Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:4173

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-06-2021
Datum publicatie
24-09-2021
Zaaknummer
9216290VO VERZ 21-906 en 9216291 VT VERZ 21-266
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzen verzoek omzetting bewind en mentorschap in curatele. De mentor heeft namelijk dezelfde bevoegdheden als de curator in aangelegenheden betreffende verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. De kantonrechter gaat wel over tot ontslag van de bewindvoerder en mentor wegens de verstoorde verhoudingen tussen haar en de familie van betrokkene.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

Zaaknummer : 9216290 VO VERZ 21-906

Datum uitspraak: 18 juni 2021

Beschikking

Inzake

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres],

hierna te noemen betrokkene.

Het procesverloop

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van [de provisioneel bewindvoerder], [adres], ter griffie ingekomen op 17 mei 2021.

Het verzoek strekt tot omzetting van het bewind en mentorschap in een ondercuratelestelling

ex artikel 1:378 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) met een spoedvoorziening in de vorm van een provisioneel bewind ex artikel 1:380 BW.

Bij beschikking d.d. 17 mei 2021 is [de provisioneel bewindvoerder] tot provisioneel bewindvoerder benoemd. De rechtbank heeft alle bevoegdheden toegekend die een curator krachtens de wet heeft.

Vervolgens heeft de kantonrechter kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    een brief van mr. T. Bijlsma, ter griffie ingekomen op 20 mei 2021;

  • -

    een mail van [de provisioneel bewindvoerder], d.d. 26 mei 2021;

  • -

    een brief van [de provisioneel bewindvoerder], ter griffie ingekomen op 27 mei 2021.

Op 27 mei 2021 heeft mr. Bijlsma namens [de broer], de broer van betrokkene, een verweerschrift ingediend waarin hij verzoekt het verzoek tot ondercuratelestelling af te wijzen. Daarnaast verzoekt hij wijziging van bewindvoerder en mentor.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021.

Ter zitting zijn verschenen en gehoord:

  • -

    [de provisioneel bewindvoerder], provisioneel bewindvoerder;

  • -

    mr. T. Bijlsma, gemachtigde van de broer van betrokkene;

  • -

    [de broer], broer van betrokkene;

  • -

    [de begeleidster], [de instelling];

  • -

    [naam cliëntondersteuner], cliëntondersteuner stichting MEE;

  • -

    [partner van de broer van betrokkene], partner van de broer van betrokkene.

De feiten

Bij beschikking d.d. 9 februari 2021 van de kantonrechter te Leeuwarden op verzoek van

[de begeleidster], verbonden aan [de instelling], [adres] zijn een bewind en een mentorschap ingesteld over betrokkene. [de provisioneel bewindvoerder] is benoemd tot bewindvoerder en tot mentor

Op 10 mei 2021 heeft de mentor aangifte gedaan van vermissing van betrokkene, aangezien de broer van betrokkene haar heeft meegenomen uit de zorginstelling waar zij verblijft. De politie heeft geen actie ondernomen omdat zij van mening is dat een mentorschap geen juridische grondslag met zich meebrengt om betrokkene terug te laten keren naar de instelling.

Het provisioneel bewind vormt volgens de politie wel een juridische grond om betrokkene terug te laten keren naar de instelling. De politie heeft daartoe actie ondernomen. Betrokkene verblijft inmiddels weer in de zorginstelling.

De standpunten ten aanzien van het verzoek tot ondercuratelestelling

Het standpunt van de bewindvoerder en mentor

De bewindvoerder en mentor heeft een verzoek tot ondercuratelestelling ingediend aangezien een bewind en mentorschap niet afdoende zijn. Betrokkene wordt gemanipuleerd waardoor zij niet in staat is om keuzes te maken. De broer van betrokkene heeft betrokkene tot tweemaal toe meegenomen uit de instelling waar zij verblijft. Nu is gebleken dat er volgens de politie met een mentorschap geen juridische grondslag is om betrokkene te laten terugkeren naar de instelling en met een curatele wel, acht zij een ondercuratelestelling noodzakelijk. Daarnaast is de broer van betrokkene in het bezit van de persoonlijke documenten zoals haar paspoort en verblijfsdocumenten waardoor zij vreest dat hij betrokkene zal meenemen naar het buitenland.

