Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:2433

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
07-07-2021
Zaaknummer
18/209340-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in de maanden juni, juli en augustus 2020 meerdere malen schuldig gemaakt aan medeplegen van oplichting en medeplegen van witwassen. Door middel van ‘spoofing’zijn de slachtoffers bewogen om grote geldbedragen over te maken naar zogenaamde ‘kluisrekeningen’. De slachtoffers werden gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal dat criminelen bezig waren om geld van hun rekening te halen en kregen instructies voor het overmaken van het geld naar een veilige rekening. De opgegeven rekeningnummers behoorden in werkelijkheid aan verkopers van dure horloges of elektronica, waar door de daders bestellingen werden geplaatst, die werden betaald met het geld van de slachtoffers.

Verdachte was een belangrijke en onmisbare schakel in het op grote schaal oplichten van de slachtoffers door het ophalen van deze dure goederen bij de bedrijven en handelaren.

De rechtbank legt aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 332 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden van een meldplicht bij de reclassering, klinische opname, ambulante behandeling, meewerken aan schuldhulpverlening, een drugsverbod en verblijven in een instelling voor begeleid wonen of andere maatschappelijke opvang. Daarnaast moet verdachte een taakstraf verrichten van 100 uren. De benadeelde partijen, waaronder de bank zijn niet-ontvankelijk verklaard. De bank is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering, nu het geldbedrag door de bank uitgekeerd aan gedupeerde rekeninghouders uit coulance en zonder dat zij daartoe rechtens verplicht was.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 326
Wetboek van Strafrecht 420bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer 18/209340-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 juni 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 1 juni 2021.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. J.H.E.M. Kersemaekers, advocaat te Breda.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juni 2020, te Kimswerd, in de gemeente Sûdwest-Fryslan, in

elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

- [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van (in totaal) ongeveer 46597,- euro,

hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telefonisch)

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van/bij de ABN/Amro bank,

- ( in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 1] – zakelijk weergegeven- gewezen op een door de ABN-Amro gestuurd SMS-bericht van ABN Amro fraudehelpdesk welke was voorzien van het (niet-bestaande nummer) [nummer] en/of gevraagd of die [benadeelde partij 1] 2400 euro naar Polen had overgemaakt en/of die [benadeelde partij 1] meegedeeld dat criminelen nog steeds probeerden geld van zijn bankrekening over te boeken naar een andere bankrekening en/of

- die [benadeelde partij 1] verzocht al zijn geld over te boeken naar (een) kluisrekening en/of

- die [benadeelde partij 1] medegedeeld dat dit geld één dag op deze kluisrekening moest blijven staan en dat het geld de volgende dag weer zou worden teruggeboekt naar zijn rekening, zodat zijn geld veilig stond en/of

- ( vervolgens) de rekeningnummers en/of namen gedicteerd aan die [benadeelde partij 1] , waardoor die [benadeelde partij 1] (telkens) werd bewogen tot bovengenoemd afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 1] een of meer geldbedrag(en) overgeboekt naar (onder meer) de volgende bankrekeningen:

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] , BIC: [nummer] , Naam:

[bedrijfsnaam] , Transactiedatum 29 juni 2020. Bedrag 1,00 euro en/of

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking. IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: [nummer] .

Naam: [bedrijfsnaam] . Omschrijving: [nummer] -ROLEXHULK. Transactiedatum 29

juni 2020. Bedrag 14.000,00 euro en/of

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: [nummer] . Naam:

[bedrijfsnaam] . Omschrijving: [nummer] . Transactiedatum 29 juni 2020.

Bedrag 7.396,00 euro en/of

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] BIC: [nummer] .

Naam: [bedrijfsnaam] Omschrijving: [nummer] Transactiedatum 29 juni 2020 Bedrag

6.700,00 euro en/of

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking. IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: [nummer] .

Naam: [bedrijfsnaam] Omschrijving: [nummer] Transactiedatum 29 juni 2020

Bedrag 18.000,00 euro en/of

- [verdachte] SEPA Overboeking !BAN: [bankrekeningnummer] BIC: [nummer]

Naam: [verdachte] Omschrijving: [nummer] Transactiedatum 29 juni 2020

Bedrag 500,00 euro;

waardoor die [benadeelde partij 1] (telkens) werd bewogen tot bovengenoemd afgifte;

2.

hij op of omstreeks 29 juni 2020, te Deventer, in de gemeente Deventer, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een

valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel

van verdichtsels,

[benadeelde partij 2] , althans webshop/webwinkel, genaamd [bedrijfsnaam] , heeft bewogen

tot de afgifte van een horloge, van het merk Rolex, type Submariner Date "Hulk"

[serienummer] , (ter waarde van 14.000 euro),

hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven

oogmerk- zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

- die [benadeelde partij 2] , via de website/webwinkel [bedrijfsnaam] , benaderd met de naam [verdachte] en/of en/of (vervolgens) gemaild met/via mailadres [mailadres] , en/of

- ( vervolgens) die [benadeelde partij 2] medegedeeld hij een erfenis had gehad en van dat geld graag het horloge, merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer] , en welk horloge op de website van [bedrijfsnaam] stond, wilde kopen en/of

- daartoe het aankoopbedrag van 14.000 euro, overgemaakt of laten overmaken naar de rekening ten name van [bedrijfsnaam] en/of

- aangegeven dat dat horloge bij zijn vader, dhr. [benadeelde partij 1] , wonende [adres] te [plaats] , moest worden afgeleverd, waarna die [benadeelde partij 2] naar voornoemd adres is gegaan, waarbij verdachtes mededader (te weten [medeverdachte] ) zich voorstelde als te zijn [benadeelde partij 1] , vader van [verdachte] en/of een identiteitsbewijs heeft getoond aan die [benadeelde partij 2] , op naam van [benadeelde partij 1] ,

waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 2] voornoemd horloge op voornoemd adres afgeleverd/afgegeven aan verdachtes mededader;

3.

hij op of omstreeks 29 juni 2020 te Hazerswoude-Rijndijk, in de gemeente Alphen aan den Rijn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van (in totaal) 14.768,70 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telefonisch)

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van/bij de Rabobank,

- ( in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 3] –zakelijk weergegeven- gewezen op eerder door de Rabobank gestuurde SMS-berichten en/of die [benadeelde partij 3] meegedeeld dat haar geld veilig gesteld moest worden omdat iemand probeerde om het geld over te maken naar de Oekraïne en/of dat het geld overgemaakt kon worden naar drie kluizen en/of dat haar geld over drie

dagen weer teruggestort zou worden op haar rekening en/of

- die [benadeelde partij 3] verzocht achter de computer te gaan zitten en in te loggen en/of

- ( vervolgens) de rekeningnummers en/of namen gedicteerd aan die [benadeelde partij 3] , waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 3] een of meer geldbedrag(en) overgeboekt naar (onder meer) de bankrekeningen:

- [bedrijfsnaam] [bankrekeningnummer] , 7.247 euro Code: [nummer] en/of

- [bedrijfsnaam] [bankrekeningnummer] , 7.138 euro persoonlijke code: [nummer] en/of

- [naam] [bankrekeningnummer] , 383,70 euro Code: [nummer] en/of

na elke overboeking een sms ontving met de tekst: “Geachte [naam] . Uw geld is ontvangen op onze kluisrekening”;

4.

hij op of omstreeks 1 juli 2020 te Oss, in de gemeente Oss, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot

geldbedrag van (in totaal) 13.650,40 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telefonisch)

- zich voorgedaan als een medewerker van/bij de ING en/of

- ( in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 5] –zakelijk weergegeven- er op gewezen dat er personen bezig waren om geld van zijn rekening af te halen en er fraude mee werd gepleegd en/of dat door zijn geld op een kluisrekening te zetten van de ING het geld veilig zou zijn en later zou worden teruggestort op zijn rekening en/of

- die [benadeelde partij 5] geïnstrueerd om de software Teamviewer op zijn PC te laten installeren,

waarna de besturing van de PC werd overgenomen en er een bedrag van

- 13.650,40 euro werd overgeboekt naar het bankrekening nummer [bankrekeningnummer] , omschrijving [bedrijfsnaam] , waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;

5.

hij op of omstreeks 15 juli 2020 te ‘s-Gravenhage, in de gemeente ‘s-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van (in totaal) 19.401,19 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telefonisch)

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van/bij de Fraudehelpdesk van de ING en/of

- ( in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 6] –zakelijk weergegeven- er op gewezen dat de helpdesk een poging van fraude had gezien op haar bankrekening en/of dat er die dag omstreeks 11:00 uur door derden gepoogd was 1000 euro van haar bankrekening af te schrijven en/of dat de bank dit had kunnen stoppen en/of de man haar belde om haar te informeren en/of

- die [benadeelde partij 6] medegedeeld/verzocht haar geld tijdelijk veilig te stellen in een ING kluisrekening en/of dat het geld later zou worden teruggestort en/of

- die [benadeelde partij 6] (vervolgens), om aan te tonen dat ze met een medewerker van de ING contact had, diverse sms'jes gestuurd die afkomstig waren van de Fraudehelpdesk ING te Amsterdam van het nummer [telefoonnummer] met onder meer de tekst –zakelijk weergegeven- dat zij op dat moment telefonisch in gesprek was met dhr. [verdachte] , adviseur van de ING bank en/of alle stappen met de adviseur moest door nemen en/of

- die [benadeelde partij 6] verzocht in te loggen op haar Internetbankieren en het spaargeld over te maken naar haar betaalrekening, te weten (in totaal) een bedrag van 19.401,19 euro en/of (vervolgens) via (een) SMS- bericht(en) instructies gegeven hoe het geld moest worden overgeboekt,

- die [benadeelde partij 6] een SMS-bericht gestuurd dat voor haar een afspraak was gemaakt op het ING kantoor [adres] in [plaats] op 15 juli te 13:30 uur, waardoor die [benadeelde partij 6] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 6] een of meer geldbedrag(en) overgeboekt, te weten:

- 14.200 euro naar [bedrijfsnaam] , naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] en/of

- 4.299 euro naar [bedrijfsnaam] , naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;

6.

hij op of omstreeks 4 augustus 2020 te Veldhoven, in de gemeente Veldhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van (in totaal) 163.981 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telefonisch)

- zich voorgedaan als [verdachte] , zijnde een medewerker van/bij de Rabobank, fraudedesk uit Amsterdam en/of

- ( in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat er een ongebruikelijke transactie had plaatsgevonden en/of dat er nog meer transacties zouden plaatsvinden en/of dat hij een en ander op het spoor was en uit kwam op een adres in Polen en/of

- dat die [benadeelde partij 7] geld kwijt zou kunnen raken en/of

- die [benadeelde partij 7] geadviseerd om zijn geld naar meerdere andere veilige banknummers over te maken en/of

- die [benadeelde partij 7] (een) SMS bericht(en) met instructies gestuurd en/of die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat hij de SMSjes goed moest bewaren omdat in die SMSjes een code stond die die [benadeelde partij 7] later nodig zou hebben bij de bank en/of

