Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:4544

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-10-2021
Datum publicatie
28-10-2021
Zaaknummer
18/930193-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft een 29-jarige verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Verdachte heeft zich in van augustus 2014 tot en met maart 2016 en in december 2017 telkens schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen, door geld (in totaal ruim € 4.000,00) van andermans rekening te pinnen.

Verdachte heeft zich verder van 12 tot en met 28 september 2016 schuldig gemaakt aan meerdere (Marktplaats)oplichtingen. Door zijn handelen heeft hij in deze relatief korte periode 38 slachtoffers geld afhandig gemaakt (voor een bedrag van bijna € 9.000,00). Verdachte heeft zich van december 2017 tot en met april 2018 tweemaal schuldig gemaakt aan flessentrekkerij, door schoenen te bestellen via internet (en deze op te halen) zonder voor deze schoenen te betalen.

Ook is bij de strafoplegging rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten. Deze zien op oplichtingen dan wel gewoontewitwassen in de periode van maart 2016 tot en met oktober 2017, waarbij meer dan 100 aangiftes zijn gedaan en een totaalbedrag van meer dan € 19.000,00 aan schade is ontstaan. Verdachte is tevens veroordeeld om aan meer dan 80 benadeelde partijen schade te vergoeden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 60a
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 326a
Wetboek van Strafrecht 420bis
Wetboek van Strafrecht 420ter
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/930193-18

Ter terechtzitting gevoegde parketnummers: 18/850102-17 en 18/920124-19

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 oktober 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] te [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het inhoudelijke onderzoek ter terechtzitting van 13 september 2021 en 14 oktober 2021.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.A.M. Kwakman, advocaat te Hoogeveen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J. Houwink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/930193-18

hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 12 augustus 2014 tot en met 1 maart 2016, te Beilen en/of Meppel en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

(van) een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld,

heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt,

immers heeft verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen,

a. a) op of omstreeks 12 augustus 2014 te Beilen (te weten in het [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van 1000 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 1] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

b) op of omstreeks 13 augustus 2014 te Beilen ( [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van 1500 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 1] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

c) op of omstreeks 10 september 2014 te Beilen ( [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van (in totaal) 900 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 2] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

d) op of omstreeks 29 februari 2016 te Meppel in een winkelbedrijf Albert Heijn ( [naam franchise] ) een of meer pinbetalingen heeft verricht, met behulp van een bankpas op naam van [naam 3] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

e) op of omstreeks 1 maart 2016 te Beilen in/bij het tankstation [naam tankstation] een pinbetaling heeft verricht, met behulp van een bankpas op naam van [naam 3] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] ,

in elk geval (op verschillende tijdstippen) in genoemde periode (meermalen) een hoeveelheid geld met behulp van een bankpas op naam van een derde (van de rekening van die derde) opgenomen en/of daarmee een of meer pinbetalingen verricht,

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

Parketnummer 18/850102-17

1.

hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 17 tot en met 19 december 2017, te Emmen en/of Oosterwolde en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens)

(van) een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, heeft verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet, althans gebruik heeft gemaakt,

immers heeft verdachte (telkens) tezamen en in vereniging met een ander(en),

althans alleen,

- op of omstreeks 17 december 2017 een bedrag van 250 euro en/of (vervolgens nog eens) 250 euro opgenomen, en/of

- op of omstreeks 18 december 2017 een bedrag van 300 euro opgenomen, en/of

- op of omstreeks 19 december 2017 een bedrag van 220 euro opgenomen,

(telkens) via/uit een geldautomaat, (telkens) met behulp van een bankpas op naam van [naam 4] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] ,

in elk geval (op verschillende tijdstippen) in genoemde periode (meermalen) een hoeveelheid geld met behulp van een bankpas op naam van een derde (van de rekening van die derde) opgenomen,

terwijl hij (telkens) wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

2.

hij (op verschillende tijdstippen) in of omstreeks de periode van 12 tot en met 28 september 2016, althans september 2016, te Oosterwolde en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten

(via bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 5] )

1) [benadeelde partij 1] , 2250 euro voor een tractor (aangifte p. 131,124), en/of

2) [benadeelde partij 2] , 171,50 euro voor een Lego kraan (aangifte p. 349), en/of

3) [benadeelde partij 3] , 150 euro voor een Garmin navigatiesysteem (aangifte p. 354), en/of

4) [benadeelde partij 4] , 90 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 363), en/of

5) [benadeelde partij 5] , 130 euro voor Lego auto (aangifte p. 367), en/of

6) [benadeelde partij 6] , 125 euro voor een Zündapp tank (aangifte p. 374), en/of

7) [benadeelde partij 7] , 104 euro voor Lego (aangifte p 384), en/of

8) [benadeelde partij 8] , 280 euro voor een stroller/kinderwagen (aangifte p. 391), en/of

9) [benadeelde partij 9] , 258 euro voor Swarovski sieraden/voorwerpen (aangifte

p. 408), en/of

10) [benadeelde partij 10] , 62 euro voor een Dyson stofzuiger (aangifte p. 412), en/of

11) [benadeelde partij 11] , 483,50 euro voor Leica camera's (aangifte p. 417), en/of

12) [benadeelde partij 12] , 445 euro voor Kitchen Aid mixers en Sonos (aangifte p. 425), en/of

13) [benadeelde partij 13] , 100 euro voor een Philips Airfryer (aangifte p. 430), en/of

14) [benadeelde partij 14] , 81,50 euro voor een Leica camera (aangifte p. 437), en/of

15) [benadeelde partij 15] , 231,50 voor een Kitchen Aid keukenmachine (aangifte p. 445), en/of

16) [benadeelde partij 16] , 206,50 voor een Sony camera (aangifte p. 456), en/of

17) [benadeelde partij 17] , 91,95 euro voor een maxi-cosi (aangifte p. 462), en/of

18) [benadeelde partij 18] , 91,95 euro voor een maxi-cosi (aangifte p. 467), en/of

19) [benadeelde partij 19] , 87 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 473), en/of

20) [benadeelde partij 20] , 85 euro voor een Samsung 850 EVO (aangifte p. 496), en/of

21) [benadeelde partij 21] , 66,50 euro voor een stofzuiger (aangifte p. 505),

(zijnde subtotaal ongeveer 5590 euro (2250+ 3340),

en/of

(via bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 6] )

22) [benadeelde partij 22] , 100 euro voor een Zündapp tank (aangifte p. 509), en/of

23) [benadeelde partij 23] , 186,50 euro voor een Kreidler uitlaat (aangifte p. 517), en/of

24) [benadeelde partij 24] , 140 euro voor een Dyson ventilator (aangifte p. 530), en/of

25) [benadeelde partij 25] , 106,50 euro voor Lego (aangifte p. 535), en/of

26) [benadeelde partij 26] , 136,50 euro voor een Kreidler uitlaat (aangifte p. 541), en/of

27) [benadeelde partij 27] , 50 euro voor een TomTom navigatiesysteem (aangifte p. 558), en/of

28) [benadeelde partij 28] , 284 euro voor een Swarovski sieraad/voorwerp (aangifte p. 569), en/of

29) [benadeelde partij 29] , 82,50 euro voor Lego (aangifte p. 574), en/of

30) [benadeelde partij 30] , 206,50 euro voor een Kitchen Aidkeuken machine (aangifte p. 586), en/of

31) [benadeelde partij 31] , 85 euro voor een Canon flitser (aangifte p. 599), en/of

32) [benadeelde partij 32] , 609 euro voor een spectrum analyzer (aangifte p. 605), en/of

33) [benadeelde partij 33] , 312,70 euro voor een motorblok (aangifte p. 613), en/of

34) [benadeelde partij 34] , 131,50 euro voor Lego (aangifte p. 617), en/of

35) [benadeelde partij 35] , 250 euro voor een spelkaarten box (aangifte p. 629), en/of

36) [benadeelde partij 36] , 307 euro voor een Rolleiflex camera (aangifte p. 634), en/of

37) [benadeelde partij 37] , 100 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 640 p. 640), en/of

38) [benadeelde partij 38] , 282 euro voor een Rolleiflex camera (aangifte p. 647),

(subtotaal 3369 euro,

zijnde in totaal ongeveer 8959 euro,)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedrag(en), in elk geval van enig goed, immers heeft verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachte(n), althans alleen, toen daar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- geadverteerd op de internetsite Marktplaats.nl, en/of

- zich voorgedaan als bonafide aanbieder en/of verkoper van bovengenoemd(e) goed(eren) op/via die internetsite Marktplaats.nl, en/of

- zich heeft gepresenteerd als eigenaar/bezitter van bovengenoemd(e) goed(eren), althans de indruk gewekt dat verdachte(n) bovengenoemd(e) goed(eren) in bezit had(den) en/of kon(den) leveren, en/of

- voorgenoemde aangevers/gedupeerden voorgehouden/beloofd dat verdachte(n) bovengenoemd(e) goed(eren) na betaling zou(den) leveren of laten bezorgen, en/of

- de indruk gewekt dat verdachte(n) al langer op Marktplaats.nl actief was/waren en/of een betrouwbare verkoper zou zijn en/of een goede reputatie/historie had(den), en/of

- gebruik gemaakt van een valse naam en/of e-mailadres en/of identiteit en/of van een of meer bankrekeningnummer(s) van een ander(en) (zogenoemde "katvangers"), te weten [naam 5] en/of [naam 6] , en/of

- ( aldus) onjuiste/misleidende personalia/gegevens verstrekt waardoor het voor aangevers/gedupeerden moeilijk zou zijn om bij verhaal de verdachte(n) te achterhalen en/of (aldus) op misleidende wijze onder een valse naam gecommuniceerd met aangever(s)/gedupeerden,

waardoor bovengenoemde aangevers/gedupeerden (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte(n);

Parketnummer 18/920124-19

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2018 tot en met 11 april 2018 in het arrondissement Noord-Nederland en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,

hebbende verdachte en/of die mededader(s) met voormeld oogmerk in genoemde periode meermalen bij/van het bedrijf [benadeelde partij 39] (via het internet) een of meer paren schoenen gekocht en die schoenen vervolgens op het door verdachte en/of die mededader(s) opgegeven adres laten afleveren en daarvoor niet (volledig) aan die [benadeelde partij 39] betaald;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de periode van 1 april 2018 tot en met 11 april 2018 in het arrondissement Noord-Nederland en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

(telkens) een of meer medewerkers van PostNL heeft bewogen tot de afgifte van

enig goed, te weten een of meer postpakketten,

hebbende verdachte zich (telkens) vervoegd bij een balie van PostNL en de daar werkzame medewerker(s), onder opgave van een of meer (bestel)gegevens en/of het tonen van een legitimatiedocument, verzocht dat/die postpakket(ten) dat/die op naam was/waren gesteld van een of meer andere, al dan niet bestaande, personen dan verdachte en/of die mededader(s), en welk(e) postpakket(ten) eerder onder die andere na(a)m(en) door verdachte en/of die mededader(s) via het internet was/waren besteld, aan verdachte af te geven,

waardoor die medewerker(s) (telkens) werd(en) bewogen tot vorenomschreven afgifte;

