Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:3579

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-06-2021
Datum publicatie
18-08-2021
Zaaknummer
9156426 AR VERZ 21-26
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

..

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0909
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer.: 9156426 AR VERZ 21-26

Beschikking van de kantonrechter van 23 juni 2021

in de zaak van

X,

wonende te Y,

verzoekende partij in de zaak van het verzoek, verwerende partij in de zaak van het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek,

toegevoegd gemachtigde: mr. M. Alta te Hoogeveen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MARAL COATINGS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Hoogeveen,

verwerende partij in de zaak van het verzoek, verzoekende partij in de zaak van het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek,

gemachtigde: mr. J.L.J.J. Nelissen te Druten.

Partijen zullen hierna X en Maral Coatings worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van X met 4 producties, ingekomen ter griffie op 15 april 2021;

- het verweerschrift tevens houdende (deels voorwaardelijk) verzoek van Maral Coatings met 16 producties, ingekomen ter griffie op 17 mei 2021;

- de aanvullende producties 5 tot en met 10 en het aanvullende verzoek van X.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 mei 2021. X is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. M. Alta, en Y en Z namens Maral Coating, bijgestaan door haar gemachtigde mr. J.L.J.J. Nelissen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat tijdens de zitting besproken is. De gemachtigden van partijen hebben voorts pleitnotities voorgedragen, welke zijn toegevoegd aan het dossier.

1.3.

Vervolgens is de datum voor de beschikking bepaald op vandaag.

1.4.

De inhoud van alle stukken geldt als hier herhaald en ingelast.

2 De feiten

2.1.

Maral Coatings ontwikkelt en produceert verf voor de retail en industrie (MKB). Het bedrijf is op 18 april 2019 overgenomen door de besloten vennootschap Triple X Holding B.V., houdstermaatschappij van Y en Z.

2.2.

Ten tijde van de overname was X, geboren op DATUM, werkzaam bij Maral Coatings als uitzendkracht op de administratie. Op 19 mei 2019 is X voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Maral Coatings.

2.3.

Laatstelijk bekleedde X de functie van Office Manager, tegen een bruto salaris van € 2.380,00 per maand, exclusief 8% vakantiegeld en op basis van een 40-urige werkweek.

2.4.

Op 11 januari 2021 is X uitgevallen wegens knieklachten.

2.5.

Op 13 januari heeft er een intakegesprek plaatsgevonden bij de inzetbaarheidscoach. Naar aanleiding hiervan is er een advies aan Maral Coatings verzonden. Daarin staat de volgende conclusie, voor zover van belang:

"Werkgever staat in goed contact met de medewerker.

Er is nog geen zich op het mogelijke re-integratiebeloop.

Advies over de re-integratie aanpak: nog geen re-integratiemogelijkheden.

U kunt nu nog geen werkhervattingsafspraken maken. Houd wel geregeld contact met uw medewerker. Leg de momenten dat u contact heeft vast in uw re-integratiedossier.

Een afspraak bij de praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB) is wel nodig. De planning is:

- de afspraak wordt nog ingepland door onze afdeling klantenservice."

2.6.

Op 21 januari 2021 heeft de bedrijfsarts telefonisch met X gesproken. De bedrijfsarts heeft het volgende advies gegeven, voor zover van belang:

"Mevrouw is uitgevallen met een medische aandoening waarna veel beperkingen in de mobiliteit.

Behandeling is gaande. Ze wacht nog op uitslagen van onderzoek in een gespecialiseerd centrum.

Gezien (aanvullend) gebruik van middelen bestaan er tijdelijk veel bijwerkingen (ook effect op focus, concentratie, sufheid).

Beperkingen: fors beperkt staan, lopen, kan geen autorijden. Bij zitten veel beenruimte en moet kunnen vertreden. Effect van middelen (als aangegeven)

Mogelijkheden: gezien actuele situatie en (tijdelijke) forse bijwerkingen van middelen zijn er de komende week nog geen reële opties. Ik verwacht per week 1-2-2021 weer mogelijkheden om 's ochtends te re-integreren (ik begrijp dat thuiswerk geen optie is).

Ze kan dan starten met overwegend zittend werk met voldoende beenruimte, kunnen vertreden en halen/brengen. Op geleide herstel opbouw van activiteiten. Starten ca. 2-3 uur/keer (afhankelijk van beloop/na-reacties, evt nader medisch ingrijpen).".

2.7.

Op 26 januari 2021 heeft de inzetbaarheidscoach het volgende geadviseerd aan Maral Coatings, voor zover van belang:

"De bedrijfsarts heeft op 21-02-2021 in het advies aangeven dat hij verwacht dat er per week 1-2-2021 weer mogelijkheden zijn om 's ochtends te re-integreren met ca. 2-3 uur/keer. Ik adviseer u om samen met uw medewerker afspraken te maken over de re-integratie. Deze afspraken kunt u vastleggen in een Plan van Aanpak. Mocht uiteindelijk blijken dat hervatten nog niet mogelijk is, kunt u contact opnemen.".

2.8.

Onder meer op 27 januari 2021 heeft Z, een van de aandeelhouders en directeuren van Maral Coatings (hierna te noemen: Z), telefonisch gesproken met X en haar gewezen op het advies van de bedrijfsarts om met ingang van 1 februari 2021 te starten met de re-integratie. X heeft tijdens dat gesprek aangegeven dat dit maar een advies is en dat zij niet in staat is tot werkhervatting.

2.9.

Op 1 februari 2021 is X niet op het werk verschenen.

2.10.

