Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:189

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
27-01-2021
Datum publicatie
27-01-2021
Zaaknummer
C/17/176005 / KG ZA 20-252
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

openbare verkoopprocedure gemeentehuis; inschrijving terecht uitgesloten omdat plan niet voldeed aan een criterium

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Aanbesteding 2021/1567
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/176005 / KG ZA 20-252

Vonnis in kort geding van 27 januari 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[derde inschrijver] ,

gevestigd te Groningen,

eiseres,

advocaat mr. P. Bluemink te Groningen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN,

zetelend te Dokkum,

gedaagde,

advocaten mr. W.H.C. Bulthuis en mr. E.F. van der Goot te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [derde inschrijver] en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    productie 16 van de zijde van [derde inschrijver]

  • -

    producties 17 tot en met 24 van de zijde van de gemeente

  • -

    de mondelinge behandeling die vanwege Covid 19 via een skype-verbinding heeft plaatsgevonden en welke mondelinge behandeling gelijktijdig heeft plaatsgevonden met die in de zaak onder kort geding nummer C/17/176260 / KG ZA 20-266

  • -

    de op voorhand toegezonden pleitnota van [derde inschrijver]

  • -

    de op voorhand toegezonden pleitnota van de gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente is op 1 januari 2019 ontstaan uit de gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland en Nieuwkruisland c.a. Na deze gemeentelijke herindeling heeft het gemeentehuis te Kollum aan de Van Limburg Stirumweg 18 - hierna: het gemeentehuis - haar functie verloren en zal dit binnen afzienbare termijn geheel vrijkomen.

2.2.

Vanaf maart 2020 heeft Fotocadeau B.V. - hierna: Fotocadeau - contact met de gemeente gehad over een eventuele koop door Fotocadeau van het gemeentehuis.

2.3.

In een e-mail van 19 augustus 2020 van de Ondernemersvereniging HIM Kollum aan de gemeente is onder meer vermeld:

[…]

Wij waren afgelopen weken blij verrast. In diverse media lazen wij namelijk het bericht dat het Kollumer bedrijf FotoCadeau zich wil vestigen in het gemeentehuis van Kollum. […] willen wij als Ondernemersvereniging HIM langs deze weg laten weten het plan unaniem te steunen.

Wij hopen erop dat de gemeente en FotoCadeau overeenstemming bereiken over de vestiging van dit mooie bedrijf in dit gezichtsbepalende pand in Kollum. De afgelopen jaren hebben diverse kleine en grote bedrijven Kollum om verschillende redenen verlaten en daarom doen wij een dringend beroep om de kans dit bedrijf voor Kollum te behouden, met beide handen aan te grijpen.

[…]

2.4.

In een brief van 7 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente aan de gemeenteraad geschreven:

Ons college heeft op 8 september jl. besloten het voormalige gemeentehuis in Kollum conform het gangbare beleid via een open procedure aan te bieden.

[…]

Het vervolgen van het onderhandelingsproces met Fotocadeau kan alleen bij een besluit van exclusiviteit.

[…]

Het college heeft inmiddels, mede gehoord hebbende uw gemeenteraad, afgewogen of er een zodanige mate van exclusiviteit aan de orde kon zijn om af te wijken van het de openbare verkoopprocedure om vervolgens te concluderen dat het belang van openbaarheid zwaarder weegt dan deze exclusiviteit. Daarom zijn conform het gangbare beleid een open procedure en de voorbereidingen daarvoor in gang gezet. […]

2.5.

Op 15 september 2020 is een advertentie geplaatst waarin onder meer het volgende is vermeld:

[…]

Advertentie verkoop gemeentehuis Kollum

Omschrijving

In Kollum aan de Van Limburg Stirumweg 18 staat een kantoorpand, voorheen in gebruik als het gemeentehuis van Kollumerland c.a., met bijgebouwen, erf en ondergrond. Dit kantoorpand zal op termijn vrijkomen en kan daarom verkocht worden. Bij de bijgebouwen behoren ook de onderkomens van de gemeentewerf. De op het terrein staande brandweerkazerne valt niet onder de te verkopen gebouwen. Het totale te verkopen perceel is circa 2,5 ha groot. De definitieve oppervlakte wordt na verkoop door het kadaster ingemeten.

Bestemming

De huidige bestemming is "maatschappelijk". Bij een passende invulling zal er positief worden meegewerkt aan een eventuele bestemmingsplanwijziging, ook voor lichte industrie (tot en met maximaal categorie 1 bedrijven), indien het beoogde plan binnen de geldende (milieu-)wetgeving mogelijk is. Gelet op het Woonbeleid van de gemeente zal aan woningbouw op die locatie geen medewerking worden verleend.

Inschrijftermijn

U kunt uw belangstelling kenbaar maken via grondzaken@noardeast-fryslan.nl. Ook kunt u hier een inschrijfformulier aanvragen. Bij de inschrijving hoort eveneens een Uniform Europees Aanbestedingsbiljet met betrekking tot een aantal punten. U kunt inschrijven tot en met 14 oktober 2020 00.00 uur. […] Het is mogelijk het gebouw op afspraak te bezichtigen en met maximaal twee personen.

Prijs

Het pand wordt aangeboden op basis van biedingen vanaf € 1.600.000,-. De bijkomende kosten voor een eventuele bestemmingsplanwijziging zijn voor rekening van de koper. Voor definitieve gunning kan er een bankgarantie worden verlangd.

Gunning

Het pand wordt gegund door het college van burgemeester en wethouders op basis van de volgende criteria:

• Koopsom

• Aantal arbeidsplaatsen per 1-1-2020

• Plannen karakteristieke gebouw.

Aan deze criteria worden punten toegekend. Een selectiecommissie zal deze criteria beoordelen. Bij een gelijk aantal punten beslist de selectiecommissie op basis van het lot. Bij te lage biedingen behoudt het college het recht om niet tot verkoop over te gaan.

Het kunnen realiseren van de juiste bestemming zal als ontbindende voorwaarde in de koopovereenkomst worden opgenomen. Over de gunningsprocedure wordt niet gecorrespondeerd en deze is niet openbaar. De gemeenteraad van de gemeente Noardeast-Fryslân moet instemmen met de verkoop voordat er geleverd kan worden (voorbehoud verkoop).