2.

hij in of omstreeks de periode van 10 december 2017 tot en met 5 februari 2018

in het arrondissement Noord-Nederland en/of elders in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een beroep of een gewoonte heeft gemaakt

van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich

en/of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren,

hebbende verdachte en/of die mededader(s) met voormeld oogmerk

in genoemde periode meermalen bij/van het bedrijf [benadeelde partij 40] en/of een of meer

met die [benadeelde partij 40] samenwerkende/bij die [benadeelde partij 40] aangesloten bedrijven (via het

internet) een of meer paren schoenen gekocht en die schoenen vervolgens

afgeleverd gekregen

en daarvoor niet (volledig) aan die [benadeelde partij 40] , althans dat bedrijf/die

bedrijven, al dan niet via AfterPay, betaald;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 10 december 2017 tot en met 5 februari 2018 in het arrondissement

Noord-Nederland en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

(telkens) een of meer medewerkers van PostNL heeft bewogen tot de afgifte van

enig goed, te weten een of meer postpakketten,

hebbende verdachte zich (telkens) vervoegd bij een balie van PostNL en de daar

werkzame medewerker(s), onder opgave van een of meer (bestel)gegevens en/of

het tonen van een legitimatiedocument, verzocht dat/die postpakket(ten)

dat/die op naam was/waren gesteld van een of meer andere, al dan niet

bestaande, personen dan verdachte en/of die mededader(s), en welk(e)

postpakket(ten) eerder onder die andere na(a)m(en) door verdachte en/of die

mededader(s) via het internet was/waren besteld,

aan verdachte af te geven,

waardoor die medewerker(s) (telkens) werd(en) bewogen tot vorenomschreven

afgifte.

De rechtbank hernummert het onder parketnummer 18/930193-18 ten laste gelegde feit als feit 1, het onder parketnummer 18/850102-17 ten laste gelegde als feit 2 en 3 en het onder parketnummer 18/920124-19 ten laste gelegde als feit 4 (primair/subsidiair) en 5 (primair/subsidiair).

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

Feit 1 en 2

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van feit 1 en 2, telkens in de variant van het medeplegen van gewoonte (opzet)witwassen.

Feit 3

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van het feit, te weten oplichting meermalen gepleegd. Hij heeft vrijspraak van het medeplegen gevorderd wegens ontbreken van wettig bewijs.

Feit 4 en 5

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd van feit 4 primair en 5 primair, te weten telkens oplichting/ flessentrekkerij.

Het standpunt van de verdediging

Feit 1 en 2

De raadsvrouw heeft zich telkens gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de variant schuldwitwassen. De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het medeplegen, opzet en het maken van een gewoonte van witwassen.

Feit 3

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de oplichting met de bankrekening van [naam 5] . Er is onvoldoende bewijs voor medeplegen.

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van de oplichting (al dan niet als medepleger) met de bankrekening van [naam 6] , aangezien er geen enkel aanknopingspunt is voor betrokkenheid van verdachte.

Feit 4

De raadsvrouw heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit, aangezien verdachte zich maar éénmaal heeft schuldig gemaakt aan oplichting zodat geen sprake is van de vereiste pluraliteit van handelen. Voorts is er onvoldoende bewijs voor medeplegen.

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde, waarbij er sprake is van een eenmalige oplichting, alleen gepleegd door verdachte.

Feit 5

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het primair ten laste gelegde, met uitzondering van het medeplegen nu daarvoor onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is.

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1 1

Voorwerpen afkomstig uit enig misdrijf.

Door [naam 1] is op 9 augustus 2014 een bankrekening met nummer [rekeningnummer] geopend.2 Uit de rekeningafschriften blijkt dat deze rekening tussen 11 en 14 augustus 2014 actief is gebruikt voor internetoplichting. Er zijn in totaal 89 bijboekingen gedaan voor in totaal ruim veertienduizend euro. Het bijgeschreven geld is telkens direct weer afgeschreven van de rekening door opname bij geldautomaten dan wel via betalingen bij betaalautomaten.3 Er is door 38 personen4 aangifte gedaan van internetoplichting waarbij door de aangevers is betaald voor via marktplaats bestelde goederen op voornoemde bankrekening op naam van [naam 1] . De goederen zijn echter nooit geleverd.

Door [naam 2] is op 8 september 2014 een bankrekening met nummer [rekeningnummer] geopend.5 Uit de rekeningafschriften blijkt dat deze rekening tussen 9 en 18 september 2014 actief is gebruikt voor internetoplichting. Er zijn in totaal 37 bijboekingen gedaan voor in totaal bijna vijfduizend euro. Het bijgeschreven geld is telkens direct weer afgeschreven van de rekening.6 Er is door één persoon7 aangifte gedaan van internetoplichting, waarbij door aangever is betaald voor een via marktplaats besteld goed op voornoemde bankrekening op naam van [naam 2] . Dit is nooit geleverd.

Het rekeningnummer [rekeningnummer] staat op naam van [naam 3] .8 Uit de rekeningafschriften blijkt dat deze rekening tussen 25 februari en 1 maart 2016 actief is gebruikt voor internetoplichting. Er is in die periode een bedrag van in totaal ruim achtduizend euro aan bijboekingen gedaan. Het bijgeschreven geld is telkens direct weer afgeschreven van de rekening.9 Er is door 43 personen10 aangifte gedaan van internetoplichting, waarbij door aangevers is betaald voor via marktplaats bestelde goederen op voornoemde bankrekening op naam van [naam 3] . Ook deze goederen zijn nooit geleverd.

Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de geldbedragen op de rekening van [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] van misdrijf afkomstig zijn.

Overige bewijsmiddelen.

[naam 1] heeft verklaard dat hij op verzoek van verdachte de ING-bankrekening heeft geopend en daarna zijn bankpas met pincode aan verdachte heeft afgegeven in ruil voor geld.11

Verdachte heeft bekend dat hij respectievelijk op 12 en 13 augustus 2014 in het [uitgaansgelegenheid] in Beilen respectievelijk € 1.000,00 en € 1.500,00 heeft gepind van de rekening van [naam 1] .12

Verdachte heeft bekend dat hij op 10 september 2014 in het [uitgaansgelegenheid] in Beilen in totaal een geldbedrag van € 900,00 heeft gepind van de rekening van [naam 2] .13

Uit de bankafschriften van de rekening van [naam 3] blijkt dat er op 29 februari 2016 om 10.47 uur, 10.48 uur, 10.53 uur en 11.45 uur telkens bij de Albert Heijn in Meppel is gepind. Uit de camerabeelden leidt de rechtbank af dat het telkens dezelfde man betreft.14 Verdachte heeft bekend dat hij deze man is en dat hij het geld van de rekening van een ander heeft gepind.15

Uit de rekeningafschriften blijkt ook dat er op 1 maart 2016 om 10.47 uur een bedrag is gepind bij tankstation [naam tankstation] te Beilen door een man.16 Verdachte heeft bekend dat hij deze man is en dat hij het geld van de rekening van een ander heeft gepind.17

Verdachte heeft verder verklaard dat hij meermalen in opdracht van een ander geld pinde van andermans rekeningen en daarvoor een vergoeding kreeg.18

Overwegingen ten aanzien van het bewijs.

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte in de periodes van augustus/september 2014 en februari/maart 2016 telkens meermalen met de bankpas van drie verschillende andere personen (hoge) geldbedragen van een rekening heeft opgenomen en diverse pinbetalingen heeft verricht. In het geval van [naam 1] komt daarbij ook dat verdachte aan hem heeft verzocht een rekening te openen en ook aanwezig was bij het openen van die bankrekening, waarop vervolgens de van oplichting afkomstige gelden werden gestort.

Uit de geschetste gang van zaken blijkt dat verdachte moet hebben geweten dat de gelden die werden gestort op de ter beschikking gestelde rekeningen afkomstig waren uit misdrijf. Door dit geld op te nemen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen.

Gelet op de periode, de frequentie waarmee per bankpas is gepind – meerdere keren en in twee gevallen ook gedurende meerdere dagen – is de rechtbank van oordeel dat er bij het witwassen sprake is geweest van het maken van een gewoonte.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen, want er is te weinig bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking met een (onbekende) ander.

Feit 2 19

Voorwerpen afkomstig uit enig misdrijf.

Uit onderzoek naar de bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 4]20 blijkt dat in de periode van 17 tot en met 19 december 2017 in totaal ruim vijfduizend euro is bijgeschreven, door middel van 38 betalingen.21 Er zijn 14 personen22 die aangifte hebben gedaan van oplichting, waarbij door de aangevers telkens geld is overgemaakt naar voornoemde rekening van [naam 4] voor bestelde goederen via marktplaats. Deze goederen zijn echter nooit geleverd.

Gelet op voorgaande komt de rechtbank tot de conclusie dat de in de tenlastelegging genoemde geldbedragen op de bankrekening van [naam 4] telkens van misdrijf afkomstig zijn.

Overige bewijsmiddelen.

Uit de pinbeelden opgevraagd bij de Rabobank te Emmen blijkt dat er camerabeelden zijn van vier pinopnames van de bankrekening van [naam 4] . Op 17 december 2017 respectievelijk om 15.22 uur en om 21.48 uur is telkens een bedrag van 250 euro gepind. Op 18 december 2017 is een bedrag van 300 euro gepind en een dag later is er een bedrag van 220 euro gepind.23 De pinner is telkens herkend als verdachte.24

Overwegingen ten aanzien van het bewijs.

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde bewijsmiddelen dat verdachte in de periode van 17 tot en met 19 december 2017 meermalen met de bankpas van een ander geldbedragen van andermans rekening heeft opgenomen.

Uit de geschetste gang van zaken blijkt dat verdachte moet hebben geweten dat de gelden die werden gestort op de ter beschikking gestelde rekeningen afkomstig waren uit misdrijf. Temeer omdat hij, gelet op feit 1, eerder ook met passen op naam van anderen geld heeft gepind. Voor deze gedragingen is geen enkele andere aannemelijke verklaring, dan dat verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de gestorte en opgenomen geldbedragen uit enig misdrijf afkomstig waren.

Gelet op de periode, de frequentie waarmee met de bankpas van een ander is gepind –gedurende meerdere dagen en eenmaal meermalen op één dag – is de rechtbank van oordeel dat er bij het witwassen sprake is geweest van het maken van een gewoonte.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het ten laste gelegde medeplegen, want er is te weinig bewijs voor een nauwe en bewuste samenwerking met een (onbekende) ander.

Feit 3 25

Aangiftes van oplichting.

[benadeelde partij 1] heeft aangifte gedaan van oplichting. Op 21 september 2016 heeft hij via Marktplaats.nl gereageerd op een advertentie voor een tractor. De aanbieder doet zich voor als [naam 7] met het telefoonnummer [telefoonnummer] en e-mailadres [emailadres] . [benadeelde partij 1] heeft diezelfde dag telefonisch contact met de aanbieder, die zowel gebruik maakt van de telefoonnummers [telefoonnummer] als [telefoonnummer] . Daarna heeft [benadeelde partij 1] een bedrag van

€ 2.250,0026 overgemaakt op het door de aanbieder opgegeven bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam van [naam 8] , wonende te Lisse. Daarna is het niet meer gelukt om contact te krijgen met de aanbieder en heeft aangever de tractor niet gekregen.27

Via het LMIO zijn ook diverse aangiftes binnengekomen die betrekking hebben op fraude met het bankrekeningnummer [rekeningnummer] .

