Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:3323

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-08-2021
Datum publicatie
27-08-2021
Zaaknummer
9143112 CV EXPL 21-2037
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Q-Park, ''treintje rijden'', boete verschuldigd vanwege het verlaten van de parkeergarage zonder gebruik te maken van een parkeerkaartje. Bedingen in algemene voorwaarden zijn niet onredelijk bezwarend c.q. oneerlijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

zaak-/rolnummer: 9143112 \ CV EXPL 21-2037

Vonnis van de kantonrechter van 3 augustus 2021

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: mr. Ch.F.P.M. Spreksel, advocaat te Maastricht

(postadres: Wilhelminasingel 63 te (6221 BG) Maastricht),

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats]

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen zullen hierna Q-Park en [gedaagde] worden genoemd.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de akte van depot, één envelop met daarin een DVD met beeldmateriaal, van de zijde van Q-Park;

- de mondelinge conclusie van dupliek.

1.2.

Partijen hebben producties in het geding gebracht.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De kantonrechter gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die tussen partijen vaststaan omdat ze enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn betwist.

2.2.

Q-Park exploiteert en beheert (onder meer) de parkeeraccommodatie Amersfoort-Beestenmarkt (hierna: de parkeergarage), waarin zij tegen betaling parkeerplaatsen aanbiedt.

2.3.

Op 13 juni 2020 heeft [gedaagde] met zijn auto, een [merk auto] met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gebruik gemaakt van de parkeergarage. [gedaagde] heeft met zijn auto de parkeergarage verlaten om 15:22 uur door direct achter zijn voorganger onder c.q. langs de slagboom te rijden, zonder eerst een parkeerticket in de uitritterminal in te voeren.

2.4.

Bij iedere ingang van een parkeergarage worden voorafgaand aan het naar binnen rijden de geldende tarieven en de (toepasselijkheid van de) algemene voorwaarden van Q-Park conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt door middel van een informatiebord.

2.5.

In de algemene voorwaarden van Q-Park is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“5.9 De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […], vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. […]

6.4

Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […], vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. […]

6.6

In geval van verlies of het ontbreken van het parkeerbewijs, is de parkeerder het door

Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […]. De parkeerder dient dit bedrag voor het verlaten van de parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van

Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”. […]”

2.6.

Bij brief van 30 juli 2020 heeft de gemachtigde van Q-Park aan [gedaagde] bericht dat is geconstateerd dat [gedaagde] de parkeergarage op 13 juni 2020 middels 'treintje rijden' heeft verlaten en dat hij op basis van de algemene voorwaarden van Q-Park een schadevergoeding verschuldigd is van € 300,00 per overtreding alsmede het 'tarief verloren kaart' van € 15,00. [gedaagde] is gesommeerd om het bedrag van € 315,00 binnen 14 dagen te betalen vanaf de dag nadat de brief is bezorgd.

2.7.

[gedaagde] is, ondanks sommaties daartoe, niet tot betaling overgegaan, waarna Q-Park deze procedure is gestart.

3 De vordering

3.1.

Q-Park vordert om [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 362,25, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf de datum van pleging, althans van verzuim, althans vanaf een andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen datum, tot aan de dag der algehele voldoening. Tevens vordert Q-Park om [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Het bedrag van € 362,25 is volgens Q-park als volgt opgebouwd:

- tarief verloren kaart € 15,00

- aanvullende schadevergoeding € 300,00

- buitengerechtelijke incassokosten € 47,25 +

- totaal € 362,25

4 De standpunten van partijen

4.1.

Q-Park legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] op 13 juni 2020 om 15:22 uur met zijn auto in strijd met de overeenkomst tussen partijen en de algemene voorwaarden van Q-Park dan wel op onrechtmatige wijze de parkeergarage is uitgereden. Dit heeft hij gedaan door direct achter een voorganger onder dan wel langs de slagboom van de parkeergarage te rijden, zonder gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs of -middel. Q-Park heeft door dit handelen van [gedaagde] schade geleden die aan [gedaagde] kan worden toegerekend.

4.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.

4.3.

