Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:3221

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
06-05-2021
Datum publicatie
12-08-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 1527 T
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBNNE:2021:3222
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Tussenuitspraak
Inhoudsindicatie

Tussenuitspraak over een naheffingsaanslag BPM die ziet op 336 auto’s.

In de tussenuitspraak wordt ingegaan op de volgende geschilpunten:

- Of er sprake is van meer dan normale gebruiksschade bij 140 voertuigen (beoordeling per voertuig);

- Of het ontbreken van Nederlandse onderhoudsboeken, Nederlandse software of een alarm klasse III of de hoedanigheid van ex-schade auto of ex-rental op zichzelf kan leiden tot de conclusie dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade;

- Doorwerking schadecalculatie naar waardevermindering (%).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 16-8-2021
FutD 2021-2638
NLF 2021/1690 met annotatie van Heleen Elbert
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen en zittingsplaats Leeuwarden

Bestuursrecht

zaaknummers: LEE 19/1527 tot en met LEE 19/1690, LEE 19/1692 tot en met LEE 19/1769, LEE 19/1771 tot en met LEE 19/1777, en LEE 19/1779 tot en met LEE 19/1861

tussenuitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 6 mei 2021 in de zaken tussen

[eiseres] ., te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde eiseres] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Emmen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde verweerder] ).

Procesverloop

Verweerder heeft voor verschillende voertuigen, waarvoor in de jaren 2014, 2015 en 2016 voldoening op aangifte heeft plaatsgevonden, aan eiseres met dagtekening 25 juli 2018 een naheffingsaanslag opgelegd in de belasting op personenauto’s en motorrijwielen (BPM) ten bedrage van € 147.580. Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een bedrag van € 19.411 aan belastingrente in rekening gebracht en een verzuimboete opgelegd van € 14.758.

Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van eiseres gegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de naheffingsaanslag verminderd tot een bedrag van € 139.556. De belastingrente heeft verweerder verminderd tot een bedrag van € 18.356. De boete heeft verweerder verminderd tot een bedrag van € 5.278.

Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Beide partijen hebben op verzoek van de rechtbank digitaal een Excel-sheet met op detailniveau de gegevens van alle in de naheffing betrokken voertuigen ingediend.

De rechtbank heeft op 27 januari 2021 een regiebrief naar partijen gestuurd.

Eiseres heeft in antwoord op deze brief op 29 januari 2021 een reactie gestuurd.

De regiezitting heeft plaatsgevonden op 16 februari 2021. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door één van haar aandeelhouders, [X] , en haar gemachtigde, [gemachtigde eiseres] , bijgestaan door [kantoorgenoot gemachtigde] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, [gemachtigde verweerder] .

Tijdens deze regiezitting heeft eiseres de beroepen met zaaknummers 19/1770 (autonummer 244 , kenteken [kenteken autonummer 244] ), 19/1778 (autonummer 252 , kenteken [kenteken autonummer 252] ) en 19/1862 (autonummer 336 , kenteken [kenteken autonummer 336] ) ingetrokken.

De rechtbank heeft aan het einde van de regiezitting het onderzoek geschorst.

Eiseres heeft op verzoek van de rechtbank het Excel-sheet op auto-niveau aangevuld met enkele gegevens. Op 19 februari 2021 ontving de rechtbank het aangevulde Excel-sheet, met daarin van alle in de naheffing betrokken voertuigen nu ook de leeftijd in maanden, de nieuwprijs en – voor zover van toepassing – de bij de aangifte gebruikte koerslijsten, de waardevermindering volgens het taxatierapport van eiseres en de waardevermindering zoals verweerder die heeft aanvaard.

Verweerder heeft het door eiseres op 19 februari 2021 aangeleverde overzicht op verzoek van de rechtbank op 1 maart 2021 aangevuld met de kilometerstanden en (waar beschikbaar) de aankoopprijzen van de in de naheffing betrokken voertuigen.

De eindzitting heeft plaatsgevonden op 14 april 2021. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door één van haar aandeelhouders, [X] , en haar gemachtigde, [gemachtigde eiseres] , bijgestaan door taxateur [taxateur] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, [gemachtigde verweerder] , bijgestaan door [collega gemachtigde verweerder] .

Tijdens deze eindzitting heeft eiseres het beroep met zaaknummer 19/1691 (autonummer 165 , kenteken [kenteken autonummer 165] , dubbel geregistreerd) ingetrokken.

De rechtbank heeft aan het einde van de eindzitting het onderzoek geschorst.