[benadeelde partij 2] 28, [benadeelde partij 3]29, [benadeelde partij 4]30, [benadeelde partij 5]31, [benadeelde partij 6]32, [benadeelde partij 7]33, [benadeelde partij 8]34, [benadeelde partij 9]35, [benadeelde partij 10]36, [benadeelde partij 11]37, [benadeelde partij 12]38, [benadeelde partij 13]39, [benadeelde partij 14]40, [benadeelde partij 15]41, [benadeelde partij 16]42, [benadeelde partij 17]43, [benadeelde partij 18]44, [benadeelde partij 19]45, [benadeelde partij 20]46 en [benadeelde partij 21]47 hebben aangifte gedaan van oplichting via Marktplaats. Uit deze aangiftes volgt telkens dat aangevers contact hebben gehad met de aanbieder/verkoper, waarbij is overeengekomen dat de aanbieder het aangekochte goed naar de koper zal opsturen. Telkens is geld – in de periode van 19 september 2016 tot en met 21 september 2016 – naar het door de aanbieder opgegeven bankrekeningnummer [rekeningnummer] overgemaakt, maar de goederen zijn nooit geleverd.

Het gaat om:

  • -

    [benadeelde partij 2] , 171,50 euro voor een Lego kraan, de aanbieder doet zich voor als [naam 9] ;

  • -

    [benadeelde partij 3] , 150 euro voor een Garmin navigatiesysteem, de aanbieder doet zich voor als [naam 10] uit Harlingen;

  • -

    [benadeelde partij 4] , 90 euro voor een Nijntje lamp, de aanbieder doet zich voor als [naam 11] ;

  • -

    [benadeelde partij 5] , 130 euro voor Lego auto (shovel wiellader), de aanbieder doet zich voor als [naam 12] en al 10,5 jaar lid van Marktplaats;

  • -

    [benadeelde partij 6] , 125 euro voor een Zündapp tank, de aanbieder doet zich voor als [naam 13] uit Voorthuizen;

  • -

    [benadeelde partij 7] , 104 euro voor Lego, de aanbieder doet zich voor als [naam 14] uit Vaals;

  • -

    [benadeelde partij 8] , 280 euro voor een stroller/kinderwagen, de aanbieder doet zich voor als [naam 15] uit Klijndijk;

  • -

    [benadeelde partij 9] , 258 euro voor Swarovski sieraden/voorwerpen (Elsa en Olaf), de aanbieder doet zich voor als [naam 16] uit Assen;

  • -

    [benadeelde partij 10] , 62 euro voor een Dyson stofzuiger, de aanbieder doet zich voor als [naam 17] uit Oosterwolde;

  • -

    [benadeelde partij 11] , 483,50 euro voor Leica camera's, de aanbieder doet zich voor als [naam 18] uit Nijverdal en al 5,5 jaar lid van Marktplaats;

  • -

    [benadeelde partij 12] , 445 euro voor Kitchen Aid mixers en Sonos, de aanbieder doet zich telkens voor als [naam 17] ;

  • -

    [benadeelde partij 13] , 100 euro voor een Philips Airfryer, de aanbieder doet zich voor als [naam 19] uit Assen;

  • -

    [benadeelde partij 14] , 81,50 euro voor een Leica camera, de aanbieder doet zich voor als [naam 20] ;

  • -

    [benadeelde partij 15] , 231,50 voor een Kitchen Aid keukenmachine, de aanbieder doet zich voor als [naam 21] ;

  • -

    [benadeelde partij 16] , 206,50 voor een Sony camera, de aanbieder doet zich voor als [naam 11] uit Schoondijke en had meerdere advertenties op het al lang in gebruik zijnde Marktplaatsaccount;

  • -

    [benadeelde partij 17] , 91,95 euro voor een maxi-cosi, de aanbieder doet zich voor als [naam 10] uit Harlingen;

  • -

    [benadeelde partij 18] , 91,95 euro voor een maxi-cosi, de aanbieder doet zich voor als [naam 10] uit Harlingen;

  • -

    [benadeelde partij 19] , 87 euro voor een Nijntje lamp, de aanbieder doet zich voor als [naam 11] uit Schoondijke;

  • -

    [benadeelde partij 20] , 85 euro voor een Samsung 850 EVO, de aanbieder doet zich voor als [naam 22] uit Weert;

  • -

    [benadeelde partij 21] , 66,50 euro voor een stofzuiger, de aanbieder doet zich voor als [naam 17] uit Oosterwolde.

Ook zijn er aangiftes binnengekomen bij het LMIO ten aanzien van fraude met bankrekeningnummer [rekeningnummer] .

[benadeelde partij 22] 48, [benadeelde partij 23]49, [benadeelde partij 24]50, [benadeelde partij 25]51, [benadeelde partij 41]52, [benadeelde partij 27]53, [benadeelde partij 28]54, [benadeelde partij 29]55, [benadeelde partij 30]56, [benadeelde partij 31]57, [benadeelde partij 32]58, [benadeelde partij 33]59, [benadeelde partij 34]60, [benadeelde partij 35]61, [benadeelde partij 36]62, [benadeelde partij 37]63 en [benadeelde partij 38]64 hebben aangifte gedaan van oplichting via Marktplaats. Uit de aangiftes volgt telkens dat aangevers contact hebben gehad met de aanbieder/verkoper, waarbij is overeengekomen dat de aanbieder het aangekochte goed naar de koper zal opsturen. Telkens is geld – in de periode van 13 september 2016 tot en met 16 september 2016 – naar het door de aanbieder opgegeven bankrekeningnummer [rekeningnummer] overgemaakt, maar de goederen zijn nooit geleverd.

Het gaat om:

  • -

    [benadeelde partij 22] , 100 euro voor een Kreidler tank, de aanbieder doet zich voor als [naam 23] ;

  • -

    [benadeelde partij 23] , 186,50 euro voor een Kreidler uitlaat, de aanbieder doet zich voor als [naam 23] ;

  • -

    [benadeelde partij 24] , 140 euro voor een Dyson ventilator, de aanbieder doet zich voor als [naam 24] uit Groningen;

  • -

    [benadeelde partij 25] , 106,50 euro voor Lego, de aanbieder doet zich voor als [naam 25] uit Biervliet;

  • -

    [benadeelde partij 41] , 136,50 euro voor een Kreidler uitlaat, de aanbieder doet zich voor als [naam 23] uit Tilburg met het telefoonnummer [telefoonnummer] ;

  • -

    [benadeelde partij 27] , 50 euro voor een TomTom navigatiesysteem, de aanbieder doet zich voor als [naam 7] / [naam 26] ;

  • -

    [benadeelde partij 28] , 284 euro voor een Swarovski sieraad/voorwerp (Elsa), de aanbieder doet zich voor als [naam 27] ;

  • -

    [benadeelde partij 29] , 82,50 euro voor Lego, de aanbieder doet zich voor als [naam 25] ;

  • -

    [benadeelde partij 30] , 206,50 euro voor een Kitchen Aid keukenmachine, de aanbieder doet zich voor als [naam 28] uit Assen;

  • -

    [benadeelde partij 31] , 85 euro voor een Canon flitser, de aanbieder doet zich voor als [naam 29] uit Zutphen;

  • -

    [benadeelde partij 32] , 609 euro voor een spectrum analyzer, de aanbieder doet zich voor als [naam 30] en al 8,5 jaar lid van Marktplaats;

  • -

    [benadeelde partij 33] , 312,70 euro voor een motorblok, de aanbieder doet zich voor als [naam 31] ;

  • -

    [benadeelde partij 34] , 131,50 euro voor Lego, de aanbieder doet zich voor als [naam 25] uit Biervliet;

  • -

    [benadeelde partij 35] , 250 euro voor een spelkaarten box, de aanbieder doet zich voor als [naam 32] ;

  • -

    [benadeelde partij 36] , 307 euro voor een Rolleiflex camera, de aanbieder doet zich voro als [naam 33] uit Zwijndrecht;

  • -

    [benadeelde partij 37] , 100 euro voor een Nijntje lamp, de aanbieder doet zich voor als [naam 34] / [naam 35] uit Zaltbommel;

  • -

    [benadeelde partij 38] , 282 euro voor een Rolleiflex camera, de aanbieder doet zich voor als [naam 33] uit Zwijndrecht.

Overige bewijsmiddelen.

Uit navraag blijkt bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam te staan van [naam 5] .65 De overeenkomst is ondertekend op 19 september 2016, waarbij het telefoonnummer [telefoonnummer] door [naam 5] is opgegeven.66

Voorts blijkt dat het telefoonnummer [telefoonnummer] op 15 september 2016 door [naam 6] is afgesloten.67

Uit de bankafschriften van het bovengenoemde rekeningnummer blijkt dat op 21 september 2016 (tussen 11.35 en 12.16 uur) drie keer een geldbedrag is opgenomen bij het [uitgaansgelegenheid] in Emmen.68 Uit snapshots blijkt dat verdachte daar die dag in het bewuste tijdvlak is geweest.69

Uit navraag blijkt bankrekeningnummer [rekeningnummer] op naam te staan van [naam 6] .70 Deze overeenkomst is ondertekend op 12 september 2016, waarbij het telefoonnummer [telefoonnummer] door [naam 6] is opgegeven.71

[naam 5] heeft verklaard dat hij via [naam 36] in contact is gekomen met verdachte en [medeverdachte] . In ruil voor een geldelijke vergoeding heeft zijn vrouw ( [naam 6] ) een bankrekening bij de ING geopend, omdat daar direct een bankpas wordt overhandigd. Na een paar dagen is die rekening geblokkeerd. Daarop heeft [medeverdachte] aan [naam 5] gevraagd om ook een bankrekening te openen in ruil voor geld. [naam 5] heeft daarop een bankrekening bij de ING geopend, waarna hij de envelop met papieren en het pasje heeft afgegeven aan [medeverdachte] .

[naam 5] heeft voorts verklaard dat hij en [naam 6] meerdere telefoonabonnementen hebben afgesloten op verzoek van verdachte en [medeverdachte] , waarna zij de telefoons met simkaarten aan hen hebben afgegeven.72

[naam 6] heeft verklaard dat zij via [naam 36] in contact is gekomen met verdachte en [medeverdachte] . In ruil voor een geldelijke vergoeding heeft zij een bankrekening bij de ING geopend en daarna direct de bankpas overhandigd aan [medeverdachte] . Later heeft haar man ( [naam 5] ) hetzelfde gedaan met [medeverdachte] .

Zij heeft voorts verklaard dat zij met verdachte telefoonabonnementen heeft afgesloten.73

Voorts blijkt dat verdachte op 16 september 2016 bij de politie heeft aangegeven gebruik te maken van het telefoonnummer [telefoonnummer]74.

