op garantie gedaan. Dit is evenwel nadrukkelijk door [eiser] weersproken en niet (voldoende) door [gedaagde] onderbouwd. De kantonrechter begrijpt het verweer van [gedaagde] zo dat zij niet haar mededelingsplicht heeft geschonden, maar dat [eiser] haar onderzoeksplicht heeft geschonden.

4.4.

De kantonrechter overweegt tegen deze achtergrond dat niet ter discussie staat dat de auto (optische) schade heeft. Aangezien [gedaagde] niet ter zitting is verschenen, zal de kantonrechter voorts van het volgende als onweersproken uitgaan. [eiser] heeft ter zitting uiteengezet dat de auto volgens de door haar geraadpleegde garagist een dusdanig schadeverleden heeft dat de auto niet geschikt is voor normaal gebruik. Het begrote schadebedrag van € 1.559,41 is daarom slechts een lapmiddel om de auto weer op de openbare weg te kunnen krijgen. Niettemin is de daadwerkelijke schade volgens [eiser] veel groter en deze schade moet nog nader worden vastgesteld en worden begroot. [eiser] heeft verder toegelicht dat zij geen korting heeft gekregen op de auto vanwege de schade zoals [gedaagde] heeft betoogd, maar dat partijen enkel een marktconforme kooprijs van € 13.000,00 zijn overeengekomen. [eiser] heeft (zoals eerdergenoemd) nadrukkelijk weersproken dat zij afstand heeft gedaan van haar garantie. Het is volgens [eiser] ook niet zo dat bij de koop is aangegeven door [gedaagde] dat de garantie zou worden uitgesloten in geval dat een korting zou worden bedongen. [eiser] heeft toegelicht dat de korting die zij heeft gekregen alleszins gebruikelijk is en dat deze daarmee niet zodanig is dat zij eventuele gebreken (impliciet) heeft aanvaard. [eiser] heeft in dat kader voorts aangegeven dat zij de auto namelijk niet zou hebben gekocht indien zij kennis had gehad van de schade en het schadeverleden van de auto. [eiser] betwist dan ook dat zij bekend was met de schade en het schadeverleden van de auto. Daarbij komt dat [gedaagde] volgens [eiser] de auto had natgespoten vlak voor de bezichtiging van [eiser] , waardoor de (optische) schade werd verhuld. Hieruit volgt onder meer dat [gedaagde] ook daadwerkelijk van het schadeverleden van de auto op de hoogte was, aldus [eiser] .

4.5.

De kantonrechter overweegt dat in het algemeen geldt dat indien een auto een schadeverleden heeft, een verkoper dat moet mededelen aan de koper. Het schadeverleden kan namelijk relevant (en misschien zelfs van doorslaggevende betekenis) zijn bij de onderhandelingen over de aankoop. Door niet mede te delen dat de auto is hersteld van schade, onthoudt de verkoper de koper de mogelijkheid vanwege het schadeverleden af te zien van de aankoop of een (nader) onderzoek te (laten) verrichten naar de staat van de auto en eventueel daarmee samenhangende risico's.

4.6.

Op grond van het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het voldoende aannemelijk is geworden dat [eiser] de auto niet zou hebben gekocht als zij het schadeverleden van de auto had gekend (los van de optische schade). Hierin laat de kantonrechter meewegen dat de auto niet (veilig) door [eiser] kan worden gebruikt en dat het de kantonrechter voldoende is gebleken dat [gedaagde] het schadeverleden van de auto (deels) heeft achtergehouden, althans niet heeft benoemd. [gedaagde] heeft weliswaar aangevoerd dat zij [eiser] heeft gewezen op de (optische) schade en haar vervolgens de mogelijkheid heeft geboden om nader onderzoek naar de auto te verrichten, maar dit is enerzijds niet (voldoende) onderbouwd en anderzijds door [eiser] nadrukkelijk weersproken en om die reden niet vast komen te staan. Ook weegt zwaar mee dat [gedaagde] een professionele en deskundige partij is die geacht wordt de (concrete) schade te kunnen ontdekken en de garagist van [eiser] (kort daarna) de schade heeft vastgesteld. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om eerst zelf nader onderzoek te verrichten voordat zij de auto te koop aanbood, mede omdat [gedaagde] (onweersproken) op de hoogte was van de (optische) schade. Het moet voor [gedaagde] bovendien duidelijk zijn geweest dat de informatie die niet is verstrekt essentieel was voor [eiser] . In dat licht heeft [gedaagde] niet alleen [eiser] onjuist over het schadeverleden van de auto geïnformeerd en daarmee een onjuiste voorstelling van zaken gegeven, maar ook relevante informatie (bewust) achtergehouden als bedoeld in artikel 6:228 lid 1 sub a en b BW.

4.7.

De kantonrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat [eiser] terecht de tussen partijen gesloten koopovereenkomst heeft vernietigd en zal de gevorderde verklaring voor recht toewijzen. Aangezien vernietiging terugwerkende kracht heeft, maakt dit dat [eiser] en [gedaagde] achteraf gezien over en weer zonder rechtsgrond en dus onverschuldigd hebben gepresteerd. Het gevolg hiervan is dat [eiser] de auto moet teruggeven en [gedaagde] de koopprijs moet terugbetalen zoals hierna in de beslissing is vermeld. Daarmee samenhangend moet [gedaagde] meewerken aan de teruggave van de auto en aan de vrijwaring van [eiser] .

4.8.

De kantonrechter zal de vordering van [eiser] toewijzen, in die zin dat de koopovereenkomst tussen partijen is vernietigd wegens (een onvoldoende weersproken) dwaling. De gevorderde uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring met betrekking tot de gevorderde verklaring voor recht zal echter worden afgewezen, omdat een verklaring voor recht zich hiervoor niet leent. Het (meer subsidiaire) gevorderde schadebedrag is gelet op het voorgaande niet toewijsbaar.

4.9.

De overige stellingen van partijen kunnen gelet op het voorgaande onbesproken blijven.

4.10.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De meegevorderde nakosten zullen eveneens worden toegewezen en worden begroot op een bedrag van € 124,00. De gevorderde wettelijke rente over de (na)kosten zal worden toegewezen na betekening van het vonnis zoals hierna in de beslissing is vermeld. De proceskosten aan de zijde [eiser] worden begroot op een bedrag van:

- dagvaardingskosten: € 137,11

- griffierecht: € 86,00

- gemachtigdesalaris: € 746,00 (2 punten x tarief € 373,00)

- totaal: € 969,11

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst met [gedaagde] met betrekking tot de auto, merk Audi, type A1 met kenteken [kenteken] , buitengerechtelijk heeft vernietigd;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] een bedrag van € 13.024,20 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2021, tot aan de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis haar medewerking te verlenen aan het overschrijven van de auto, merk Audi, type A1 met kenteken [kenteken] op haar naam;

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 969,11, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en zonder die voldoening daarna te vermeerderen met de wettelijke rente over het niet betaalde bedrag, tot de algehele voldoening;

5.5.

veroordeelt [gedaagde] in de nakosten, aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 124,00, te voldoen binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis en zonder die voldoening daarna te vermeerderen met de wettelijke rente over het niet betaalde bedrag, tot de algehele voldoening;

5.6.

verklaart dit vonnis voor wat betreft de rechtsoverwegingen 5.2. tot en met 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. E.D. Rentema, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 48315