Het standpunt van de broer van betrokkene

De broer van betrokkene stelt dat er geen sprake is van een noodzaak tot ondercuratelestelling aangezien er op dit moment al een mentorschap is. Er zijn geen redenen om het bewind en mentorschap om te zetten naar een curatele. Betrokkene vormt geen gevaar voor zichzelf of voor anderen en betrokkene behoeft ook niet tegen de buitenwereld beschermd te worden. Daarnaast is voorwaarde voor een ondercuratelestelling dat er geen andere passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd. In dit geval bestaat reeds een passende en minder verstrekkende voorziening, te weten mentorschap.

De broer van betrokkene vreest dat de bewindvoerder en mentor in de hoedanigheid van curator de familie nog meer buitenspel zal zetten. Er zal dan nog minder een noodzaak zijn om de samenwerking met de familie op te zoeken. De vrees bestaat dat het contact met betrokkene verwatert wanneer de huidige bewindvoerder en mentor aanblijft en curator wordt.

De standpunten ten aanzien van het verzoek tot wijziging bewindvoerder en mentor

Het standpunt van de bewindvoerder en mentor

De bewindvoerder en mentor betwist dat er sprake is van een gewichtige reden voor ontslag. Zij stelt zich op het standpunt dat de samenwerking tussen haar en betrokkene naar behoren verloopt waardoor een wijziging van bewindvoerder en mentor niet in het belang van betrokkene moet worden geacht. Betrokkene is gesteld op de bewindvoerder en mentor en zij heeft inmiddels een vertrouwensband met haar opgebouwd. Het is niet in het belang van betrokkene dat er weer een nieuwe persoon in beeld komt. Daarnaast stelt de bewindvoerder dat zij meerdere pogingen heeft gedaan om een vertrouwensband met de familie op te bouwen, maar dit is vanaf het begin niet mogelijk gebleken.

Het standpunt van de broer van betrokkene

De broer van betrokkene stelt dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de bewindvoerder en mentor waardoor van een vruchtbare samenwerking geen sprake kan zijn. Dit gebrek aan vertrouwen vindt zijn oorsprong in de totstandkoming van het bewind en mentorschap. De broer noch andere familieleden zijn op de hoogte gesteld van deze verzoeken. In het verzoekschrift is destijds aangegeven dat de broer niet moet worden opgeroepen vanwege het mogelijke gevaar dat hij de zorgovereenkomst zou opzeggen. De broer vindt het zeer kwalijk dat de bewindvoerder en mentor, enkel op basis van hetgeen door de instelling is gesteld, hem buiten de gehele procedure heeft gehouden.

Het contact tussen de broer van betrokkene en de bewindvoerder en mentor verloopt niet naar behoren. De broer van betrokkene is niet tevreden over de wijze waarop de bewindvoerder en mentor uitvoering geeft aan haar taak. Zo staat hij niet achter haar beslissingen. De broer van betrokkene heeft een goede band met betrokkene. De bewindvoerder en mentor heeft op geen enkele wijze de boosheid en het wantrouwen van de broer en zijn familie kunnen dan wel willen wegnemen. De bewindvoerder en mentor is volgens de broer van betrokkene ook niet objectief. Zij heeft vanaf het begin de zijde van de instelling gekozen terwijl je mag verwachten dat zij opkomt voor de belangen van betrokkene en de naaste familieleden, met name nu er vanuit de familie zorgen zijn omtrent de door [de instelling] aan betrokkene verleende zorg. Er zijn verontrustende zaken binnen [de instelling] gesignaleerd en er heeft zich een aantal incidenten voorgedaan. Daarbij heeft de bewindvoerder voorwaarden gesteld die volgens de broer buitenproportioneel zijn. Zo mocht betrokkene haar broer alleen bezoeken wanneer er een begeleider vanuit [de instelling] bij het bezoek aanwezig was, mocht er alleen in de Nederlandse taal gesproken worden en mocht de broer van betrokkene geen negatieve uitlatingen over [de instelling] of de bewindvoerder doen. Daarnaast moest de broer van betrokkene het paspoort en de verblijfsvergunning van betrokkene afgeven aan de bewindvoerder of aan [de instelling]. Het is in het belang van betrokkene dat er een nieuwe start wordt gemaakt aangezien zij lijdt onder de slechte samenwerking. Gelet op het voorgaande is de broer van mening dat er, gezien alle gebeurtenissen, geen verbetering zal plaatsvinden.