- zich (vervolgens) voorgedaan als een medewerker van de ING-bank en/of - (in die hoedanigheid) die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat hij contact had gehad met de medewerker van de Rabobank en adviseerde om (ook) geld over te maken naar een andere veilige rekening bij de ING, waardoor die [benadeelde partij 7] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte,

immers heeft die [benadeelde partij 7] een of meer geldbedrag(en) overgeboekt naar (onder meer) de bankrekening(en):

- 9000 euro overgemaakt naar [naam] . reknr. [bankrekeningnummer] :

omschrijving code submariner [benadeelde partij 7] . vanaf rekeningnummer: [bankrekeningnummer] en/of

- 33500 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] : omschrijving code 388 1J [benadeelde partij 7] . vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en/of

- 7250 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] : omschrijving code Datejust [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en/of

- 5746 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en/of

- 32500 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code AP [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer bouwdepot en/of

- 10500 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] , vanaf rekeningnummer bouwdepot en/of

- 27750 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code GMT, vanaf rekeningnummer bouwdepot en/of

- 27750 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code AP [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer]

- 4995 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code 2119 [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer]

- 4990 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code 2110 [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;

7.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 juni 2020 tot en met

4 augustus 2020, (onder meer) te Deventer en/of te Duiven en/of te Nijmegen en/of te Utrecht en/of te Enschede en/of te Assen en/of te Bussem en/of te Weesp en/of in de gemeente Middenbeemster , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachte(n) in genoemde periode (telkens) (een) geldbedrag(en) (te weten (in totaal) 258.398,29 euro) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans (telkens) van die/dat geldbedrag(en) gebruik gemaakt door de aanschaf van een of meer luxe goed(eren), te weten (onder meer) op

- 29 juni 2020, te Deventer, in de gemeente Deventer, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] SEPA, een horloge van het merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer], ter waarde van 14.000 euro en/of

- 29 juni 2020, te Duiven, in de gemeente Duiven, bij het ICT bedrijf [bedrijfsnaam] , 4 Microsoft Surface tablet/laptops, (2 Microsoft Surface Books 2, 15 inch, ter waarde van 2549 euro per stuk en/of een Surface Pro 6, met een Intel Core i7 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, ter waarde van 1299 euro en/of een Surface Pro 6, met een Intel Core i5 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, ter waarde van 999 euro en/of

- 29 juni 2020 te Deventer, in de gemeente Deventer, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , een of meer computers ter waarde (in totaal) 6700 euro en/of

- 29 juni 2020, te Nijmegen, in de gemeente Nijmegen, bij het bedrijf

[bedrijfsnaam] , 6 Iphones, ter waarde van (in totaal) 7138 euro en/of

- 1 juli 2020, te Utrecht, in de gemeente Utrecht, bij het bedrijf Mac en More, 7 Macbooks, ter waarde van (in totaal) 13560,40 euro en/of

- 15 juli 2020, te Enschede, in de gemeente Enschede, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , 16 Iphones en één Ipad, ter waarde van (in totaal) 14.200 euro en/of

- 4 augustus 2020, te Assen, in de gemeente Assen, van [naam] , een horloge, merk Rolex, type Submariner, serienummer [serienummer] , ter waarde van 10.500 euro en/of

- 4 augustus 2020, te of bij Bussem, in de gemeente Bussem, van [naam] , een dameshorloge, merk Rolex Datejust, ter waarde van 7.250 euro en/of

- 4 augustus 2020, te Weesp, in de gemeente Weesp, bij/van [naam] , een horloge, merk Rolex, type Submariner, ter waarde van 9000 euro en/of

- 4 augustus 2020, te Nijkerk, in de gemeente Nijkerk, bij/van [naam] , een horloge, merk Audemars Piquet, serienummer Kl9082, ter waarde van 32.500 euro en/of

- 4 augustus 2020, te/bij Middenbeemster, in de gemeente Middenbeemster, bij/van [naam] , een horloge van het merk Patek Philippe, ter waarde van 33.500 euro, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor het onder 2. tenlastegelegde en veroordeling voor de onder 1., 3., 4., 5., 6. en 7. (met uitzondering van het eerste en tweede gedachtestreepje) ten laste gelegde feiten. Hij heeft ten aanzien van feit 2. aangevoerd dat weliswaar gegevens van verdachte zijn gebruikt, maar dat het horloge is afgedragen aan medeverdachte [medeverdachte] , zodat onvoldoende kan worden vastgesteld dat verdachte bij deze zaak betrokken is geweest.

Ten aanzien van de overige feiten heeft de officier van justitie aangevoerd dat in de kern deze oplichtingen een samenwerking betreft tussen meerdere personen, gelet op de intensiteit en de duur van de samenwerking. De korte tijd tussen het overmaken van het geld en het ophalen van de goederen duidt op een hele nauwe samenwerking. Verdachte heeft niet alleen de goederen opgehaald, hij heeft daarbij ook gebruik gemaakt van de namen van de aangevers. Met betrekking tot het witwassen is sprake van hetzelfde stramien. De geldbedragen zijn omgezet in dure goederen. Verdachte wist dat het geld onmiddellijk of middellijk afkomstig was van enig misdrijf. Ten aanzien van feit 7. heeft de officier van justitie aangegeven dat het totale benadelingsbedrag € 134.348,40.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak van het tenlastegelegde bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat ten aanzien van de tenlastegelegde oplichtingen uit niets blijkt van enige handelingen van de zijde van verdachte, waardoor iemand daadwerkelijk is bewogen tot afgifte. Ook blijkt uit niets van een bewuste en nauwe samenwerking gericht op het door oplichting afhandig maken van geld. De betrokkenheid van verdachte bestaat eruit dat hij is gevraagd/bevolen iets op te halen. Hij heeft zich vrijwel overal gelegitimeerd met zijn eigen ID-bewijs. Daarmee is niet zondermeer sprake van de benodigde ondergrens van opzet op oplichting. Verdachte heeft de goederen opgehaald, nadat de oplichting al was gepleegd.

Ten aanzien van feit 2. heeft de raadsman aangevoerd zich te kunnen vinden in de gevorderde vrijspraak van de officier van justitie. Er is geen bewijs dat er contacten tussen [benadeelde partij 2] en verdachte zijn geweest of contacten tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Als een derde de identiteit van verdachte gebruikt of misbruikt is het niet verdachte die iemand beweegt tot afgifte.

Ten aanzien van feit 7. heeft de raadsman aangevoerd dat de betrokkenheid van verdachte er enkel uit heeft bestaan dat hij met een - aan hem verteld, naar later is gebleken - gelogen verhaal is gevraagd/bevolen goederen op te halen. Er is onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte heeft geweten of had moeten weten dat met het ophalen van de goederen geldbedragen werden witgewassen. Er is naar de mening van de raadsman dan ook geen sprake van medeplegen, nu er geen bewijs is voor een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en een of meer anderen, die ziet op witwassen.

Oordeel van de rechtbank 1

Inleiding

In de maanden juni, juli en augustus 2020 kwamen bij de politie meerdere aangiftes binnen van oplichting. Uit deze aangiftes komt naar voren dat de daders een min of meer vaste werkwijze hanteerden om hun slachtoffers geld over te laten maken naar verschillende rekeningnummers. De slachtoffers werden allen gebeld door iemand die zich voordeed als medewerker van de bank met een verhaal dat criminelen bezig waren om geld van hun rekening te halen. Daarbij was het telefoonnummer ‘gespoofd’, het bij de slachtoffers getoonde nummer leek van de bank te zijn. Om te voorkomen dat geld naar criminelen zou gaan werd er bij de slachtoffers op aangedrongen hun geld over te maken naar (verschillende) zogenaamde kluisrekeningen. Tijdens het telefoongesprek ontvingen de slachtoffers een SMS-bericht dat (eveneens)van de fraudeafdeling van de bank leek te komen, waarin de naam werd genoemd van de persoon waarmee ze in gesprek waren. De slachtoffers ontvingen instructies voor het overmaken van het geld en de daarbij behorende betalingskenmerken of, in één geval, de instructie om de software Teamviewer, waarmee de besturing van de PC overgenomen kon worden.

De door de daders daarbij opgegeven rekeningnummers behoorden in werkelijkheid aan verkopers van dure horloges of elektronica. De daders plaatsten, terwijl zij in contact waren met de slachtoffers, bestellingen die werden betaald met geld afkomstig van de rekeningen van de slachtoffers. Zodra de betalingen waren verricht werden de goederen in de winkels afgehaald, waarbij een aantal keer ook gebruik werd gemaakt van een valse naam of een valse ID-kaart op naam van het slachtoffer, zodat bij de winkels geen argwaan werd gewekt vanwege een verschil tussen de naam die behoorde bij het rekeningnummer van het slachtoffer en degene aan wie de goederen moesten worden afgegeven. De verkopers van de goederen waren in de veronderstelling met bonafide kopers te maken te hebben. Tegen de tijd dat het slachtoffer beseft te zijn opgelicht, waren de luxe goederen in de meeste gevallen al afgehaald bij de verkopers.

Verdachte wordt verweten dat hij samen met anderen bij deze oplichting betrokken is geweest en dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan gewoontewitwassen. Verdachte erkent goederen te hebben opgehaald.2

Het bewijs

Feiten 1, 2 en 7

Aangever [benadeelde partij 1]

Aangever [benadeelde partij 1] , wonende te [plaats] , is op 29 juni 2020 omstreeks 16.50 uur thuis gebeld door een man die zich voorstelde als [verdachte] van de ABN AMRO bank. Hij verwees [benadeelde partij 1] naar een door de ABN AMRO gestuurde SMS met de tekst: “Bericht van ABN Amro fraudehelpdesk [telefoonnummer] . U bent op dit moment telefonisch in gesprek met onze adviseur van ABN Amro dhr [naam] van ABN AMRO te Amsterdam”. De man vroeg aan [benadeelde partij 1] of het klopte dat hij 2.400 euro naar Polen had overgemaakt. De man zei tegen [benadeelde partij 1] dat criminelen nog steeds probeerden geld van zijn bankrekening over te boeken naar een andere bankrekening en dat hij al zijn geld moest boeken naar een kluisrekening. De man zei tegen [benadeelde partij 1] dat hij al het geld één dag op deze kluisrekening moest laten staan en dat het geld de volgende dag weer teruggeboekt zou worden naar zijn rekening. Op aanwijzing van de man, die [benadeelde partij 1] de gegevens letter voor letter doorgaf, heeft [benadeelde partij 1] vanaf zijn rekeningnummer [bankrekeningnummer] de volgende bedragen overgemaakt:

[bedrijfsnaam] Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: RABONL2U
Naam: [bedrijfsnaam]
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
1,00 euro

[bedrijfsnaam]
SEPA Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: INGBNL2A
Naam: [bedrijfsnaam]
Omschrijving: 2020030-ROLEXHULK
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
14.000,00 euro

[bedrijfsnaam]
SEPA Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: RABONL2U
Naam: [bedrijfsnaam]
Omschrijving: 20200436/855
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
7.396,00 euro

[bedrijfsnaam]
SEPA Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: INGBNL2A
Naam: [bedrijfsnaam]
Omschrijving: 0097
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
6.700,00 euro