Verdachte heeft bekend dat hij de (Marktplaats)oplichtingen met het bankrekeningnummer [rekeningnummer] (op naam van [naam 5] ) heeft begaan.75

Nadere bewijsoverwegingen.

Ondanks de stellige ontkenning van verdachte ten aanzien van oplichting via de bankrekening van [naam 6] is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zowel de (Marktplaats)oplichtingen via de bankrekening van [naam 5] als ook die van [naam 6] .

De oplichtingen via de bankrekeningen van [naam 6] en [naam 5] vertonen op essentiële punten belangrijke overeenkomsten. Zo zijn beiden via [naam 36] benaderd, waarbij verdachte eveneens een rol heeft gehad in het openen van de bankrekeningen en het afsluiten van de telefoonabonnementen. Deze telefoonnummers zijn tevens gebruikt ten behoeve van het openen van de bankrekeningen.

Daarbij komt dat de aan beide oplichtingen onderliggende Marktplaatsadvertenties in een aantal gevallen op belangrijke punten overeen komen, waaruit de rechtbank concludeert dat een en dezelfde persoon verantwoordelijk is voor die advertenties. De rechtbank wijst in dit verband op het volgende.

[benadeelde partij 1] heeft verklaard dat hij telefonisch contact met de aanbieder ‘ [naam 7] ’ – waarvan verdachte heeft bekend dat hij deze oplichting via de bankrekening van [naam 5] heeft begaan – heeft gehad via de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] . Het eerste telefoonnummer is echter afgesloten door [naam 6] . Bovendien heeft verdachte van het tweede telefoonnummer in die periode bij de politie gesteld dat hij daarop te bereiken was.

Het telefoonnummer [telefoonnummer] komt daarbij ook voor in de Marktplaatsconversatie met aangever [benadeelde partij 41] in de oplichting via de bankrekening van [naam 6] . Ook de naam ‘ [naam 7] ’ (als valse naam) is zowel gebruikt bij de oplichting van [benadeelde partij 1] (in de oplichting via de bankrekening van [naam 5] ) als bij de oplichting van [benadeelde partij 27] (in de oplichting via de bankrekening van [naam 6] ).

Ook zijn er in beide oplichtingen overeenkomsten in de aangeboden goederen, te weten de Nijntje lamp, de KitchenAid en de Swarovski Elsa figuur.

Voorts komen de verklaringen van [naam 6] en [naam 5] overeen qua tijd met de gedane aangiftes. Eerst is de bankrekening van [naam 6] geopend en gebruikt, waarna de bankrekening van [naam 5] is geopend en gebruikt voor de oplichtingen.

De rechtbank acht het feit dan ook wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van medeplegen, omdat niet blijkt van enige betrokkenheid van anderen en onvoldoende duidelijk is geworden in hoeverre [medeverdachte] ook betrokken is geweest bij de oplichtingshandelingen. Dat hij een flinke rol heeft gehad in het voortraject blijkt immers wel uit de verklaringen van [naam 6] en [naam 5] , alleen is niet duidelijk of hij ook bij het maken en plaatsen van de advertenties of het contact met de kopers betrokken is geweest.

Feit 4 76

Bewijsmiddelen.

Op 16 april 2018 doet aangever [naam 37] namens [benadeelde partij 39] aangifte77 van fraude. Uit de aangifte blijkt dat op 9 april 2018 op naam van [naam 38] , [straatnaam] te [woonplaats] , (heren)schoenen zijn besteld bij [benadeelde partij 39] , waarbij gebruik is gemaakt van het IP-adres: [ip-adres] .

Aangever heeft onderzoek gedaan en daaruit blijkt dat op het adres in Zuidwolde een vrouw genaamd Nienke [naam 38] woont. Zij heeft echter geen bestelling gedaan bij [benadeelde partij 39] .

De bestelde schoenen blijken te zijn afgehaald bij een PostNL afhaalpunt in Zuidwolde.

Verbalisanten hebben de bijbehorende camerabeelden bekeken en hebben verdachte herkend als de persoon die het pakket, besteld op naam van [naam 38] , heeft opgehaald.78

Aangever heeft een overzicht gemaakt waaruit blijkt dat er nog 20 oplichtingen op nagenoeg dezelfde wijze zijn gepleegd. Uit dit overzicht blijkt dat het IP adres [ip-adres] in totaal vijf maal is vermeld, telkens op 9 april 2018 voor de bestelling van Nike air Max 90 schoenen.79

Verdachte heeft ter terechtzitting80 bekend dat hij de schoenen op naam van [naam 38] via internet ( [benadeelde partij 39] ) heeft besteld en opgehaald. Hij heeft daarvoor niet betaald.

Bij de politie heeft verdachte verklaard: “Ik bestel een pakket via internet en wacht dan tot die doorkomt. Dan haal ik ‘m op bij een afhaalpunt. De ene keer lukt dat wel, de andere keer niet.”81

Overwegingen ten aanzien van het bewijs.

Verdachte heeft bekend dat hij op naam van [naam 38] schoenen heeft besteld en heeft afgehaald bij een PostNL afhaalpunt. Uit de aangifte blijkt dat deze bestelling is gedaan via het IP-adres [ip-adres] . Diezelfde dag zijn er via voornoemd IP-adres nog vier bestellingen gedaan voor schoenen bij de [benadeelde partij 39] . Er zijn geen redenen om aan te nemen dat een ander dan verdachte op 9 april 2018 gebruik heeft gemaakt van het IP-adres [ip-adres] . Daarbij komt dat verdachte bij de politie heeft verklaard dat hij dezelfde werkwijze vaker heeft gebruikt.

Uit verdachtes verklaring volgt tevens dat hij het oogmerk had om zonder betaling de beschikking te krijgen over de bestelde schoenen. Daarmee is er sprake van een voltooid delict, omdat het niet door verdachte komt dat de leveringen niet in alle gevallen zijn geslaagd.

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend te bewijzen, met uitzondering van het medeplegen omdat daarvoor geen aanwijzingen zijn.

Feit 5

De rechtbank acht feit 5 primair wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank volstaat ten aanzien van het bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359a, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Uit de aangifte van [naam 39] namens [benadeelde partij 42]82, het proces-verbaal van bevindingen83 en de bekennende verklaring van verdachte84 blijkt genoegzaam dat verdachte het feit heeft begaan op de wijze zoals hierna is bewezenverklaard.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feiten 1, 2, 3, 4 primair en 5 primair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 12 augustus 2014 tot en met 1 maart 2016, te Beilen en Meppel,

meermalen,

een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld,

heeft verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet,

immers heeft verdachte,

a. a) op 12 augustus 2014 te Beilen (te weten in het [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van 1000 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 1] en bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en

b) op 13 augustus 2014 te Beilen ( [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van 1500 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 1] en bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en

c) op of omstreeks 10 september 2014 te Beilen ( [uitgaansgelegenheid] ) een bedrag van (in totaal) 900 euro opgenomen, met behulp van een bankpas op naam van [naam 2] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

d) op of omstreeks 29 februari 2016 te Meppel in een winkelbedrijf Albert Heijn ( [naam franchise] ) een of meer pinbetalingen heeft verricht, met behulp van een bankpas op naam van [naam 3] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] , en/of

e) op of omstreeks 1 maart 2016 te Beilen in/bij het tankstation [naam tankstation] een pinbetaling heeft verricht, met behulp van een bankpas op naam van [naam 3] en/of bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] ,

in elk geval (op verschillende tijdstippen) in genoemde periode (meermalen) een hoeveelheid geld met behulp van een bankpas op naam van een derde (van de rekening van die derde) opgenomen en/of daarmee een of meer pinbetalingen verricht,

terwijl hij telkens wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt.

2.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 17 tot en met 19 december 2017, in Nederland,

meermalen,

een voorwerp, te weten een hoeveelheid geld, heeft verworven en voorhanden gehad en overgedragen en omgezet,

immers heeft verdachte,

- op 17 december 2017 een bedrag van 250 euro en vervolgens nog eens 250 euro opgenomen, en

- op 18 december 2017 een bedrag van 300 euro opgenomen, en

- op 19 december 2017 een bedrag van 220 euro opgenomen,

telkens via/uit een geldautomaat, telkens met behulp van een bankpas op naam van [naam 4] en bijbehorend rekeningnummer [rekeningnummer] ,

terwijl hij telkens wist, dat die voorwerpen geheel - onmiddellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;

3.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 12 tot en met 28 september 2016, te Oosterwolde en/of elders in Nederland,

telkens met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, hierna te noemen aangevers/gedupeerden, te weten

(via bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 5] )

1) [benadeelde partij 1] , 2250 euro voor een tractor (aangifte p. 131,124), en

2) [benadeelde partij 2] , 171,50 euro voor een Lego kraan (aangifte p. 349), en

3) [benadeelde partij 3] , 150 euro voor een Garmin navigatiesysteem (aangifte p. 354), en

4) [benadeelde partij 4] , 90 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 363), en

5) [benadeelde partij 5] , 130 euro voor Lego auto (aangifte p. 367), en

6) [benadeelde partij 6] , 125 euro voor een Zündapp tank (aangifte p. 374), en

7) [benadeelde partij 7] , 104 euro voor Lego (aangifte p 384), en

8) [benadeelde partij 8] , 280 euro voor een stroller/kinderwagen (aangifte p. 391), en

9) [benadeelde partij 9] , 258 euro voor Swarovski sieraden/voorwerpen (aangifte

p. 408), en

10) [benadeelde partij 10] , 62 euro voor een Dyson stofzuiger (aangifte p. 412), en/of

11) [benadeelde partij 11] , 483,50 euro voor Leica camera's (aangifte p. 417), en/of

12) [benadeelde partij 12] , 445 euro voor Kitchen Aid mixers en Sonos (aangifte p. 425), en/of

13) [benadeelde partij 13] , 100 euro voor een Philips Airfryer (aangifte p. 430), en/of

14) [benadeelde partij 14] , 81,50 euro voor een Leica camera (aangifte p. 437), en/of

15) [benadeelde partij 15] , 231,50 voor een Kitchen Aid keukenmachine (aangifte p. 445), en/of

16) [benadeelde partij 16] , 206,50 voor een Sony camera (aangifte p. 456), en/of

17) [benadeelde partij 17] , 91,95 euro voor een maxi-cosi (aangifte p. 462), en/of

18) [benadeelde partij 18] , 91,95 euro voor een maxi-cosi (aangifte p. 467), en/of

19) [benadeelde partij 19] , 87 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 473), en/of

20) [benadeelde partij 20] , 85 euro voor een Samsung 850 EVO (aangifte p. 496), en/of

21) [benadeelde partij 21] , 66,50 euro voor een stofzuiger (aangifte p. 505),

(zijnde subtotaal ongeveer 5590 euro (2250 + 3340),

en

(via bankrekening [rekeningnummer] op naam van [naam 6] )

22) [benadeelde partij 22] , 100 euro voor een Kreidler tank (aangifte p. 509), en