Levering

De oplevering van het gebouw vindt plaats in overleg en zal gefaseerd plaats vinden.

• Villa Westenstein: vanaf 1-1-2021

• Bovenverdieping: vanaf 1-1-2022*

• Gemeentewerf: vanaf 1-7-2022*

• Onderverdieping, inclusief raadszaal en loket burgerzaken: vanaf 1-1-2023*

(* of zoveel eerder als mogelijk)

Informatie

Voor meer informatie of bezichtigingen, kunt u kunt u contact opnemen met [medewerker gemeente] […]

[…]

2.6.

Het inschrijfformulier dat de gemeente ten behoeve van de biedingen heeft gemaakt luidt als volgt:

[…]

Bieding : € […]

Bieder wil het pand gaan gebruiken voor de volgende (bedrijfsmatig-) activiteiten en tevens omschrijven wat de plannen met het karakteristieke pand (Westenstein) zijn. Wordt dat gesloopt, behouden in de huidige staat eo verbeterd met behoud van de karakteristieke elementen:

Het aantal arbeidsplaatsen per 1-1-2020:

Aantal werknemers:

Zijn er plannen om het karakteristieke pand en omgeving (pand Westenstein) in het kader van de bedrijfsvoering op korte of langere termijn:

1. Te slopen ja/nee

2. In stand te houden ja/nee

3. Te verbeteren met het in stad houden van de karakteristieke elementen van het gebouw ja/nee

Het is de inschrijver bekend dat:

1. Er geen woningbouw op die locatie wordt toegestaan;

2. het pand gefaseerd wordt opgeleverd waarbij verhuur bespreekbaar is;

3. een bieding onder de minimale vraagprijs als vermeld in de advertentie niet tot gunning leidt.

4. De kosten voor een eventuele bestemmingsplanwijziging voor kosten van de koper zijn en dat de onherroepelijke wijziging van het bestemmingsplan als ontbindende voorwaarde wordt opgenomen.

5. Het college van B&W het recht heeft niet tot gunning over te gaan.

Het college van B&W zal op basis van de inschrijvingen bepalen aan wie gegund wordt op basis van de bovenstaande criteria. Over de gunning wordt om privacy redenen niet gecorrespondeerd.

2.7.

[derde inschrijver] , die zich bezig houdt met beheer van onroerend goed en projectontwikkeling, heeft de gemeente bij e-mail van 18 september 2020 gevraagd om het inschrijfformulier naar haar te sturen. Tevens heeft zij in die brief stukken opgevraagd en vragen gesteld. Voorts heeft zij het volgende medegedeeld:

[…]

Tot slot zouden wij graag op korte termijn een bezichtiging willen inplannen om een totale indruk van het aangeboden object te krijgen.

Omdat de door u gestelde termijnen erg kort zijn ontvangen wij de gevraagde informatie graag op korte termijn. Fotocadeau heeft een behoorlijke informatievoorsprong. Zij hebben al een half jaar toegang tot alle relevante informatie. Wij verzoeken u ook om te overwegen om de door u gestelde termijnen ter verlengen met 2 maanden om een eerlijke procedure tot stand te brengen.

[…]

2.8.

Bij e-mail van maandag 21 september 2020 heeft de gemeente (in de persoon van [medewerker gemeente] , Vastgoed en Grondzaken, die ook de overige, hierna nog te noemen correspondentie met [derde inschrijver] heeft gevoerd) aan [derde inschrijver] meegedeeld dat een bezichtiging alleen in diezelfde week op woensdag zou kunnen plaatsvinden tussen 8.00 en 10.00 uur en tussen 13.30 en 15.00 uur. Als dat [derde inschrijver] niet zou uitkomen dan zou er iemand geregeld worden die meeloopt maar die geen informatie kan verstrekken, zo staat in deze

e-mail vermeld.

2.9.

Nadat [derde inschrijver] het gemeentehuis op de in de e-mail genoemde datum van

21 september 2020 had bezichtigd, heeft de gemeente [derde inschrijver] bij e-mail van 24 september 2020 bericht:

[…]

Er liggen nog wat vragen met betrekking tot het gemeentehuis Kollum. Nu u op de locatie bent geweest, is een aantal vragen wellicht beantwoord. De vermelding in de advertentie dat er geen woningbouw plaats gaat vinden op basis van het woonbeleid is wellicht niet voldoende duidelijk. Er wordt mee bedoeld dat we niet meewerken aan de bestemming "wonen" op die locatie omdat dat niet in het woonbeleid past.

[…]

2.10.

Bij een e-mail van diezelfde dag heeft [derde inschrijver] onder meer het volgende aan de gemeente meegedeeld:

[…]

Wij hebben nog geen reactie mogen ontvangen op onze email van 18 september jl. Graag zouden wij de informatie alsnog ontvangen om een goed onderbouwde inschrijving te kunnen doen.

[…]

Zonder deze informatie is een goede inschrijving niet mogelijk.

Tot slot hebben wij naar aanleiding van uw email van vanochtend nog de volgende vraag/opmerking. Hoe kan het dat in een advertentie andere informatie staat dan de informatie die u vanochtend kenbaar maakt. Wij vernemen graag wat het woonbeleid van de gemeente precies inhoudt, want volgens onze gegevens is er op dit moment geen woonvisie voor de gemeente. De raad moet bovendien de bestemming van het perceel nog vaststellen en de criteria die in de advertentie staan bieden daarvoor onvoldoende duidelijkheid.

Wij vernemen graag wanneer de wijziging van het bestemmingsplan zal worden behandeld. Er is niets bekend over de mogelijke bestemmingen die het perceel zal gaan bieden.

Omdat de door u gestelde termijnen erg kort zijn ontvangen wij de gevraagde informatie graag op korte termijn. Fotocadeau heeft zoals eerder gezegd een behoorlijke informatievoorsprong. Zij hebben al een half jaar toegang tot alle relevante informatie.

[…]

2.11.