Maral Coatings, in de persoon van Y, de andere aandeelhouder/directeur van Maral Coatings (hierna te noemen: Y) heeft hierna het volgende e-mailbericht verstuurd aan de inzetbaarheidscoach, voor zover van belang:

"Wij hebben vorige week vrijdag (29-01) enkele keren (3x - 1530; 1600 en 1730) zonder succes contact opgenomen met X, en voicemail bericht ingesproken en een whatsapp bericht gestuurd met het verzoek terug te bellen. X heeft rond 1900 een whatsapp bericht gestuurd dat ze hele middag had geslapen dat ze zou bellen. Dat is niet gebeurd;

- Bedoeling van het telefonisch contact was het bespreken van de aanbevelingen van de bedrijfsarts dat X vanaf 01-02 weer 2á3 uur per dag het werk zou hervatten;

- Zonder enig bericht is X vanmorgen niet verschenen. Om 1050 hebben wij wederom zonder succes contact gezocht (+ voice mail + whatsapp). Om 1130 belt X terug. Wij hebben X er nogmaals op gewezen dat zij zich aan de afspraken moet houden en dat zij niet degene is die bepaald of afspraken al dan niet nageleefd dienen te worden. Zij gaf aan de aanbeveling van de bedrijfsarts slechts als een advies te zien en voelt zich hier niet aan gehouden. Tevens stelde zij dat zij woensdag (27-01) reeds had aangegeven niet de verwachting te hebben dat zij maandag het werk gedeeltelijk zou kunnen hervatten.

- De reden dat wij intensief contact houden met X is omdat ze sinds haar ziekmelding veelvuldig afspraken met huisarts, orthopeed en/of fysiotherapeut en dat uit de terugkoppeling geen duidelijkheid verkregen wordt omtrent het herstelproces.

Naar aanleiding van de terugkoppeling van X die we vanmiddag verwachten, kunnen we nader bepalen hoe we hier als werkgever op moeten anticiperen.

Vooralsnog krijgen we van X de indruk dat het herstel niet op korte termijn te verwachten.".

2.11.

Op 10 februari 2021 heeft de bedrijfsarts telefonisch contact gehad met X. Het naar aanleiding daarvan opgestelde advies vermeldt het volgende, voor zover van belang:

"mevrouw meldt dat het helaas niet goed gaat ondanks de rust. Ze geef haast ondraaglijke pijnklachten aan (ondanks zeer fors gebruik van middelen) met veel impact op haar mentale functioneren (concentratie, focus, scherpte). Daarnaast blijven de problemen in de mobiliteit.

Behandeling: wordt voortgezet (ook inschakelen andere behandelend specialist).

Beperkingen

Beperkingen: zie boven (concentratie, focus, mobiliteit problemen).

Mogelijkheden: voor zover dit via telefonisch consult in te schatten lijkt re-integratie helaas momenteel niet reëel en haalbaar.".

2.12.

De door de bedrijfsarts opgestelde probleemanalyse van 10 maart 2021 vermeldt het volgende, voor zover van belang:

"Visie van de werknemer op de beperkingen en de mogelijkheden.

X geeft aan binnenkort aangepast werk te kunnen doen dat rekening houdt met de door de (bedrijfs)arts aangegeven beperkingen (met oplossing woon-werk). Ervaart helaas inmiddels vertroebelende/belemmerende arbeidsverhoudingen. ze wil hierbij graag met werkgever uitkomen en staat erg op een bemiddeling vanuit de arbodienst hierbij.

(…)

Toelichting: bedrijfsarts:

mevrouw is uitgevallen met medische klachten en beperkingen met impact op haar persoonlijke, sociale en fysieke functioneren.

Behandeling is nog gaande en wacht op nader gericht onderzoek in een gespecialiseerde instelling met uitslagen op 31-3-2021 (ik kan hierop uiteraard niet vooruitlopen).

Helaas geeft mevrouw ook aan dat er inmiddels verstoringen in werkverhoudingen spelen. De bedrijfsarts heeft hierover uiteraard geen mening, oordeel of oplossing.

Beperkingen: o.a. langer staan, lopen, zitten, knielen, hurken, duwen, trekken, autorijden, impact op energie, focussen, stresshantering.

Mogelijkheden/adviezen voor werknemer en voor werkgever: ik adviseer u om binnenkort met elkaar in gesprek te gaan in bijzijn van een externe bemiddelaar als procesbegeleider/bemiddelaar (dit kan via onze dienst) t.a.v. de verstoorde verhoudingen en het maken van re-integratie-afspraken (en randvoorwaarden).

Maak hierbij ook het "verplichte" plan van aanpak op. Medisch dan geen bezwaar ook te starten met terugkeer in afgebakende taken in overleg (eerste circa 2 uur/dag, oplossing woon/werk) en opbouw op geleide ervaringen en uitslagen 31-3-2021.

(…)

Prognose: medisch gezien gunstig maar kan nog geen tijdspad geven.".

2.13.

Eveneens op 10 maart 2021 heeft de bedrijfsarts een interventieadvies opgesteld en verstuurd, in verband met door X ervaren vertroebelende/belemmerende arbeidsverhoudingen, en heeft Z telefonisch contact opgenomen met X voor een terugkoppeling van de bedrijfsarts. Getuige het als memo overgelegde telefoongesprek van diezelfde datum (productie 5 aan de zijde van Maral Coatings) heeft Z aan X gevraagd of er (nu) sprake is van een conflict. Volgens dat zelfde memo heeft X verklaard dat er geen conflict is en dat de bedrijfsarts zou hebben aangegeven dat mediation zou kunnen helpen. In reactie op de vraag van Z wat X zoal doet de hele dag, staat in het memo het volgende vermeld, voor zover van belang:

"Doet de hele dag niks;

- Geen hobbies: gisteren een boek gelezen;

- Verder bankhangen en Netflix kijken;

- Afgelopen zaterdag (06-03) naar schoonheidsspecialiste geweest. Behandeling van 20 minuten en was uitgeput;

- Op korte termijn geen tekenen van herstel te verwachten."