23) [benadeelde partij 23] , 186,50 euro voor een Kreidler uitlaat (aangifte p. 517), en

24) [benadeelde partij 24] , 140 euro voor een Dyson ventilator (aangifte p. 530), en

25) [benadeelde partij 25] , 106,50 euro voor Lego (aangifte p. 535), en

26) [benadeelde partij 41] , 136,50 euro voor een Kreidler uitlaat (aangifte p. 541), en

27) [benadeelde partij 27] , 50 euro voor een TomTom navigatiesysteem (aangifte p. 558), en

28) [benadeelde partij 28] , 284 euro voor een Swarovski sieraad/voorwerp (aangifte p. 569), en

29) [benadeelde partij 29] , 82,50 euro voor Lego (aangifte p. 574), en

30) [benadeelde partij 30] , 206,50 euro voor een Kitchen Aid keukenmachine (aangifte p. 586), en

31) [benadeelde partij 31] , 85 euro voor een Canon flitser (aangifte p. 599), en

32) [benadeelde partij 32] , 609 euro voor een spectrum analyzer (aangifte p. 605), en

33) [benadeelde partij 33] , 312,70 euro voor een motorblok (aangifte p. 613), en

34) [benadeelde partij 34] , 131,50 euro voor Lego (aangifte p. 617), en

35) [benadeelde partij 35] , 250 euro voor een spelkaarten box (aangifte p. 629), en

36) [benadeelde partij 36] , 307 euro voor een Rolleiflex camera (aangifte p. 634), en

37) [benadeelde partij 37] , 100 euro voor een Nijntje lamp (aangifte p. 640), en

38) [benadeelde partij 43] , 282 euro voor een Rolleiflex camera (aangifte p. 647),

(subtotaal 3369 euro,

zijnde in totaal ongeveer 8959 euro,)

heeft bewogen tot de afgifte van bovengenoemde geldbedragen,

immers heeft verdachte, toen daar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- geadverteerd op de internetsite Marktplaats.nl, en

- zich voorgedaan als bonafide aanbieder en/of verkoper van bovengenoemde goederen op/via die internetsite Marktplaats.nl, en

- zich heeft gepresenteerd als eigenaar/bezitter van bovengenoemde goederen, en

- voorgenoemde aangevers/gedupeerden voorgehouden/beloofd dat verdachte bovengenoemde goederen na betaling zou leveren of laten bezorgen, en

- de indruk gewekt dat verdachte al langer op Marktplaats.nl actief was en/of een betrouwbare verkoper zou zijn en/of een goede reputatie/historie had, en

- gebruik gemaakt van een valse naam en e-mailadres en identiteit en van bankrekeningnummers van anderen zogenoemde "katvangers", te weten [naam 5] en [naam 6] ,

waardoor bovengenoemde aangevers/gedupeerden telkens werden bewogen tot

bovenomschreven afgiften;

4. ( primair)

hij in de periode van 1 april 2018 tot en met 11 april 2018 in het arrondissement Noord-Nederland,

een gewoonte heeft gemaakt

van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren,

hebbende verdachte met voormeld oogmerk

in genoemde periode meermalen van het bedrijf [benadeelde partij 39] (via het internet) schoenen gekocht en daarvoor niet aan die [benadeelde partij 39] betaald;

5. ( primair)

hij in de periode van 10 december 2017 tot en met 5 februari 2018 in het arrondissement Noord-Nederland,

een gewoonte heeft gemaakt

van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren,

hebbende verdachte met voormeld oogmerk

in genoemde periode meermalen bij/van het bedrijf [benadeelde partij 40] (via het internet) schoenen gekocht en die schoenen vervolgens afgeleverd gekregen en daarvoor niet aan die [benadeelde partij 40] , al dan niet via AfterPay, betaald.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. van het plegen van witwassen een gewoonte maken

2. van het plegen van witwassen een gewoonte maken

3. oplichting, meermalen gepleegd

4. primair een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

5. primair een gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door hem bewezen geachte feiten wordt veroordeeld tot een taakstraf van 220 uur, subsidiair 110 dagen hechtenis, en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaar met de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.

De officier van justitie heeft rekening gehouden met alle door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om te komen tot oplegging van een (maximale) taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Voorts heeft zij bepleit rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn ex artikel 6 EVRM, de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die blijken uit het reclasseringsrapport en verdachte sinds 2018 niet meer met politie in aanraking is gekomen. Ook is artikel 63 Sr van toepassing. Ten slotte heeft de raadsvrouw bepleit om geen bijzondere voorwaarden op te leggen, aangezien dit vanwege het tijdsverloop niet meer opportuun is ter voorkoming van recidive.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat rekening gehouden kan worden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, zodat deze feiten hiermee zijn afgedaan.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de reclasseringsrapporten, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich in de periodes van augustus 2014 tot en met maart 2016 en in december 2017 telkens schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen, door telkens geld (in totaal ruim

€ 4.000,00) van andermans rekening te pinnen. Verdachte geeft aan dat hem hiervoor een vergoeding in het vooruitzicht was gesteld.

Door witwassen wordt de integriteit van het financiële en economische verkeer aangetast en meer specifiek het vertrouwen van de burger in het (digitale) handelsverkeer. Ook bevordert het handelen van verdachte het plegen van delicten. Door het (faciliteren van het) wegsluizen van crimineel geld wordt de opsporing van onderliggende misdrijven bemoeilijkt.

Verdachte heeft zich verder in de periode van 12 tot en met 28 september 2016 schuldig gemaakt aan meerdere (Marktplaats)oplichtingen. Door zijn handelen heeft hij in deze relatief korte periode 38 slachtoffers geld afhandig gemaakt (voor een bedrag van bijna

€ 9.000,00) en in teleurstelling achtergelaten. Oplichtingspraktijken als de onderhavige schaden het vertrouwen in eerlijke handel en verstoren de werking van dergelijke toegankelijke en populaire handelsforums. De oplichting getuigt van brutaliteit en egoïsme. Verdachte heeft zich uitsluitend laten leiden door persoonlijk financieel gewin en heeft zich niet bekommerd om de gevolgen voor de betrokken potentiële kopers. Dat rekent de rechtbank verdachte aan.

Verdachte heeft zich voorts in de periode van december 2017 tot en met april 2018 tweemaal schuldig gemaakt aan flessentrekkerij, door schoenen te bestellen via internet (en deze op te halen) zonder voor deze schoenen te betalen. Ook door deze handelingen heeft verdachte een aantal bedrijven financiële schade en overlast toegebracht en heeft hij misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het handelsverkeer noodzakelijk is.

Ad informandum

Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met de door verdachte erkende ad informandum gevoegde feiten, die hiermee zijn afgedaan.

De rechtbank heeft geconstateerd dat deze ad informandum gevoegde feiten telkens zien op oplichting dan wel gewoontewitwassen (in de periode van maart 2016 tot en met oktober 2017), waarbij er meer dan 100 aangiftes zijn gedaan van (Marktplaats)oplichting voor een (totaal)bedrag van meer dan € 19.000,00 aan ontstane schade.

Persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie van 5 augustus 2021, waaruit blijkt dat verdachte eerder en vaker is veroordeeld voor vermogensdelicten.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het (meest recente) reclasseringsrapport van 26 februari 2021.De reclassering heeft een delictpatroon geconstateerd op basis van het uittreksel justitiële documentatie. Verdachte heeft een IQ van 69 en een belaste voorgeschiedenis. Verdachte is opgegroeid in een onveilig klimaat en heeft al jaren geen zinvolle en/of reguliere dagbesteding. Hij heeft een gering inkomen, maar wel forse schulden. Verdachte heeft criminele contacten (gehad) en contact met personen die hem negatief beïnvloed(d)en. Ook heeft hij een jarenlange alcoholverslaving gehad, maar heeft op eigen initiatief hulp gezocht bij VNN. Voorts is geconstateerd dat verdachte de afgelopen twee jaar niet met justitie in aanraking is gekomen. Hij is ook gemotiveerd om mee te werken aan de geadviseerde bijzonder voorwaarden. De reclassering heeft het recidiverisico hoog ingeschat. Geadviseerd is de oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met de bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijke kortdurende klinische opname en innemen medicatie), alcoholverbod met controle, schadeherstel en het hebben van een passende dagbesteding.

LOVS oriëntatiepunten.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van strafzaken zoals thans aan de orde een gevangenisstraf tussen de 2 en 5 maanden vastgesteld alsmede een taakstraf. Daarbij gaat het om fraude met een benadelingsbedrag tussen de € 10.000,00 en € 70.000,00.

Naast het benadelingsbedrag dient tevens rekening gehouden te worden met de strafvermeerderende en strafverminderende factoren. De rechtbank houdt rekening met de volgende strafvermeerderende factoren:

- de duur van de gedraging (enkele jaren);

- het gegeven dat verdachte de gedraging niet uit eigen beweging heeft beëindigd;

- het feit dat het ontstane nadeel niet ongedaan is gemaakt;

- de meeste slachtoffers particulieren betreffen (waarbij door verdachte zelf bijna 150 particuliere slachtoffers zijn gemaakt, maar ook het witwassen voortkomt uit een grote hoeveelheid particuliere slachtoffers);

- de verdachte heeft gehandeld uit beroep/gewoonte.

Overschrijding redelijke termijn

De rechtbank stelt voorop dat in artikel 6, lid 1, EVRM het recht van iedere verdachte is gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Die termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld.

Als uitgangspunt heeft in deze zaak te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen.

Die termijn heeft in dit geval een aanvang genomen vanaf het eerste verhoor van verdachte op 30 juni 2016, en gaat derhalve een termijn van twee jaren ruimschoots te boven. Deze overschrijding dient in de straf te worden verdisconteerd.

Straf.

De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsstraf geboden is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere vorm van strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden. De hoogte van de gevangenisstraf gaat de duur van de LOVS-oriëntatiepunten ver te boven, wegens de combinatie van de hiervoor genoemde strafvermeerderende factoren. De rechtbank zal aan verdachte een gevangenisstraf van 12 maanden opleggen, maar de helft daarvan - wegens overschrijding van de redelijke termijn – voorwaardelijk opleggen. Gelet op het tijdsverloop ziet de rechtbank geen redenen meer om de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden op te leggen.