Per e-mail van de gemeente van 28 september 2020 zijn een aantal kaarten en plattegronden aan [derde inschrijver] gezonden. Ten aanzien van een aantal andere stukken is in deze

e-mail aangegeven dat er in de organisatie gekeken zal worden welke stukken beschikbaar zijn en dat die zullen worden doorgemaild, zodra die beschikbaar zijn. Ten aanzien van vragen omtrent de juridische overdracht en toekomstig gebruik door de gemeente is vermeld dat dit nader besproken moet worden met de koper van het gemeentehuis. Daaraan is toegevoegd dat als [derde inschrijver] dat van tevoren wil weten, daarvoor een aparte afspraak moet worden ingepland om zo veel mogelijk vragen te beantwoorden. Wat betreft de opmerking van [derde inschrijver] omtrent woningbouw is in deze e-mail vermeld:

[…]

In de advertentie staat geen andere informatie dan aan u is gemaild. Wellicht is er verschil in benadering. Waar wij in de gemeente praten over "woningbouw", bedoelen wij alle vormen die hier bij horen, dus ook het realiseren van appartementen in dit complex. Wellicht was het beter geweest om dit "het wijzigen van de bestemming in wonen" te noemen, maar er wordt wel degelijk het zelfde mee bedoeld. De raad moet de bestemming alleen vaststellen als deze wordt gewijzigd. De raad wijzigt de bestemming alleen als die aan de raad wordt voorgelegd op basis van een gewenste bestemming. De raad legt niet van te voren een bestemming vast. Het college heeft besloten om geen woningbouw toe te staan dan wel de bestemming niet te wijzigen in welke vorm van wonen dan ook. Dat is een formeel besluit.

[…]

2.12.

In een e-mail van [derde inschrijver] aan de gemeente van 30 september 2020 heeft [derde inschrijver] onder meer ten aanzien van het onderwerp "wonen" het volgende medegedeeld:

[…]

In uw email merkt u op dat het college heeft besloten om geen woningbouw toe te staan dan wel de bestemming niet te wijzigen in welke vorm van wonen dan ook. Dit zou een formeel besluit zijn. Graag ontvangen wij een kopie van dit besluit. Hetgeen u schrijft is namelijk niet juist. Het college kan niet besluiten over de bestemming. Een bestemmingswijziging moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad. Op dit moment is de bestemming Maatschappelijk en over een toekomstige bestemming kan nog niets besloten worden.

Daarnaast heeft u aangegeven dat wonen niet in het woonbeleid past. Graag vernemen wij ook wat het woonbeleid inhoudt, want volgens ons moet de woonvisie nog worden vastgelegd en is er dus geen woonvisie voorhanden. Er is op dit moment ook nog niets bekend over de wijziging van het bestemmingsplan. Wanneer zal dit worden behandeld? De diverse bestemmingsmogelijkheden zeggen heel veel over de waarde van een pand. De raad moet de bestemming van het perceel nog vaststellen en de criteria die in de advertentie staan bieden daarvoor onvoldoende duidelijkheid.

[…]

2.13.

Naar aanleiding van de e-mail van [derde inschrijver] van 30 september 2020 heeft de gemeente bij e-mail van 1 oktober 2020 een aantal vragen van [derde inschrijver] beantwoord. Ten aanzien van een aantal gevraagde stukken is aangegeven dat deze niet aanwezig zijn c.q. dat niet duidelijk is waarop gedoeld wordt. Ten aanzien van het onderwerp "wonen" is in die

e-mail voorts het volgende vermeld:

[…]

Het college heeft besloten niet mee te werken aan een voorstel tot het wijzigen van de bestemming in "Wonen". Dit betreft een vertrouwelijk besluit dat niet toegestuurd wordt. U heeft gelijk dat uiteindelijk de gemeenteraad gaat over het vaststellen van een bestemmingsplanwijziging, maar dat is nadat het college deze wijziging voorlegt aan de raad en niet andersom. Die bevoegdheid ligt bij het college.

[…]

Het woonbeleid houdt onder andere in dat het college op advies van de afdeling Wonen besluit of zij op een bepaalde locatie wel of geen woningbouw willen toestaan. In dit specifieke geval heeft het college besloten op de locatie van het gemeentehuis geen woningbouw / wonen toe te staan. Uiteraard is er op dit moment niets bekend over het wijzigen van een bestemmingsplan omdat dat nu ook nog niet aan de orde is. Pas als er overeenstemming is met een koper zal blijken of het nodig is de bestemming te wijzigen en zal de procedure worden opgestart. Een bestemmingsplanwijziging wordt zoals gebruikelijk pas afgewogen als wij weten wat de concrete bestemming moet worden.

[…]

2.14.

Op 8 oktober 2020 heeft [derde inschrijver] langs digitale weg een gesprek gehad met onder meer [wethouder gemeente] , wethouder van de gemeente. Laatstgenoemde heeft in een schriftelijke verklaring van 11 december 2020 onder meer het volgende omtrent dit gesprek verklaard:

[…]

Het overleg was geïnitieerd door de heer [derde inschrijver] . [derde inschrijver] had al enkele malen met een ambtenaar contact gehad over zijn voornemen om mee te doen in de openbare verkoopprocedure en de mogelijkheden voor wonen op bovengenoemde locatie. Daarop is steeds aangegeven dat aan woningbouw op deze locatie niet meegewerkt zou worden. Naar aanleiding van deze ambtelijke contacten, heeft de heer [derde inschrijver] gevraagd om een overleg met onder andere ondergetekende.

In dit gesprek is door [derde inschrijver] wederom aangegeven dat hij voor de betreffende locatie mogelijkheden zag voor een invulling met woningbouw. Daarop is door mij meerdere keren bevestigd hetgeen in de advertentie opgenomen is en wat ambtelijk ook gecommuniceerd is richting [derde inschrijver] , namelijk dat aan een bestemmingswijziging voor "wonen" niet meegewerkt zou worden en dat een eventuele bieding voor het pand met die context dan ook geen mogelijkheden had. Desondanks bleef [derde inschrijver] c.s. steeds weer terugkomen op het toch realiseren van woningbouw. Daaropvolgend heb ik aangegeven dat het in dat geval beter was het gesprek te beëindigen. [derde inschrijver] was dus volledig op de hoogte van dit uitgangspunt van de gemeente en de onmogelijkheden voor een dergelijke invulling.