De broer stelt voor om [mevrouw A van bedrijf B], [adres] te benoemen tot opvolgend bewindvoerder en tot mentor. [mevrouw A van bedrijf B] heeft zich bereid verklaard om als bewindvoerder en mentor te worden benoemd. De broer van betrokkene heeft vertrouwen in een goede samenwerking nu er wederzijds vertrouwen is uitgesproken. Ook heeft [mevrouw A van bedrijf B] duidelijk aangegeven wat de verwachtingen ten behoeve van het bewind en mentorschap over en weer zijn.

Het oordeel van de kantonrechter

ten aanzien van het verzoek tot ondercuratelestelling

De kantonrechter overweegt als volgt. Ingevolge artikel 1:378 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan een meerderjarige door de kantonrechter onder curatele worden gesteld wanneer hij tijdelijk of duurzaam zijn belangen niet behoorlijk waarneemt of zijn veiligheid of die van anderen in gebaar brengt, als gevolg van zijn lichamelijke of geestelijke toestand, dan wel gewoonte van drank- of drugsmisbruik, en een voldoende behartiging van die belangen niet met een meer passende en minder verstrekkende voorziening kan worden bewerkstelligd.

Het spoedeisende karakter van het verzoek, namelijk het meenemen van betrokkene uit de instelling met de dreiging dat betrokkene wordt meegenomen naar het buitenland, is voor de kantonrechter redengevend geweest om het provisioneel bewind uit te spreken. Er was op dat

moment sprake van een situatie waarin de onmiddellijke bescherming van betrokkene geboden was.

Bij de beoordeling of een curatele wenselijk is moet het volgende voorop worden gesteld. Het uitgangspunt is dat moet worden gekozen voor de minst verstrekkende maatregel, zodat niet dieper op het zelfbeschikkingsrecht van betrokken wordt ingegrepen dan nodig is. Niet is gebleken dat betrokkene haar veiligheid of die van anderen in gevaar brengt.

Uit artikel 1:453 lid 1 BW volgt dat de bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten in aangelegenheden betreffende verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van betrokkene tijdens het mentorschap toekomt aan de mentor. De beslissing over de verblijfplaats van betrokkene behoort dan ook tot de beslissingsbevoegdheden van de mentor. Ten aanzien van deze beslissing heeft een mentor dezelfde bevoegdheden als een curator. Het gaat hier vooral om de zeggenschap over de verblijfplaats van betrokkene.

Als reden voor de gevraagde omzetting van het bewind en mentorschap in een ondercuratelestelling wordt aangevoerd dat de bevoegdheden van de mentor als onvoldoende worden gezien door externe instanties zoals de politie en het openbaar ministerie. Nu een mentor op dat vlak dezelfde bevoegdheden heeft als een curator acht de kantonrechter een curatele daarom niet noodzakelijk. Niet is gesteld of gebleken van overige omstandigheden. De kantonrechter zal het verzoek dan ook afwijzen.

ten aanzien van het verzoek tot wijziging bewindvoerder

Op grond van artikel 1:448 lid 2 jo artikel 1:461 lid 2 BW kan de kantonrechter de bewindvoerder en/of mentor ontslag verlenen hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder en/of mentor te kunnen worden.

De kantonrechter constateert dat de oorzaak voor het verlies aan vertrouwen in de huidige bewindvoerder en mentor deels gelegen lijkt te zijn in de gang van zaken rondom de instelling van het bewind en mentorschap. Nu de belanghebbenden niet zijn betrokken bij de instelling van het bewind en mentorschap hebben zij geen enkele zeggenschap gehad over de te benoemen bewindvoerder en mentor waardoor zij in hun belangen zijn geschaad.