[bedrijfsnaam]
SEPA Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: RABONL2U
Naam: [bedrijfsnaam]
Omschrijving: 326933
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
18.000,00 euro

[verdachte]
SEPA Overboeking
IBAN: [bankrekeningnummer]
BIC: ASNBNL21
Naam: [verdachte]
Omschrijving: 1166
Transactiedatum
29 juni 2020
Bedrag
500,00 euro3

[bedrijfsnaam]

Op 29 juni 2020 is [benadeelde partij 2] , eigenaar van [bedrijfsnaam] , gevestigd te Deventer, telefonisch benaderd door een koper die hem daarna heeft gemaild vanaf het e-mailadres [mailadres] . De koper, die zich [verdachte] noemde, had interesse in een horloge van het merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer] . [verdachte] vertelde dat hij een erfenis had gehad en van dat geld een mooi horloge wilde kopen als investering. Het horloge zou door de vader van [verdachte] worden betaald en moest ook bij zijn vader worden afgeleverd. [verdachte] gaf aan dat zijn vader was genaamd: [benadeelde partij 1] en dat deze woonachtig was aan de [adres] te [plaats] . Nadat de koop was gesloten werd het geldbedrag van 14.000 euro meteen overgemaakt op de zakelijke rekening van [benadeelde partij 2] , met nummer [bankrekeningnummer] ten name van [bedrijfsnaam] . [benadeelde partij 2] zag dat het bedrag van 14.000 euro afkomstig was van rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [benadeelde partij 1] . [benadeelde partij 2] heeft het horloge vervolgens afgeleverd op het opgegeven adres aan een meneer die zich voorstelde als [benadeelde partij 1] , de vader van [verdachte] . Deze [benadeelde partij 1] toonde aan [benadeelde partij 2] een identiteitsbewijs. [benadeelde partij 2] zag dat de man op de foto op het identiteitsbewijs dezelfde man was als die hij voor zich had staan. Daarnaast stuurde [benadeelde partij 1] een kopie van dit identiteitsbewijs via WhatsApp aan [benadeelde partij 2] toe.4 Uit onderzoek van de politie blijkt dat de foto op het identiteitsbewijs van de persoon die zich uit gaf als [benadeelde partij 1] niet overeenkomst met de foto van aangever [benadeelde partij 1] .5Het adres Van Linschotenstraat 5 in Arnhem is het woonadres van medeverdachte [medeverdachte] , hierna te noemen [medeverdachte] , die daar ook ingeschreven staat.6

Op de telefoon van [medeverdachte] wordt een foto aangetroffen van een ID kaart met daarop een foto van [medeverdachte] en de naam van aangever [benadeelde partij 1] .7 Volgens [medeverdachte] heeft hij de valse ID kaart via de app toegestuurd gekregen. Hij had een foto van zijn ID kaart aan een zekere Jimbo toegestuurd. Deze Jimbo paste dan zijn naam aan op de ID kaart.8

PC-NL

Op 29 juni 2020 omstreeks 16:00 uur wordt [benadeelde partij 4] , eigenaar van [bedrijfsnaam] gevestigd te Duiven gebeld door een man die aangaf interesse te hebben in Microsoft Surface tablet/laptops die [benadeelde partij 4] via internet te koop aanbood. De man gaf aan de goederen te willen kopen en vroeg aan [benadeelde partij 4] of hij deze diezelfde dag nog kon ophalen. De man zei daarbij dat hij in Arnhem woonde en dat hij op korte termijn kon langskomen. Het ging om de aankoop van de volgende 5 producten:
- 2x Microsoft Surface Book 2, 15 inch, kosten 2549,- per stuk;
- Surface Pro 6, met een Intel Core i7 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, kosten 1.299,-;
- Surface Pro 6, met een Intel Core i5 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, kosten 999,-;
De man zei tegen [benadeelde partij 4] dat het geen probleem was om de producten vooraf te betalen en zei dat hij dit via zijn privérekening wilde overboeken en dat dit zou kunnen resulteren in een andere naam dan op het factuuradres. [benadeelde partij 4] zag om 18:10 uur dat het afgesproken bedrag van 7.396 euro was bijgeschreven op zijn rekening en gaf akkoord voor het ophalen van de producten. Rond 18:15/18:30 uur kwam een man de producten afhalen. [benadeelde partij 4] heeft van deze man de volgende omschrijving gegeven: ongeveer 1.75-1.80 meter lang, een licht getinte huidskleur, leeftijd tussen de 45 en 55 jaar oud, kaal, stevig, maar niet dik.

De door [benadeelde partij 4] genoteerde factuur gegevens waren:
[verdachte] ®outlook.com
+ [telefoonnummer]
FACTUURADRES
[verdachte]
[straatnaam]
[woonplaats]
Nederland
Bankrekening:
[benadeelde partij 1]
[bankrekeningnummer]9

Aan getuige [benadeelde partij 4] is door de politie een foto van [medeverdachte] getoond. [benadeelde partij 4] heeft de man op de foto voor 100% herkend als de man die op 29 juni 2020 in zijn zaak is geweest en de computers heeft opgehaald.10 [medeverdachte] heeft erkend dat hij computers heeft opgehaald bij [bedrijfsnaam] in Duiven.11

[bedrijfsnaam]

Vanaf de rekening van aangever [benadeelde partij 1] is een bedrag van 6.700 euro gestort op rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [bedrijfsnaam] . [naam] , eigenaar van [bedrijfsnaam] gevestigd te Deventer heeft aangegeven dat hij via Marktplaats computers had aangeboden en dat deze goederen door een man zijn opgehaald.12 De aankoop betrof een MacBook pro en een Canon camera. De bestelling was geplaatst door de onderneming [bedrijfsnaam] , door een persoon genaamd [verdachte] . [verdachte] is woonachtig aan de [adres] te [plaats] . De politie heeft op de door [naam] beschikbaar gestelde beelden verdachte herkend.13

RH Watches

Op 29 juni 2020 is er een bedrag van 18.000 euro van de rekening van aangever [benadeelde partij 1] overgeboekt naar het rekeningnummer [bankrekeningnummer] ten name van [bedrijfsnaam] en of [bedrijfsnaam] te [plaats] . Het bedrijf is via internet benaderd door een persoon die interesse had voor een horloge. Na het sluiten van de koop is er een man met rossig haar bij dit bedrijf verschenen. Aangezien men het niet vertrouwde is de persoon niet benaderd en is het geld teruggestort. De naam van de persoon bij het WhatsAppaccount waarmee contact was geweest over de aankoop betrof [verdachte] .14 Mevrouw Ankone van RH Watches heeft op een door de politie getoonde foto van verdachte, hem herkend als de man die bij hun bedrijf is verschenen.15

[verdachte]

De bankrekening [bankrekeningnummer] waarop door [benadeelde partij 1] op 29 juni 2020 een bedrag van 500 euro is gestort staat op naam van [verdachte] , zijnde verdachte.16

Feiten 3 en 7

Aangeefster [benadeelde partij 3]

Aangeefster [benadeelde partij 3] uit [woonplaats] ontving op 29 juni 2020 omstreeks 12.48 uur op haar mobiele telefoon drie SMS-berichten met de tekst: “Geachte mevrouw [naam] U bent op dit moment telefonisch in gesprek met de heer [verdachte] van de Rabobank te Utrecht. Fraudehelpdesk Rabobank [telefoonnummer] ”. Vervolgens werd [benadeelde partij 3] thuis gebeld door een man die zich voorstelde als de heer [verdachte] . Hij verwees [benadeelde partij 3] naar de eerder gezonden SMS-berichten en deelde [benadeelde partij 3] mee dat haar geld veilig gesteld moest worden, omdat iemand probeerde om geld over te maken naar de Oekraïne. De man vertelde [benadeelde partij 3] dat haar geld overgemaakt kon worden naar drie kluizen en dat het geld over drie dagen weer zou worden teruggestort op haar rekening. De man verzocht [benadeelde partij 3] achter haar computer te gaan zitten en in te loggen. De man vertelde [benadeelde partij 3] wat zij moest invoeren, waardoor zij de volgende overboekingen heeft gedaan:

[bedrijfsnaam]
[bankrekeningnummer]
7.247 euro
Code: [nummer]

[bedrijfsnaam]
[bankrekeningnummer]
7.138 euro
persoonlijke code: [nummer]

[naam] [bankrekeningnummer] ,
383,70 euro.
Code: [nummer] .17

Na iedere overboeking ontving aangeefster een SMS met de tekst: “Geachte [naam] . Uw geld is ontvangen op onze kluisrekening”.

[bedrijfsnaam]

Het rekeningnummer [bankrekeningnummer] staat op naam van GSM winkel [bedrijfsnaam] , gevestigd te Nijmegen.18 Op de door de politie ontvangen screenshots van de camerabeelden van [bedrijfsnaam] is te zien dat een man op 29 juni 2020 zes iPhone telefoontoestellen ophaalt met een waarde van 7.138 euro. Op de kassabon van het bedrijf staat als klant vermeld: “electrisch kleingoed jurgen”. Dit bedrijf heeft blijkens internet als adres: [adres] te Arnhem. Dit is het GBA-adres van verdachte.19 Verdachte heeft erkend dat hij telefoons bij [bedrijfsnaam] heeft opgehaald.20

Feiten 4 en 7

Aangever [benadeelde partij 5]

De vader van aangever [naam] , genaamd [benadeelde partij 5] wonende te [woonplaats] , is op 1 juli 2020 thuis gebeld door een man die zich voorstelde als een medewerker van de ING bank. De man vertelde [benadeelde partij 5] dat er personen bezig waren om geld van zijn rekening te halen en er fraude mee werd gepleegd. Door zijn geld op een kluisrekening te zetten van de ING zou het geld veilig zijn en later terug worden gestort op zijn rekening. De man heeft [benadeelde partij 5] vervolgens geïnstrueerd om de software Teamviewer op zijn PC te laten installeren, waarna de besturing van zijn PC werd overgenomen en er een bedrag van 13.650,40 euro werd overgeboekt naar het bankrekening nummer [bankrekeningnummer] , met als omschrijving [bedrijfsnaam] .21 De politie heeft de man op de beelden die de Macbooks heeft opgehaald herkend als verdachte.22

[bedrijfsnaam]

De heer [naam] van [bedrijfsnaam] , gevestigd te Utrecht had een bestelling ontvangen van meerdere MacBooks Pro van een klant genaamd [verdachte] . De bestelling is op 1 juli 2020 opgehaald door een man die vertelde dat de bestelling voor zijn vader was en die zich legitimeerde als [verdachte] .23 De man heeft 7 MacBooks ter waarde van 13.560,40 euro opgehaald en zich daarbij gelegitimeerd met een paspoort op naam van [verdachte] , geboren op 8 februari 1979 te Oosterhout.24 Verdachte meent zich te herinneren dat hij goederen bij [bedrijfsnaam] in Utrecht heeft opgehaald. Hij heeft zich toen gelegitimeerd met zijn eigen paspoort.25

Feiten 5 en 7

Aangeefster [benadeelde partij 6]