2.14.

Op 16 maart 2021 is Y er via de werk pc van X achter gekomen dat X op 13 februari 2021 een Facebook-pagina had opgericht, genaamd Rituals show, buy en sell, gericht op de verkoop van Rituals-producten, en op 22 februari 2021 een Facebookpagina met de naam Rituals Royal, waarbij via een digitale bingo Rituals-producten werden verloot. Die laatste pagina is op 16 maart 2021 op "verborgen" gezet, zodat deze alleen zichtbaar is voor door X geaccordeerde leden.

2.15.

Op onder meer 16 en 18 maart 2021 heeft X digitale bingo's gepresenteerd.

2.16.

Per e-mailbericht van 18 maart 2021 heeft Maral Coatings X uitgenodigd voor een gesprek op kantoor op 19 maart 2021 om 12.00 uur. X heeft die uitnodiging afgehouden, onder meer vanwege haar medicijngebruik.

2.17.

Op 19 maart 2021 heeft X twee bingo's gepresenteerd.

2.18.

Bij brief en e-mailbericht van diezelfde datum heeft Maral Coatings X op staande voet ontslagen. Daarin staat het volgende, voor zover van belang:

"Vandaag hadden we gehoopt met u een gesprek te voeren over een groot aantal zaken, waaronder hetgeen wij recentelijk - helaas - hebben moeten vaststellen. Gisteren hebben we gepoogd deze afspraak tot stand te laten komen, maar wat wij ook gedaan hebben, u heeft geweigerd vandaag te verschijnen. Meerdere excuses heeft u daarvoor aangevoerd (vervoersproblemen, de onmogelijkheid van uw partner om bij het gesprek aanwezig te zijn en uiteindelijk uw medicatiegebruik). Uiteindelijk bent u vandaag niet gekomen. En dat (alles) vormt een extra reden voor de verbreking per direct van het dienstverband met u. (…)

Op 11 januari jl. bent u met knieklachten ziek uitgevallen. Deze klachten waren volgens u zo ernstig dat u - mede als gevolg van de zware medicatie die u stelde te gebruiken - tot helemaal niets in staat was. Bij herhaling, zelfs tijdens ons laatste telefonische onderhoud van 10 maart jl. gaf u aan mede als gevolg van de medicijnen nagenoeg de hele dag te slapen, op de bank te liggen en verder niets anders te (kunnen) doen. Opstaan en lopen zou alleen gebeuren ten behoeve van het avondeten en een bezoek aan het ziekenhuis.

Diverse malen hebben wij ook met u gesproken over re-integratie en gevraagd naar de mogelijkheden om de werkzaamheden deels te hervatten. Zelfs als wij u aanboden dat wij u zouden halen en brengen en dat we zouden starten met een paar uurtjes per dag, zoals op 21 januari door de bedrijfsarts geadviseerd, hield u de spreekwoordelijke "boot" af. Woorden in de strekking van "ik kan totaal niets", "ik lig de hele dag op de bank" of "ik ben te stoned van de medicijnen" werden dan door u gebezigd.

Klaarblijkelijk heeft u dit ook gecommuniceerd met de heer B, onze bedrijfsarts. (…)

Tot onze niet-geringe verbazing heeft u hem ook nog kenbaar gemaakt "inmiddels" een vertroebelende/belemmerende arbeidsverhouding te ervaren. Hoe u daarbij komt, is ons een compleet raadsel. In elk geval heeft dat de bedrijfsarts doen besluiten om (1) u onverminderd volledig arbeidsongeschikt te achten en (2) een interventie advies te geven.

Dit terzijde zijn wij gestuit op het volgende. Bij het opstarten van uw werkplek van de pc ontvingen wij eindeloze pop-ups van facebook berichten, wat ertoe heeft geleid dat we hier onlangs aandacht aan hebben moeten besteden en hebben besteed. Hetgeen wij vervolgens hebben geconstateerd, heeft ons verrast en verbijsterd.

Een analyse van hetgeen wij hebben aangetroffen, leidt tot de conclusie dat u - terwijl u ziek bent en naar eigen zeggen tot helemaal niets in staat bent - dagelijks zéér actief bent op Messenger. Ook hebben wij geconstateerd dat u vrijwel dág in dág uit, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat (druk) in de weer bent met Facebook. Onder andere met de in- en verkoop van Rituals producten via uw eigen Facebook pagina (Rituals Show, Buy & Sell, door u geïnitieerd op 13 februari 2021). Ook hebben wij geconstateerd dat u beheerder bent van een door u (tijdens uw ziekte op 22 februari 2021) aangemaakte en beschermde Facebookpagina, genaamd Rituals Royal. Daar bent u organisator van illegale bingo's. Ook verzorgt u de afwikkeling van deze bingo. De door uzelf gemaakte - en op deze geplaatste - filmpjes die verband houden met deze (illegale) bingo zijn door Maral veiliggesteld.