Het is gebruikelijk dat een bewindvoerder en mentor familieleden van een betrokkene op de hoogte houdt van de voortgang van het bewind en mentorschap, en hen zo mogelijk betrekt bij het nemen van belangrijke beslissingen, wanneer betrokkene niet meer goed in staat is om de familie zelf te informeren of de door de bewindvoerder en mentor gegeven informatie te begrijpen. Gelet op de onderlinge verstandhouding tussen de bewindvoerder en mentor en de broer van betrokkene ligt hier een probleem.

Het is de kantonrechter weliswaar niet gebleken dat de bewindvoerder en mentor tekortschiet in de uitvoering van haar taken, maar gelet op de onderhavige feiten en omstandigheden acht de kantonrechter een wijziging van bewindvoerder en mentor in het belang van betrokkene. Daartoe wordt het volgende overwogen. Vast staat dat de samenwerking en communicatie tussen de bewindvoerder en mentor en de familie van betrokkene moeizaam verloopt. Dit heeft ertoe geleid dat de broer betrokkene heeft meegenomen uit de instelling waar zij verblijft en dat betrokkene lijdt onder deze moeizame samenwerking.

Voor een vruchtbaar bewind en mentorschap dient er sprake te zijn van een goede samenwerking en in iedere geval een minimale vertrouwensband tussen betrokkene en de bewindvoerder. De relatie tussen de bewindvoerder en mentor en de familie van betrokkene is daarbij naar het oordeel van de kantonrechter ook van groot belang. In de onderhavige situatie maakt de wijze waarop de samenwerking tussen de familie van betrokkene en de bewindvoerder en mentor tot op heden is verlopen, dat het belang van betrokkene onder druk komt te staan. De incidenten die zich hebben voorgedaan hebben geleid tot een vertrouwensbreuk tussen de familie, betrokkene en de bewindvoerder en mentor. Nu volgens de kantonrechter geen verbetering meer in die samenwerking valt te verwachten, ziet de kantonrechter in de huidige omstandigheden de verstoorde relatie tussen de familie en de bewindvoerder en mentor en het gebrek aan vertrouwen van de familie, als een gewichtige reden die het ontslag van de bewindvoerder en mentor rechtvaardigt.

De kantonrechter zal de huidige bewindvoerder en mentor ontslaan en [mevrouw A van bedrijf B] voornoemd tot opvolgend bewindvoerder en mentor benoemen.

De kantonrechter zal de beloning van de bewindvoerder voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording vaststellen op een bedrag van € 210,00 (exclusief btw).

De kantonrechter zal de jaarvergoeding van de te benoemen bewindvoerder en mentor, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting, vaststellen overeenkomstig artikel 5 juncto artikel 2 lid 2 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder en mentor voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 1.005,00 (exclusief btw).

Beslissing

De kantonrechter:

wijst af het verzoek tot ondercuratelestelling;

ontslaat met ingang van 1 juli 2021 [de provisioneel bewindvoerder] voornoemd als bewindvoerder en als mentor;

benoemt met ingang van 1 juli 2021 [mevrouw A van bedrijf B] voornoemd tot bewindvoerder over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan betrokkene voornoemd en tot mentor over betrokkene;

bepaalt dat de ontslagen bewindvoerder rekening en verantwoording dient af te leggen aan de opvolgend bewindvoerder;

stelt de beloning voor het opmaken van een eindrekening en -verantwoording vast op een bedrag van € 210,00 (exclusief btw);

stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder en mentor vast overeenkomstig artikel 5 juncto artikel 2 lid 2 onder a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

stelt de beloning van de bewindvoerder en mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 1.005,00 (exclusief btw).

Deze beschikking is gegeven door mr. R. Giltay, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2021.

Conc.nr.: 36892

Beschikking verzonden op:

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden:

  • -

    door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • -

    door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.