[…]

2.15.

[derde inschrijver] heeft zich bij brief van 14 oktober 2020 - vergezeld van een ingevuld inschrijfformulier, een UEA-formulier en een planschets voor het woongedeelte - ingeschreven voor de koop van het gemeentehuis.

2.16.

In de brief van [derde inschrijver] van 14 oktober 2020 is onder meer vermeld:

[…]

Primair zijn wij van mening dat de achterzijde (het parkeerterrein en de gemeentewerken) van de aangeboden locatie uitermate geschikt is voor woningbouw. Het is volstrekt onbegrijpelijk om een inbreidingslocatie in een dorpskern welke volledig is omgeven door woningen te (her)bestemmen

voor (enkel) bedrijvigheid. Voor de lange termijn is dit naar onze mening ook onhoudbaar. Er is een grote kans dat het bedrijf op basis van de bestemming bedrijvigheid op termijn leeg komt te staan wat zorgt voor verpaupering. Dit pand is op een prominente plek bij binnenkomst van het dorp gelegen en dient dan ook te allen tijde de beste vorm van gebruik en onderhoud te krijgen.

Volgens de advertentie zal aan woningbouw geen medewerking worden verleend op basis van het woonbeleid. Volgens ons is er op dit moment geen woonvisie beschikbaar binnen de gemeente Noardeast-Fryslân. Bij navraag hebben wij hier ook niets over ontvangen.

Ons plan bestaat uit een combinatie van wonen en werken.

[…]

Op de verdieping van het "nieuwe" gemeentehuis zouden wij graag appartementen realiseren. […] Naar onze mening kunnen er op de verdieping circa 17 appartementen gerealiseerd worden. Begin dit jaar hebben wij nog particulier een woning in Kollum mogen verhuren. Op één middag ontvingen wij 63 reacties waarna wij de advertentie offline hebben gehaald. Er is in Kollum nagenoeg geen particuliere woonruimte voor verhuur of koop beschikbaar. Onlangs bleek ook in Buitenpost een groot te kort te bestaan voor woonruimte. […] Voor jongeren tussen de 25 en 35 jaar moet wonen in dorpen aantrekkelijk gemaakt worden. Het gemeentehuis is op een mooie locatie gelegen. Hier kunnen betaalbare gasloze, energiezuinige en duurzame appartementen gerealiseerd worden.

Op de locatie van de bijgebouwen is het mogelijk om mooie betaalbare vrijstaande woningen te bouwen en daarnaast een aantal twee onder een kapwoningen. Primair realiseren wij altijd voor de verhuur. […] Blijkens de advertentie zal er aan woningbouw echter geen medewerking worden verleend op basis van het Woonbeleid. Zoals reeds vermeld is dit voor ons onduidelijk, omdat er geen woonvisie beschikbaar is voor de gemeente Noardeast-Fryslân.

Als second best alternatief zien wij op dit moment een grote vraag ontstaan naar garageboxen en (tijdelijke) opslagruimte. Op de locatie van de gemeentewerf zouden wij dan ook units willen plaatsen welke gehuurd kunnen worden door bedrijven en particulieren voor (tijdelijke) opslag.

Al hetgeen hiervoor beschreven is uiteraard afhankelijk van de bestemmingsplanwijziging die tot stand dient te komen. Hierdoor kunnen wij als projectontwikkelaar/belegger op dit moment ook nog geen definitieve plannen overhandigen. Echter op dit moment kan geen enkele gegadigde dit.

[…]

2.17.

[derde inschrijver] heeft in het inschrijfformulier een bieding gedaan van € 2.055.000,00.

Op de vraag naar het aantal arbeidsplaatsen per 1-1-2020 heeft [derde inschrijver] geantwoord: "46 werknemers, doelstelling: groei naar 125 in 3 jaar". Ten aanzien van de vragen betreffende de plannen met het karakteristieke pand en omgeving (Villa Westenstein) heeft [derde inschrijver] ontkennend geantwoord op de vraag of er plannen zijn om het pand (1) te slopen, bevestigend geantwoord ten aanzien van de vraag of er plannen zijn om het pand (2) in stand te houden en ook bevestigend geantwoord op de vraag of er plannen zijn om (3) dit te verbeteren met instandhouding van de karakteristieke elementen van het gebouw.

2.18.

Naast [derde inschrijver] hebben nog twee andere gegadigden zich ingeschreven voor de koop van het gemeentehuis, te weten Fotocadeau en KMS Beheer B.V. Laatstgenoemde is eiser in de procedure bij de voorzieningenrechter onder kort geding-nummer C/17/176260 / KG ZA 20/266, in welke procedure gelijktijdig met deze procedure een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

2.19.

Fotocadeau heeft een bieding gedaan op het gemeentehuis van € 1.700.000,00.

Op de vraag naar het aantal arbeidsplaatsen per 1 januari 2020 heeft Fotocadeau het aantal van 120 genoemd. Fotocadeau heeft de vraag over de plannen met betrekking tot Villa Westenstein op dezelfde manier beantwoord als [derde inschrijver] .

2.20.

KMS Beheer B.V. heeft een bieding gedaan op het gemeentehuis van

€ 1.827.000,00. Op de vraag naar het aantal arbeidsplaatsen per 1 januari 2020 heeft KMS Beheer B.V. geantwoord dat dit circa 100 werknemers zijn. KMS Beheer B.V. heeft de vraag over de plannen met betrekking tot Villa Westenstein op dezelfde manier beantwoord als [derde inschrijver] en Fotocadeau.

2.21.

De gemeente heeft het gemeentehuis gegund aan Fotocadeau. Deze beslissing is bekendgemaakt bij brief van 26 oktober 2020. Bij brief van eveneens 26 oktober 2020 heeft de gemeente [derde inschrijver] laten weten dat het gemeentehuis niet aan haar zal worden verkocht. In deze brief is onder meer vermeld:

[…]

Wat waren de selectie criteria

De selectie criteria waren

• Het koopbedrag

• Het aantal personeelsleden op 1-1-2020

• Hoe de invulling van het naastgelegen pand en de omgeving wordt

• Er wordt niet meegewerkt aan "wonen" op die locatie

• De invulling van het pand is maximaal milieucategorie I volgens de Bedrijvenlijst van de VNG.