Net zoals alle andere berichten die wij - al door rechercherende - op alle Facebookpagina's en Messenger hebben aangetroffen. (…)

Ook gisteren was het niet anders. Toen wij per email probeerden met u een afspraak te maken voor ons gesprek van vandaag - en u op enig moment aangaf als gevolg van de medicatie een dergelijk gesprek niet alleen te kunnen (en zullen) voeren - stelden wij vast (…) dat u even daarvoor druk in de weer met organiseren van nieuwe (illegale) bingo'. Immers, zo hebben wij vastgesteld om 13:47 uur draaide u de bingo "Yalda". Om 17:19 uur draaide u bingo "Surprise pakket". Klaarblijkelijk was uw medicatie daar op dat moment dus géén beletsel voor. Ook vandaag - om 12:24 uur draaide u de "live bingo Waxmelt"; derhalve op het moment waarop wij hadden gehoopt met u in gesprek te zijn - was u opnieuw (zeer) actief op Facebook. Terwijl u mede als gevolg van uw medicatie dus niet met ons gesprek kunt, lukt het u dus wel (commercieel) actief te zijn op Facebook. Ongehoord en volstrekt onacceptabel allemaal!

Op grond van al hetgeen hetgeen wij tot onze verbijstering hebben moeten constateren, staat voor ons vast dat u ons (1) heeft voorgelogen als het gaat om uw belastbaarheid en uw (on)vermogen te re-integreren. Wat ons betreft staat ook vast dat u daarover (2) de bedrijfsarts heeft voorgelogen. Daarnaast (3) staat vast dat u ons heeft voorgelogen over uw (on)vermogen met ons in gesprek te gaan over (o.a.) het interventie-advies van de bedrijfsarts. Ook staat vat dat (4) u vandaag op valse/gefingeerde gronden, ondanks herhaalde verzoeken en handreikingen onzerzijds, niet verschenen bent op een door met u gemaakte afspraak, terwijl wat ons betreft ook vaststaat dat u (5) zich inlaat met illegale activiteiten, die mogelijk negatief af kunnen stralen op Maral Coatings. Dit laatste omdat uw Facebookprofiel, als ook op uw LinkedIn profiel, melding maakt van het feit dat u officemanager bij Maral Coatings bent.

Uw handelen is voor Maral Coatings onacceptabel. Wij voelen ons ronduit besodemieterd door u. Uw handelen is in onze visie zo grensoverschrijdend dat continuering van het dienstverband géén optie meer is. Sterker nog, het heeft Maral Coatings doen besluiten u vandaag per direct op staande voet te ontslaan.

Daarbij wijzen wij erop dat ieder van de bovenstaande ontslaggronden afzonderlijk dit ontslag op staande voet draagt, maar dat het ontslag op staande voet bovendien gedragen wordt vanwege het geheel van de bovenstaande ontslaggronden in onderlinge samenhang beschouwd.

Uiteraard heeft Maral Coatings voorafgaande aan haar beslissing ook uw persoonlijke omstandigheden - uw leeftijd, de duur van het dienstverband - meegewogen, maar naar mening van Maral Coatings is uw gedrag zo grensoverschrijdend dat het in redelijkheid niet van Maral Coatings kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met u nog langer te laten voortduren.

Eén en ander betekent dat Maral Coatings vanaf vandaag stopt met het voldoen aan haar verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst voortvloeien. In concreto betekent dit dat Maral Coatings vanaf vandaag de loondoorbetaling stopt.

Door dit ontslag bent u schadeplichtig in de zin van artikel 7:677 lid 2 juncto lid 3 BW. De door uw verschuldigde vergoeding is gelijk aan uw salaris over de opzegtermijn en bedraagt € 3.647,90. Maral Coatings zal deze vergoeding verrekenen met het eventueel nog aan u toekomende salaris, de eventueel nog verschuldigde vakantietoeslag en het eventueel nog openstaande vakantiedagensaldo. Een afrekening ter zake ontvangt u zo spoedig mogelijk van Maral Coatings.".

2.19.

Bij brief van 26 maart 2021 heeft de raadsvrouw van X namens haar geprotesteerd tegen het ontslag op staande voet en Maral Coatings - vergeefs - gesommeerd het loon vanaf 19 maart 2021 door te betalen.

3 Het verzoek van X en het verweer van Maral Coatings

3.1.

X verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. De opzegging van de arbeidsovereenkomst per 19 maart 2021 te vernietigen.

II. Maral Coatings te veroordelen om X toe te laten tot haar gebruikelijke werkzaamheden als Office Manager op de overigens gebruikelijke tijdstippen en voorwaarden, althans op het moment dat X niet meer arbeidsongeschikt is, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of een gedeelte daarvan, gedurende welke Maral Coatings in gebreke blijft aan deze veroordeling volledig te voldoen.

III. Maral Coatings te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan X te betalen ingaande 19 maart 2021 tot het tijdstip waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd:

  1. de somma van € 2.354,- bruto als loon te betalen per maand bij nabetaling, vermeerderd met de wettelijke overhevingstoeslag en vermeerderd met de vakantietoeslag te betalen op de bij de wet aangegeven tijdstippen.

  2. de wettelijke rente over de in sub III a gevorderde bedragen, voor wat betreft de bedragen welke opeisbaar zijn op het tijdstip van dagvaarding vanaf het tijdstip van opeisbaarheid en voor wat betreft de bedragen welke nadien opeisbaar worden vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van die bedragen tot de dag der algehele voldoening.

IV. Maral Coatings te veroordelen tot afgifte van een deugdelijke bruto/netto specificatie met betrekking tot het bepaalde onder III en IV een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag voor iedere dag dat Maral Coatings na betekening van deze beschikking in strijd met dit gebod handelt.