Aangeefster [benadeelde partij 6] uit ’s-Gravenhage is op 15 juli 2020 omstreeks 14:00 uur thuis gebeld door een man die zich voorstelde als [verdachte] van de Fraudehelpdesk van de ING. De man vertelde Van der Weelde dat de helpdesk een poging van fraude had gezien op haar bankrekening. Er zou die dag omstreeks 11:00 uur door derden geprobeerd zijn om 1.000 euro van haar bankrekening af te halen. De man zei dat de bank dit had kunnen stoppen en dat hij [benadeelde partij 6] belde om haar te informeren. De man verzocht [benadeelde partij 6] om haar geld tijdelijk veilig te stellen op een ING kluisrekening. Om aan te tonen dat [benadeelde partij 6] te maken had met de ING kreeg zij vervolgens diverse sms'jes die afkomstig leken van de Fraudehelpdesk ING te Amsterdam van het nummer [telefoonnummer] met onder meer de tekst dat zij op dat moment telefonisch in gesprek was met de heer [verdachte] , adviseur van de ING bank en waarin [benadeelde partij 6] werd verzocht de stappen met de adviseur door te nemen. De man verzocht [benadeelde partij 6] om op haar internetbankieren in te loggen en het spaargeld over te maken naar haar betaalrekening. [benadeelde partij 6] heeft toen 19.401,19 euro vanaf haar spaarrekening op haar betaalrekening gestort. Vervolgens kreeg [benadeelde partij 6] via sms'jes de instructie om 14.200 euro over te maken naar [bedrijfsnaam] [bankrekeningnummer] en 4.299 euro naar [bedrijfsnaam] [bankrekeningnummer] . Nadat [benadeelde partij 6] de bedragen had gestort kreeg zij een sms'je met de mededeling dat er voor haar een afspraak was gemaakt op het ING kantoor [straatnaam] in Den Haag op 15 juli te 13:30 uur.

[benadeelde partij 6] heeft vervolgens zelf contact gezocht met het bedrijf [bedrijfsnaam] , dat een telefoonwinkel, gevestigd in Enschede, bleek te zijn. Een medewerker van de winkel vertelde aan [benadeelde partij 6] dat er voor 14.200 euro telefoons waren gekocht en opgehaald bij de winkel. Ook heeft [benadeelde partij 6] contact gezocht met [bedrijfsnaam] Een medewerker van [bedrijfsnaam] vertelde [benadeelde partij 6] dat er voor 4.299 euro een televisie was gekocht door een persoon die bij de koop had opgegeven te zijn: [naam] , [straatnaam] , [woonplaats] .26 De persoon die op 15 juli 2020 16 iPhones en een iPad heeft opgehaald bij het bedrijf [bedrijfsnaam] te Enschede wordt door de politie herkend als verdachte.27 Verdachte heeft erkend dat hij bij het [bedrijfsnaam] te Enschede goederen heeft opgehaald.28

Feiten 6 en 7

Aangever [benadeelde partij 7]

Aangever [benadeelde partij 7] uit Veldhoven is op 4 augustus 2020 rond 11:30 uur thuis gebeld door een man die zich voorstelde als [verdachte] van de Rabobank fraude desk uit Amsterdam. Deze man vertelde [benadeelde partij 7] dat er een ongebruikelijke transactie had plaatsgevonden en om te voorkomen dat er nog meer transacties plaats zouden vinden en [benadeelde partij 7] geld kwijt zou raken, adviseerde de man [benadeelde partij 7] om zijn geld naar meerdere andere veilige banknummers over te maken. De man zei tegen [benadeelde partij 7] dat hij het één en ander op het spoor was en kwam uit op een adres in Polen. De man gaf [benadeelde partij 7] instructies wat hij moest doen. De man stuurde [benadeelde partij 7] SMS-berichten met instructies en zei tegen [benadeelde partij 7] dat hij deze SMS berichten moest bewaren, omdat er een code in zou staan die hij later nodig zou hebben bij de bank. De man kwam op [benadeelde partij 7] als zeer professioneel over en ook zijn taalgebruik klonk als afkomstig van een echte bankmedewerker. [benadeelde partij 7] heeft vervolgens de door de man geïnstrueerde transacties uitgevoerd. Later op de dag werd [benadeelde partij 7] gebeld door een man die zich voorstelde als een medewerker van de ING Bank. De man vertelde [benadeelde partij 7] dat hij contact had met de man van de Rabobank en adviseerde [benadeelde partij 7] om ook zijn geld bij de ING veilig te stellen op een andere veilige bankrekening. Door [benadeelde partij 7] zijn de volgende transacties gedaan:

- 9.000 euro overgemaakt naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code submariner [benadeelde partij 7] vanaf mijn [bankrekeningnummer] ;
- 33.500 euro overgemaakt naar [naam] (de rechtbank leest [naam] ) reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code 388 1J [benadeelde partij 7] vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;
- 7.250 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code
Datejust [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;
- 5.746 euro overgemaakt naar [naam] rekn.r [bankrekeningnummer] , omschrijving code 9011, vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;
- 32.500 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code AP [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer bouwdepot;
- 10.500 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code
116610LN vanaf rekeningnummer bouwdepot;
- 27.750 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code GMT, vanaf rekeningnummer bouwdepot;
- 27.750 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code AP [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer]
- 4.995 euro overgemaakt naar [naam] rek nr [bankrekeningnummer] omschrijving code 2119 [benadeelde partij 7] , vanaf mijn [bankrekeningnummer] ;
- 4.990 euro overgemaakt naar [naam] reknr. [bankrekeningnummer] omschrijving code 1022 [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] .
In het totaal is dit 163.981,- euro.29

[naam]

Op 4 augustus 2020 is 9.000 euro overgemaakt naar de bankrekening van [naam] . [naam] heeft een Rolex Submariner verkocht via Marktplaats. [naam] heeft via WhatsApp contact gehad met de koper, die zich John noemde. Deze maakte op dat moment gebruik van het telefoonnummer: + [telefoonnummer] . Op 4 augustus 2020 om 16:30 uur is de Rolex vervolgens bij [naam] thuis in [plaats] opgehaald.30

Door de politie is genoemd telefoonnummer + [telefoonnummer] aangetroffen in de contactenlijst van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] onder de naam “ [naam] ”.

Uit de historische mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte31, blijkt dat deze telefoon op 4 augustus 2020 om 16:30 uur in de directe omgeving van de locatie was in Weesp waar het horloge bij [naam] is afgehaald. 32 Op de door [naam] aan de politie verstrekte camerabeelden, heeft de politie verdachte herkend als de man die het horloge heeft opgehaald. 33

[naam]

Op 4 augustus 2020 is 33.500 euro overgemaakt naar de bankrekening van [naam] .

had een horloge van het merk Patek Philippe, type: Nautilus, met de nummers [serienummer] en [serienummer] op Marktplaats te koop aangeboden. [naam] heeft na telefonisch contact het horloge verkocht aan een man voor een prijs van 33.500 euro. Het geld stond omstreeks 14:00 uur op zijn rekening. Hij had contact met de man op twee verschillende telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] (het telefoonnummer van verdachte34). [naam] en de man spraken af dat ze elkaar rond 15:40 uur zouden treffen in een café in Middenbeemster. De man noemde zichzelf [naam] . Toen [naam] bij het café aan kwam zag hij een man die hij als volgt kan omschrijven:
* Leeftijd: 35-40
* huidskleur: blank
* Haardracht: kort blond haar
* taal: normaal Nederlands
* lengte: ongeveer 175 cm
* kleding: spijkerbroek licht gekleurd shirt
* postuur: normaal, niet dik en ook niet te mager.
De man zei tegen [naam] dat hij met de auto was gekomen maar dat hij deze uit het zicht had gezet omdat hij straks met een duur horloge moest gaan rijden. [naam] verklaarde dat de persoon die het horloge ophaalde een andere man was dan de persoon waarmee hij de koop telefonisch had gesloten en dat de koper ook had gezegd dat hij iemand zou sturen.35

Uit de historische mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte36 blijkt dat deze telefoon op 4 augustus 2020 om 15.40 uur in de directe omgeving van de locatie was in Middenbeemster waar het horloge bij [naam] is afgehaald.37 Verder blijkt uit de historische gegevens van dit telefoonnummer dat de gebruiker op 4 augustus 2020 contact heeft gehad met drie personen die een exclusief horloge verkochten op die dag, te weten om 15:40 uur met [naam] , om 17:15 uur met [naam] en om 20:30 uur met [naam] .38

Uit onderzoek van de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer] , met welk nummer [naam] eveneens contact heeft gehad over de verkoop van het horloge, blijkt dat dit telefoonnummer uitsluitend op 4 augustus 2020 werd gebruikt en dat op die dag werd gebeld naar [telefoonnummer] , in gebruik bij aangever [benadeelde partij 7] , en naar de verkopers van exclusieve horloges te weten:

- [telefoonnummer] , op naam van [naam] (om 13:49, 17:07 en 17:17 uur)

- [telefoonnummer] , op naam van [naam] (om 18:28 en 18:40 uur)

- [telefoonnummer] , in gebruik bij [naam] (om 17:19 uur).39

[naam]

Op 4 augustus 2020 heeft [naam] door middel van telefonisch contact en WhatsApp-verkeer haar dameshorloge, Rolex Datejust voor 7.250 euro verkocht. De koper gebruikte telefoonnummer [telefoonnummer] . De overdracht van het horloge zou plaatsvinden op dinsdag 4 augustus 2020 omstreeks 17.00 uur bij hotel Jan Tabak te Bussum. Voorafgaand is de koopprijs op de rekening van [naam] gestort. Het geld was afkomstig van [bankrekeningnummer] ten name van [benadeelde partij 7] met als omschrijving: Datejust [benadeelde partij 7] . Toen de koper er om 17:15 uur nog niet was, heeft [naam] geprobeerd hem te bellen op nummer [telefoonnummer] , maar zij werd weggedrukt. Meteen daarna werd [naam] teruggebeld vanaf telefoonnummer [telefoonnummer] .