Overwegingen

Algemeen

1.1.

Met partijen is op de eindzitting van 14 april 2021 overeengekomen dat de rechtbank eerst een tussenuitspraak doet. In deze tussenuitspraak stelt de rechtbank per voertuig vast (1) of er sprake is van meer dan normale gebruiksschade in de zin van artikel 2, onderdeel c van de Wet BPM en (2) indien dat het geval is, de hoogte van die meer dan normale gebruiksschade en (3) de invloed daarvan op de handelsinkoopwaarde.

1.2.

Dit betreft alleen de voertuigen met nummers 1 tot en met 140, omdat de aanwezigheid en hoogte van de meer dan normale gebruiksschade bij de overige voertuigen niet in geschil is.

1.3.

Het doel van deze tussenuitspraak is dat partijen hiermee de handelsinkoopwaarde en de verschuldigde BPM per voertuig kunnen berekenen, op basis waarvan de hoogte van de naheffingsaanslag zoals die voortvloeit uit de onder 1.1. bedoelde oordelen van de rechtbank, kan worden vastgesteld.

2. Het gaat bij de vraag of er sprake is van meer dan normale gebruiksschade om de vaststelling en de waardering van feiten, tegen de achtergrond van de bewijslastverdeling. In deze tussenuitspraak gaat de rechtbank niet in op de hiermee samenhangende bewijsrechtelijke aspecten. De beoordeling daarvan wordt uitgeschreven in de einduitspraak. Datzelfde geldt voor de uitgangspunten die de rechtbank bij het beoordelen van de vraag of en in hoeverre er sprake is van meer dan normale gebruiksschade tot richtsnoer heeft genomen. Ook deze uitgangspunten worden nader onderbouwd en opgenomen in de einduitspraak. In deze tussenuitspraak zal de rechtbank wel een aantal algemene opmerkingen maken over die uitgangspunten, zodat voor partijen duidelijk is op basis waarvan het resultaat tot stand is gekomen.

Uitgangspunten voor de beoordeling: ‘meer dan normale gebruiksschade’

3. De rechtbank heeft een overzicht van de door haar vastgestelde waardevermindering in verband met de aanwezigheid van meer dan normale gebruiksschade als Bijlage 1 bij deze tussenuitspraak opgenomen. Het eerste werkblad bevat alle 140 voertuigen, op volgorde van autonummer. In dit overzicht heeft de rechtbank allereerst de vraag beantwoord óf er überhaupt sprake is van meer dan normale gebruiksschade zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel c van de Wet BPM. Alleen als dat het geval is, mag de afschrijving worden bepaald aan de hand van een taxatierapport. Onder normale gebruiksschade moet volgens de wet worden verstaan slijtage en kleine beschadigingen die zijn ontstaan door gebruik van een voertuig en die passen bij de leeftijd en kilometrage van het voertuig. Dat betekent dat de rechtbank de vraag óf er sprake is van meer dan normale gebruiksschade, steeds beantwoord heeft aan de hand van 2 criteria, te weten de leeftijd en het aantal kilometers.

4. De rechtbank stelt hierbij voorop dat artikel 10, achtste lid van de Wet BPM (tekst 2016) de aanwezigheid van meer dan normale gebruiksschade als voorwaarde stelt voor de bepaling van de afschrijving aan de hand van een taxatierapport. Uit het stellen van deze voorwaarde, in combinatie met de hiervoor (onder 3.) aangehaalde wettelijke definitie van ‘normale gebruiksschade’, leidt de rechtbank af dat er (bezien vanuit de leeftijd en het kilometrage) sprake moet zijn van abnormale slijtage, tamelijk grote beschadigingen en/of regelrechte, hard core schade (in de zin van het normale spraakgebruik).

5.1.

Hieruit volgt dat enkel het ontbreken van Nederlandse onderhoudsboeken en/of Nederlandse software en/of – in voorkomende gevallen – een alarm van klasse III, als zodanig niet kan leiden tot de conclusie dat er sprake is van meer dan normale gebruiksschade. Datzelfde geldt voor de enkele omstandigheid dat een auto een schadeverleden heeft of is ingezet als huurauto (ex-rental). Ook de optelsom van dit type gebreken kan die conclusie niet dragen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn dit namelijk geen gebreken die de wetgever heeft willen aanmerken als ‘meer dan normale gebruiksschade’.

5.2.