De kantonrechter zal hierna bij de beoordeling, voor zover van belang voor de uitkomst van deze zaak, nader ingaan op hetgeen partijen (overigens) ter onderbouwing van hun stellingen naar voren hebben gebracht en aan stukken hebben overgelegd.

5 De beoordeling

5.1.

Niet in geschil is dat tussen partijen sprake is van een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 6:230a BW, zodat het voor de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden voldoende is dat Q-Park de afnemer van haar diensten wijst op de elektronische toegankelijkheid van de voorwaarden. In dit geval is niet in geschil dat [gedaagde] op de algemene voorwaarden is gewezen, op de wijze als vermeld onder punt 2.4. van dit vonnis, en dat deze voorwaarden van toepassing zijn.

5.2.

In de algemene voorwaarden is een regeling neergelegd die erop neerkomt dat de parkeergarage alleen mag worden verlaten met gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs en na betaling van het verschuldigde parkeergeld. Als deze verplichtingen niet worden nageleefd, is de parkeerder het geldende "verloren kaart"-tarief verschuldigd en geeft de regeling Q-park recht op aanvullende schadevergoeding van € 300,00 voor de overtreding.

''Verloren kaart''-tarief ad € 15,00

5.3.

Ten eerste is tussen partijen in geschil of [gedaagde] zonder te betalen de parkeergarage heeft verlaten en of hij om die reden het tarief ''verloren kaart'' van € 15,00 dient te voldoen. [gedaagde] stelt dat wel degelijk is betaald. Volgens hem heeft zijn zus het parkeergeld betaald. Ter onderbouwing heeft hij een betaalbewijs overgelegd. Q-Park betwist de authenticiteit van het betaalbewijs. Volgens Q-Park kan het betaalbewijs zijn bewerkt. Een betaalbewijs op naam van iemand anders is volgens de jurisprudentie (rechtbank Amsterdam, 12 april 2019, 7325436 CV EXPL 18-24624) onvoldoende om als bewijs te dienen dat is betaald, aldus Q-Park. Volgens Q-Park had [gedaagde] het parkeerticket in het geding kunnen brengen, welk ticket hij niet heeft gebruikt bij het uitrijden.

5.4.

Het verweer van Q-Park slaagt en de kantonrechter overweegt daartoe het volgende. Gelet op de gemotiveerde betwisting van Q-Park ten aanzien van de authenticiteit van het betaalbewijs had het - in het licht van artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering - op de weg van [gedaagde] gelegen om de twijfel over de authenticiteit van het betaalbewijs weg te nemen. Dit heeft [gedaagde] echter nagelaten. De kantonrechter is van oordeel dat de algemene stelling van [gedaagde] en het door hem overgelegde betaalbewijs - (mede) vanwege de betwisting van Q-park - onvoldoende kunnen onderbouwen dat [gedaagde] daadwerkelijk heeft betaald. Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat de vordering van Q-Park op dit punt zal worden toegewezen.

Boete ad € 300,00

5.5.

Daarnaast is tussen partijen in geschil of [gedaagde] gehouden is de boete van € 300,00 te betalen. [gedaagde] heeft erkend, en daarmee is in rechte komen vast te staan, dat [gedaagde] op 13 juni 2020 in zijn auto de parkeergarage heeft verlaten achter zijn voorganger aan, onder de openstaande slagboom door, zonder gebruik te maken van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of -middel. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] de parkeergarage in strijd met de artikelen 5.9 en 6.4 van de algemene voorwaarden heeft verlaten, welke gedraging in de algemene voorwaarden wordt gesanctioneerd met een schadevergoeding van € 300,00.

5.6.

[gedaagde] heeft betoogd dat hij niet opzettelijk heeft gehandeld, omdat hij dacht dat sprake was van kentekenherkenning. De kantonrechter is van oordeel dat het op 13 juni 2020 op de weg van [gedaagde] lag om uit te zoeken hoe hij op een gewenste en contractueel toegestane manier de parkeergarage had kunnen verlaten. Dat [gedaagde] in de onjuiste veronderstelling verkeerde dat sprake was van kentekenherkenning, komt voor zijn eigen rekening en risico.

5.7.