Om 17.27 uur arriveerde een persoon, die aan [naam] bevestigde dat hij [naam] was. [naam] overhandigde hem het horloge, waarna hij alles checkte en weer weg ging. De persoon die aangaf [naam] te zijn had het volgende signalement:

Lengte: tussen de 1.65 en 1.70 meter
Uiterlijk: Nederlands, geen accent
Leeftijd: tussen 40 en 50 jaar
Haar: blond, kort en stekelig (opgeschoren)
Ogen: lichtblauw
Kleding: jeans short (Korte broek) en jeans jack en wit T-shirt.40

Het telefoonnummer + [telefoonnummer] staat onder de naam “ [naam] ” in de contactenlijst van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] .41

Uit de historische mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte 42 blijkt dat deze telefoon op 4 augustus 2020 om 17.15 uur in de directe omgeving van de locatie was in Bussum waar het horloge bij [naam] is afgehaald.43 Verder blijkt uit onderzoek van de historische gegevens van dit telefoonnummer dat de gebruiker daarvan op 4 augustus 2020 contact heeft gehad met drie personen die op die dag een exclusief horloge hebben verkocht, te weten om 15:40 uur met [naam] , om 17:15 uur met [naam] en om 20:30 uur met [naam] .44

[naam]

Op 4 augustus 2020 is 32.500 euro overgemaakt naar de bankrekening van [naam] . [naam] heeft een horloge, merk Audemars Piquet, serienummer [serienummer] verkocht via Marktplaats voor een prijs van 32.500 euro. [naam] werd gebeld door een man die gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Afgesproken werd dat de overdracht zou plaatsvinden bij het bedrijf van [naam] in Nijkerk. Op de afgesproken tijd, 18.30 uur kwam er een man het horloge ophalen. Dit was volgens [naam] niet dezelfde man als de man die hij aan de telefoon had gehad. [naam] kan de man die bij hem langs kwam als volgt omschrijven:
* Blanke man met Nederlandse nationaliteit.
* 40-45 jaar oud.
* Afgeleefd gezicht
* grote ogen.
* Kort donkerblond haar met bovenop vrij lange stekels van zo’n 5 cm.
* Lengte: 170- 175 cm
* T-shirt
* blauwe spijkerbroek
* zwarte sportschoenen.
* slank postuur
* ongeveer 70 kilo45

Het telefoonnummer +31612596216 staat onder de naam “ [naam] ” in de contactenlijst van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] .46

Uit de historische mastgegevens van het telefoonnummer 06-12858443 van verdachte47, blijkt dat deze telefoon op 4 augustus 2020 om 18.30 uur in de directe omgeving van de locatie was in Nijkerk waar het horloge bij [naam] is afgehaald.48Verdachte is enkele uren na de aankoop van het horloge aangehouden door de politie.49 Hij was toen in het bezit van het door [naam] verkochte horloge.50

Uit onderzoek van de historische gegevens van het telefoonnummer 06-22340414 blijkt dat dit telefoonnummer uitsluitend op 4 augustus 2020 werd gebruikt en dat daarmee op die dag werd gebeld naar [telefoonnummer] , in gebruik bij aangever [benadeelde partij 7] en naar de verkopers van exclusieve horloges, te weten:

- 31642714230, in gebruik bij [naam] (om 17:19 uur),

- 31653123557, op naam van [naam] (om 13:49, 17:07 en 17:17 uur),

- 31642051011, op naam van [naam] (om 18:28 en 18:40 uur).51

[naam]

Op 4 augustus 2020 is een bedrag van 10.500 euro overgemaakt naar de bankrekening van [naam] . [naam] heeft een horloge, merk Rolex, type Submariner, serienummer [serienummer] verkocht via internet. [naam] verklaarde dat hij was gebeld door een man die hem vertelde dat hij een horloge handelaar was die het horloge wilde aankopen voor een klant in Zwitserland. Deze man maakte gebruik van het telefoonnummer: [telefoonnummer] . Op

4 augustus 2020 om 20.30 uur kwam er een man naar zijn huis in Assen om het horloge op te halen. De man noemde zichzelf [naam] . Zoals afgesproken toonde de man een identiteitsbewijs. [naam] zag dat de naam op het identiteitsbewijs overeen kwam met de naam waarvan hij de betaling had ontvangen en dat de man op de foto op het identiteitsbewijs dezelfde man was als de man die voor hem stond. [naam] heeft een foto van het identiteitsbewijs gemaakt. [naam] gaf het volgende signalement van de man:

* ongeveer 1,75 meter
* Hij had blond haar
* blanke huidskleur
* sprak vloeiend Nederlands
* droeg een korte broek met een licht shirt
* normaal postuur
* hij rookte.52

Het telefoonnummer + [telefoonnummer] staat onder de naam “ [naam] ” in de contactenlijst van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] . De gebruiker van telefoonnummer + [telefoonnummer] heeft op 4 augustus 2020 ingebeld met [naam] over de aankoop van een Audemars Piquet.53

Uit de historische mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer] van verdachte54, blijkt dat deze telefoon op 4 augustus 2020 om 20.30 uur in de directe omgeving van de locatie was in Assen waar een horloge is afgehaald.55 Uit onderzoek van de historische gegevens van dit telefoonnummer blijkt dat de gebruiker daarvan op 4 augustus 2020 contact heeft gehad met drie personen die op die dag een exclusief horloge hebben verkocht, te weten om 15:40 uur met [naam] , om 17:15 uur met [naam] en om 20:30 uur met [naam] .56

Door de politie is vastgesteld dat de persoon die het horloge bij [naam] heeft opgehaald en een vervalst identiteitsbewijs met zijn foto, maar de naam van [naam] , heeft getoond verdachte is. Verdachte is enkele uren na de aankoop van het horloge aangehouden door de politie.57 Hij was toen in het bezit van het horloge van [naam] .58

Uit onderzoek van de historische gegevens van telefoonnummer [telefoonnummer] blijkt dat dit met dit telefoonnummer uitsluitend op 4 augustus 2020 werd gebruikt en dat op die dag werd gebeld naar

- [telefoonnummer] , in gebruik bij aangever [benadeelde partij 7] en naar de verkopers van exclusieve horloges, te weten:
- [telefoonnummer] , op naam van [naam] , (om 18:28 en 18:40 uur).59

[naam]

Op 4 augustus 2020 is er tweemaal 27.500 euro overgemaakt naar een bankrekening die op naam stond van [naam] . [naam] verklaarde dat een opkoper contact had genomen voor de aankoop van twee horloges, een Rolex Explore II, serienummer onbekend en een Audemars Piguet, Royal Oak Offshore, serienummer [serienummer] . De opkoper maakte gebruik van het telefoonnummer: [telefoonnummer] . [naam] sprak met de opkoper af bij “De Kolk”. De opkoper had tegen [naam] gezegd dat hij iemand zou sturen om het horloge op te halen. De horloges werden op 4 augustus 2020 rond 21.30 uur opgehaald door een man en een vrouw in een blauwe BMW.60

Het telefoonnummer + [telefoonnummer] staat onder de naam “ [naam] ” in de contactenlijst van de telefoon van medeverdachte [medeverdachte] . De gebruiker van telefoonnummer + [telefoonnummer] heeft via WhatsApp contact opgenomen met [naam] en haar man over de aankoop van twee horloges. Deze horloges zijn opgehaald door medeverdachte [medeverdachte] .61

De iPhone [serienummer] van medeverdachte [medeverdachte] straalde op 4 augustus 2020 om 21:42 uur aan op [straatnaam] in Amersfoort. Dit is op dezelfde datum en rond hetzelfde tijdstip dat het horloge is opgehaald op het parkeerterrein bij de Kolk in Amersfoort. [straatnaam] is in de nabijheid van het adres waar de horloges door [naam] zijn afgegeven aan de man en de vrouw in een blauwe BMW.62

Feit 7

Op 17 juli 2020 is door [naam] namens [benadeelde partij 8] aangifte gedaan ter zake vermoedelijke overtreding van witwassen. De ING heeft het afgelopen kwartaal meerdere fraudemeldingen ontvangen van klanten die slachtoffer zijn geworden van ‘Spoofing’ en waarbij gelden door slachtoffers zijn overgeschreven naar rekeningen van diverse ondernemingen waar luxegoederen worden verkocht. Een aantal van deze fraudedossiers bevat mogelijk daderindicatie.

Fraudedossier FOO20200630-0342

Benadeelde:
ABN AMRO-klant, [benadeelde partij 1]
IBAN: [bankrekeningnummer]

Begunstigden:
[naam]
h/o [bedrijfsnaam]
[adres]
[plaats]

En
[benadeelde partij 2]
h/o [bedrijfsnaam]
[adres]
[plaats]

Uit de door [bedrijfsnaam] toegestuurde stukken blijkt dat de bestellingen zijn geplaatst door een bedrijf genaamd ‘ [bedrijfsnaam] ” door een persoon genaamd [verdachte] . Het door de koper gebruikte emailadres is [mailadres] . Uit open bronnen blijkt dat een bedrijf met bedrijfsnaam “ [bedrijfsnaam] ” staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel op het adres [adres] , te [plaats] . Op dit adres is bij ING als klant bekend [verdachte] met bankrekeningnr. IBAN [bankrekeningnummer] .
Op basis van een screenshot van de veiliggestelde camerabeelden en een pasfoto van het ID-bewijs van [verdachte] , sluit ING niet uit dat meneer [verdachte] zelf verantwoordelijk is geweest voor het ophalen van de bestelling bij [bedrijfsnaam] .

[bedrijfsnaam] heeft horloge afgeleverd op [adres] , te Arnhem. Op dit adres is bij ING de volgende (ex-)klant bekend mw. [naam] met bankrekeningnr.
[bankrekeningnummer]

Fraudedossier F0020200701-0086
Benadeelde:
Rabobank-klant [naam] eo [naam]

Begunstigde:
[naam]
h/o [bedrijfsnaam]
[adres]
[plaats]

Verklaring [naam] . h/o [bedrijfsnaam]
De koper van zes iPhones handelde onder de naam " [naam] ”. Uit de aangeleverde screenshots blijkt dat de bestelling op 29 juni 2020 tussen 14:07 en 14:15 uur is
opgehaald door waarschijnlijk dezelfde man als die te zien is op de camerabeelden van [bedrijfsnaam] .

Fraudedossier F0020200701

Benadeelde:
IBAN: [bankrekeningnummer]
Hr [benadeelde partij 5] en/of [benadeelde partij 5]

begunstigde [naam] , Utrecht
(bedrag 13.650,40, d.d. 1/7/20)
Meneer [naam] vertelde ING dat hij een bestelling van meerdere MacBooks Pro heeft gekregen van een klant genaamd [verdachte] . De man die de bestelling is komen ophalen en die zich legitimeerde als zijnde [verdachte] , vertelde aan meneer [naam] dat de bestelling voor zijn vader was. Meneer [verdachte] heeft de bestelling op 1 juli 2020 omstreeks 16:55 uur opgehaald in de winkel aan de Biltstraat 67 in Utrecht.

Fraudedossier F0020200715-0341

Benadeelde:
IBAN: [bankrekeningnummer]
Mw [benadeelde partij 6]
[adres]
[plaats]

Begunstigde:
IBAN: [bankrekeningnummer]
[bedrijfsnaam]
En
IBAN: [bankrekeningnummer]
[bedrijfsnaam]
[adres]
[plaats]

Bewijsoverwegingen

Gelet op bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte betrokken is geweest bij de oplichting van aangevers [benadeelde partij 1] , [benadeelde partij 2] , [benadeelde partij 3] , [benadeelde partij 5] , [benadeelde partij 6] en [benadeelde partij 7] en het witwassen van de door de oplichting verkregen geldbedragen door de aanschaf van luxe goederen.