Er moet dus altijd eerst sprake zijn van slijtage, beschadigingen of schade ontstaan door feitelijk gebruik van het voertuig. Áls dergelijke slijtage, beschadigingen of schade aanwezig zijn en bovendien meer dan normaal te achten is gelet op de leeftijd en het kilometrage, kan het taxatierapport als basis voor de afschrijving dienen. Eenmaal door deze poort (de poort van artikel 10, achtste lid van de Wet BPM), staat niets er aan in de weg om bij de vaststelling van de taxatiewaarde (wél) rekening te houden met de onder 5.1. bedoelde gebreken. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen die gebreken uiteindelijk dus wel degelijk tot waardevermindering leiden, maar alleen als eerst is vastgesteld dat er (tevens) sprake is van meer dan normale slijtage, beschadigingen of schade.

Uitgangspunten voor de beoordeling: inhoudelijk

6. Inhoudelijk oordeelt de rechtbank over de onder 5.1. bedoelde gebreken als volgt. Het ontbreken van Nederlandse onderhoudsboeken en/of Nederlandse software is waardeverminderend. Datzelfde geldt voor het ontbreken van een alarm van klasse III, in de gevallen waarin een dergelijk alarm door Nederlandse verzekeraars als voorwaarde pleegt te worden gesteld. Ook de omstandigheid dat een auto een (bekend) schadeverleden heeft, is volgens de rechtbank waardeverminderend. In gevallen waarin de omstandigheid dat het voertuig is ingezet als huurauto (ex-rental) waardeverminderend is, zal dat naar het oordeel van de rechtbank al tot uitdrukking komen door de aanwezigheid van meer dan normale gebruiksschade. In zoverre is er op dit punt sprake van een kip of het ei-verhaal. Waar het de rechtbank dan om gaat, is dat er geen dubbeltellingen moeten plaatsvinden (én de volledige, door het intensieve gebruik als huurauto feitelijk aanwezige meer dan normale gebruiksschade meenemen, én nog een forfaitaire aftrek toepassen omdat de auto nu eenmaal een ex-rental is).

7. Daar waar er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van ‘echte’ slijtage, beschadigingen of schade groter dan passend bij leeftijd en kilometrage, is die schade in aanmerking genomen. Hierbij merkt de rechtbank op dat ook de optelsom van een aanzienlijke hoeveelheid beschadigingen, die ieder voor zich wellicht als normale gebruiksschade hebben te gelden, ervoor kan zorgen dat de drempel wordt overschreden. Met andere woorden: waar 10 kleine butsjes op de motorkap misschien normaal zijn voor een auto met 50.000 kilometer, hoeven 25 butsjes dat niet meer te zijn.

Uitkomst van de beoordeling

8. De uitkomst van de beoordeling van de rechtbank is in 77 van de 140 gevallen dat er geen sprake is van meer dan normale gebruiksschade. Omdat de rechtbank de vraag óf er sprake is van ‘meer dan normale gebruiksschade’ in deze 77 gevallen met nee heeft beantwoord, kan de afschrijving niet aan de hand van het taxatierapport worden bepaald. In Bijlage 1 zijn deze 77 auto’s (ook) in een afzonderlijk werkblad opgenomen.

9. In de overige 63 van de 140 gevallen is er volgens de rechtbank wél sprake van meer dan normale gebruiksschade. Omdat de rechtbank de vraag óf er sprake is van ‘meer dan normale gebruiksschade’ in deze 63 gevallen met ja heeft beantwoord, kan de afschrijving aan de hand van het taxatierapport worden bepaald. Dat betekent echter niet dat de rechtbank in deze gevallen de schadecalculatie en de taxatiewaarde uit het taxatierapport heeft overgenomen.

10. De 63 gevallen met meer dan normale gebruiksschade heeft de rechtbank in Bijlage 1 (ook) in een afzonderlijk werkblad opgenomen. Daarbij heeft de rechtbank eerst per rubriek aangegeven welke posten (al dan niet in onderlinge samenhang bezien) volgens de rechtbank kwalificeren als meer dan normale gebruiksschade. Bij sommige categorieën, zoals carrosserie en velg, staat gespecificeerd welk(e) onderde(e)l(en) van de auto dit betreft. Bij andere posten staat eenvoudigweg met een “X” aangegeven dat de rechtbank de aanwezigheid van de betreffende post aannemelijk acht. Uit de vergelijking van de schadecalculatie met de opsomming van de rechtbank kan worden vastgesteld welke posten volgens de rechtbank wel en niet kwalificeren als meer dan normale gebruiksschade. In de einduitspraak zal de rechtbank in algemene zin nog nader motiveren waarom sommige posten die wel in de schadecalculatie voorkomen (zoals versleten banden), naar haar oordeel niet als meer dan normale gebruiksschade of anderszins als waardeverminderend hebben te gelden.

