Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:1552

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-04-2021
Datum publicatie
30-04-2021
Zaaknummer
AWB - 19 _ 4153
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 8:41, zesde lid, Awb. Eiser heeft, ook na per aangetekende post verzonden aanmaning, het griffierecht niet betaald. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 03-05-2021
NTFR 2021/1524
FutD 2021-1549 met annotatie van Fiscaal up to Date
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: LEE 19/4153

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 april 2021 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Apeldoorn, verweerder

(gemachtigde: [medewerker Belastingdienst] ).

Procesverloop

Verweerder heeft voor het tijdvak 7 maart 2019 tot en met 6 juni 2019 aan eiser met dagtekening 22 mei 2019 een naheffingsaanslag opgelegd in de motorrijtuigenbelasting ten bedrage van € 169.

Tegelijk met dit besluit heeft verweerder bij beschikking een verzuimboete opgelegd van € 52.

Bij uitspraak op bezwaar van 15 november 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting dat gepland stond op 15 februari 2021, maar vanwege het afgekondigde weeralarm geen doorgang kon vinden, heeft plaatsgevonden op 1 maart 2021 via een beeldverbinding. Eiser is niet verschenen. De griffier heeft voorafgaand aan de zitting telefonisch contact opgenomen met de gemachtigde van eiser. Hij gaf aan op de hoogte te zijn van de zitting, maar de tijd te zijn vergeten. Het is de gemachtigde van eiser vervolgens niet gelukt in te bellen via de beeldverbinding. De zitting is aangevangen buiten aanwezigheid van de gemachtigde. De rechtbank heeft de zaak aangehouden in afwachting van betaling van het griffierecht. De betalingstermijn voor voldoening van het griffierecht eindigde op 15 april 2021. De rechtbank heeft het onderzoek op 16 april 2021 gesloten.

Overwegingen

1. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen.1 In een zaak als deze is het griffierecht € 48.2 De griffier stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald.3 Dat betekent in dit verband dat het hele bedrag binnen die termijn moet zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dat het binnen die termijn is betaald op de griffie van de rechtbank.

2. Als het griffierecht niet of niet tijdig wordt betaald verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.4 Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verschoonbaar is.

3. Bij brief van 17 februari 2021 heeft de griffier eiser gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en hem meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. Eiser heeft het griffierecht niet binnen de termijn van vier weken voldaan.

4. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 18 maart 2021 eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Eiser heeft het griffierecht niet binnen de termijn van vier weken voldaan.

5. Eisers gemachtigde heeft in een telefonisch contact met de griffier op 22 februari 2021 aangevoerd het griffierecht reeds aan de rechtbank Gelderland te hebben betaald. De griffier heeft tijdens dit telefonisch contact aan de gemachtigde van eiser meegedeeld dat het beroep niet-ontvankelijk zou worden verklaard als het griffierecht niet zou worden betaald en dat het aan eiser is om stukken te overleggen waaruit blijkt dat hij de griffierechtnota reeds heeft voldaan aan de rechtbank Gelderland. Eiser heeft geen stukken overgelegd waaruit betaling blijkt.

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.P.D. Mathey-Bal, rechter, in aanwezigheid van mr. M. Jongsma-van Helden, griffier, op 23 april 2021. De uitspraak wordt openbaar gemaakt op de eerstvolgende maandag na deze datum.

w.g. griffier w.g. rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

1 Artikel 8:41, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2 Artikel 8:41, tweede lid, Awb.

3 Artikel 8:41, vierde en vijfde lid, Awb.

4 Artikel 8:41, zesde lid, Awb.