Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:2498

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-06-2021
Datum publicatie
22-06-2021
Zaaknummer
8914940
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Kantonrechter wijkt bij de benoeming van de bewindvoerder af van de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene. Kantonrechter sluit niet uit dat de voorkeur van betrokkene onderhavig is aan loyaliteitsproblematiek. Belang van betrokkene vraagt de benoeming van een professionele bewindvoerder, zoals betrokkene in eerste instantie ook zelf had verzocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

Zaaknummer : 8914940 VO VERZ 20-2739

Datum uitspraak: 18 juni 2021

Beschikking

Op verzoek van:

[Betrokkene] ,

geboren te [gemeente] op [geboortedatum],

wonende te [adres]

hierna ook te noemen betrokkene,

gemachtigde: mr. F. Hofstra.

Het verzoek strekt tot instelling van een bewind over de goederen en gelden die aan hem (zullen) toebehoren, met de benoeming van [X] tot bewindvoerder.

1 Het procesverloop

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 4 december 2020.

1.2.

Op 25 januari 2021 heeft mr. Hofstra nadere stukken ingediend.

1.3.

Op 15 maart 2021 is een brief ontvangen van [X], de voorgestelde bewindvoerder, waarin zij de kantonrechter vraagt een zitting te plannen.

1.4.

Hierna zijn nog de volgende stukken ontvangen:

- een emailbericht van 17 maart 2021 van betrokkene, afkomstig van het emailadres van

[A], de moeder van betrokkene;

- een brief van 16 maart 2021 van [B], de vader van betrokkene, waarin hij aangeeft niet akkoord te gaan met het verzoek;

- een brief van 30 maart 2021 van de vader van betrokkene, waarin hij aangeeft akkoord te gaan met het verzoek;

- een emailbericht van 21 mei 2021 van de moeder van betrokkene.

1.5.

Op 2 juni 2021 is een stuk van mr. Hofstra ontvangen, waarin zij aangeeft dat betrokkene zijn verzoek wijzigt en wel in die zin dat hij vraagt zijn moeder tot bewindvoerder te benoemen.

1.6.

Op 9 juni 2021 is een verweerschrift met bijlagen ontvangen van mr. B. Hiemstra, namens de vader van betrokkene.

1.7.

De mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op 11 juni 2021. Daarbij zijn ter zitting verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. Hofstra,

- de moeder van betrokkene;

- de vader van betrokkene, bijgestaan door mr. B. Hiemstra,

- [C] en [D], broers van betrokkene;

- mw. [X].

2 De standpunten

2.1.

Door en namens betrokkene is ter onderbouwing van het (gewijzigde) verzoek, kort gezegd, het volgende aangevoerd. Betrokkene is als baby getroffen door het Syndroom van West, een aandoening die een zeer ernstige leeftijdsgebonden epilepsiesyndroom met zich meebrengt en wat heeft geleid tot een stilstand in de ontwikkeling van betrokkene zolang het epilepsiesyndroom niet onder controle was. Tevens is er bij betrokkene sprake van een autistische stoornis. Betrokkene acht zichzelf niet in staat zijn financiële zaken zelf te regelen. Daarnaast is hij erg kwetsbaar en beïnvloedbaar. Zo is hij al tweemaal geforceerd tot het plaatsen van zijn handtekening op een document, waarbij de consequenties voor hem nadelig waren. Bovendien is er sprake van een juridische procedure tussen betrokkene en zijn vader, welke procedure in opdracht van de sociale dienst is gestart. Betrokkene heeft in eerste instantie een professionele bewindvoerder voorgesteld, maar bij nader inzien wil hij liever dat zijn moeder bewindvoerder wordt. Dat voelt voor hem comfortabeler en hij vertrouwt zijn moeder het meest. Ook vindt hij de kosten van een professionele bewindvoerder erg hoog. Namens betrokkene is nog aangevoerd dat een belangrijk doel van de onderbewindstelling het werken aan de zelfredzaamheid van betrokkene zou moeten zijn. Betrokkene wil graag op zichzelf gaan wonen zodra hij 23 jaar is en het is belangrijk dat hij begeleid wordt in de stappen die hij daarbij zal moeten zetten.