SUBSIDIAIR

I. Indien de arbeidsovereenkomst wel rechtsgeldig zal zijn geëindigd op 19 maart 2021, Maral Coatings te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan X te betalen:

  1. een bedrag ad (€ 2.354,- + 8%) x 2 + € 5.084,- in verband met onregelmatige opzegging;

  2. de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het sub a gevorderde op de tijdstippen bij overeenkomst of wet aangegeven;

  3. de wettelijke rente over de sub a gevorderde bedragen vanaf datum opeisbaarheid, subsidiair vanaf de datum van dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;

  4. een transitievergoeding ad € 1.694,-

  5. en billijke vergoeding ad € 40.000,- bruto;

  6. Maral Coatings te veroordelen tot afgifte van een deugdelijke bruto/netto specificatie met betrekking tot het bepaalde onder punt a, t/m d, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag voor iedere dag dat Maral Coatings na betekening van deze beschikking in strijd met dit gebod handelt.

Met het gelijktijdig verzoek om voor de duur van het onderhavige geding:

I. X, op straffe van een dwangsom, onmiddellijk na herstel toe te laten tot de bedongen arbeid bij werkgever;

II. Maral Coatings te verplichten om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan X vanaf 4 januari 2021 het bedongen loon ad € 2.354,- bruto per maand door te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en de wettelijke rente.

PRIMAIR EN SUBSIDIAR

I. Maral Coatings te veroordelen tot betaling van de eindejaarsuitkering 2019 en 2020;

II. Maral Coatings te veroordelen tot terugbetaling van het door haar ingehouden bedrag van € 3.647,90;

III. Maral Coatings te veroordelen in de kosten van dit geding, een bedrag aan salaris voor gemachtigde van X daaronder begrepen.

3.2.

Aan dit verzoek legt X - verkort weergegeven - het volgende ten grondslag. Er is objectief noch subjectief sprake van een dringende reden. Het ontslag op staande voet is een ultimum remedium en zelfs als één of meer van de aan X gemaakte verwijten terecht zou zijn, hetgeen gemotiveerd wordt betwist, dan is ontslag op staande voet hier onterecht en disproportioneel. Maral Coatings had kunnen en moeten volstaan met een andere, minder verstrekkende maatregel. X zou ten onrechte niet zijn verschenen op het gesprek op 19 maart 2021, maar Maral Coatings heeft daarbij de door de bedrijfsarts in acht te nemen randvoorwaarden echter niet in acht genomen/willen nemen. X betwist voorts dat zij Maral Coatings en de bedrijfsarts heeft voorgelogen over haar belastbaarheid. Een enkel vermoeden daartoe is onvoldoende voor een ontslag op staande voet en er is geen sprake geweest van hoor en wederhoor. Het onderhouden van contacten op Facebook of andere activiteiten op internet vormt geen reden voor ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet kan ook bezwaarlijk als onverwijld worden beschouwd. Hoewel het X niet duidelijk is geworden op welke datum Maral Coatings achter de pc van X plaats heeft genomen, acht X het onbegrijpelijk dat Maral Coatings haar toen niet direct op staande voet heeft ontslagen, maar hiermee heeft gewacht tot 19 maart 2021. De persoonlijke omstandigheden van X moeten hier van doorslaggevend belang zijn, nu de gevolgen van het ontslag op staande voet voor haar bijzonder ernstig zijn. Ook de moeizame communicatie met Maral Coatings heeft een zware wissel getrokken op X.

3.3.

Het ontslag heeft ernstige consequenties voor X, nu het inkomen van Maral Coatings van essentieel belang is voor haar levensonderhoud. Zij komt vooralsnog niet in aanmerking voor een WW-uitkering en heeft daarom een spoedeisend belang bij de verzochte voorlopige voorziening tot betaling van het overeengekomen loon. Daarnaast heeft X een spoedeisend belang om na herstel weer toegelaten te worden tot de bedongen arbeid. X zal, bij gebreke hiervan, niet of in volstrekt mindere mate in staat zijn het contact met collega's en haar professionele bekwaamheden te onderhouden. Voor zover de arbeidsovereenkomst per 19 maart 2021 is geëindigd, maakt X aanspraak op een billijke vergoeding van € 40.000,00. Voor zover X besluit geen aanspraak meer te maken op vernietiging van het ontslag, is Maral Coatings gehouden een vergoeding wegens onregelmatige opzegging te voldoen. Volgens X houdt het verzoek - mede - verband met het bestaan van een opzegverbod.

3.4.

Maral Coatings heeft zich als volgt verweerd. Het ontslag op staande voet is terecht gegeven. Er is sprake van een objectieve en subjectieve dringende reden. X heeft tegenover Maral Coatings gelogen over haar (on-)vermogen om aan het gesprek op 19 maart 2021 deel te nemen.

X was op die dag heel goed in staat om "monter, alert, zeer geconcentreerd en zonder enig spoor van ondraaglijke pijn en het verminderde vermogen zaken tot zich te nemen" twee illegale bingo's te verzorgen. Aldus is het zeer aannemelijk dat X in staat moet zijn geweest om een gesprek met Maral Coatings te voeren. Anders dan X meent, is er geen sprake geweest van het niet voldoen aan redelijke voorschriften gericht op re-integratie. Het gaat om het liegen en bedriegen van Maral Coatings en de bedrijfsarts ter zake van haar gezondheidstoestand, haar (on)vermogen om te re-integreren en om deel te nemen aan een overleg met Maral Coatings. X mag - uiteraard - tijdens ziekte internetten en op Facebook zitten. Dat wordt echter anders als het, zoals hier, gaat om het optuigen van commerciële activiteiten, die deels illegaal zijn. Het betreft bovendien werkzaamheden die vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden die X als Office Manager verrichte. X had dergelijke activiteiten in ieder geval met de bedrijfsarts moeten bespreken, zodat de bedrijfsarts dit in zijn advies met betrekking tot de belastbaarheid had kunnen betrekken. Het primaire verzoek tot vernietiging c.a. van het ontslag moet dan ook worden afgewezen. De subsidiaire vordering van X die ziet op de onregelmatige opzegging ligt in dat geval voor onmiddellijke afwijzing gereed, evenals de subsidiair gevorderde transitievergoeding. Ook de billijke vergoeding dient dat lot te volgen. Voor het geval het primaire verzoek wordt toegewezen acht Maral Coatings het opleggen van een dwangsom niet nodig en verzoekt zij om matiging van de gevorderde vertragingsrente (tot nul). Omdat X op goede gronden per direct is ontslagen, maakt Maral Coatings (bij wijze van tegenverzoek) aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW.

