Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:906

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-03-2021
Datum publicatie
26-03-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 2529
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres dient op 17 juli 2019 per fax bij de Rechtbank Noord-Nederland beroep in tegen een uitspraak op bezwaar met dagtekening 7 mei 2015. Eiseres stelt eerder tegen deze uitspraak op bezwaar beroep te hebben ingesteld op 10 juni 2015, eveneens per fax, maar dan gericht aan Rechtbank Gelderland. Volgens eiseres is het beroep daarmee tijdig ingesteld.

De rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk. Uit de door eiseres overgelegde faxbevestiging van de op 10 juni 2015 verstuurde fax volgt niet dat eiseres eerder beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar. De op de fax genoemde kenmerken komen niet overeen met de kenmerken op de uitspraak op bezwaar. Er is ook geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Zelfs als eiseres in de veronderstelling was dat zij al (tijdig) beroep had ingesteld dan levert dat geen verschoonbaarheid op voor een termijnoverschrijding van ruim vier jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 19/2529

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 19 maart 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde van eiseres] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Doetinchem, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde van verweerder] ).

Procesverloop

Verweerder heeft aan eiseres met dagtekening 17 november 2014 een naheffingsaanslag opgelegd in de belasting op personenauto's en motorrijwielen (bpm) ten bedrage van € 958. De naheffingsaanslag ziet op een Ford Focus met chassisnummer [nummer] .

Bij uitspraak op bezwaar met dagtekening 7 mei 2015 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft per fax van 17 juli 2019 tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de rechtbank Noord-Nederland.

De rechtbank heeft bij brief van 22 juli 2019 eiseres in de gelegenheid gesteld om schriftelijk toe te lichten waarom het beroep na afloop van de beroepstermijn is ingediend.

Eiseres heeft per fax van 30 juli 2019 geantwoord.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bij brief van 5 maart 2021 partijen medegedeeld dat bij het onderzoek ter zitting op 11 maart 2021 in beginsel enkel de ontvankelijkheid van het beroep besproken zal worden.

Eiseres heeft vóór de zitting een pleitnota ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2021 via een beeldverbinding. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde van eiseres] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [gemachtigde van verweerder 1] en [gemachtigde van verweerder 2] .

Overwegingen

Feiten

1. De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

1.1. In antwoord op de brief van de rechtbank van 22 juli 2019 (zie procesverloop) heeft eiseres – voor zover hier van belang – als volgt geantwoord:

Hierbij reageer ik op uw brief van 22 juli 2019 met voormeld kenmerk.

Met dagtekening van 7 mei 2015 heeft de belastingdienst uitspraak op bezwaar gedaan.

Met dagtekening van 10 juni 2015 is er beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland tegen de uitspraak op bezwaar.

Hierbij staat vast dat er binnen 6 weken beroep is ingesteld. Het pro forma beroepschrift is dus tijdig ingediend.

Volgens de Algemene wet bestuursrecht, Artikel 6:15, is het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend.

Artikel 6:15 [Doorzendplicht]

1.

Indien het bezwaar- of beroepschrift wordt ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan of bij een onbevoegde bestuursrechter, wordt het, onder vermelding van de datum van ontvangst, zo spoedig mogelijk doorgezonden aan het bevoegde orgaan, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de afzender.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien in plaats van een bezwaarschrift een beroepschrift is ingediend of omgekeerd.

3.

Het tijdstip van indiening bij het onbevoegde orgaan Is bepalend voor de vraag of het bezwaar- of beroepschrift tijdig is ingediend, behoudens in geval van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.

Bijgaand kunt u een faxbevestiging terugvinden van 10 juni 2015 naar de rechtbank Gelderland. (…)”

1.2. De genoemde faxbevestiging (zie 1.1) heeft als titel ‘Verzendingsoverzicht’ en bevat enkel het eerste blad van de verzonden fax. Deze luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

PER TELEFAX 026 359 27 50 (wordt niet per post nagezonden)

Rechtbank Arnhem

Afdeling bestuursrecht

Team belastingrecht

Postbus 9030

6800 EM Arnhem

BEROEPSCHRIFT

Betreft; pro forma beroepschrift

Aanslagnummer; [aanslagnummer 1]

Kenmerk verweerder; [kenmerk 1]

Ons kenmerk; [kenmerk 2]

(…)

1.3.