2.2.

De moeder stemt in met het gewijzigde verzoek van betrokkene en is bereid tot bewindvoerder te worden benoemd. Zij heeft al jaren de financiële zaken van haar vier kinderen gedaan. Betrokkene staat bij de moeder ingeschreven en het zal de moeder en betrokkene rust geven als de moeder de financiële zaken voor betrokkene regelt, zo lang betrokkene nog bij haar woont.

2.3.

De broers van betrokkene hebben ter zitting verklaard in te stemmen met de verzochte onderbewindstelling en de benoeming van hun moeder tot bewindvoerder over de gelden en goederen van betrokkene.

2.4.

Door en namens de vader is verweer gevoerd tegen het verzoek van betrokkene. Primair stelt de vader zich op het standpunt dat een onderbewindstelling niet nodig is. Betrokkene heeft hulp nodig bij het regelen van de financiële zaken, maar dat kunnen de ouders hem ook bieden zonder dat er een maatregel wordt ingesteld. Anderzijds ziet de vader ook dat betrokkene zelf graag een onderbewindstelling wil en erkent hij dat betrokkene last heeft van de strijd tussen de ouders en hierdoor geestelijke problemen heeft. Betrokkene verblijft bij beide ouders evenveel en de vader denkt dat betrokkene met forse loyaliteitsproblemen kampt. De vader vindt het dan ook volstrekt onwenselijk dat de moeder bewindvoerder wordt en vindt dat betrokkene hierin geen weloverwogen beslissing kan maken. De vader denkt dat betrokkene zijn keus voor zijn moeder als bewindvoerder, onder emotionele druk is gemaakt. Daarnaast vindt de vader dat de moeder er blijk van heeft gegeven niet de aangewezen persoon te zijn om de vermogensrechtelijke belangen van betrokkene te behartigen. Uit de bankafschriften van betrokkene blijkt dat de moeder geld dat betrokkene heeft ontvangen van de vader, heeft overgeboekt naar haar eigen rekening. De vader zou daarom graag zien dat beide ouders tot bewindvoerders worden benoemd. Meer subsidiair vraagt de vader om [X] tot bewindvoerder te benoemen.

3 De beoordeling

3.1.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de stukken en de mondelinge behandeling is voldoende aannemelijk geworden dat betrokkene als gevolg van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen. Hoewel de vader primair verweer heeft gevoerd tegen de instelling van het bewind, ziet de kantonrechter voldoende grond de maatregel in te stellen. Betrokkene kan zijn financiële zaken op dit moment (nog) niet zelf regelen en heeft daarom zelf verzocht zijn gelden en goederen onder bewind te stellen, Daarnaast maakt de strijd tussen de ouders en de juridische procedure waarin betrokkene verwikkeld is, betrokkene erg kwetsbaar. De kantonrechter zal daarom het bewind uitspreken.

3.2.

Ten aanzien van de vraag wie als bewindvoerder moet worden benoemd, oordeelt de kantonrechter als volgt. Op grond van artikel 1:435 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) volgt de kantonrechter bij de benoeming van de bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van betrokkene, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Betrokkene heeft ter zitting tegen de kantonrechter verklaard dat hij heel graag wil dat zijn moeder de bewindvoerder wordt omdat hij haar het meest met de geldzaken vertrouwt en het voor hem comfortabeler voelt dat zij de zaken regelt. De kantonrechter ziet echter gegronde redenen om af te wijken van de voorkeur van betrokkene en wil graag aan betrokkene uitleggen waarom de kantonrechter zijn moeder niet tot bewindvoerder zal benoemen.