4. Het (deels voorwaardelijk) tegenverzoek van Maral Coatings en het verweer van X

4.1.

Maral Coatings verzoekt samengevat, voor zover rechtens vereist, de arbeidsovereenkomst te ontbinden, op een zo vroeg mogelijke termijn, een verklaring voor recht dat er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van X, alsmede dat Maral Coatings geen transitievergoeding verschuldigd is aan haar en X te veroordelen tot betaling van de wettelijke schadeloosstelling ex artikel 7:677 lid 3 sub a BW, met veroordeling van X in de kosten van dit geding.

4.2.

Aan dit verzoek legt Maral Coatings - verkort weergegeven - het volgende ten grondslag.

4.3.

Maral Coatings heeft recht op de schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:677 BW.

4.4.

Verder geldt dat X verwijtbaar heeft gehandeld, waardoor van Maral Coatings niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. Het verwijtbaar handelen blijkt uit hetgeen in het kader van het ontslag op staande voet is gesteld door Maral Coatings. Subsidiair is sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, die zodanig is dat van Maral Coaltings niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Meer (uiterst) subsidiair beroept Maral Coatings zich op artikel 7:671 lid 1 aanhef en onder a BW juncto artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder h (i)BW.

4.5.

Het ontbindingsverzoek van Maral Coatings houdt geen verband met het bestaan van een opzegverbod.

4.6.

De beëindiging is volgens Maral Coatings het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen van X.

Maral Coatings verzoekt de kantonrechter dan ook dit voor recht te verklaren en voorts een verklaring voor recht dat zij geen transitievergoeding verschuldigd is.

4.7.

X voert gemotiveerd verweer dat strekt tot afwijzing. Daarop zal bij de beoordeling, voor zover van belang, worden ingegaan.

5 De beoordeling

in het incident

5.1.

Omdat – zoals hieronder zal blijken – in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven op het verzoek van X , is er geen reden meer om met toepassing van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. Een voorlopige voorziening op grond van dat artikel kan immers alleen worden getroffen voor de duur van het geding. X zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in haar verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. X zal daarbij als de in het incident in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld tot betaling van de kosten van het incident, aan de zijde van Maral Coatings tot op heden begroot op € nihil. Maral Coatings heeft ter zake immers geen afzonderlijk verweer gevoerd.

in de zaak van het verzoek van X

5.2.

Alvorens aan een inhoudelijke beoordeling toe te komen overweegt de kantonrechter het volgende. X heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling gesteld dat zij tijdens telefoongesprekken bij herhaling zou zijn uitgelachen door Z. X heeft ter onderbouwing hiervan een transscriptie in het geding gebracht (productie 6 aan de zijde van X), waaruit dat volgens haar zou moeten blijken. De kantonrechter heeft de bijbehorende usb-stick, waarop de bewuste gesprekken staan opgenomen, afgespeeld en beluisterd en kan niet anders dan concluderen dat X selectief stukken uit die gesprekken heeft opgenomen in de hiervoor genoemde transscriptie, en daarmee willens en wetens - naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte - een negatief beeld heeft proberen neer te zetten van Maral Coating. Dat acht de kantonrechter in strijd met het bepaalde in artikel 21 Rv, zodat de kantonrechter de hiervoor genoemde productie bij de verdere beoordeling buiten beschouwing laat. Ook gaat de kantonrechter voorbij aan de - aldus - niet onderbouwde stelling van X dat er sprake zou zijn van een verstoorde arbeidsverhouding. Onbesproken blijft dan dat X met betrekking tot dat laatste op

10 maart 2021 desgevraagd telefonisch aan Z heeft verklaard dat - zie de vaststaande feiten - er geen conflict is.

5.3.

X heeft betwist dat sprake is van een dringende reden voor een ontslag op staande voet. Op grond van artikel 7:678 lid 1 BW worden als dringende redenen in de zin van lid 1 van artikel 7:677 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die tot gevolg hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van zodanige dringende redenen sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren ook in beschouwing te worden betrokken de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, de aard en duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer tijdens het dienstverband heeft gefunctioneerd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.

Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is. De stelplicht en de bewijslast ten aanzien van het bestaan van een dringende reden liggen in dit geval bij de werkgever.

5.4.

Maral Coatings dient derhalve de feiten die ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag op staande voet te bewijzen. Die feiten zijn vermeld in de hiervoor geciteerde brief/ het e-mailbericht van 19 maart 2019 en hebben, anders dan X meent, geen betrekking op de vraag of X voldoet aan haar re-integratieverplichtingen. Het gaat er goed en wel om dat X, althans zo begrijpt de kantonrechter Maral Coatings, tijdens haar ziekte activiteiten heeft ontplooid, meer bijzonder het organiseren en verzorgen van commerciële bingo's, waartoe X naar eigen zeggen in het geheel niet in staat was. Volgens Maral Coatings heeft X haar en de bedrijfsarts hiermee op het verkeerde been gezet met betrekking tot haar belastbaarheid - 'voorgelogen' in de bewoordingen van Maral Coatings - en ten onrechte geweigerd om op 19 maart 2021 het gesprek aan te gaan.