De verklaring van verdachte dat hij niet wist dat de goederen waren betaald met geld afkomstig van oplichting, acht de rechtbank ongeloofwaardig. Verdachte werd van tevoren ingelicht dat hij goederen op moest halen. Hij liet zich door de mededaders rondrijden en heeft op verschillende adressen dure horloges, iPhones en computerhardware opgehaald. Uit de historische gegevens van de telefoon van verdachte blijkt dat telefoon van verdachte op

4 augustus 2020 en rond de tijd dat de dure goederen zijn opgehaald steeds in de buurt is geweest. Ook is er met de telefoon van verdachte met drie verkopers van horloges gebeld op de dag dat deze werden opgehaald. Bij het in ontvangst nemen van de goederen heeft verdachte niet altijd gebruik gemaakt van zijn eigen naam, maar zich gelegitimeerd als [verdachte] (tegenover [naam] ) of uitgegeven voor [verdachte] (tegenover [naam] ), [verdachte] (tegenover [naam] ) of [verdachte] (bij [bedrijfsnaam] ), welke naam ook is gebruikt bij @. Uit deze feiten en omstandigheden blijkt dat verdachte in ieder geval willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij meewerkte aan een vermogensdelict als oplichting en aldus opzet daarop heeft gehad.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat verdachte pas na voltooiing van de oplichting een voorwerp heeft opgehaald. De wederrechtelijke bevoordeling was pas voltooid met het in ontvangst nemen van de goederen. Verdachte heeft er dan ook actief aan bijgedragen om het geld uit de beschikkingsmacht van de aangevers te krijgen.

Verdachte heeft erkend dat hij meerdere keren goederen heeft opgehaald. Hiermee heeft verdachte van het plegen van witwassen een gewoonte gemaakt, door de van misdrijven afkomstige geldbedragen om te zetten in luxe goederen, terwijl hij wist dat deze geldbedragen van misdrijf afkomstig waren.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen. Het accent ligt daarbij op de samenwerking en minder op de vraag wie welke feitelijke handelingen heeft verricht. De intellectuele en/of materiële bijdrage van de verdachte aan het delict moet van voldoende gewicht zijn. (Vgl. Hoge Raad 2 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3474)

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de rol van de verdachte bij de tenlastegelegde feiten af dat deze wijze van oplichting een planmatige aanpak, intensieve samenwerking en duidelijke afstemming tussen de daarbij betrokken personen vergt. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat verdachte heeft deelgenomen aan dit samenwerkingsverband en daarin zijn eigen taak had, die cruciaal was voor het voltooien van de oplichting. Onder andere de korte tijd tussen het overmaken van het geld en het afhalen van de goederen wijst erop dat verdachte in nauw contact met zijn mededaders stond en nauw met hen samenwerkte om het oplichtingstraject succesvol uit te voeren. Er was derhalve sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

De handelingen van verdachte waren voorts van voldoende gewicht. Om het voordeel zeker te stellen was noodzakelijk dat verdachte, in nauwe overleg met zijn mededaders precies op het juiste moment de goederen in ontvangst nam, waarbij hij zich bovendien een aantal keren bediende van een valse identiteit. Verdachte heeft zich meerdere keren bediend van de naam van de rekeninghouder van wiens rekening de koopprijs afkomstig was, teneinde argwaan bij de verkopers te voorkomen. De handelingen van verdachte vormden daarbij een noodzakelijke en wezenlijke schakel voor het bereiken van het einddoel van de oplichting en het witwassen van de opbrengsten.

Anders dan de officier van justitie en de raadsman komt de rechtbank ook tot bewijs van het onder 2. tenlastegelegde feit. Nu verdachte heeft meegedaan aan het samenwerkingsverband en daarin zijn eigen taak had, acht de rechtbank dit feit ook wettig en overtuigend te bewijzen. De rechtbank komt tot hetzelfde oordeel ten aanzien van alle gedachtestreepjes van het onder 7. tenlastegelegde witwassen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de feiten 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1

hij op 29 juni 2020, te Kimswerd, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

- [benadeelde partij 1] heeft bewogen tot de afgifte van een groot geldbedrag van in totaal 46.597,- euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk

-zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telefonisch

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van de ABN/Amro bank,

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 1] – zakelijk weergegeven- gewezen op een door de ABN-Amro gestuurd SMS-bericht van ABN Amro fraudehelpdesk welke was voorzien van het niet-bestaande nummer [nummer] en gevraagd of die [benadeelde partij 1] 2.400 euro naar Polen had overgemaakt en die [benadeelde partij 1] meegedeeld dat criminelen nog steeds probeerden geld van zijn bankrekening over te boeken naar een andere bankrekening en

- die [benadeelde partij 1] verzocht al zijn geld over te boeken naar een kluisrekening en

- die [benadeelde partij 1] medegedeeld dat dit geld één dag op deze kluisrekening moest blijven staan en dat het geld de volgende dag weer zou worden teruggeboekt naar zijn rekening, zodat zijn geld veilig stond en

- vervolgens de rekeningnummers en namen gedicteerd aan die [benadeelde partij 1] , waardoor die [benadeelde partij 1] telkens werd bewogen tot bovengenoemd afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 1] geldbedragen overgeboekt naar onder meer de volgende bankrekeningen:

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] , BIC: RABONL2U, Naam:

[bedrijfsnaam] , Transactiedatum 29 juni 2020. Bedrag 1,00 euro en

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking. IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: INGBNL2A.

Naam: [bedrijfsnaam] . Omschrijving: 2020030-ROLEXHULK. Transactiedatum 29

juni 2020. Bedrag 14.000,00 euro en

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: RABONL2U. Naam:

[bedrijfsnaam] . Omschrijving: 20200436/855. Transactiedatum 29 juni 2020.

Bedrag 7.396,00 euro en

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking IBAN: [bankrekeningnummer] BIC: INGBNL2A.

Naam: [bedrijfsnaam] Omschrijving: 0097 Transactiedatum 29 juni 2020 Bedrag

6.700,00 euro en

- [bedrijfsnaam] SEPA Overboeking. IBAN: [bankrekeningnummer] . BIC: RABONL2U.

Naam: [bedrijfsnaam] Omschrijving: 326933 Transactiedatum 29 juni 2020

Bedrag 18.000,00 euro en

- [verdachte] SEPA Overboeking !BAN: [bankrekeningnummer] BIC: ASNBNL21

Naam: [verdachte] Omschrijving: 1166 Transactiedatum 29 juni 2020

Bedrag 500,00 euro;

waardoor die [benadeelde partij 1] telkens werd bewogen tot bovengenoemd afgifte;

2

hij op 29 juni 2020, te Deventer, tezamen en in vereniging met anderen

meermalen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels,

[benadeelde partij 2] , althans webshop genaamd [bedrijfsnaam] heeft bewogen tot de afgifte van een horloge, van het merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer], ter waarde van 14.000 euro,

hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk- zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid

- die [benadeelde partij 2] , via de website [bedrijfsnaam] , benaderd met de naam [verdachte] en vervolgens gemaild met mailadres [mailadres] , en

- vervolgens die [benadeelde partij 2] medegedeeld hij een erfenis had gehad en van dat geld graag het horloge, merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer] , en welk horloge op de website van [bedrijfsnaam] stond, wilde kopen en

- daartoe het aankoopbedrag van 14.000 euro, laten overmaken naar de rekening ten name van [bedrijfsnaam] en

- aangegeven dat dat horloge bij zijn vader, dhr. [benadeelde partij 1] , wonende [adres] te [plaats] , moest worden afgeleverd, waarna die [benadeelde partij 2] naar voornoemd adres is gegaan, waarbij verdachtes mededader te weten [medeverdachte] zich voorstelde als te zijn [benadeelde partij 1] , vader van [verdachte] en/of een identiteitsbewijs heeft getoond aan die [benadeelde partij 2] , op naam van [benadeelde partij 1] ,

waardoor die [benadeelde partij 2] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 2] voornoemd horloge op voornoemd adres afgeleverd/afgegeven aan verdachtes mededader;

3.

hij op 29 juni 2020 te Hazerswoude-Rijndijk, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 3] heeft bewogen tot de afgifte van een groot geldbedrag van in totaal 14.768,70 euro, hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telefonisch

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van de Rabobank,

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 3] –zakelijk weergegeven- gewezen op eerder door de Rabobank gestuurde SMS-berichten en die [benadeelde partij 3] meegedeeld dat haar geld veilig gesteld moest worden omdat iemand probeerde om het geld over te maken naar de Oekraïne en dat het geld overgemaakt kon worden naar drie kluizen en dat haar geld over drie

dagen weer teruggestort zou worden op haar rekening en

- die [benadeelde partij 3] verzocht achter de computer te gaan zitten en in te loggen en

- vervolgens de rekeningnummers en namen gedicteerd aan die [benadeelde partij 3] , waardoor die [benadeelde partij 3] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 3] geldbedragen overgeboekt naar de bankrekeningen:

- Stichting Mollie Payments [bankrekeningnummer] , 7.247 euro Code: [nummer] en

- [bedrijfsnaam] [bankrekeningnummer] , 7.138 euro persoonlijke code: [nummer] en

- [naam] [bankrekeningnummer] , 383,70 euro Code: [nummer] en

na elke overboeking een sms ontving met de tekst: “Geachte [naam] . Uw geld is ontvangen op onze kluisrekening”;

4

hij op 1 juli 2020 te Oss, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van in totaal 13.650,40 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telefonisch

- zich voorgedaan als een medewerker van de ING en

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 5] –zakelijk weergegeven- er op gewezen dat er personen bezig waren om geld van zijn rekening af te halen en er fraude mee werd gepleegd en dat door zijn geld op een kluisrekening te zetten van de ING het geld veilig zou zijn en later zou worden teruggestort op zijn rekening en

- die [benadeelde partij 5] geïnstrueerd om de software Teamviewer op zijn PC te laten installeren,

waarna de besturing van de PC werd overgenomen en er een bedrag van

- 13.650,40 euro werd overgeboekt naar het bankrekening nummer [bankrekeningnummer] , omschrijving [bedrijfsnaam] , waardoor die [benadeelde partij 5] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte;

5

hij op 15 juli 2020 te ‘s-Gravenhage, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van in totaal 19.401,19 euro, hebbende verdachte en verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telefonisch

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van de Fraudehelpdesk van de ING en

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 6] –zakelijk weergegeven- er op gewezen dat de helpdesk een poging van fraude had gezien op haar bankrekening en dat er die dag omstreeks 11:00 uur door derden gepoogd was 1.000 euro van haar bankrekening af te schrijven en dat de bank dit had kunnen stoppen en de man haar belde om haar te informeren en

- die [benadeelde partij 6] medegedeeld/verzocht haar geld tijdelijk veilig te stellen in een ING kluisrekening en dat het geld later zou worden teruggestort en

- die [benadeelde partij 6] vervolgens, om aan te tonen dat ze met een medewerker van de ING contact had, diverse sms'jes gestuurd die afkomstig waren van de Fraudehelpdesk ING te Amsterdam van het nummer [telefoonnummer] met onder meer de tekst –zakelijk weergegeven- dat zij op dat moment telefonisch in gesprek was met dhr. [verdachte] , adviseur van de ING bank en alle stappen met de adviseur moest door nemen en

- die [benadeelde partij 6] verzocht in te loggen op haar Internetbankieren en het spaargeld over te maken naar haar betaalrekening, te weten in totaal een bedrag van 19.401,19 euro en vervolgens via SMS- berichten instructies gegeven hoe het geld moest worden overgeboekt,

- die [benadeelde partij 6] een SMS-bericht gestuurd dat voor haar een afspraak was gemaakt op het ING kantoor [adres] in [plaats] op 15 juli te 13:30 uur, waardoor die [benadeelde partij 6] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte, immers heeft die [benadeelde partij 6] geldbedragen overgeboekt, te weten:

