Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:3541

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
13-08-2021
Zaaknummer
C18/205384 PR RK 21-138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Rekestprocedure
Wraking
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

wraking wegens procesbeslissing.

verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer: C18/205384 PR RK 21-138

beslissing van de meervoudige kamer van 12 mei 2021

op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) namens

[naam] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. B. Jans, advocaat te Groningen.

1 Procesverloop

1.1.

Ter zitting van 29 april 2021 heeft mr. Jans een verzoek ingediend tot wraking van de rechter in de procedure met nummer C19/135440 / FA RK 21-700 (aanhangig bij deze rechtbank, afdeling Privaatrecht, locatie Assen) waarbij verzoeker als partij is betrokken.

1.2.

De betreffende rechter, mr. M.C. van Woudenberg, heeft bij brief van 29 april 2021 aangegeven dat zij niet berust in het wrakingsverzoek.

1.3.

Bij e-mailbericht van 30 april 2021 heeft mr. Van Woudenberg gemotiveerd uiteengezet waarom zij niet berust in het wrakingsverzoek.

1.4.

Mr. Jans heeft bij brief van 6 mei 2021 gereageerd op de uiteenzetting van mr. Van Woudenberg.

2 Overwegingen

2.1.

Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.2.

Mr. Jans heeft mr. Van Woudenberg gewraakt omdat zij, anders dan mr. Jans had verzocht, heeft geweigerd een door de advocaat van de wederpartij ingediend verweerschrift buiten beschouwing te laten. Mr. Jans stelt zich op het standpunt dat dit wel had gemoeten, omdat het verweerschrift te laat is ingediend. Als gevolg van de late indiening was hij niet meer in de gelegenheid om het verweerschrift en de daarbij behorende producties met zijn cliƫnt te bespreken. Het inlassen van een leespauze was, gelet op de omvang van het verweerschrift, onvoldoende om strijd met de goede procesorde te repareren, aldus mr. Jans.

2.3.

De rechtbank is van oordeel dat het enkele feit dat mr. Van Woudenberg een leespauze heeft willen inlassen om zichzelf en mr. Jans in de gelegenheid te stellen om het door de wederpartij ingediende verweerschrift te kunnen lezen, niet getuigt van vooringenomenheid van mr. Van Woudenberg. Uit het proces-verbaal dat is opgemaakt van de zitting van 29 april 2021 blijkt dat mr. Van Woudenberg nog bezig was om uit te leggen waarom zij een leespauze ging inlassen op het moment dat mr. Jans haar onderbrak om een wrakingsverzoek in te dienen. Van een definitieve beslissing op het verzoek om het verweerschrift buiten beschouwing te laten was op het moment van wraken nog geen sprake, zo blijkt ook uit de toelichting van mr. Van Woudenberg in het e-mailbericht van 30 april 2021. De stelling van mr. Jans dat deze toelichting voor hem mosterd na de maaltijd is leidt niet tot een ander oordeel, aangezien hij er zelf voor heeft gekozen mr. Van Woudenberg ter zitting te onderbreken en haar de mogelijkheid te onthouden die toelichting ter zitting te geven.

2.4.

Omdat mr. Jans voorts geen andere concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt van vooringenomenheid van mr. Van Woudenberg is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek kan daarom achterwege blijven.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verklaart het verzoek niet-ontvankelijk;

3.2.

bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer C19/135440 / FA RK 21-700) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;

3.3.

beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan mr. Jans, mr. Van Woudenberg en aan (de gemachtigde van) de wederpartij in de hoofdzaak.

Deze beslissing is gegeven door mrs. Th.A. Wiersma, voorzitter, A.M.A.M. Kager en A. Jongsma, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2021.

typ: 692