Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:3828

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-09-2021
Datum publicatie
08-09-2021
Zaaknummer
LEE 21/2553
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Schorsing exploitatievergunning voor seksbedrijf gedurende drie maanden omdat 2 werkneemster een verlopen bewijs van intakegesprek bleken te hebben en 1 werkneemster geen bewijs van intakegesprek bleek te hebben. Belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 21/2553


uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 september 2021 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. E.R. Weegenaar),

en

de burgemeester van Groningen, verweerder(gemachtigde: B.P. Koster).

Procesverloop

In het (bestreden) besluit van 17 augustus 2021 heeft verweerder de aan verzoekster verleende exploitatievergunning voor een seksbedrijf gedurende drie maanden geschorst.

Verzoekster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Op 30 en 31 augustus 2021 heeft verzoekster nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 2 september 2021 op zitting behandeld. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en door [partner] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, door H.A. Hollander en door G. Schultinga.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.1.

Verzoekster exploiteert de massagesalon [naam] op het adres [adres] . De werkzaamheden in het bedrijf omvatten onder meer seksuele dienstverlening. Verweerder heeft hiervoor aan verzoekster een exploitatievergunning voor een seksbedrijf verleend, laatstelijk op 10 juni 2020 voor een periode van drie jaar.

2.2.

Op 7 juli 2021 hebben twee toezichthouders van verweerder ( [toezichthouders] ) een inspectie van de massagesalon uitgevoerd. Blijkens hun rapportage hebben zij onder meer geconstateerd dat van de aanwezige [persoon 1] de geldigheid van het bewijs van intake was verstreken en dat de aanwezige [persoon 2] geen bewijs van intake kon tonen. Tijdens de inspectie verscheen een derde werkneemster, van wie het bewijs van intake was verlopen. Omdat deze vrouw nog niet met haar werkzaamheden was begonnen, zijn van haar de personalia niet opgenomen. De toezichthouders hebben voorts in hun rapport een weergave opgenomen van het gesprek dat zij met verzoekster hebben gehad.

2.3.

Bij brief van 14 juli 2021 heeft verweerder aan verzoekster kenbaar gemaakt dat hij het voornemen heeft om de exploitatievergunning te schorsen. Op 15 juli 2021 zijn de twee verlopen bewijzen van intake, hierboven genoemd, verlengd. Op 28 juli 2021 heeft verzoekster een schriftelijke zienswijze gegeven.

2.4.

In het bestreden besluit heeft verweerder de exploitatievergunning geschorst voor de duur van drie maanden, ingaande op 31 augustus 2021 en eindigend op 30 november 2021.

2.5.

Voorafgaand aan de zitting heeft verweerder toegezegd de schorsing op te schorten in afwachting van de uitspraak van de voorzieningenrechter. Ter zitting bleek dat verzoekster de massagesalon met ingang van 31 augustus 2021 in bedrijf heeft zonder de seksuele dienstverlening waarop de exploitatievergunning ziet.

3. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

4.1.

In het bestreden besluit maakt verweerder gebruik van de bevoegdheid, opgenomen in artikel 3:8, tweede lid, aanhef en onder d, van de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen 2021 (APVG), tot schorsing van de exploitatievergunning als er gehandeld wordt in strijd met een APVG-bepaling. Artikel 3:14, tweede lid, onder c, bepaalt dat een exploitant geen prostituee mag laten werken die niet beschikt over een geldig bewijs van het intakegesprek.

4.2.

Verweerder heeft zijn handhavingsbeleid neergelegd in het Handhavingsprotocol Seksbedrijven gemeente Groningen (Handhavingsprotocol). Het Handhavingsprotocol spreekt onder meer over de situatie dat een prostituee geen intakegesprek heeft gehad. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder toegelicht dat het beleid gericht is op het waarborgen van de openbare orde en veiligheid en op het tegengaan van mensenhandel. Een instrument hiervoor is het gesprek van intake. Dit is uitgebreid en omvat onder meer een onderzoek naar zelfredzaamheid. Het gesprek voor verlenging, dat uiterlijk binnen twee jaar moet plaatsvinden, is even indringend als het eerste. Het Handhavingsprotocol bedoelt volgens verweerder met ‘geen intakegesprek’ ook de situatie dat er geen intakegesprek voor de verlenging heeft plaatsgevonden.

4.3.

De voorzieningenrechter overweegt dat de woorden ‘geen intakegesprek’ zó opgevat kunnen worden dat de prostituee in het geheel nog geen intakegesprek heeft gehad, zoals ook betoogd door de gemachtigde van verzoekster. Mede gezien de beoogde samenhang van de beleidsregels met de bepalingen van de APVG volgt de voorzieningenrechter echter de uitleg van verweerder. De beleidsdoelen van verweerder betekenen onder meer dat hij een actueel beeld dient te hebben van de situatie rond prostitutie in Groningen. Het bestreden besluit is op dit punt onvoldoende gemotiveerd, maar dit kan hersteld worden in het besluit op bezwaar.

5.1.

Niet is in geschil dat tijdens de inspectie is gebleken dat de intakebewijzen van twee in het bedrijf van verzoekster werkzame vrouwen waren verlopen.

5.2.1.