U heeft in uw brief antwoord gegeven op deze criteria. Aan deze criteria zijn door een selectiecommissie punten toegekend.

Waarom hebben wij voor een andere koper gekozen

De ingestuurde biedingen zijn beoordeeld. In de advertentie, op het inschrijfformulier en in gesprekken met u is duidelijk aangegeven dat wij niet willen meewerken aan de bestemming "wonen" op die locatie. U geeft aan ruimte te willen geven aan verschillende mogelijkheden in het pand, maar woningbouw in en om het gebouw is wel het zwaartepunt van uw aanbieding. Om die reden hebben wij besloten het gebouw niet aan u te verkopen.

[…]

2.22.

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 30 oktober 2020 een voorstel aan de gemeenteraad verstuurd over de verkoop van het gemeentehuis aan Fotocadeau. Dit is gebeurd vanwege de omstandigheid dat er vanwege de koopprijs een afboeking moest plaatsvinden op de boekwaarde van het pand. In dit voorstel is onder meer vermeld:

[…]

De gunning van het pand aan het bedrijf Fotocadeau uit Kollum is op basis van de beoordeling van de selectiecriteria door de selectiecommissie tot stand gekomen.

De uitgangspunten zijn dat:

• er geen “wonen” op die locatie wordt toegestaan, en

• er wordt uitgegaan van een maximaal milieucategorie I bedrijf.

De selectiecriteria die zijn vastgesteld zijn:

• de prijs, waarbij een minimumprijs als ondergrens is vastgesteld op basis van de uitgevoerde taxaties;

• het aantal arbeidsplaatsen van het te vestigen bedrijf in het pand;

• de plannen voor de directie omgeving met betrekking tot villa Westenstein die deel uitmaakt van het verkochte.

Het voorgaande is in de advertentie voor de verkoop nadrukkelijk vermeld. Rekening houdend met deze uitgangspunten en criteria is aan het college voorgesteld het pand te gunnen aan Fotocadeau.

[…]

2.23.

In een raadsvergadering van 12 november 2020 heeft onder meer Fotocadeau gebruik gemaakt van haar inspreekrecht. De gemeenteraad heeft de vergadering op enig moment achter gesloten deuren voortgezet. In het hiervan op 17 november 2020 gepubliceerde verslag ("Openbare informatie naar aanleiding van het besloten debat") is onder meer vermeld:

[…]

Dinsdag 8 september heeft het college die uiteindelijke afweging gemaakt. Er is besloten tot een openbare verkoop van het gemeentehuis in Kollum, waarbij een inschrijftermijn van 4 weken toegepast zou worden, hetgeen in de ogen van het college, na ambtelijk advies, een gebruikelijke en redelijke termijn is. Ook zijn in die collegevergadering de selectiecriteria vastgesteld. Het ging daarbij om een tweetal uitsluitingsgronden:

• het college wil niet meewerken aan woningbouw of plannen daartoe en

• bedrijfsmatige activiteiten tot en met maximaal categorie 1 bedrijven konden toegestaan worden.

Daarnaast heeft het college een drietal criteria voor verkoop vastgesteld:

- het aantal arbeidsplaatsen per 01-01-2020;

- de geboden koopsom en

- de plannen hoe om te gaan met het karakteristieke gebouw Westenstein en omgeving.

[…]

Er wordt geen woningbouw toegestaan op deze locatie. Waarom wordt woningbouw zo hard uitgesloten? Het woonbeleid komt toch nog?

Het college heeft niet aangegeven dat woningbouw niet toegestaan is, daar gaat uw raad over. Het college vindt het ongewenst om daar woningbouwplannen te ontwikkelen, wil daar op voorhand niet aan meewerken en heeft dit dus als uitsluitingsgrond bij de verkoop bepaald om geen valse verwachtingen bij kopers te wekken.

Zijn de spelregels tijdens het proces gewijzigd?

Er zijn tijdens het proces geen spelregels gewijzigd. Alle voorwaarden zijn vooraf bekend gemaakt in de advertentietekst en op het inschrijfformulier. Door in te schrijven ging men akkoord met deze procedure en voorwaarden. Vóór het moment van bekendmaking van de voorgenomen gunning zijn geen schriftelijke bezwaren ingediend door de inschrijvers.

[…]

Mag het pand na de oplevering door de koper direct worden doorverkocht?

De nu aangewezen eerste koper heeft zeer duidelijk de intentie zelf bedrijfsactiviteiten in het pand onder te brengen. De andere bieders zien het gezien de aangegeven plannen meer als een beleggingsobject. We stellen nadere voorwaarden aan de kopende partij zoals het niet mogen doorverkopen binnen een bepaalde termijn of het als eerste weer moeten aanbieden aan de gemeente bij het voornemen tot doorverkoop. Deze details worden bij de oplevering van het pand nader uitgewerkt.

[…]

Is het ook mogelijk de raad in te lichten over wie in de selectiecommissie zaten en hoe de precieze puntentelling tot stand is gekomen met een overzicht van de drie partijen en is dit met de 3 gegadigden gedeeld?

De functionarissen zijn genoemd afgelopen donderdag. Welke ambtenaren dat waren (naam en toenaam) is niet relevant. Dat is geen informatie die openbaar gedeeld wordt.

[…]

Waarom is de raad niet meegenomen in het besluit, dat het college heeft genomen om geen woningbouw toe te staan? Het college noemt dit naar aanleiding van het Woonbeleid. Echter het woonbeleid en of visie wordt volgend jaar besloten door de raad en niet door het college

Het college heeft niet besloten daar geen woningbouw toe te staan, het college heeft gehandeld op basis van het thans vigerende beleid en mede gelet op de vele andere beschikbare locaties het bestuurlijke standpunt ingenomen dat op deze plaats woningbouw ongewenst is. Aangezien de verkoop een collegeverantwoordelijkheid is, is het ook logisch dat het dagelijks bestuur van de gemeente dergelijke overwegingen meeneemt in het verkoopproces om geen valse of onjuiste verwachtingen te wekken bij de kopers.