5.5.

Tussen partijen lijkt niet (langer) in geschil te zijn dat X in ieder geval op

16, 18 en 19 maart 2021 bingo's heeft gepresenteerd. Maral Coatings heeft in dat verband als productie 9 een usb-stick in het geding gebracht, met daarop vier filmpjes. Daaruit valt af te leiden dat X op zowel 18 maart als 19 maart 2021 twee bingo's heeft georganiseerd voor zogenoemde Rituals producten. Over de bingo op 16 maart 2021 komt de kantonrechter hieronder nog te spreken. Volgens X is er met betrekking tot deze usb-stick sprake van onrechtmatig (verkregen) bewijs, maar zij verbindt hier verder geen gevolgen (bijvoorbeeld in de zin van uitsluiting van dit bewijsmiddel) aan. De kantonrechter heeft ook overigens geen, althans onvoldoende aanleiding om de filmpjes bij de beoordeling buiten beschouwing te laten. Aan Maral Coatings kan dan worden toegegeven dat de indruk die X maakt op de filmpjes, hoewel zij niet (steeds) volledig in beeld is, in het geheel niet overeenkomt met het beeld dat X van zichzelf heeft geschetst tegenover Maral Coatings en de bedrijfsarts. Immers, volgens X zat zij zogezegd zwaar onder de medicijnen en was zij naar eigen zeggen in feite tot niets in staat, behalve het overgrote deel van de dag versuft op de bank (of op bed) liggen. Een dergelijke indruk maakt X naar het oordeel van de kantonrechter absoluut niet op deze filmpjes. Dat de bingo's zelf maar enige (hooguit vijf) minuten duurden volgens X, staat naar het oordeel van de kantonrechter nog steeds haaks op het beeld dat zij heeft geschetst bij Maral Coatings én bij de bedrijfsarts. Daaruit volgt immers dat zij in wezen helemaal niets kon en te versuft zou zijn vanwege haar medicijnen. X heeft ter zitting nog verklaard dat zij hulp zou hebben gekregen bij het organiseren van de bingo's, maar dat acht de kantonrechter niet voldoende aannemelijk geworden.

5.6.

Los van de vraag hoeveel tijd X per keer kwijt was aan het voorbereiden en organiseren van de bingo's (en of een vergelijking met Linda de Mol van belang is), overweegt de kantonrechter dat de indruk die zij heeft gekregen van de presentaties op de filmpjes door X er een is van geconcentreerdheid, snelheid, focus en accuraatheid. De vraag of er sprake is geweest van illegale bingo's en wat X al dan niet verdiend zou hebben met de bingo's acht de kantonrechter eveneens van minder belang. Getuige de hiervoor genoemde filmpjes lijkt het er op dat X (veel) meer kon dan zij tegenover Maral Coatings en de bedrijfsarts heeft verklaard. In zoverre acht de kantonrechter dan ook bewezen dat X tegenover Maral Coatings en de bedrijfsarts welbewust een ander, veel minder rooskleurig beeld heeft geschetst met betrekking tot haar belastbaarheid.

Dat levert in objectieve en subjectieve zin een dringende reden op voor ontslag op staande voet, zeker als bedacht wordt dat X als gevolg van de Corona-crisis nagenoeg alleen telefonisch heeft gesproken met de bedrijfsarts en Maral Coatings. Dat legt naar het oordeel van de kantonrechter een extra verplichting op X om haar gezondheidstoestand zo volledig en waarheidsgetrouw naar voren te brengen. Dat vertrouwen wat Maral Coatings en de bedrijfsarts om die reden moeten kunnen hebben in de mededelingen van X, is naar het oordeel van de kantonrechter ernstig beschaamd.

5.7.

Dat het ontslag niet onverwijld zou zijn gegeven, is de kantonrechter niet (voldoende) gebleken. Maral Coatings heeft in dat verband onweersproken aangevoerd dat zij op 16 maart 2021 voor het eerst werd geconfronteerd met de activiteiten van X. Dat er toen sprake zou zijn geweest van computervredebreuk, is de kantonrechter niet (voldoende) gebleken. Zoals hiervoor al is uitgemaakt, is er ook geen aanleiding om dit bewijs buiten beschouwing te laten. Getuige de ontslagbrief van 19 maart 2021 heeft Maral Coatings na haar ontdekking verder gerechercheerd, hetgeen op zich haar goed recht is, waarna zij op 19 maart 2021 is overgegaan tot het geven van het ontslag op staande voet. Zonder nadere toelichting, welke voldoende ontbreekt aan de zijde van X, valt niet in te zien dat en waarom het ontslag op staande voet in een tijdsbestek van drie dagen niet onverwijld zou zijn gegeven.

5.8.

Het verwijt van X dat Maral Coatings het beginsel van hoor en wederhoor niet heeft toegepast, kan haar niet baten. X heeft dat verwijt niet verder uitgewerkt en/of onderbouwd. Bovendien geldt dat Maral Coatings op 18 maart 2021 op alle mogelijke manieren heeft getracht om X te bewegen aanwezig te zijn op het voorgestelde gesprek op 19 maart 2021. X heeft dat afgehouden, om redenen die - naar het zich laat aanzien - onjuist zijn geweest. X heeft het in zoverre dan ook aan zichzelf te wijten dat zij niet eerst door Maral Coatings is gehoord.