Eiseres heeft bij haar bij de rechtbank Noord-Nederland ingediende beroepschrift (zie procesverloop) een uitspraak op bezwaar als bijlage meegestuurd. Op deze uitspraak op bezwaar staat onder ‘Uw kenmerk’ vermeld ‘ [kenmerk 3, eerste regel] ’ en ‘ [kenmerk 3, tweede regel] ’ en onder ‘Onze referentie’ ‘ [kenmerk 4] ’.

Ontvankelijkheid van het beroep

2. Eiseres stelt dat het beroep tijdig is ingesteld per fax van 10 juni 2015 aan Rechtbank Gelderland (zie 1.2). Rechtbank Gelderland had het beroepschrift moeten doorsturen op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht, aldus eiseres.

3. Gemachtigde van eiseres heeft voorts ter zitting gesteld dat hij contact heeft gehad met Rechtbank Gelderland. Rechtbank Gelderland heeft medegedeeld dat aldaar geen beroepszaak bekend is tegen de uitspraak op bezwaar en er verder op gewezen dat gelet op de vestigingsplaats van eiseres het beroep bij de Rechtbank NoordNederland ingesteld moet worden.

4. Verweerder heeft ter zitting verklaard voor het eerst bij brief van 22 juli 2019 van de Rechtbank Noord-Nederland in kennis te zijn gesteld van een beroepsprocedure tegen de uitspraak op bezwaar.

5. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

6. Op de door eiseres overgelegde faxbevestiging staat dat het beroep ziet op de uitspraak op bezwaar met kenmerk van verweerder ‘ [kenmerk 1] ’ en kenmerk van gemachtigde ‘ [kenmerk 2] ’ (zie 1.2.). De door eiseres bij haar pro forma beroep overgelegde uitspraak op bezwaar heeft echter als referentie van verweerder ‘ [kenmerk 4] ’ en als kenmerk van gemachtigde ‘ [kenmerk 3, eerste regel] ’ en ‘ [kenmerk 3, tweede regel] ’ (zie 1.3.). Gelet hierop, en gelet op hetgeen gemachtigde van eiseres en verweerder ter zitting hebben verklaard (zie 3. en 4.), is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk dat eiseres eerder beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar waar zij nu bij de Rechtbank Noord-Nederland beroep tegen heeft ingesteld.

7. De rechtbank merkt verder op dat de faxbevestiging alleen de eerste pagina van de verzonden fax weergeeft. Uit de faxbevestiging is niet af te leiden wat de verdere inhoud van de fax was.

8. Gelet op het voorgaande moet er van uitgegaan worden dat eiseres niet eerder beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.

9. Het bij de rechtbank ingestelde beroep is ruim vier jaar na afloop van de beroepstermijn ontvangen. Het beroep is dan in beginsel niet-ontvankelijk, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar is.

10. Voor zover eiseres al heeft bedoeld te stellen dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is omdat zij in de veronderstelling was dat zij al beroep had ingesteld, overweegt de rechtbank als volgt. Als eiseres in de veronderstelling verkeerde al beroep te hebben ingesteld op 10 juni 2015, dan levert dat geen verschoonbaarheid op voor een termijnoverschrijding van ruim vier jaar. Het had op de weg van eiseres gelegen om – bij het uitblijven van enig bericht vanuit rechtbank Gelderland – te informeren naar de ontvangst van haar beroepschrift dan wel naar de voortgang van de procedure. Dit temeer nu eiseres zich laat vertegenwoordigen door een professioneel gemachtigde.

11. Nu het beroep niet-ontvankelijk is, komt de rechtbank niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de door eiseres aangevoerde gronden.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. J.P. Raateland op 19 maart 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.

w.g. griffier w.g. rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.