[…]

3 De vordering

3.1.

De vordering van [derde inschrijver] strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

  • -

    I) de gemeente ter zake van de openbare verkoopprocedure gemeentehuis Kollum gebiedt de beslissing om het gemeentehuis aan Fotocadeau te verkopen in te trekken en de gemeente verbiedt om het gemeentehuis, voorlopig of definitief, te verkopen aan één van de overige inschrijvende partijen;

  • -

    II) voor zover de gemeente het gemeentehuis na dit vonnis nog wil verkopen, de gemeente gebiedt om binnen zeven dagen na dagtekening van dit vonnis een koopovereenkomst te sluiten met [derde inschrijver] ;

subsidiair:

  • -

    III) de gemeente ter zake van de openbare verkoopprocedure gemeentehuis Kollum gebiedt de beslissing om het gemeentehuis aan Fotocadeau te verkopen in te trekken en de gemeente verbiedt om het gemeentehuis, voorlopig of definitief, te verkopen aan één van de overige inschrijvende partijen;

  • -

    IV) de gemeente gebiedt de openbare verkoopprocedure gemeentehuis Kollum te staken en gestaakt te houden;

  • -

    V) de gemeente daarbij gebiedt om, voor zover zij het gemeentehuis in kwestie alsnog wenst te verkopen, een eerlijke en transparante openbare verkoopprocedure te organiseren, waarbij [derde inschrijver] wederom kan deelnemen;

meer subsidiair:

  • -

    VI) de gemeente ter zake van de openbare verkoopprocedure gemeentehuis Kollum gebiedt de beslissing om het gemeentehuis aan Fotocadeau in te trekken en de gemeente verbiedt om het gemeentehuis, voorlopig of definitief, te gunnen aan één van de overige inschrijvende partijen;

  • -

    VII) de gemeente gebiedt om over te gaan tot een eerlijke en transparante herbeoordeling van de inschrijvingen;

in alle gevallen:

de gemeente veroordeelt in de kosten van het geding, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 199,00 in het geval van betekening, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening.

3.2.

De gemeente voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

[derde inschrijver] stelt zich op het standpunt dat het gemeentehuis ten onrechte niet aan haar is gegund. Volgens [derde inschrijver] is het de gemeente niet toegestaan het gemeentehuis aan Fotocadeau te verkopen. [derde inschrijver] heeft daartoe gesteld dat de beoordeling van haar inschrijving op onderdelen onjuist is omdat zij bij haar inschrijving slechts haar voorkeur heeft uitgesproken voor "wonen" en ook alternatieven heeft genoemd. De verkoopprocedure is volgens haar bovendien oneerlijk verlopen omdat Fotocadeau ten tijde van haar bod een onredelijke kennisvoorsprong had opgebouwd en zij reeds rapporten (onder meer ten aanzien van de aanwezige gasleiding) heeft kunnen laten opstellen, terwijl [derde inschrijver] geen antwoorden van de gemeente heeft gekregen op diverse vragen en haar inschrijving in zeer korte tijd moest indienen. De verkoopprocedure is volgens [derde inschrijver] bovendien onjuist verlopen omdat de gemeente bij haar beoordeling is afgeweken van de vooraf bekendgemaakte drie criteria. Bij haar beoordeling is de gemeente uitgegaan van vijf selectiecriteria en thans lijkt zij uit te gaan van drie selectiecriteria en twee uitsluitingsgronden. De spelregels zijn volgens [derde inschrijver] tijdens het proces dan ook gewijzigd. Onduidelijk is voorts hoe de verhouding is tussen de diverse criteria en hoeveel punten per onderdeel behaald konden worden, hetgeen het risico van willekeur met zich brengt. Ten slotte is volgens [derde inschrijver] sprake van een gebrekkige motivering. Uit de brief van 26 oktober 2020 valt niet op te maken wie gewonnen heeft, laat staan om welke reden. [derde inschrijver] is niet in staat om te controleren of de inschrijvingen juist beoordeeld/gewaardeerd zijn en dus ook niet of zij ten onrechte is afgevallen. Voorts is niet bekend gemaakt uit welke personen de selectiecommissie bestond, terwijl het wél bekende lid [lid ondernemersvereniging] lid is van de Ondernemersvereniging HIM Kollum, die reeds eerder kenbaar had gemaakt dat zij een verkoop aan Fotocadeau zou toejuichen.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorgenomen verkoop van het gemeentehuis een privaatrechtelijke handeling van de gemeente betreft. Ter zake geldt - ook voor een overheidslichaam zoals de gemeente - contractsvrijheid. Voor de gemeente bestond er dan ook geen verplichting om een verkoopprocedure te organiseren. Zij is daartoe - zoals zij ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft meegedeeld en ook volgt uit de brief die zij op 7 september 2020 naar de gemeenteraad heeft gestuurd - overgegaan conform het gangbare beleid van de gemeente omdat er geen redenen waren om "het belang van exclusiviteit bij deze verkoop zwaarder te laten wegen dan het belang van openbaarheid". Het stond de gemeente daarbij (tot op zekere hoogte, zie hierna) vrij om de wijze waarop en de voorwaarden waaronder zij tot verkoop van het gemeentehuis wilde komen, zelf te bepalen. Op de door de gemeente georganiseerde verkoopprocedure is (naar tussen partijen ook niet in geschil is) de Aanbestedingswet 2012 immers niet van toepassing. Op grond van artikel 3:14 BW dient de gemeente bij deze privaatrechtelijke rechtshandeling wel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Bovendien is zij ook bij een procedure als deze gebonden aan de precontractuele maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

4.3.