11. In deze 63 gevallen zijn ook de posten als bedoeld onder 5.1. hiervoor meegenomen, omdat dergelijke gebreken – hoewel geen ‘meer dan normale gebruiksschade’ – naar het oordeel van de rechtbank wel waardeverminderend zijn. Waar deze posten voorkomen, is dat met een “X” aangegeven.

12. De rechtbank heeft vervolgens in de twee-na-laatste kolom aangegeven wat het totale (herstel)bedrag is dat samenhangt met de waardeverminderende posten. Zoals op de eindzitting is afgesproken, heeft de rechtbank hierbij de bedragen afgerond op veelvouden van € 50. Deze bedragen zijn inclusief omzetbelasting.

Doorwerking schadecalculatie en waardevermindering (%)

13. In de voorlaatste kolom heeft de rechtbank aangegeven wat de invloed is van de geconstateerde waardeverminderende posten op de handelsinkoopwaarde zonder schade. Oftewel: voor hoeveel procent werkt het herstelbedrag door in de waarde? Bij sommige auto’s komt het volledige bedrag (100%) in aftrek op de handelsinkoopwaarde zonder schade. Dit betreft de auto’s die op het moment van de melding 12 maanden of jonger waren én minder dan 30.000 kilometer hadden gereden. Op de eindzitting heeft verweerder aangegeven deze door de rechtbank voorgestelde aanpak in deze specifieke zaak te willen volgen. Dat betekent dat er voor de 10 auto’s die aan beide criteria voldoen, op dit punt geen geschil meer bestaat. Bij de overige auto’s dient naar het oordeel van de rechtbank als regel 72% van het bedrag op de handelsinkoopwaarde in mindering te worden gebracht, tenzij verweerder (DRZ) een hoger percentage erkend heeft. In die gevallen is dat hogere percentage in de voorlaatste kolom opgenomen. De rechtbank zal ook deze beslissingen in de einduitspraak nader motiveren.

Bijzonderheden

14. In 9 van de 140 gevallen heeft verweerder (DRZ) een bedrag aan waardevermindering geaccepteerd. In al deze 9 gevallen is er ook in de ogen van de rechtbank sprake van meer dan normale gebruiksschade. Bij een aantal van de 9 voertuigen is de door verweerder (DRZ) toegepaste waardevermindering echter hoger dan het bedrag aan waardevermindering dat de rechtbank heeft vastgesteld. In die gevallen mag eiseres het hogere bedrag van DRZ in mindering brengen op de handelsinkoopwaarde zonder schade.

15. In de laatste kolom heeft de rechtbank het bedrag dat volgens deze tussenuitspraak uiteindelijk op de handelsinkoopwaarde in mindering mag worden gebracht, opgenomen.

16. Ten aanzien van 3 auto’s (autonummers 1, 4 en 6) is de rechtbank op problemen gestuit, omdat het taxatierapport geen schadecalculatie bevat. Daarom heeft de rechtbank geen bedrag in aanmerking kunnen nemen. De rechtbank gaat ervan uit, dat partijen voor deze 3 auto’s in onderling overleg een bedrag vaststellen op basis van de posten die de rechtbank voor elk van deze drie auto’s als waardeverminderend heeft aangemerkt. Voor zover aanwezig, kan daarbij ook rekening gehouden worden met de gebreken als bedoeld bij 5.1.

17.1.

De rechtbank merkt op dat verder nog rekening moet worden gehouden met een tweetal punten die niet (langer) in geschil zijn. Het gaat om deze punten:
1) In de gevallen waarin een koerslijst van Eurotaxglass’s is gebruikt en de koerslijst in het geval van dat voertuig bruikbaar is, mag de daaruit voortvloeiende waarde met 15% verminderd worden;
2) In de gevallen waarin er na de eerste toelating binnen twee maanden een tariefsverandering op het bruto BPM tarief is ingevoerd, mag (indien gunstiger) dit gewijzigde tarief toegepast worden (naar analogie van artikel 16a van de Wet BPM).

17.2.

De rechtbank merkt op dat deze beide correcties – indien en voor zover toepasselijk – ook gelden voor de 77 auto’s ten aanzien waarvan de rechtbank hiervoor heeft geoordeeld dat er niet meer dan normale gebruiksschade is.