3.3.

Uit de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, begrijpt de kantonrechter dat betrokkene veel last heeft van de strijd tussen de ouders. Betrokkene verblijft bij beide ouders en de kantonrechter heeft ter zitting begrepen dat zij beiden vanuit hun eigen goede bedoelingen, anders met betrokkene omgaan. Gelet op de problematiek van betrokkene kan de kantonrechter heel goed begrijpen dat dit voor betrokkene erg lastig is. Dat betrokkene kampt met loyaliteitsproblemen, acht de kantonrechter dan ook niet ondenkbaar en ook sluit de kantonrechter niet uit dat betrokkene zijn beslissing om zijn verzoek te wijziging en zijn moeder als bewindvoerder voor te stellen, onderhavig is aan deze loyaliteitsproblematiek.

3.4.

Daarnaast begrijpt de kantonrechter dat betrokkene in een juridische procedure verwikkeld is met zijn vader en dat de te benoemen bewindvoerder hierin als wettelijke vertegenwoordiger een rol zal moeten spelen. Om betrokkene hierin zo veel mogelijk te ontzien en te ontlasten, vindt de kantonrechter het belangrijk dat er een neutrale partij betrokkene wordt. Een professionele bewindvoerder kan het belang van betrokkene voorop stellen, zonder daarbij rekening te hoeven houden met het eigen belang. Gelet op de problematiek tussen de ouders voorziet de kantontrechter dat de moeder hierin geen neutrale rol kan spelen. Voor de vader zal dit eveneens niet mogelijk zijn, zodat de kantonrechter ook niet beide ouders tot bewindvoerders zal benoemen, zoals de vader subsidiair heeft verzocht. Bovendien voert de onderlinge strijd tussen hen daarvoor te veel de boventoon.

3.5.

De kantonrechter kan de wens van betrokkene om zijn moeder tot bewindvoerder te benoemen goed begrijpen, maar de kantonrechter vindt gelet op hetgeen wat hiervoor is overwogen, dat het voor betrokkene beter is dat er een onafhankelijke professionele bewindvoerder wordt aangesteld. De kantonrechter zal dan ook over gaan tot de benoeming van [X] tot bewindvoerder.

3.6.

Het is voor betrokkene vervelend dat de benoeming van een professionele bewindvoerder kosten met zich meebrengt, maar de kantonrechter wil betrokkene vragen om ervoor open te staan. De kantonrechter verwacht dat betrokkene en de bewindvoerder samen goede afspraken kunnen maken, zodat het bewind op een voor betrokkene prettige manier kan worden ingevuld. Bovendien kan betrokkene veel leren van de bewindvoerder en kan zij hem begeleiden bij het zelfredzaam worden. De kantonrechter spreekt de hoop uit dat de ouders deze beslissing zullen accepteren en betrokkene de ruimte zullen geven om de samenwerking met de bewindvoerder aan te kunnen gaan.

3.7.

De kantonrechter zal de beloning van de te benoemen bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen op een bedrag van € 559,00 (exclusief btw). De jaarbeloning van de te benoemen bewindvoerder, inclusief onkostenvergoeding en exclusief omzetbelasting voor zover van toepassing, zal de kantonrechter vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren (basistarief).

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1.

stelt een bewind in over de goederen en gelden die (zullen) toebehoren aan [Betrokkene] voornoemd wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand;

4.2.

benoemt tot bewindvoerder:

[X]

[adres]

4.3.

stelt de beloning van de bewindvoerder voor de aanvangswerkzaamheden vast op een bedrag van € 559,00 (exclusief btw);

4.4.

stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder vast overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren;

4.5.

verstaat dat het bewind ingaat op de dag volgend op de hieronder vermelde datum van verzending van deze beschikking.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. Groenwegen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2021.

Conc.nr.: 739

Beschikking verzonden op:

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden:

  • -

    door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  • -

    door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.