- 14.200 euro naar [bedrijfsnaam] , naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] en/of

- 4.299 euro naar [bedrijfsnaam] , naar rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;

6

hij op 4 augustus 2020 te Veldhoven, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door listige kunstgrepen en door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde partij 7] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een groot geldbedrag van in totaal 163.981 euro, hebbende verdachte en/of verdachtes mededaders met vorenomschreven oogmerk -zakelijk weergegeven- valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid telefonisch

- zich voorgedaan als dhr. [verdachte] , zijnde een medewerker van de Rabobank, fraudedesk uit Amsterdam en

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat er een ongebruikelijke transactie had plaatsgevonden en dat er nog meer transacties zouden plaatsvinden en dat hij een en ander op het spoor was en uit kwam op een adres in Polen en

- dat die [benadeelde partij 7] geld kwijt zou kunnen raken en

- die [benadeelde partij 7] geadviseerd om zijn geld naar meerdere andere veilige banknummers over te maken en

- die [benadeelde partij 7] SMS berichten met instructies gestuurd en die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat hij de SMSjes goed moest bewaren omdat in die SMSjes een code stond die die [benadeelde partij 7] later nodig zou hebben bij de bank en

- zich vervolgens voorgedaan als een medewerker van de ING-bank en

- in die hoedanigheid die [benadeelde partij 7] medegedeeld dat hij contact had gehad met de medewerker van de Rabobank en adviseerde om ook geld over te maken naar een andere veilige rekening bij de ING, waardoor die [benadeelde partij 7] werd bewogen tot bovengenoemde afgifte,

immers heeft die [benadeelde partij 7] geldbedragen overgeboekt naar onder meer de bankrekeningen:

- 9.000 euro overgemaakt naar [naam] . reknr. [bankrekeningnummer] :

omschrijving code submariner [benadeelde partij 7] . vanaf rekeningnummer: [bankrekeningnummer] en

- 33.500 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] : omschrijving code [nummer] [benadeelde partij 7] . vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en

- 7.250 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] : omschrijving code Datejust [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en

- 5.746 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en

- 32.500 euro naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer bouwdepot en

- 10.500 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] , vanaf rekeningnummer bouwdepot en

- 27750 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] , vanaf rekeningnummer bouwdepot en

- 27.750 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code AP [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en

- 4.995 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] en

- 4.990 euro, naar [naam] , reknr. [bankrekeningnummer] , omschrijving code [nummer] [benadeelde partij 7] , vanaf rekeningnummer [bankrekeningnummer] ;

7

hij op meer tijdstippen in de periode van 29 juni 2020 tot en met 4 augustus 2020, onder meer te Deventer en te Duiven en te Nijmegen en te Utrecht en te Enschede en te Assen en te Bussum en te Weesp en in de gemeente Middenbeemster , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers hebben verdachte en/of zijn medeverdachten in genoemde periode telkens geldbedragen te weten in totaal 258.398,29 euro verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans telkens van die geldbedragen gebruik gemaakt door de aanschaf van luxe goederen, te weten onder meer op

- 29 juni 2020, te Deventer, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] SEPA, een horloge van het merk Rolex, type Submariner Date "Hulk" [serienummer], ter waarde van 14.000 euro en

- 29 juni 2020, te Duiven, in de gemeente Duiven, bij het ICTbedrijf [bedrijfsnaam] , 4 Microsoft Surface tablet/laptops, 2 Microsoft Surface Books 2, 15 inch, ter waarde van 2549 euro per stuk en een Surface Pro 6, met een Intel Core i7 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, ter waarde van 1299 euro en een Surface Pro 6, met een Intel Core i5 en 256 GB SSD en 8Gb RAM, ter waarde van 999 euro en

- 29 juni 2020 te Deventer, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , computers ter waarde van in totaal 6.700 euro en

- 29 juni 2020, te Nijmegen, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , 6 Iphones, ter waarde van in totaal 7.138 euro en

- 1 juli 2020, te Utrecht, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , 7 Macbooks, ter waarde van in totaal 13.560,40 euro en

- 15 juli 2020, te Enschede, bij het bedrijf [bedrijfsnaam] , 16 Iphones en één Ipad, ter waarde van in totaal 14.200 euro en

- 4 augustus 2020, te Assen, van [naam] , een horloge, merk Rolex, type Submariner, serienummer [serienummer] , ter waarde van 10.500 euro en

- 4 augustus 2020, te of bij Bussum, van [naam] , een dameshorloge, merk Rolex Datejust, ter waarde van 7.250 euro en

- 4 augustus 2020, te Weesp, bij [naam] , een horloge, merk Rolex, type Submariner, ter waarde van 9.000 euro en

- 4 augustus 2020, te Nijkerk, bij [naam] , een horloge, merk Audemars Piquet, serienummer Kl9082, ter waarde van 32.500 euro en

- 4 augustus 2020, te Middenbeemster, bij [naam] , een horloge van het merk Patek Philippe, ter waarde van 33.500 euro, terwijl hij en zijn mededaders wisten, althans redelijkerwijs hadden moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

2. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

3. Medeplegen van oplichting.

4. Medeplegen van oplichting.

5. Medeplegen van oplichting.

6. Medeplegen van oplichting.

7. Medeplegen van een gewoonte maken van het plegen van witwassen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de feiten 1., 3., 4., 5., 6. en 7. wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 336 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het innemen van medicijnen. Verder heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van een taakstraf voor de duur van 200 uren, subsidiair 100 dagen hechtenis.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd waarbij het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de duur van het voorarrest, indien de rechtbank tot strafoplegging komt. Verdachte terug de gevangenis in sturen zou betekenen dat hij daarna weer opnieuw zou moeten beginnen met therapieën en (schuld)hulpverleners. Verder heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van samenloop. De raadsman heeft opnieuw verzocht de voorlopige hechtenis op te heffen dan wel deze te schorsen onder algemene voorwaarden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, de rapportage van de reclassering en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in de maanden juni, juli en augustus 2020 meerdere malen schuldig gemaakt aan het medeplegen van oplichting en het medeplegen van witwassen.

Door middel van ‘spoofing’ zijn de slachtoffers bewogen om grote geldbedrag over te maken naar een zogenaamde “kluisrekeningen”. In werkelijkheid maakten de slachtoffers het geld over naar bonafide bedrijven of handelaren in dure horloges en computerhardware. Verdachte was een belangrijke en onmisbare schakel in het op grote schaal oplichten van de slachtoffers door het ophalen van deze dure goederen bij de bedrijven en handelaren. Uit de aangiftes en vorderingen tot schadevergoeding, blijkt dat de slachtoffers, veelal oudere mensen met deels een broze gezondheid, erg zijn aangedaan. Hun vertrouwen in de medemens is sterk aangetast. Daarnaast hebben zij financiële schade geleden.

Verdachte zijn aandeel in de oplichting is, anders dan is aangevoerd, naar het oordeel van de rechtbank allerminst gering geweest. Hoewel het niet aannemelijk is dat verdachte de persoon is geweest die de slachtoffers heeft opgebeld of die de dure goederen heeft besteld, was zijn taak echter cruciaal voor het voltooien van de oplichting die moest leiden tot het verkrijgen van de bestelde goederen. Hij was daarmee een onmisbare en belangrijke schakel in het op grote schaal benadelen van de slachtoffers. Verdachte heeft kennelijk enkel alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin om in zijn verslaving en schulden te voorzien en zich totaal niet bekommerd om de slachtoffers.

De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een vermogensdelict.

De reclassering meldt in haar rapport van 14 mei 2021 dat de verslavings- en schuldenproblematiek van verdachte een rol hebben gespeeld bij de gepleegde feiten. Verdachte begaf zich destijds in het drugscircuit, en heeft schulden opgebouwd bij zijn cocaïnedealer. Sinds 18 januari 2021 is verdachte klinisch opgenomen in de Piet Roordakliniek te Zutphen om te werken aan zijn verslavings- en persoonlijkheidsproblematiek. Middels verdiepingsdiagnostiek is vastgesteld dat er bij verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van cocaïne en GHB en een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken. Verdachte heeft de afgelopen maanden stappen gezet om zijn leven te stabiliseren. De reclassering adviseert oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, (voortzetting van) opname in een zorginstelling met aansluitend een ambulante behandeling, meewerken aan schuldhulpverlening, een drugsverbod en begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het is voor de motivatie van verdachte van belang dat hij na de klinische opname een stabiele woonsituatie heeft om te kunnen werken aan het opbouwen van een stabiel, middelen- en delictvrij leven. Het reclasseringstoezicht is nodig om toe te zien op de voortgang van de behandeling en de bijzondere voorwaarden en te fungeren als ‘stok achter de deur’. Verder heeft de reclassering aangegeven van mening te zijn dat een fors voorwaardelijk deel er aan zou kunnen bijdragen dat verdachte minder snel in de verleiding komt om terug te vallen in delictgedrag. Verdachte heeft ter zitting aangegeven in te stemmen met de geadviseerde bijzondere voorwaarden.

De ernst van de door verdachte gepleegde feiten rechtvaardigt zonder meer een gevangenisstraf van een aanzienlijk langere duur dan tot op heden in voorarrest is doorgebracht. Met de officier van justitie en de raadsman, is de rechtbank evenwel van oordeel dat vermindering van het recidiverisico door middel van voortzetting van de al aangevangen behandeling van verdachte thans prevaleert.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 332 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Het onvoorwaardelijk deel van de straf is hierbij gelijk aan het voorarrest van verdachte, zodat verdachte zijn ingezette behandeling kan voortzetten. Daarnaast zal de rechtbank de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden opleggen, met uitzondering van het innemen van medicatie, nu verdachte heeft aangegeven geen medicatie te gebruiken.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van een taakstraf van 100 uren passend en geboden. De rechtbank heeft daarbij gelet op de duur van de behandeling van verdachte en zijn belastbaarheid.

Benadeelde partijen

De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:

1. [benadeelde partij 1] , tot een bedrag van € 28.579,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Ter zitting van 1 juni 2021 heeft de benadeelde partij zijn vordering ingetrokken, nu de benadeelde partij door de ABN AMRO bank schadeloos is gesteld;

2. [benadeelde partij 3] , tot een bedrag van € 0,00 ter vergoeding van materiële schade en vergoeding van immateriële schade, waarbij door de benadeelde partij geen bedrag is aangegeven, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

3. [benadeelde partij 8] , tot een bedrag van € 34.371,10 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
4. [benadeelde partij 5] , tot een bedrag van € 13.650,40, ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

5. [benadeelde partij 6] , tot een bedrag van 18.499,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;

6. [benadeelde partij 7] , tot een bedrag van € 12.237,00 ter vergoeding van materiële schade en een bedrag van € 10.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen op het volgende standpunt gesteld:

1. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] wordt niet gehandhaafd en leent zich dus niet voor toewijzing;

2. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] moet niet-ontvankelijk worden verklaard, nu het schadebedrag door de bank is teruggeboekt;

3. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] kan geheel hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel op grond van het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van

5 december 2019 (ECLI:NL:RBROT:2019:9520).

4. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] moet niet-ontvankelijk worden verklaard, nu het schadebedrag door de bank is teruggeboekt;

5. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] moet niet-ontvankelijk worden verklaard, nu het schadebedrag door de bank is teruggeboekt;

6. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] moet ten aanzien van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard, nu er onvoldoende rechtstreeks verband is het bewezen verklaarde. De gevorderde immateriële schade is te hoog. Een bedrag van € 1.000 is redelijk en kan hoofdelijk worden toegewezen.

Standpunt van de verdediging

In de algemeenheid heeft de raadsman opgemerkt dat indien welke vordering dan ook wordt toegewezen dit ‘economisch levenslang’ betekent voor verdachte. Hij zal deze betalingen nooit kunnen verrichten.

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen op het volgende standpunt gesteld:

1. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is kennelijk ingetrokken, daarmee vervalt deze vordering;

2. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair nu de vordering niet is onderbouwd en kennelijk (een deel van) de schade reeds is vergoed;

3. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair nu het de keuze van de ING is geweest om de schade te vergoeden. Er is geen strafbaar feit jegens de ING gepleegd, de schade van de ING is geen rechtstreekse schade en causaal verband tussen feit en schade ontbreekt;

4. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair nu de vordering niet is onderbouwd en kennelijk (een deel van) de schade reeds is vergoed. Daar komt nog bij dat [benadeelde partij 5] in de tussentijd is overleden. De vordering lijkt te zijn ingediend door een familielid en het is niet duidelijk of en op basis waarvan dit familielid gemachtigd is de vordering in te dienen dan wel te handhaven;

5. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Primair nu de benadeelde partij heeft gesteld schadeloos te zijn gesteld en de vordering niet te handhaven. Subsidiar gezien het betoog dat strekt tot vrijspraak en meer subsidiair nu de vordering niet is onderbouwd en kennelijk (een deel van) de schade reeds is vergoed;

6. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] dient niet-ontvankelijk worden verklaard. Primair gelet op de bepleite vrijspraak en subsidiair nu deze vordering niet (voldoende) is onderbouwd, kennelijk (een deel van) de schade reeds is vergoed en de gevorderde schade ter zake het chalet geen enkele causale relatie met de strafbare feiten heeft.

Oordeel van de rechtbank

1. Nu de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is ingetrokken, zal de rechtbank hier geen beslissing op nemen;

2. De benadeelde partij [benadeelde partij 3] heeft de materiële schade reeds vergoed gekregen van haar bank. De benadeelde partij heeft daarnaast bij de immateriële schade een omschrijving gegeven, maar geen bedrag gevorderd. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is. De vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

3. De benadeelde partij [benadeelde partij 8] heeft de slachtoffers [benadeelde partij 5] en [benadeelde partij 6] schadeloos gesteld. De vordering van de [benadeelde partij 8] bestaat uit de schadevergoeding die zij hebben uitgekeerd aan de slachtoffers, vermeerderd met rente, en de onderzoekskosten.

De benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden indien tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade voldoende verband bestaat om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of zodanig verband bestaat, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend (Hoge Raad 28 mei 2019, NJ 2019/379). Het begrip ‘rechtstreekse schade’ in artikel 51f lid 1 Sv heeft dezelfde betekenis als in artikel 361 lid 2, onder b, Sv (Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:368).

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de vordering van ING Bank onvoldoende verband om te kunnen aannemen dat ING Bank door het handelen van veroordeelde rechtstreeks schade heeft geleden. ING Bank is zelf immers geen slachtoffer van de bewezenverklaarde oplichting en diefstal. De schade die ING Bank stelt te hebben geleden, betreft het geldbedrag dat zij uit coulance en zonder dat zij daartoe rechtens verplicht was, heeft uitgekeerd aan haar gedupeerde rekeninghouders. Een dergelijke vrijwillige uitkering heeft niet te gelden als rechtstreekse schade in de zin van artikel 51f lid 1 artikel 361 lid 2, onder b, Sv.

De rechtbank neemt daarbij in ogenschouw dat de wetgever zelfs de gesubrogeerde verzekeraar niet de mogelijkheid heeft willen bieden om zich als benadeelde partij te voegen in het strafproces (Tweede Kamer, vergaderjaar 2004–2005, 30 143, nr. 3 p. 15).

ING Bank kan daarom niet in haar vordering als benadeelde partij worden ontvangen.

De rechtbank zal de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

4. De benadeelde partij [benadeelde partij 5] heeft, zoals blijkt uit de vordering die [benadeelde partij 8] als benadeelde partij heeft ingediend, de materiële schade inmiddels vergoed gekregen door de ING. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is. De vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

5. De benadeelde [benadeelde partij 6] heeft aangegeven de gevorderde schade inmiddels vergoed gekregen door de ING. De rechtbank zal daarom bepalen dat de benadeelde partij in de vordering niet ontvankelijk is. De vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

6. De benadeelde partij [benadeelde partij 7] heeft € 12.237,00 materiële schade gevorderd, wegens annulering van de aankoop van een chalet. Naar het oordeel van de rechtbank is de door de benadeelde partij gestelde materiële schade geen rechtstreekse schade als gevolg van het onder feit 7. bewezen verklaarde. De benadeelde partij zal in dit deel van de vordering daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De vordering kan slechts bij de burgerlijk rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van € 10.000,00 immateriële schade gevorderd. Voor toewijzing van een vordering als deze is op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) noodzakelijk dat de benadeelde partij ‘op andere wijze in zijn persoon is aangetast’. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst, onzekerheid, schrik, machteloosheid vormen nog geen aantasting van de persoon als bedoeld in artikel 6:106 BW. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook afgewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 56, 57, 326, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1., 2., 3., 4., 5., 6. en 7. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 332 dagen.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat de veroordeelde zich binnen 5 dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij Reclassering Nederland, [straatnaam] (telefoonnummer [telefoonnummer]) en zich, gedurende de proeftijd, blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

2. dat de veroordeelde zich zal laten opnemen in de Piet Roordakliniek te Zutphen, althans een soortgelijke instelling, te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing. De opname duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg, begeleid wonen of maatschappelijke opvang gewenst vindt, werkt veroordeelde mee aan de indicatiestelling en plaatsing.

3. dat de veroordeelde, na het klinische traject, zich laat behandelen door een nader door de reclassering te bepalen instelling. De behandeling duurt zolang de reclassering dat, gedurende de proeftijd, nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

4. dat de veroordeelde, gedurende de proeftijd, meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen en/of Bewindvoering. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

5. dat de veroordeelde zich, gedurende de zal onthouden van het gebruik van drugs en ten behoeve van de naleving van dit verbod meewerkt aan bloedonderzoek of urineonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd.

6. dat de veroordeelde, gedurende de proeftijd, zal verblijven, wanneer geïndiceerd, in een instelling voor begeleid wonen of andere maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde zal zich houden aan het (dag-)programma dat deze instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

een taakstraf voor de duur van 100 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 50 dagen zal worden toegepast.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van 18/209340-20, feit 3.:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/209340-20, feit 4. en 5.:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 8] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/209340-20, feit 4.:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 5] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/209340-20, feit 5.:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 6] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Ten aanzien van 18/209340-20, feit 6.:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] ten aanzien van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 7] ten aanzien van de gevorderde immateriële schade af.

Bepaalt dat deze benadeelde partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en

mr. K.A. de Groot, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2021.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt en bevinden zich, tenzij anders aangegeven, in het proces-verbaal met nummer PL0100-2020174423 inzake verdachte [verdachte] (hierna PV 2), doorgenummerd van pagina 1 tot en met 422, gesloten op 16 maart 2021 en in het proces-verbaal met nummer PL0100-202017443 inzake verdachte [medeverdachte] (hierna PV 1), doorgenummerd van pagina 1 tot en met 520, gesloten op 2 april 2021.

2 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

3 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juli 2020, pagina’s 14 tot en met 17 (PV 2)

4 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 2 juli 2020, pagina’s 26 tot en met 29 (PV 1).

5 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 juli 2020, pagina 51 (PV 1)

6 Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 augustus 2020, pagina’s 495 en 496 (PV 1).

7 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2021, pagina 397. (PV 1)

8 Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 oktober 2020, pagina 508 (PV 1)

9 Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 4 augustus 2020, pagina’s 62 tot en met 64 (PV 1).

10 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 augustus 2020, pagina 75 (PV 1).

11 Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 oktober 2020, pagina 510 (PV 1).

12 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2020, pagina 26 (PV 2).

13 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 augustus 2020, pagina 29 (PV 2).

14 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 augustus 2020, pagina 39 (PV 2).

15 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 augustus 2020, pagina 44 (PV 2).

16 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 november 2020, pagina 47 (PV 2).

17 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 1 juli 2020, opgenomen op pagina’s 97 en 98 (PV 2).

18 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2020, opgenomen op pagina 100 (PV 2).

19 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 juli 2020, opgenomen op pagina 103 (PV 2).

20 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

21 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 september 2020, opgenomen op pagina’s 132 en 133 (PV 2).

22 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 maart 2021, opgenomen op pagina 138 (PV 2).

23 Een schriftelijke aangifte van de ING d.d. 17 juli 2020, opgenomen op pagina 93 (PV 2).

24 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2020, opgenomen op pagina 135 (PV 2).

25 Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 26 mei 2021, opgenomen op blad 6 van het aanvullend proces-verbaal met nummer PL0100-2020174423-83.

26 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 21 juli 2020, opgenomen op pagina’s 106 en 107 (PV 2).

27 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2020, opgenomen op pagina 131 (PV 2).

28 Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 26 mei 2021, opgenomen op blad 6 van het aanvullend proces-verbaal met nummer PL0100-2020174423-83.

29 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 6 augustus 2020, pagina’s 142 en 143 (PV 2).

30 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 augustus 2020, pagina’s 235 en 236 (PV 2).

31 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

32 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

33 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2020, pagina 397 (PV 1).

34 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

35 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2020, pagina 248 (PV 2).

36 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

37 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

38 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

39 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2020, pagina 317 en 318 (PV 1).

40 Een proces-verbaal van aangifte d.d. 13 augustus 2020, pagina’s 356 tot en met 359 (PV 1).

41 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2020, pagina 397 (PV 1).

42 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

43 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

44 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

45 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2020, opgenomen op pagina 243 en 244 (PV 2).

46 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2020, pagina 397 (PV 1).

47 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

48 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

49 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2020, pagina 275 en 276 (PV 2).

50 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2020, pagina 320 (PV 2).

51 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2020, pagina 317 (PV 1).

52 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2020, pagina 270 (PV 2).

53 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2020, pagina 397 (PV 1).

54 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 1 juni 2021.

55 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

56 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 september 2020, pagina 205 en 206 (PV 2).

57 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2020, pagina 275 en 276 (PV 2).

58 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2020, pagina 320 (PV 2).

59 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 september 2020, pagina 317 (PV 1).

60 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 augustus 2020, pagina’s 225 en 226 (PV 2).

61 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 april 2020, pagina 397 (PV 1).

62 Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 september 2020, pagina 257 (PV 1).