Verzoekster stelt dat [persoon 2] nooit werkzaamheden heeft verricht in haar bedrijf: deze vrouw was op bezoek bij een kennis die wel in het bedrijf werkte. Wel stelt zij dat [persoon 2] haar die dag heeft gevraagd of zij ook kon komen werken in de massagesalon, maar verzoekster heeft hierop geen positief antwoord gegeven en was ook niet van plan dit later te gaan doen.

5.2.2.

Ter zitting heeft toezichthouder [toezichthouder] benadrukt dat verzoekster in het gesprek tijdens de inspectie niet heeft gesteld dat [persoon 2] niet werkzaam was in het bedrijf van verzoekster. Volgens zijn rapport heeft hij uit de mond van verzoekster opgetekend: “(….) De vrouw dit niet in het bezit is van een bewijs van intake, weet niet zeker of ze hier blijft werken. Het kan wel zijn dat zij morgen weer vertrekt (….). Ik begrijp dat ik niet juist heb gehandeld door zowel de vrouw zonder bewijs van intake als de twee andere vrouwen, waarvan de geldigheid van het bewijs van intake is verlopen in de massagesalon te werk te stellen (…..)”. Ook heeft [persoon 2] zelf tijdens de inspectie niet naar voren gebracht dat zij slechts op bezoek was om sociale redenen en om met verzoekster te praten over werkmogelijkheden.

5.2.3.

De voorzieningenrechter overweegt dat de weergave van het gesprek met verzoekster in de rapportage enige ruimte laat voor haar stelling op zitting dat zij niet in bijzijn van [persoon 2] wilde zeggen dat zij haar in de toekomst geen werk zou gaan geven. Wel is het duidelijk dat verzoekster niet heeft gesteld dat [persoon 2] die dag om andere redenen aanwezig was dan om te werken. Onder die omstandigheden mag verweerder, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, veronderstellen dat [persoon 2] op de dag van de inspectie aanwezig was omdat zij in het bedrijf van verzoekster werkzaamheden verrichtte. Daarom gaat de voorzieningenrechter voorbij aan de verklaring van [persoon 2] van 27 augustus 2021, waarin zij ontkent bij verzoekster werkzaam te zijn geweest. Verzoekster heeft ten slotte, door middel van het overleggen van loonstroken, aannemelijk gemaakt dat [persoon 2] in de maanden mei en juni 2021 werkzaamheden heeft verricht in een bedrijf te Rotterdam, maar dit maakt op zichzelf niet onmogelijk dat zij op 7 juli 2021 aan het werk was in het bedrijf van verzoekster.

5.3.

Het voorgaande betekent dat verweerder terecht stelt dat de toezichthouders drie overtredingen hebben geconstateerd, in de vorm van het laten werken van een prostituee die niet beschikt over een geldig bewijs van het intakegesprek. De opgelegde sanctie is overeenkomstig het Handhavingsprotocol.

6.1.

Verzoekster heeft aangevoerd dat verweerder haar belangen niet goed heeft meegewogen in de besluitvorming. Zij wijst erop dat het bedrijf al jarenlang bestaat en zonder problemen functioneert, dat aan twee van de vrouwen wel eerder intakebewijzen zijn afgegeven en dat de verlenging daarvan zo snel als mogelijk na de inspectie heeft plaatsgevonden. Schorsing van de vergunning zal voor de massagesalon een grote financiële tegenvaller opleveren, die boven op de derving van inkomsten komt die het gevolg is geweest van de maatregelen rond Covid-19. Verweerder kan volgens haar volstaan met een waarschuwing.

6.2.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder echter in redelijkheid meer gewicht kunnen toekennen aan het grote maatschappelijke belang van adequaat toezicht op de prostitutiesector, dat niet mogelijk is zonder een goede naleving van de gestelde regels. Relevant is ook dat de genoemde twee intakebewijzen reeds op 18 oktober 2020 en 1 november 2020 waren verlopen. Gezien dat tijdsverloop zou een waarschuwing geen effectief middel meer zijn. Voorts weegt de voorzieningenrechter mee dat verzoekster de financiële schade tot op zekere hoogte kan beperken door haar bedrijf in de periode van schorsing als een reguliere massagesalon open te houden.

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Wel vindt de voorzieningenrechter het aangewezen dat de oorspronkelijke periode van schorsing wordt aangehouden omdat verzoekster deze in de praktijk al had toegepast (zie 2.5), zodat de schorsing eindigt op 30 november 2021.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.H.A. Hulst, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 september 2021.

griffier

de voorzieningenrechter is verhinderd om

de uitspraak te ondertekenen.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Bijlage

APVG 2021

Artikel 3:3, eerste lid:

Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van de burgemeester.

Artikel 3:8, eerste lid, aanvang en onder c:

De vergunning wordt ingetrokken als is gehandeld in strijd met de artikelen (…) 3:14, tweede lid (…).

Artikel 3:8, tweede lid, aanvang en onder a:

De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen, onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c.

Artikel 3;14, tweede lid, aanhef en onder c:

Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die niet beschikt over een geldig bewijs van het intakegesprek.

Handhavingsprotocol Seksbedrijven gemeente Groningen, april 2018

Bij eerste constatering dat prostituee geen intakegesprek heeft gehad: vooraankondiging schorsen vergunning voor 3 maanden (mogelijkheid zienswijze) evt. besluit schorsen vergunning voor 3 maanden.