Instructie aan partijen

18. De rechtbank bepaalt dat de gemachtigde van eiseres, zoals toegezegd, in overeenstemming met hetgeen hiervoor is overwogen en met de bijgevoegde berekeningen van de rechtbank, binnen twee weken na verzending van deze uitspraak voor alle 140 voertuigen per voertuig een overzicht verschaft van de herrekende handelsinkoopwaarde en de daaruit voortvloeiende, verschuldigde BPM. Verder wil de rechtbank graag dat de gemachtigde van eiseres:
- bij een positief verschil tussen de herberekening van de daadwerkelijk verschuldigde BPM en de op aangifte voldane BPM: per voertuig aangeeft op welk bedrag de naheffing volgens eiseres moet worden vastgesteld, dan wel
- bij een negatief verschil tussen de herberekening van de daadwerkelijk verschuldigde BPM en de op aangifte voldane BPM: per voertuig aangeeft op welk bedrag de (aanvullende) teruggaaf volgens eiseres moet worden vastgesteld.

19. De rechtbank bepaalt dat de gemachtigde van eiseres dit overzicht gelijktijdig naar verweerder en naar de rechtbank stuurt. Daarna kan verweerder de berekeningen controleren en zo nodig corrigeren of van commentaar voorzien.

20. De rechtbank ontvangt graag binnen twee weken nadat de gemachtigde van eiseres het overzicht aan verweerder en de rechtbank heeft toegezonden, een gezamenlijke reactie van partijen. De rechtbank gaat er daarbij van uit, dat de gemachtigde van eiseres en verweerder eventuele aanpassingen of correcties onderling afstemmen en zo doende de rechtbank van een definitief overzicht voorzien. Eiseres en verweerder mogen de overzichten digitaal aan de griffier van de rechtbank aanleveren.

Vervolg van de procedure

21. Na ontvangst van de gezamenlijke reactie en de herberekeningen, zal de rechtbank binnen 6 weken (eind)uitspraak doen. Daarin zal de rechtbank ook een beslissing nemen over alle andere geschilpunten die partijen verdeeld houden en die zijn besproken op de regiezitting.

22. Tegen deze tussenuitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld. Tegen de einduitspraak die de rechtbank zal doen nadat partijen uitvoering hebben gegeven aan de hierna onder 18. en verder vermelde opdracht staat op de gebruikelijke wijze hoger beroep open. In hoger beroep kunnen partijen dan (ook) de beslissingen die de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft genomen, aanvechten.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    oordeelt dat er in 77 van de 140 gevallen geen sprake is van meer dan normale gebruiksschade;

  • -

    oordeelt dat er in 63 van de 140 gevallen sprake is van meer dan normale gebruiksschade;

  • -

    stelt (1) de herstelkosten van de meer dan normale gebruiksschade en van de overige waardeverminderende factoren en (2) de mate waarin deze kosten van invloed zijn op de handelsinkoopwaarde van de voertuigen vast op de in Bijlage 1 genoemde bedragen en percentages;

  • -

    bepaalt dat eiseres binnen twee weken na verzending van deze uitspraak per voertuig een overzicht verschaft van de op basis van deze tussenuitspraak herrekende, verschuldigde BPM en (bij een positief verschil met de op aangifte voldane BPM) op welk bedrag de naheffing moet worden vastgesteld, dan wel (bij een negatief verschil) op welk bedrag de (aanvullende) teruggaaf moet worden vastgesteld;

  • -

    bepaalt dat partijen vervolgens, binnen twee weken nadat verweerder het door eiseres opgestelde overzicht heeft ontvangen, de rechtbank gezamenlijk het definitieve overzicht met de berekeningen toezenden;

  • -

    houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze tussenuitspraak is gedaan door mr. A. Heidekamp, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Eijk, griffier, op 6 mei 2021.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Geen rechtsmiddel

Tegen de beslissingen uit deze tussenuitspraak kan als zodanig (nog) geen hoger beroep worden ingesteld. Tegen de einduitspraak die de rechtbank zal doen, nadat partijen gevolg hebben gegeven aan de in deze tussenuitspraak vervatte beslissing, staat op de gebruikelijke wijze hoger beroep open.

Bijlage 1: Overzicht in aanmerking te nemen waardevermindering in verband met de aanwezigheid van meer dan normale gebruiksschade (per auto)