Benadeelde partij

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

Feit 3:

1. [benadeelde partij 1] , tot een bedrag van € 2.905,00 ter zake van materiële schade en

€ 1.000,00 ter zake van immateriële schade;

2. [benadeelde partij 2] , tot een bedrag van € 200,00 ter zake van materiële schade;

3. [benadeelde partij 4] , tot een bedrag van € 94,00 ter zake van materiële schade en

€ 100,00 ter zake van immateriële schade;

4. [benadeelde partij 5] , tot een bedrag van € 130,00 ter zake van materiële schade;

5. [benadeelde partij 6] , tot een bedrag van € 350,00 ter zake van materiële schade;

6. [benadeelde partij 7] , tot een bedrag van € 104,00 ter zake van materiële schade en

€ 500,00 ter zake van immateriële schade;

7. [benadeelde partij 9] , tot een bedrag van € 250,00 ter zake van materiële schade;

8. [benadeelde partij 11] , tot een bedrag van € 483,50 ter zake van materiële schade;

9. [benadeelde partij 17] , tot een bedrag van € 100,00 ter zake van materiële schade,

€ 93,17 ter zake van immateriële schade en € 48,40 aan proceskosten;

10. [benadeelde partij 18] , tot een bedrag van € 91,95 ter zake van materiële schade;

11. [benadeelde partij 23] , tot een bedrag van € 186,50 ter zake van materiële schade;

12. [benadeelde partij 25] , tot een bedrag van € 106,50 ter zake van materiële schade;

13. [benadeelde partij 26] , tot een bedrag van € 136,50 ter zake van materiële schade;

14. [benadeelde partij 30] , tot een bedrag van € 206,50 ter zake van materiële schade;

15. [benadeelde partij 32] , tot een bedrag van € 609,00 ter zake van materiële schade;

16. [benadeelde partij 33] , tot een bedrag van € 312,70 ter zake van materiële schade;

17. [benadeelde partij 36] , tot een bedrag van € 347,00 ter zake van materiële schade;

18. [benadeelde partij 38] , tot een bedrag van € 282,00 ter zake van materiële schade;

Ad info 1:

19. [benadeelde partij 44] , tot een bedrag van € 136,95 ter zake van materiële schade;

20. [benadeelde partij 45] , tot een bedrag van € 368,60 ter zake van materiële schade;

21. [benadeelde partij 46] , tot een bedrag van € 300,00 ter zake van materiële schade en

€ 300,00 ter zake van immateriële schade;

22. [benadeelde partij 47] , tot een bedrag van € 230,00 ter zake van materiële schade en

€ 430,00 ter zake proceskosten;

23. [benadeelde partij 48] , tot een bedrag van € 300,00 ter zake van materiële schade;

24. [benadeelde partij 49] , tot een bedrag van € 206,50 ter zake van materiële schade;

25. [benadeelde partij 50] , tot een bedrag van € 100,00 ter zake van materiële schade;

26. [benadeelde partij 51] , tot een bedrag van € 100,00 ter zake van materiële schade;

27. [benadeelde partij 52] , tot een bedrag van € 458,60 ter zake van materiële schade;

28. [benadeelde partij 53] , tot een bedrag van € 275,00 ter zake van materiële schade;

29. [benadeelde partij 54] , tot een bedrag van € 86,50 ter zake van materiële schade;

30. [benadeelde partij 55] , tot een bedrag van € 231,75 ter zake van materiële schade;

31. [benadeelde partij 56] , tot een bedrag van € 281,95 ter zake van materiële schade en

€ 100,00 ter zake van immateriële schade;

32. [benadeelde partij 57] , tot een bedrag van € 121,95 ter zake van materiële schade;

33. [benadeelde partij 58] , tot een bedrag van € 121,50 ter zake van materiële schade;

34. [benadeelde partij 59] , tot een bedrag van € 286,95 ter zake van materiële schade;

35. [benadeelde partij 60] , tot een bedrag van € 211,50 ter zake van materiële schade;

36. [benadeelde partij 61] , tot een bedrag van € 281,50 ter zake van materiële schade;

37. [benadeelde partij 62] , tot een bedrag van € 166,95 ter zake van materiële schade;

38. [benadeelde partij 63] , tot een bedrag van € 135,00 ter zake van materiële schade;

39. [benadeelde partij 64] , tot een bedrag van € 281,95 ter zake van materiële schade;

40. [benadeelde partij 65] , tot een bedrag van € 380,00 ter zake van materiële schade;

Ad info 2:

41. [benadeelde partij 66] , tot een bedrag van € 658,60 ter zake van materiële schade;

42. [benadeelde partij 67] , tot een bedrag van € 758,60 ter zake van materiële schade;

43. [benadeelde partij 68] , tot een bedrag van € 100,00 ter zake van materiële schade;

44. [benadeelde partij 69] , tot een bedrag van € 406,95 ter zake van materiële schade;

45. [benadeelde partij 70] , tot een bedrag van € 550,00 ter zake van materiële schade;

Ad info 3:

46. [benadeelde partij 71] , tot een bedrag van € 107,00 ter zake van materiële schade;

47. [benadeelde partij 72] , tot een bedrag van € 281,95 ter zake van materiële schade;

48. [benadeelde partij 73] , tot een bedrag van € 356,95 ter zake van materiële schade;

49. [benadeelde partij 74] , tot een bedrag van € 508,60 ter zake van materiële schade;

50. [benadeelde partij 75] , tot een bedrag van € 86,00 ter zake van materiële schade;

Ad info 5:

51. [benadeelde partij 76] , tot een bedrag van € 250,00 ter zake van materiële schade;

52. [benadeelde partij 77] , tot een bedrag van € 90,00 ter zake van materiële schade;

53. [benadeelde partij 78] , tot een bedrag van € 130,00 ter zake van materiële schade;

54. [benadeelde partij 79] , tot een bedrag van € 86,50 ter zake van materiële schade;

55. [benadeelde partij 80] , tot een bedrag van € 231,95 ter zake van materiële schade;

56. [benadeelde partij 81] , tot een bedrag van € 145,00 ter zake van materiële schade;

57. [benadeelde partij 82] , tot een bedrag van € 106,95 ter zake van materiële schade;

58. [benadeelde partij 83] , tot een bedrag van € 110,00 ter zake van materiële schade;

59. [benadeelde partij 84] , tot een bedrag van € 150,00 ter zake van materiële schade;

60. [benadeelde partij 85] , tot een bedrag van € 183,60 ter zake van materiële schade;

61. [benadeelde partij 86] , tot een bedrag van € 180,00 ter zake van materiële schade;

62. [benadeelde partij 87] , tot een bedrag van € 56,95 ter zake van materiële schade;

63. [benadeelde partij 88] , tot een bedrag van € 96,95 ter zake van materiële schade;

64. [benadeelde partij 89] , tot een bedrag van € 125,00 ter zake van materiële schade;

65. [benadeelde partij 90] , tot een bedrag van € 208,60 ter zake van materiële schade;

66. [benadeelde partij 91] , tot een bedrag van € 271,50 ter zake van materiële schade;

67. [benadeelde partij 92] , tot een bedrag van € 116,95 ter zake van materiële schade;

68. [benadeelde partij 93] , tot een bedrag van € 240,00 ter zake van materiële schade;

69. [benadeelde partij 94] , tot een bedrag van € 350,00 ter zake van materiële schade;

Ad info 6:

70. [benadeelde partij 95] , tot een bedrag van € 250,00 ter zake van materiële schade en

€ 250,00 ter zake van immateriële schade;

71. [benadeelde partij 96] , tot een bedrag van € 80,00 ter zake van materiële schade;

72. [benadeelde partij 97] , tot een bedrag van € 130,00 ter zake van materiële schade;

73. [benadeelde partij 98] , tot een bedrag van € 96,95 ter zake van materiële schade;

74. [benadeelde partij 99] , tot een bedrag van € 106,95 ter zake van materiële schade;

75. [benadeelde partij 100] , tot een bedrag van € 200,00 ter zake van materiële schade;

76. [benadeelde partij 101] , tot een bedrag van € 156,95 ter zake van materiële schade;

77. [benadeelde partij 102] , tot een bedrag van € 95,00 ter zake van materiële schade;

78. [benadeelde partij 103] , tot een bedrag van € 162,00 ter zake van materiële schade;

79. [benadeelde partij 104] , tot een bedrag van € 75,00 ter zake van materiële schade;

80. [benadeelde partij 105] , tot een bedrag van € 75,00 ter zake van materiële schade;

81. [benadeelde partij 106] , tot een bedrag van € 108,15 ter zake van materiële schade;

82. [benadeelde partij 107] , tot een bedrag van € 229,00 ter zake van materiële schade;

83. [benadeelde partij 108] , tot een bedrag van € 60,00 ter zake van materiële schade;

Feit 4 primair:

84. [benadeelde partij 42] , tot een bedrag van € 7.839,53 ter zake van materiële schade;

85. [benadeelde partij 109] , tot een bedrag van € 7,00 ter zake van materiële schade en

€ 150,00 ter zake van immateriële schade.

Het oordeel van de rechtbank

Algemene overwegingen

De rechtbank stelt voorop dat de benadeelde partij in het strafproces vergoeding kan vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien tussen het bewezenverklaarde handelen, dan wel het door de rechtbank bij de strafoplegging meegewogen ad informandum gevoegde feit, van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat om aan te nemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden.

Gelet op de hoeveelheid vorderingen en de daarover ingenomen standpunten door de officier van justitie en de verdediging zal de rechtbank volstaan met algemene overwegingen, tenzij een nadere bijzondere overweging vereist is.

Toewijzing vorderingen

Zoals hierna uit het dictum blijkt is naar het oordeel van de rechtbank telkens voldoende aannemelijk dat de benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden tot maximaal de hoogte van het overgemaakte geldbedrag zoals blijkt uit de gedane aangifte. Deze schade is telkens een rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde dan wel het bij de strafoplegging meegewogen ad informandum gevoegde feit. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zullen daarom telkens worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het ontstaan van de schade.

Niet-ontvankelijkheid

De rechtbank overweegt dat, voor zover van toepassing, in de gevallen waarbij de gestelde materiële schade het bedrag van de aangifte te boven gaat, de rechtbank telkens onvoldoende informatie heeft om hierover te kunnen oordelen. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vorderingen in die gevallen daarom niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

In een aantal gevallen is door benadeelde partijen (daarnaast) ook vergoeding van immateriële schade gevorderd. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van bijvoorbeeld, angst, onzekerheid, boosheid, schrik of machteloosheid vormen nog geen aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW. De rechtbank zal ook die delen van de vorderingen telkens niet-ontvankelijk verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

In een aantal gevallen is door benadeelde partijen (daarnaast) ook vergoeding van proceskosten gevorderd. Deze zijn telkens niet onderbouwd, zodat de rechtbank dat deel van de vorderingen niet-ontvankelijk zal verklaren. Dat deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[benadeelde partij 98]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [benadeelde partij 98] aangifte heeft gedaan. Deze bevindt zich in het dossier behorende bij ad informandum 6, maar staat als zodanig niet op de dagvaarding afzonderlijk vermeld. De rechtbank zal de benadeelde partij derhalve niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[benadeelde partij 108]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij [benadeelde partij 108] aangifte heeft gedaan en ook onder ad informandum 6 als zodanig is vermeld. Uit de onderbouwing van de gevraagde schadevergoeding blijkt dat de benadeelde partij niet meer weet waar de zaak op ziet en benoemt zij details die niet blijken uit haar aangifte. Ook ontbreekt enige onderbouwing van de gestelde schade. De rechtbank zal de gehele vordering niet-ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[benadeelde partij 109]

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij niet als zodanig op de dagvaarding afzonderlijk is vermeld als slachtoffer. Ook de onderbouwing voor zowel de materiële als immateriële schade ontbreekt, zodat de rechtbank de gehele vordering niet-ontvankelijk zal verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Geen hoofdelijkheid

De rechtbank overweegt dat verdachte zich op grote schaal heeft schuldig gemaakt aan (Marktplaats)oplichting. Feit 3 en de ad informandum 1, 2, 3, 5 en 6 gevoegde feiten zien op deze oplichting. Ten aanzien van de ad informandum gevoegde feiten is er telkens uitgegaan van het plegen. Ten aanzien van feit 3 en 4 primair heeft de rechtbank telkens expliciet vrijgesproken van medeplegen.