5.9.

Uit de brief/ het e-mailbericht van 19 maart 2021 volgt dat Maral Coatings rekening heeft gehouden met de persoonlijke omstandigheden van X. Die door X geschetste omstandigheden zijn inherent aan een ontslag op staande voet en leggen naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gewicht in de schaal. Daarbij betrekt de kantonrechter uitdrukkelijk de (betrekkelijk) korte duur van de arbeidsovereenkomst en de leeftijd van X.

5.10.

Uit het voorgaande volgt dat de primair verzochte vernietiging van het ontslag op staande voet zal worden afgewezen. Dat brengt mee dat ook het (primaire) verzoek tot wedertewerkstelling, doorbetaling van loon c.a. en afgifte van specificaties zal worden afgewezen, evenals het subsidiaire verzoek van X om toekenning van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging c.a. Van dat laatste is immers geen sprake.

5.11.

X heeft subsidiair verder verzocht om Maral Coatings te veroordelen een transitievergoeding te betalen van € 1.694,00. Los van de wijze waarop X dat verzoek heeft ingekleed, geldt hiervoor het volgende. Op grond van artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW is de transitievergoeding niet verschuldigd, indien het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer. Maral Coatings heeft met een (impliciet) beroep op dit artikel betaling van de transitievergoeding geweigerd.

5.12.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het bij ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer gaat om bijvoorbeeld de situatie waarin de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt, of de situatie waarin de werknemer controlevoorschriften bij ziekte herhaaldelijk, ook na toepassing van loonopschorting, niet naleeft en hiervoor geen gegronde reden bestaat (zie: Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 39). De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Hoewel een dringende reden niet zonder meer samenvalt met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook een dergelijke ernstige verwijtbaarheid op. Immers, die feiten en omstandigheden zijn van dien aard dat het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van handelen of nalaten van X dat, mede gezien de voorbeelden genoemd in de wetsgeschiedenis, als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Dat betekent dat de transitievergoeding niet verschuldigd is en dat dit verzoek van X zal worden afgewezen.

5.13.

X heeft eveneens verzocht haar een billijke vergoeding toe te kennen voor een bedrag van € 40.000,00. Nu de kantonrechter hiervóór reeds heeft geoordeeld dat er sprake is van een dringende reden en het ontslag op staande voet rechtsgeldig is geweest, is van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW geen sprake. Het verzoek tot betaling van een billijke vergoeding wordt dan ook afgewezen.

5.14.

Op grond van het voorgaande zal het subsidiaire verzoek onder I f) eveneens worden afgewezen.

5.15.

Ook de aanvullende verzoeken van X wijst de kantonrechter af. X heeft ter zitting namelijk erkend dat de eindejaarsuitkering 2019 en 2020 (deels) zijn verrekend met door Maral Coatings voorgeschoten (betaalde) roerende zaken, waaronder een wasmachine. Aldus heeft X haar verzoeken op dit punt niet volledig en niet voldoende (feitelijk) onderbouwd. Het aanvullende verzoek om terugbetaling van het reeds door Maral Coatings ingehouden bedrag met betrekking tot de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW zal de kantonrechter eveneens afwijzen. Zoals hierna bij de beoordeling van de verzoeken van Maral Coatings zal blijken, heeft Maral Coatings recht de op gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW. Kennelijk is Maral Coatings, getuige haar brief/ e-mailbericht van 19 maart 2021, direct bij de eindafrekening tot verrekening overgegaan. Dat komt de kantonrechter niet onjuist voor, zodat dit verzoek grondslag mist.

5.16.

X zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van Maral Coatings tot op heden begroot op

€ 747,00 aan salaris gemachtigde.

in de zaak van het (deels voorwaardelijke) tegenverzoek van Maral Coatings

5.17.

De voorwaarde waaronder Maral Coatings de ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft ingesteld is niet in vervulling gegaan. Daarom zal de kantonrechter dit verzoek, het onder I. en II. verzochte, afwijzen. De onder III. gevraagde verklaringen voor recht zal de kantonrechter eveneens afwijzen. Gesteld noch gebleken is dat en zo ja welk belang Maral Coatings bij die verklaringen voor recht heeft, mede ook gelet op hetgeen hiervoor bij de beoordeling van het verzoek van X is overwogen. Ook het onder IV. verzochte wijst de kantonrechter af.

Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat Maral Coatings - in beginsel - op goede grond aanspraak kan maken op de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 BW heeft zij deze kennelijk, gelet op haar brief /e-mailbericht van 19 maart 2021 en het aanvullende verzoek van X, al (tot een hoger bedrag) verrekend. Toewijzing van dit verzoek van Maral Coatings, zou er dan op neerkomen dat X twee keer een dergelijke schadevergoeding zou moeten betalen, hetgeen niet de bedoeling kan zijn.

5.18.

Bij een dergelijke uitkomst zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

In het incident

6.1.

verklaart X niet-ontvankelijk in haar verzoek;

6.2.

veroordeelt X in de proceskosten, aan de zijde van Maral Coatings tot op heden begroot op nihil;

met betrekking tot het verzoek van X

6.3.

wijst de verzoeken af;

6.4.

veroordeelt X in de proceskosten, aan de zijde van Maral Coatings tot op heden begroot op € 747,00;

6.5.

verklaart deze beschikking voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

met betrekking tot de verzoeken van Maral Coatings

6.6.

wijst de verzoeken af;

6.7.

compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Assen en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2021 door

mr. A.S. Venema-Dietvorst, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.

c: 342/JSB