De gemeente heeft niet betwist dat de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als zodanig door haar in acht genomen moesten worden, maar volgens haar gelden die beginselen in dit geval niet onverkort. De vooraf gewekte verwachtingen zijn namelijk bepalend voor de wijze waarop deze beginselen moeten worden uitgelegd en uit de advertentietekst volgt dat de procedure niet openbaar was en dat over de gunningsprocedure niet zou worden gecorrespondeerd. De gemeente had die vrijheid, heeft zich daaraan gehouden en de inschrijvers, waaronder [derde inschrijver] , hebben daar vooraf niet over geklaagd. Het gaat dan niet aan om er als afgevallen inschrijver achteraf alsnog een punt van te maken dat niet wordt uitgelegd waarom deze inschrijver het niet is geworden. Zij heeft bovendien opgemerkt - onder verwijzing naar Sdu Commentaar Awb bij artikel 3:1 lid 2 Awb - dat een noodzaak om te kiezen nu eenmaal meebrengt dat bij een vergelijkbare prijs-kwaliteitsverhouding de uiteindelijke belangenafweging nauwelijks aangegeven kan worden. De aard van de handeling verzet zich daarom tegen toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, aldus nog steeds de gemeente.

4.4.

De voorzieningenrechter volgt de gemeente niet in dit verweer. Als een overheidsorgaan eenmaal kiest voor een verkoopprocedure om concurrentie uit te lokken dan geldt - zo is in de literatuur en rechtspraak breed aanvaard - dat de contractsvrijheid vergaand wordt beperkt. In dat geval brengen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de precontractuele maatstaven van redelijkheid en billijkheid mee dat een overheidsorgaan het zorgvuldigheids- en het gelijkheidsbeginsel en (in het verlengde van het gelijkheidsbeginsel) het transparantiebeginsel moet respecteren. Aldus is sprake van een procedure die nauwe verwantschap vertoont met het aanbestedingsrecht. Weliswaar is in de advertentie vermeld dat de procedure "niet openbaar" is en dat over de gunningsprocedure niet wordt gecorrespondeerd, maar de voorzieningenrechter is van oordeel dat het voor de inschrijvers, waaronder [derde inschrijver] , redelijkerwijs niet duidelijk hoefde te zijn dat hier door de gemeente mee werd bedoeld dat zij de toepassing van de hiervoor bedoelde beginselen min of meer uit wilde sluiten. Nog afgezien van het feit dat "niet-openbaar zijn" op gespannen voet lijkt te staan met de op het beleid gebaseerde beslissing van de gemeente om met betrekking tot het gemeentehuis voor een openbare verkoopprocedure te kiezen, dwingen de gebruikte bewoordingen ook niet tot die uitleg. Zoals tijdens de mondelinge behandeling is besproken is op het inschrijfformulier hieromtrent (enkel) vermeld dat vanwege privacy-aspecten niet over de gunningsprocedure wordt gecorrespondeerd. Daaruit volgt niet dat in het geheel geen informatie zal worden gegeven over de beoordeling van de inschrijving als zodanig. Van de door de gemeente bedoelde verwachtingen is aldus geen sprake. Los daarvan is de voorzieningenrechter van oordeel dat gelet op artikel 3:14 BW de gemeente als overheidsorgaan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur ook niet terzijde kán schuiven. Hierin is immers bepaald dat een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, niet kan worden uitgeoefend in strijd met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Inschrijvers mochten er dus niet alleen op vertrouwen dat de gemeente de hiervoor bedoelde beginselen zou toepassen, zij hadden daar ook recht op. En deze beginselen brengen onder meer mee dat een overheidsorgaan inzichtelijk moet maken hoe zij tot een afweging is gekomen, zodat deze afweging controleerbaar is en zo nodig ter toetsing aan de rechter kan worden voorgelegd. De voorzieningenrechter kan de gemeente ook niet volgen in haar verweer dat de uiteindelijke belangenafweging nauwelijks aangegeven kon worden zodat de aard van de handeling zich zou verzetten tegen toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (artikel 3:1 lid 2 Awb). De gemeente heeft immers vooraf criteria bekendgemaakt, aan de hand waarvan zij zou selecteren. Tijdens de mondelinge behandeling heeft zij hierover desgevraagd opgemerkt dat zij hiervoor een systeem van weging had bedacht aan de hand waarvan punten zijn toegekend. Bovendien is inmiddels bekend dat er geen sprake was van vergelijkbare inschrijvingen. De slotsom op dit punt luidt dan ook dat [derde inschrijver] terecht heeft gesteld dat (onverkort) getoetst moet worden aan de hiervoor bedoelde beginselen en maatstaven.

4.5.

De voorzieningenrechter kan [derde inschrijver] in het licht van het voorgaande volgen in haar stelling dat de procedure mankementen vertoont. De gemeente heeft bijvoorbeeld - ondanks haar beleid om in situaties zoals de onderhavige een openbare verkoopprocedure te volgen - pas in een zeer later stadium besloten om tot een (niet-openbare) verkoopprocedure over te gaan, na reeds ongeveer een half jaar met Fotocadeau in gesprek te zijn geweest. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft zij desgevraagd niet duidelijk kunnen maken wat de reden is geweest van deze late beslissing. De termijn van inschrijving was mede tegen die achtergrond bezien voor de overige inschrijvers (waaronder [derde inschrijver] ) kort, terwijl de door de gemeente verstrekte informatie - ook na vragen van de zijde van [derde inschrijver] - summier was. In zoverre is er geen sprake geweest van een gelijke behandeling. Vooraf

- maar ook achteraf - is bovendien niet kenbaar gemaakt hoe de weging tussen de diverse gestelde criteria zou zijn.

4.6.