Gelet hierop heeft de rechtbank geen redenen om te komen tot een hoofdelijke toewijzing van de schadevergoedingen dan wel de hoogte van de schadevergoedingen te halveren, zoals door de raadsvrouw bepleit.

Schadevergoedingsmaatregel

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank telkens de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden. De rechtbank ziet in een mogelijk beperkte draagkracht van verdachte geen redenen om de duur van de gijzeling te beperken of anderszins te verlagen.

De rechtbank ziet in het geval van de benadeelde partij [benadeelde partij 42] geen redenen om de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Veroordeling in de kosten

De rechtbank zal verdachte telkens veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 60a, 63, 326, 326a, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Bewezenverklaring en strafbaarheid feit en verdachte

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Straf

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Benadeelde partijen

Feit 3 :

*Ten aanzien van [benadeelde partij 1]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 1] te betalen:

- het bedrag van € 2.250,00 (zegge: tweeduizend tweehonderdvijftig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 1] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slecht bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat te betalen een bedragen van € 2.250,00 (zegge: tweeduizend tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 32 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoende aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 1] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 2]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 2] te betalen:

- het bedrag van € 171,50 (zegge: honderdéénenzeventig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 2] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat te betalen een bedrag van € 171,50 (zegge: honderdéénenzeventig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 2] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 4]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 4] te betalen:

- het bedrag van € 90,00 (zegge: negentig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 4] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 4] aan de Staat te betalen een bedrag van € 90,00 (zegge: negentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 4] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 5]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 5] te betalen:

- het bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 5] aan de Staat te betalen een bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 5] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 6]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 6] te betalen:

- het bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 6] voor het overige]niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 6] aan de Staat te betalen een bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 6] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 7]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 7] te betalen:

- het bedrag van € 104,00 (zegge: honderdvier euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 7] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 7] aan de Staat te betalen een bedrag van € 104,00 (zegge: honderdvier euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 7] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 9]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 9] te betalen:

- het bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 9] aan de Staat te betalen een bedrag van € 250,00 (zegge: tweehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 9] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 11]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 11] te betalen:

- het bedrag van € 483,50 (zegge: vierhonderd drieëntachtig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 11] aan de Staat te betalen een bedrag van € 483,50 (zegge: vierhonderd drieëntachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 11] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 17]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 17] te betalen:

- het bedrag van € 91,95 (zegge: éénennegentig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 17] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 17] aan de Staat te betalen een bedrag van € 91,95 (zegge: éénennegentig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 17] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 18]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 18] te betalen:

- het bedrag van € 91,95 (zegge: éénennegentig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 18] aan de Staat te betalen een bedrag van € 91,95 (zegge: éénennegentig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 18] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 23]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 23] te betalen:

- het bedrag van € 186,50 (zegge: honderdzesentachtig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 16 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 23] aan de Staat te betalen een bedrag van € 186,50 (zegge: honderdzesentachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 23] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 25]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 25] te betalen:

- het bedrag van € 106,50 (zegge: honderd zes euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 25] aan de Staat te betalen een bedrag van € 106,50 (zegge: honderd zes euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 25] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 26]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 26] te betalen:

- het bedrag van € 136,50 (zegge: honderdzesendertig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2021 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 26] aan de Staat te betalen een bedrag van € 136,50 (zegge: honderdzesendertig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 26] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 30]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 30] te betalen:

- het bedrag van € 206,50 (zegge: tweehonderd en zes euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 30] aan de Staat te betalen een bedrag van € 206,50 (zegge: tweehonderd en zes euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 30] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 32]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 32] te betalen:

- het bedrag van € 609,00 (zegge: zeshonderd negen euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 32] aan de Staat te betalen een bedrag van € 609,00 (zegge: zeshonderd negen euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 12 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 32] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 33]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 33] te betalen:

- het bedrag van € 312,70 (zegge: driehonderdtwaalf euro en zeventig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 33] aan de Staat te betalen een bedrag van € 312,70 (zegge: driehonderdtwaalf euro en zeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 33] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 36]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 36] te betalen:

- het bedrag van € 307,00 (zegge: driehonderd zeven euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 36] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 36] aan de Staat te betalen een bedrag van € 307,00 (zegge: driehonderd zeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 36] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 38]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 38] te betalen:

- het bedrag van € 282,00 (zegge: tweehonderd tweeëntachtig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 september 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 38] aan de Staat te betalen een bedrag van € 282,00 (zegge: tweehonderd tweeëntachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 september 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 38] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ad informandum 1:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 44]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 44] te betalen:

- het bedrag van € 136,95 (zegge: honderdzesendertig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 44] aan de Staat te betalen een bedrag € 136,95 (zegge: honderdzesendertig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 44] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 45]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 45] te betalen:

- het bedrag van € 368,60 (zegge: driehonderdachtenzestig euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 45] aan de Staat te betalen een bedrag van € 368,60 (zegge: driehonderdachtenzestig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 45] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 46]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 46] te betalen:

- het bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 46] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 46] aan de Staat te betalen een bedrag van € 300,00 (zegge: driehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 6 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 46] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 47]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 47] te betalen:

- het bedrag van € 186,95 (zegge: honderdzesentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 47] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 47] aan de Staat te betalen een bedrag van € 186,95 (zegge: honderdzesentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 47] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 48]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 48] te betalen:

- het bedrag van € 173,60 (zegge: honderd drieënzeventig euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 48] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 48] aan de Staat te betalen een bedrag van € 173,60 (zegge: honderd drieënzeventig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 48] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 49]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 49] te betalen:

- het bedrag van € 206,50 (zegge: tweehonderd zes euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 49] aan de Staat te betalen een bedrag van € 206,50 (zegge: tweehonderd zes euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 49] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 50]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 50] te betalen:

- het bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 50] aan de Staat te betalen een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 50] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 51]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 51] te betalen:

- het bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 51] aan de Staat te betalen een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 51] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 52]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 52] betalen:

- het bedrag van € 458,60 (zegge: vierhonderdachtenvijftig euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 52] aan de Staat te betalen een bedrag van € 458,60 (zegge: vierhonderdachtenvijftig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 9 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 52] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 53]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 53] te betalen:

- het bedrag van € 275,00 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 53] aan de Staat te betalen een bedrag van € 275,00 (zegge: tweehonderdvijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 53] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 54]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 54] te betalen:

- het bedrag van € 86,50 (zegge: zesentachtig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 54] aan de Staat te betalen een bedrag van € 86,50 (zegge: zesentachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 54] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 55]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 55] te betalen:

- het bedrag van € 231,75 (zegge: tweehonderd eenendertig euro en vijfenzeventig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 55] aan de Staat te betalen een bedrag van € 231,75 (zegge: tweehonderd eenendertig euro en vijfenzeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 55] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 56]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 56] te betalen:

- het bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 56] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 56] aan de Staat te betalen een bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 56] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 57]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 57] te betalen:

- het bedrag van € 121,95 (zegge: honderd eenentwintig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 57] aan de Staat te betalen een bedrag van € 121,95 (zegge: honderd eenentwintig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 57] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 58]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 58] te betalen:

- het bedrag van € 121,50 (zegge: honderd eenentwintig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 58] aan de Staat te betalen een bedrag van € 121,50 (zegge: honderd eenentwintig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 58] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 59]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 59] te betalen:

- het bedrag van € 286,95 (zegge: tweehonderdzesentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 59] aan de Staat te betalen een bedrag van € 286,95 (zegge: tweehonderdzesentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 59] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 60]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 60] te betalen:

- het bedrag van € 211,50 (zegge: tweehonderdelf euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 60] aan de Staat te betalen een bedrag van € 211,50 (zegge: tweehonderdelf euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 60] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 61]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 61] te betalen:

- het bedrag van € 281,50 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 61] aan de Staat te betalen een bedrag van € 281,50 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 61] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 62]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 62] te betalen:

- het bedrag van € 166,95 (zegge: honderdzesenzestig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 62] aan de Staat te betalen een bedrag van € 166,95 (zegge: honderdzesenzestig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 62] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 63]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 63] te betalen:

- het bedrag van € 132,00 (zegge: honderd tweeëndertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 63] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 63] aan de Staat te betalen een bedrag van € 132,00 (zegge: honderd tweeëndertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 63] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 64]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 64] te betalen:

- het bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 64] aan de Staat te betalen een bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 64] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 65]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 65] te betalen:

- het bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 28 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 65] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 65] aan de Staat te betalen een bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderdeenentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 65] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ad informandum 2:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 66]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 66] te betalen:

- het bedrag van € 658,60 (zegge: zeshonderdachtenvijftig euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 66] aan de Staat te betalen een bedrag van € 658,60 (zegge: zeshonderdachtenvijftig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 13 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 66] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 67]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 67] te betalen:

- het bedrag van € 350,00 (zegge: driehonderdvijftig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 67] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 67] aan de Staat te betalen een bedrag van € 350,00 (zegge: driehonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 67] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 68]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 68] te betalen:

- het bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 68] aan de Staat te betalen een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 68] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 69]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 69] te betalen:

- het bedrag van € 406,95 (zegge: vierhonderd en zes euro en vijfennegentig);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 69] aan de Staat te betalen een bedrag van € 406,95 (zegge: vierhonderd en zes euro en vijfennegentig), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 69] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 70]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 70] te betalen:

- het bedrag van € 550,00 (zegge: vijfhonderdvijftig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 70] aan de Staat te betalen een bedrag van € 550,00 (zegge: vijfhonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 70] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ad informandum 3:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 71]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 71] te betalen:

- het bedrag van € 107,00 (zegge: honderdzeven euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 71] aan de Staat te betalen een bedrag van € 107,00 (zegge: honderdzeven euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 71] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 72]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 72] te betalen:

- het bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 72] aan de Staat te betalen een bedrag van € 281,95 (zegge: tweehonderd eenentachtig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 72] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 73]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 73] te betalen:

- het bedrag van € 356,95 (zegge: driehonderdzesenvijftig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 73] aan de Staat te betalen een bedrag van € 356,95 (zegge: driehonderdzesenvijftig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 73] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 74]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 74] te betalen:

- het bedrag van € 508,60 (zegge: vijfhonderdacht euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 74] aan de Staat te betalen een bedrag van € 508,60 (zegge: vijfhonderdacht euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 10 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 74] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 75]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 75] te betalen:

- het bedrag van € 86,00 (zegge: zesentachtig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 april 2017 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 75] aan de Staat te betalen een bedrag van € 86,00 (zegge: zesentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2017 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 75] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ad informandum 5:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 76]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 76] te betalen:

