Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:5662

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2021
Datum publicatie
28-03-2022
Zaaknummer
C/18/204764 / HA ZA 21-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wel of geen overeenkomst van opdracht. Partijen zijn gehouden aan het bepaalde in artikel 21 Rv. Gedaagde heeft niet voldaan aan hetgeen artikel 21 Rv bepaalt om welke reden zij niet in de gelegenheid wordt gesteld tegenbewijs te leveren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/204764 / HA ZA 21-54

Vonnis van 1 december 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] AFVALVERWERKING B.V.,

gevestigd te Grootegast,

eiseres,

advocaat mr. S.K. Tuithof te Haarlem,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DK MODULAIR B.V.,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. R.G.A. Luinstra te Groningen.

Partijen zullen hierna [eiseres] en DK Modulair genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 juli 2021,

  • -

    de akte van DK Modulair van 5 november 2021 waarbij de producties 8 tot en met 14 zijn overgelegd,

  • -

    de akte van [eiseres] van 15 november 2021 waarbij de producties 5 tot en met 9 zijn overgelegd,

  • -

    de mondelinge behandeling van 22 november 2021 waarvan door de griffier aantekening is gehouden.

1.2.

Ten slotte is bij vervroeging vonnis bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] exploiteert een onderneming in de verwerking van afval.

2.2.

DK Modulair exploiteert een onderneming in de ontwikkeling, productie, levering en verhuur van modulaire units c.q. gebouwen. [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is enig aandeelhouder en bestuurder van DK Modulair.

2.3.

[eiseres] heeft over de periode 19 juni 2015 tot en met 15 mei 2017 28 facturen aan DK Modulair verzonden voor een totaalbedrag van € 17.065,29. Deze facturen zijn op naam gesteld van DK Modulair. Het eerste deel van de facturen is verzonden naar het adres [straatnaam 2] [huisnummer 2] te Groningen en vanaf 14 oktober 2015 naar het adres [straatnaam 1] [huisnummer 1] te Groningen. De facturen zijn onbetaald gelaten.

2.4.

Bij e-mail van 30 augustus 2016 schrijft [naam 1] aan [eiseres] , voor zover relevant:

“Bijgaand doen wij u, zijnde HRM [ [eiseres] , rechtbank] een betalingsvoorstel doen toekomen. Zoals telefonisch besproken d.d. 30-8-2016 jl.

Op basis van de mij bekende openstaande debiteuren overzicht d.d. 05-07-2016 jl, doen wij u hierbij het volgende voorstel:

Alle openstaande posten uit 2016 zijnde € 7.157,03 incl btw zijn weggewerkt voor 30-09-2016 a.s.

Alle openstaande posten uit 2015 zijnde € 8.952,72 incl btw zijn weggewerkt voor 30-10-2016 a.s.

Hopende u hiermee een passende oplossing aangedragen te hebben.

Met vriendelijke groet,

[naam 1]

DK Modulair BV

[straatnaam 1] [huisnummer 1]

[postcode 1] Groningen

[telefoonnummer 1] ”

2.5.

De facturen zijn ook naar aanleiding van het aanbod in bovenstaande e-mail niet betaald.

2.6.

De voormalig gemachtigde van [eiseres] heeft op 2 september 2019 het faillissement van DK Modulair aangevraagd omdat DK Modulair met betaling van haar facturen in gebreke bleef. Voordat dit verzoek door de rechtbank ter zitting kon worden behandeld, is het namens [eiseres] ingetrokken.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - de veroordeling van DK Modulair tot betaling van € 26.597,14 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dit bedrag, te rekenen vanaf 16 maart 2021 tot de dag der algehele voldoening, althans een door de rechtbank in goede justitie vast te stellen bedrag. Verder vordert [eiseres] de veroordeling van DK Modulair in de kosten van de procedure en de nakosten welke laatste kosten dienen te worden vermeerderd met rente.

3.2.

DK Modulair voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In geschil is of DK Modulair opdracht heeft gegeven voor de door [eiseres] verrichte werkzaamheden die zij bij DK Modulair in rekening heeft gebracht en of DK Modulair dientengevolge de vordering van [eiseres] dient te voldoen.

4.2.

[eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat DK Modulair aan haar opdracht heeft verstrekt voor de plaatsing van containers en het verwerken van afval zoals op de facturen staat omschreven. DK Modulair heeft in haar e-mail van 30 augustus 2016 erkend dat zij de facturen dient te betalen en een betalingsregeling aangeboden. Deze regeling is zij echter niet nagekomen. Omdat DK Modulair niet tot betaling is overgegaan, is zij ook de gevorderde rente verschuldigd. Tot slot maakt [eiseres] aanspraak op een vergoeding voor de gemaakte buitenrechtelijke incassokosten.