Voor wat betreft de stelling dat tijdens de procedure de spelregels zijn veranderd stelt de voorzieningenrechter vast dat in de advertentietekst onder het kopje "Bestemming" twee uitgangspunten zijn vermeld: lichte industrie is mogelijk tot categorie 1 en aan wonen zal niet worden meegewerkt. Onder het kopje "gunning" zijn vervolgens drie selectiecriteria vermeld (koopsom, aantal arbeidsplaatsen per 1 januari 2020 en plannen voor Villa Westenstein). De voorzieningenrechter volgt de gemeente in haar verweer dat aldus tot uitdrukking is gebracht dat een plan dat niet voldoet aan de uitgangspunten als vermeld onder "Bestemming" niet doorgaat naar de selectieronde. In zoverre zou van "uitsluitingsgronden" gesproken kunnen worden. Aan [derde inschrijver] kan weliswaar worden toegegeven dat in de afwijzingsbrief van 26 oktober 2020 is vermeld dat is getoetst aan vijf "selectiecriteria" (waarbij dus alle criteria als selectiecriteria zijn aangeduid), maar dit berust kennelijk op een onjuiste weergave van de advertentietekst. De voorzieningenrechter ziet hierin in ieder geval geen aanleiding om de gemeente te veroordelen de procedure opnieuw te voeren omdat dan opnieuw als vertrekpunt geldt dat er twee "uitgangspunten" zijn en drie "selectiecriteria". Het andere door [derde inschrijver] in dit verband genoemde punt, namelijk dat er verschillende redacties zijn geweest ten aanzien van Villa Westenstein en/of de omgeving daarvan, laat de voorzieningenrechter verder onbesproken omdat in deze kort gedingprocedure is gebleken dat alle inschrijvers de vragen op dezelfde manier hebben beantwoord en op grond van de vragen op het inschrijfformulier bovendien voldoende duidelijk was welke informatie de gemeente op dit punt wilde hebben van de inschrijvers.

4.7.

Hoewel dus het nodige is aan te merken op de onderhavige gang van zaken, acht de voorzieningenrechter de vorderingen van [derde inschrijver] niet toewijsbaar. Uit de advertentie, het inschrijfformulier en uit de schriftelijke verklaring van wethouder [wethouder gemeente] blijkt dat de gemeente aan [derde inschrijver] steeds duidelijk kenbaar heeft gemaakt dat zij niet de bestemming "wonen" wenst in het gemeentehuis. [derde inschrijver] heeft zich hiertegen schriftelijk en mondeling

- waaronder in haar inschrijvingsbrief - verzet omdat zij vindt dat "wonen" bij uitstek een geschikte deelbestemming voor het voormalige gemeentehuis zou zijn. Volgens haar kan dit vooraf ook niet worden uitgesloten door de gemeente. [derde inschrijver] heeft kortom de discussie over de (volgens haar) gewenste bestemming aan willen gaan. De gemeente is echter steeds heel duidelijk geweest dat zij geen woningbouw wilde, ook niet in combinatie met andere functies ter plaatse, maar dat zij in het pand bedrijvigheid ter behoud of aanvulling van de werkgelegenheid in het dorp Kollum wilde. Dat laat onverlet dat het uiteindelijk aan de gemeenteraad is om op basis van een concreet plan te beslissen of planologisch meegewerkt kan worden aan een bestemmingsplanwijziging, maar dat is niet waar het hier om gaat.

4.8.

Hoewel [derde inschrijver] heeft betoogd dat haar plannen nog geen concrete en definitieve plannen betroffen en dat zij blijkens haar inschrijving openstond voor de ontwikkeling van een ander plan, blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter uit de inschrijvingsbrief van [derde inschrijver] duidelijk dat haar plan bestaat uit een combinatie van wonen en werken. [derde inschrijver] heeft weliswaar opgemerkt dat zij ook een alternatief plan heeft aangedragen, maar dit alternatief betreft slechts de locatie van de gemeentewerf en niet de verdieping van het "nieuwe" gemeentehuis, waar [derde inschrijver] volgens haar opgave 17 appartementen wil realiseren. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [derde inschrijver] ook nog verwezen naar de zin in haar inschrijvingsbrief die luidt als volgt:

Al hetgeen hiervoor beschreven is uiteraard afhankelijk van de bestemmingsplanwijziging die tot stand dient te komen. Hierdoor kunnen wij als projectontwikkelaar/belegger op dit moment ook nog geen definitieve plannen overhandigen. Echter op dit moment kan geen enkele gegadigde dit.

Volgens haar blijkt hieruit dat zij openstond voor alternatieven. De voorzieningenrechter is in het licht van de overige inhoud van de brief van oordeel dat de gemeente dit niet zo heeft hoeven begrijpen. Uit de wijze van formulering ("Al hetgeen hiervoor beschreven" en "bestemmingsplanwijziging") volgt juist dat deze tekst terugslaat op het plan van [derde inschrijver] om ter plaatse ook woningen te willen realiseren, hetgeen niet past binnen de huidige bestemming maatschappelijke doeleinden. Voor zover [derde inschrijver] al de bedoeling had om als alternatief plannen te ontwikkelen die voldoen aan de uitgangspunten van de gemeente heeft zij dat niet duidelijk gemaakt aan de gemeente in haar inschrijvingsbrief. Dat had echter wel op haar weg gelegen.

4.9.

Alleen al hierom heeft de gemeente naar het oordeel van de voorzieningenrechter kunnen besluiten om het gemeentehuis niet aan [derde inschrijver] te gunnen. Haar plan voldoet immers niet aan één van de twee uitgangspunten. In het midden kan daarom blijven hoe de selectieprocedure (verder) is verlopen. De vordering van [derde inschrijver] die strekt tot een veroordeling van de gemeente om het gemeentehuis aan haar te gunnen, is dus niet toewijsbaar. Bij haar subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen die ertoe strekken dat er een nieuwe openbare verkoopprocedure wordt opengesteld, respectievelijk dat tot een herbeoordeling van de inschrijvingen wordt overgegaan, heeft [derde inschrijver] gelet op het voorgaande geen belang. Gelet op de door [derde inschrijver] kenbaar gemaakte (woon)plannen zal toewijzing hiervan niet tot het door haar gewenste doel leiden, te weten dat het gemeentehuis (in een later stadium) alsnog aan haar zal worden verkocht.

4.10.

[derde inschrijver] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de gemeente zullen worden vastgesteld op:

- griffierecht € 667,00

- salaris advocaat € 980,00

Totaal € 1.647,00.

4.11.

De door de gemeente gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar op de wijze zoals in de beslissing te melden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [derde inschrijver] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden vastgesteld op € 1.647,00,

5.3.

veroordeelt [derde inschrijver] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [derde inschrijver] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2021.1

1 82.