- het bedrag van € 247,00 (zegge: tweehonderdzevenenveertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 76] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 76] aan de Staat te betalen een bedrag van € 247,00 (zegge: tweehonderdzevenenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maar 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 76] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 77]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 77] te betalen:

- het bedrag van € 90,00 (zegge: negentig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 77] aan de Staat te betalen een bedrag van € 90,00 (zegge: negentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 77] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 78]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 78] te betalen:

- het bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 78] aan de Staat te betalen een bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 78] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 79]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 79] te betalen:

- het bedrag van € 86,50 (zegge: zesentachtig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 79] aan de Staat te betalen een bedrag van € 86,50 (zegge: zesentachtig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 79] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 80]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 80] te betalen:

- het bedrag van € 231,95 (zegge: tweehonderd eenendertig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 80] aan de Staat te betalen een bedrag van € 231,95 (zegge: tweehonderd eenendertig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 80] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 81]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 81] te betalen:

- het bedrag van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 81] aan de Staat te betalen een bedrag van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 81] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 82]

Veroordeelt verdachte om aan [naam bp] te betalen:

- het bedrag van € 106,95 (zegge: honderd zes euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 82] aan de Staat te betalen een bedrag van € 106,95 (zegge: honderd zes euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 82] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 83]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 83] te betalen:

- het bedrag van € 110,00 (zegge: honderdtien euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 83] aan de Staat te betalen een bedrag van € 110,00 (zegge: honderdtien euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 83] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 84]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 84] te betalen:

- het bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 84] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 84] aan de Staat te betalen een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 84] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 85]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 85] te betalen:

- het bedrag van € 183,60 (zegge: honderd drieëntachtig euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 85] aan de Staat te betalen een bedrag van € 183,60 (zegge: honderd drieëntachtig euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 85] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 86]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 86] te betalen:

- het bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 86] aan de Staat te betalen een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 86] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 87]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 87] te betalen:

- het bedrag van € 56,95 (zegge: zesenvijftig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 87] aan de Staat te betalen een bedrag van € 56,95 (zegge: zesenvijftig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 87] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 88]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 88] te betalen:

- het bedrag van € 96,95 (zegge: zesennegentig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2021 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 88] aan de Staat te betalen een bedrag van € 96,95 (zegge: zesennegentig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2021 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 88] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 89]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 89] te betalen:

- het bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 89] aan de Staat te betalen een bedrag van € 125,00 (zegge: honderdvijfentwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 89] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 90]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 90] te betalen:

- het bedrag van € 208,60 (zegge: tweehonderdenacht euro en zestig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 90] aan de Staat te betalen een bedrag van € 208,60 (zegge: tweehonderdenacht euro en zestig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 90] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 91]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 91] te betalen:

- het bedrag van € 271,50 (zegge: tweehonderd eenenzeventig euro en vijftig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 91] aan de Staat te betalen een bedrag van € 271,50 (zegge: tweehonderd eenenzeventig euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 5 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 91] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 92]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 92] te betalen:

- het bedrag van € 116,95 (zegge: honderdzestien euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 92] aan de Staat te betalen een bedrag van € 116,95 (zegge: honderdzestien euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 92] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 93]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 93] te betalen:

- het bedrag van € 240,00 (zegge: tweehonderdveertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 93] aan de Staat te betalen een bedrag van € 240,00 (zegge: tweehonderdveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 93] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 94]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 94] te betalen:

- het bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 94] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 94] aan de Staat te betalen een bedrag van € 200,00 (zegge: tweehonderd euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 4 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 94] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

Ad informandum 6:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 95]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 95] te betalen:

- het bedrag van € 135,00 (zegge: honderdvijfendertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 95] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 95] aan de Staat te betalen een bedrag van € 135,00 (zegge: honderdvijfendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 95] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 96]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 96] te betalen:

- het bedrag van € 80,00 (zegge: tachtig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 96] aan de Staat te betalen een bedrag van € 80,00 (zegge: tachtig euro)), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 96] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 97]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 97] te betalen:

- het bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 97] aan de Staat te betalen een bedrag van € 130,00 (zegge: honderddertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 97] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 98]

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 98] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [benadeelde partij 98] haar eigen proceskosten draagt.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 99]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 99] te betalen:

- het bedrag van € 106,95 (zegge: honderd en zes euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 99] aan de Staat te betalen een bedrag van € 106,95 (zegge: honderd en zes euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 99] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 100]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 100] te betalen:

- het bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 100] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 100] aan de Staat te betalen een bedrag van € 180,00 (zegge: honderdtachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 100] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 101]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 101] te betalen:

- het bedrag van € 156,95 (zegge: honderdzesenvijftig euro en vijfennegentig cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 101] aan de Staat te betalen een bedrag van € 156,95 (zegge: honderdzesenvijftig euro en vijfennegentig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 101] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 102]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 102] te betalen:

- het bedrag van € 95,00 (zegge: vijfennegentig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 102] aan de Staat te betalen een bedrag van € 95,00 (zegge: vijfennegentig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 102] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 103]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 103] te betalen:

- het bedrag van € 162,00 (zegge: honderdtweeënzestig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 103] aan de Staat te betalen een bedrag van € 162,00 (zegge: honderdtweeënzestig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 103] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 104]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 104] te betalen:

- het bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 104] aan de Staat te betalen een bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 104] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 105]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 105] te betalen:

- het bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 105] aan de Staat te betalen een bedrag van € 75,00 (zegge: vijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 1 dag kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 105] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 106]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 106] te betalen:

- het bedrag van € 108,15 (zegge: honderdacht euro en vijftien cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 106] aan de Staat te betalen een bedrag van € 108,15 (zegge: honderdacht euro en vijftien cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 106] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 107]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 107] te betalen:

- het bedrag van € 120,00 (zegge: honderdtwintig euro);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 107] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van [benadeelde partij 107] aan de Staat te betalen een bedrag van € 120,00 (zegge: honderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2016 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 2 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan [benadeelde partij 107] of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 108]

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 108] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [benadeelde partij 108] haar eigen proceskosten draagt.

Feit 4 primair:

*Ten aanzien van [benadeelde partij 42]

Veroordeelt verdachte om aan [benadeelde partij 42] te betalen:

- het bedrag van € 7.241,10 (zegge: zevenduizend tweehonderdéénenveertig euro en tien cent);

- de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 februari 2018 tot de dag van algehele voldoening;

- de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 42] voor het overige niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

*Ten aanzien van [benadeelde partij 109]

Verklaart de vordering van [benadeelde partij 109] niet-ontvankelijk. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Bepaalt dat [benadeelde partij 109] haar eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. P.H.M. Tapper-Wessels en mr. S. Timmermans , rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker -Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 oktober 2021.

De griffier is buiten staat het vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met diverse BVH nummers o.a. 2016294070 (onderzoek “Henriod”), bestaande uit het eindproces-verbaal van 7 (genummerde) mappen. In de voetnoten zal telkens worden aangegeven uit welke map/deel van het dossier de aangehaalde pagina komt.

2 Map 2, pagina’s 737-738.

3 Map 2, pagina’s 740-743.

4 Map 5, pagina’s 1637-2004.

5 Map 2, pagina’s 709-710.

6 Map 2, pagina’s 711-712.

7 Map 6, pagina’s 330-332.

8 Map 3, pagina’s 837-839.

9 Map 3, pagina’s 856-858.

10 Map 7, pagina’s 2631-3098.

11 Map 1, pagina’s 233-236.

12 Map 1, pagina 150.

13 Map 1, pagina’s 152-153.

14 Map 3, pagina’s 864-867.

15 Map 1, pagina 158.

16 Map 3, pagina’s 869-875.

17 Map 1, pagina 158.

18 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 september 2021.

19 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met nummer PL0100-2019088532, bestaande uit het doorgenummerde (1 tot en met 146) eindproces-verbaal.

20 Pagina 39.

21 Pagina’s 6 en 23.

22 Pagina’s 53-145.

23 Pagina’s 7-11 en 23.

24 Pagina 5.

25 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer 20180256655, bestaande uit het eindproces-verbaal van 10 (genummerde) mappen. In de voetnoten zal telkens worden aangegeven uit welke map/deel van het dossier de aangehaalde pagina komt.

26 Map 1, pagina 130.

27 Map 1, pagina’s 93-95.

28 Map 2, pagina’s 349 e.v.

29 Map 2, pagina’s 354 e.v.

30 Map 2, pagina’s 363 e.v.

31 Map 2, pagina’s 367 e.v.

32 Map 2, pagina’s 374 e.v.

33 Map 2, pagina’s 384 e.v.

34 Map 2, pagina’s 391 e.v.

35 Map 2, pagina’s 408 e.v.

36 Map 2, pagina’s 412 e.v.

37 Map 2, pagina’s 417 e.v.

38 Map 2, pagina’s 425 e.v.

39 Map 2, pagina’s 430 e.v.

40 Map 2, pagina’s 437 e.v.

41 Map 2, pagina’s 445 e.v.

42 Map 2, pagina’s 456 e.v.

43 Map 2, pagina’s 462 e.v.

44 Map 2, pagina’s 467 e.v.

45 Map 2, pagina’s 473 e.v.

46 Map 2, pagina’s 496 e.v.

47 Map 2, pagina’s 505 e.v.

48 Map 2, pagina’s 509 e.v.

49 Map 2, pagina’s 517 e.v.

50 Map 2, pagina’s 530 e.v.

51 Map 2, pagina’s 535 e.v.

52 Map 2, pagina’s 541 e.v.

53 Map 2, pagina’s 558 e.v.

54 Map 2, pagina’s 569 e.v.

55 Map 2, pagina’s 574 e.v.

56 Map 2, pagina’s 586 e.v.

57 Map 2, pagina’s 599 e.v.

58 Map 2, pagina’s 605 e.v.

59 Map 2, pagina’s 613 e.v.

60 Map 2, pagina’s 617 e.v.

61 Map 2, pagina’s 629 e.v.

62 Map 2, pagina’s 634 e.v.

63 Map 2, pagina’s 640 e.v.

64 Map 2, pagina’s 647 e.v.

65 Map 1, pagina 102.

66 Map 1, pagina 154.

67 Map 1, pagina’s 62, 124-126.

68 Map 1, pagina 130.

69 Map 1, pagina’s 134, 137, 138, 142-144.

70 Map 1, pagina 150.

71 Map 1, pagina 154.

72 Map 1, pagina’s 190, 191, 198 en 199.

73 Map 1, pagina’s 202, 203, 208 en 209.

74 Map 1, pagina’s 117, 120 en 122.

75 Map 1, pagina’s 219, 223, 224, 226 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 september 2021.

76 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met nummer PL0100-2018296096, bestaande uit het doorgenummerde (1 tot en met 225) eindproces-verbaal.

77 Pagina’s 14-15.

78 Pagina 21.

79 Pagina’s 17-19.

80 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 september 2021.

81 Pagina’s 173-174.

82 Pagina’s 92-98.

83 Pagina’s 127-128.

84 Pagina’s 178-180.