4.3.

DK Modulair betwist de vorderingen van [eiseres] . Daartoe voert zij het volgende aan. Er is tussen partijen geen overeenkomst tot stand gekomen omdat zij [eiseres] geen opdracht heeft verstrekt. Door DK Modulair is ook geen gebruik gemaakt van door [eiseres] gefactureerde diensten. DK Modulair meent dat zij dan ook niets aan [eiseres] verschuldigd is. De betalingstoezegging in de e-mail van 30 augustus 2016 heeft zij namens een andere BV gedaan. [eiseres] heeft de verkeerde rechtspersoon in rechte betrokken. DK Modulair heeft [eiseres] buiten rechte meerdere malen kenbaar gemaakt dat zij de verkeerde rechtspersoon tot betaling aanspreekt. Door toch een procedure te starten, is het volgens DK Modulair gerechtvaardigd dat [eiseres] wordt veroordeeld haar werkelijke proceskosten te vergoeden.

4.4.

De rechtbank oordeelt als volgt. Op grond van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) draagt de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast van die feiten of rechten. Overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv rust in het onderhavige geval de stelplicht en de bewijslast van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat DK Modulair opdracht aan [eiseres] heeft verstrekt, daarom bij [eiseres] .

4.5.

Voorts overweegt de rechtbank dat partijen op grond van artikel 21 Rv verplicht zijn om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Deze verplichting strekt niet alleen ertoe de rechter in staat te stellen op het door partijen ter beoordeling voorgelegde geschil te beslissen, maar dient ook ertoe de wederpartij in staat te stellen zich adequaat en ter zake dienend te verdedigen. De rechter en de wederpartij mogen niet op het verkeerde been worden gezet doordat feitelijk onjuiste en/of onvolledige stellingen worden betrokken. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht, aldus de tweede volzin van artikel 21 Rv.

4.6.

Kort gezegd stelt DK Modulair zich op het standpunt dat er door haar geen opdracht is verstrekt aan [eiseres] en de vordering om die reden moet worden afgewezen. De rechtbank verwerpt de verweren van DK Modulair. Daartoe is het volgende redengevend.

4.7.

Alle 28 facturen zijn op naam gesteld van DK Modulair en eerst naar het adres [straatnaam 2] [huisnummer 2] en vervolgens [straatnaam 1] [huisnummer 1] te Groningen verzonden. DK Modulair heeft niet weersproken dat zij deze facturen heeft ontvangen. Naar het oordeel van de rechtbank had het in de rede gelegen dat DK Modulair bij ontvangst van de facturen onmiddellijk kenbaar had gemaakt dat de tenaamstelling onjuist was en dat zij geen opdrachtgever is geweest voor de in rekening gebrachte werkzaamheden. Dat zij dit heeft gedaan, is gesteld noch gebleken. Dat zij dat vervolgens heeft gedaan naar aanleiding van de ontvangen aanmaningen, is evenmin gesteld noch gebleken. Zij heeft de facturen, kortom, zonder protest behouden.

4.8.

Het verweer dat DK Modulair niet gevestigd is geweest aan de [straatnaam 1] [huisnummer 1] passeert de rechtbank. Dit verweer is niet geloofwaardig omdat weliswaar niet uit het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel blijkt dat zij hier was gevestigd, maar [naam 1] heeft namens DK Modulair in de e-mail van 30 augustus 2016 in zijn handtekening zelf dit adres vermeld. Deze stelling is dan ook onnavolgbaar. De rechtbank heeft DK Modulair hierover tijdens de mondelinge behandeling bevraagd. DK Modulair heeft hiervoor geen verklaring gegeven. Voorts overweegt de rechtbank dat voor het ontstaan van een betalingsverplichting ook niet vereist is dat de containers zijn geplaatst op het vestigingsadres van DK Modulair. Zij kan immers ook een opdracht verstrekken tot plaatsing van de containers op een ander adres. Met betrekking tot de facturen waarop containers die zijn geplaatst aan de [straatnaam 1] [huisnummer 1] in rekening zijn gebracht, heeft DK Modulair tijdens de mondelinge behandeling aangevoerd dat zij op dat adres niet gevestigd was en deze containers derhalve niet voor haar bestemd kunnen zijn geweest. Ook deze verklaring is feitelijk onjuist nu immers uit de handtekening van DK Modulair blijkt dat zij daar wel gevestigd was.

4.9.