Vervolgens moet worden beoordeeld of de in artikel 5.9 en 6.4 van de algemene voorwaarden opgenomen bedingen, waarop Q-park haar vordering heeft gebaseerd, oneerlijke bedingen zijn in de zin van de Richtlijn 93/13 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn). Omdat [gedaagde] een consument is als bedoeld in artikel 2 onder b van de richtlijn, moet de kantonrechter op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Hoge Raad (ook) ambtshalve beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is. Als dit inderdaad wordt vastgesteld, mag de kantonrechter de boete niet matigen maar is hij verplicht dat beding buiten beschouwing te laten.

5.8.

De kantonrechter stelt hierbij voorop dat volgens artikel 3 lid 1 van de richtlijn een beding als oneerlijk wordt beschouwd indien, het in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. In de bijlage bij de Richtlijn wordt vermeld dat een beding onder meer oneerlijk kan zijn indien het tot doel of gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen. Verder is van belang dat op de voet van artikel 6:233 aanhef en sub a BW een beding in algemene voorwaarden vernietigbaar is indien het, gelet op de aard en overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij.

5.9.

Q-Park heeft gemotiveerd bepleit dat de bedingen in haar algemene voorwaarden niet als onredelijk bezwarend c.q. als oneerlijke bedingen aangemerkt kunnen worden.

5.10.

Q-Park heeft gemotiveerd bepleit dat de bedingen niet oneerlijk in de zin van gemelde richtlijn zijn. Q-Park heeft daarbij gewezen op de preventieve werking die van de schadevergoeding uitgaat, de gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers in en buiten de parkeergarage, het feit dat [gedaagde] er bewust voor heeft gekozen de parkeergarage op deze ongebruikelijke en ongewenste wijze te verlaten en op de onderbouwing van de door Q-Park geleden schade. Niet alleen loopt zij door de wijze waarop [gedaagde] de parkeergarage heeft verlaten inkomsten mis, maar ook heeft zij kosten moeten maken door investeringen in dure camerasystemen voor scherpe detectie van het onrechtmatige uitrijden. Die schade bestaat uit geleden omzetderving, gemaakte kosten, uitgevoerde werkzaamheden, reeds gedane en toekomstige investeringen, ingeschakelde derden en preventie.

5.11.

De kantonrechter is van oordeel dat, gelet op de toelichting van Q-Park omtrent de preventieve werking van het boetebeding, de gevaarzetting voor andere verkeersdeelnemers (en zaken) binnen en buiten de parkeergarage, het feit dat [gedaagde] er bewust voor heeft gekozen de parkeergarage op deze ongebruikelijke en contractueel niet toegestane wijze te verlaten en de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hoogte van haar kosten en schade door dergelijk gedrag (in zijn algemeenheid), een beding wat zulk gedrag, bij wege van (afschrikwekkende) prikkel tot nakoming, sanctioneert met een boete van € 300,00 niet oneerlijk in de zin van gemelde richtlijn is.

5.12.

Dit alles leidt tot de conclusie dat de door Q-Park gevorderde boete van € 300,00 wordt toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.13.

Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal eveneens worden toegewezen, nu uit de stukken genoegzaam blijkt dat is voldaan aan de in de wet genoemde formaliteiten en het gevorderde bedrag overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten daarvoor voorgeschreven tarief.

Wettelijke rente

5.14.

De niet betwiste en op grond van de wet verschuldigde rente wordt toegewezen over de hoofdsom van € 300,00 vanaf de datum waarop [gedaagde] de parkeergarage heeft verlaten en dus in verzuim is getreden, zijnde 13 juni 2020, tot aan de dag van volledige betaling. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar vanaf de dag der dagvaarding, nu niet is gesteld of gebleken dat of wanneer de buitengerechtelijke incassokosten door Q-Park zijn voldaan.

Proceskosten

5.15.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. De proceskosten aan de zijde van Q-Park worden begroot op:

- explootkosten: € 87,61

- griffierecht: € 126,00

- salaris gemachtigde: € 150,00 (2 punten x tarief € 75,00)

- totaal: € 363,61

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen

- € 315,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 juni 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

- € 47,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, zijnde 11 maart 2021, tot aan de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Q-Park begroot op € 363,61;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 augustus 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

typ: 48298