In de e-mail van 30 augustus 2016 is door [naam 1] namens DK Modulair een betalingstoezegging gedaan voor 25 van de 28 ter discussie staande facturen. In deze e-mail wordt niet gerept over het thans gevoerde verweer dat er geen opdracht is verstrekt door DK Modulair en dat [eiseres] de verkeerde rechtspersoon tot betaling aanspreekt. Integendeel, door een betalingsregeling aan te bieden heeft DK Modulair naar het oordeel van de rechtbank de vordering erkend. Zij heeft immers geen enkel voorbehoud gemaakt in die e-mail of anderszins kenbaar gemaakt dat zij niet namens zichzelf het betalingsvoorstel doet. Met betrekking tot deze e-mail is door DK Modulair tijdens de mondelinge behandeling nog naar voren gebracht in het kader van haar verweer dat de betalingstoezegging is gedaan namens een andere BV dat het genoemde telefoonnummer onder de handtekening niet aan haar behoort. De rechtbank constateert dat ook dit verweer niet klopt nu uit het uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel blijkt dat dit telefoonnummer van DK Modulair is geregistreerd. Desgevraagd heeft DK Modulair ook voor dit feitelijk onjuiste verweer geen verklaring gegeven.

4.10.

Tegen de achtergrond van voormelde feiten en omstandigheden, oordeelt de rechtbank dat [eiseres] voorshands in het bewijs is geslaagd dat DK Modulair opdracht heeft verstrekt voor de in rekening gebrachte werkzaamheden. Tegen dit vermoeden staat (op zich) tegenbewijs open. De rechtbank concludeert echter dat DK Modulair aantoonbaar in strijd met de waarheid heeft verklaard en op die wijze de rechtbank op het verkeerde been heeft proberen te zetten. De passende sanctie ingevolge artikel 21 Rv is in dit geval dat het DK Modulair, wat ook zij van de vraag of zij daarvoor voldoende heeft gesteld, niet wordt toegestaan tegenbewijs te leveren. In datzelfde licht oordeelt de rechtbank dat ook bewezen wordt geacht dat voor de drie overige facturen een opdracht door DK Modulair aan [eiseres] is verstrekt. Ook hier is tegenbewijs gelet op het bepaalde in artikel 21 Rv niet aan de orde. Daarmee is de vordering in hoofdsom (€ 17.065,29) volledig toewijsbaar.

4.11.

De door [eiseres] over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente ex artikel 6:119a BW is niet weersproken en daarmee eveneens toewijsbaar (€ 8.586,20). De gevorderde rente over de verschenen rente wordt toegewezen voor zover is voldaan aan artikel 6:119 lid 2 BW.

4.12.

DK Modulair betwist een vergoeding verschuldigd te zijn voor buitengerechtelijke incassokosten en voert hiertoe aan dat er buiten rechte geen werkzaamheden zijn verricht die een vergoeding rechtvaardigen. DK Modulair miskent hiermee evenwel dat er in het onderhavige geval sprake is van een handelsovereenkomst. Krachtens artikel 6:96 lid 4 BW is de vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten zonder aanmaning verschuldigd vanaf de wettelijke of overeengekomen termijn van betaling. Niet in geschil is dat de betalingstermijnen ruimschoots zijn verstreken. Omdat DK Modulair geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van de vergoeding, ligt ook dit deel van de vordering voor toewijzing gereed (€ 945,65). Met betrekking tot de gevorderde rente over deze vergoeding overweegt de rechtbank dat dit toewijsbaar is vanaf de dag der dagvaarding, te weten 16 maart 2021, omdat niet is gesteld dat deze kosten eerder door [eiseres] zijn voldaan.

4.13.

DK Modulair zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden vastgesteld op:

- dagvaarding € 92,47

- griffierecht 2.076,00

- salaris advocaat 1.390,00 (2,0 punten × tarief € 695,00)

Totaal € 3.558,47

4.14.

De nakosten en de daarover gevorderde rente zullen worden toegewezen zoals in het dictum staat omschreven.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt DK Modulair om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 17.065,29 vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag met ingang van 25 februari 2021 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt DK Modulair om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 8.586,20 vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over dit bedrag voor zover en vanaf het moment dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 6:119 lid 2 BW, tot de dag van volledige betaling;

5.3.

veroordeelt DK Modulair om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 945,65 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 maart 2021 tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt DK Modulair in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden vastgesteld op € 3.558,47,

5.5.

veroordeelt DK Modulair in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.6.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Duinkerken en in het openbaar uitgesproken op 1 december 2021.1

1 type: 596/eh coll: