Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:1276

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
12-04-2021
Zaaknummer
18/140656-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, heeft een 64-jarige vrouw veroordeeld wegens overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verdachte is achter het stuur in slaap gevallen en met haar personenauto op het weggedeelte voor het tegemoetkomende verkeer geraakt.

Vervolgens is zij frontaal op een tegemoetkomende auto gebotst met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Door de aanrijding is het slachtoffer haar ongeboren kind verloren.

De rechtbank heeft geoordeeld dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gedragen in het verkeer, zodat sprake is van schuld.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit volgt dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. In het voordeel van verdachte is verder meegewogen dat zij zich schuldbewust heeft opgesteld en verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar handelen. Van strafverzwarende omstandigheden is geen sprake. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat er inmiddels twee jaren zijn verlopen sinds het ongeval heeft plaatsgevonden.

Verdachte is veroordeeld tot betaling van een geldboete van 1.000,00 euro en een voorwaardelijke taakstraf van 90 uren. Daarnaast is verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen ontzegd voor de duur van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/140656-20

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 2 april 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1957 te [geboorteplaats],

wonende op het adres [straatnaam], [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 19 maart 2021. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. G.R. Stoeten, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.J. Kemkers.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 15 maart 2019 te Oldetrijne, gemeente Weststellingwerf als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),
daarmede rijdende over de (auto)weg, de Pieter Stuyvesantweg (N351), komende
vanuit de richting van Kuinre en gaande in de richting van Wolvega, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, hierin bestaande dat verdachte
- genoemd voertuig heeft bestuurd, terwijl zij (zeer) vermoeid en/of slaperig en
vervolgens tijdens het besturen van dat motorrijtuig in slaap is gevallen en/of
- (daardoor) de door haar bestuurde auto niet voortdurend onder controle heeft
gehad en/of
- (vervolgens) terecht is gekomen op de weghelft bestemd voor het haar
tegemoetkomende verkeer en/of
- (vervolgens) in botsing is gekomen met een haar tegemoetkomende motorrijtuig
(personenauto, Fiat Punto), waardoor een ander (te weten [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of waardoor een ander (het ongeboren kind van de bestuurder van voornoemd personenauto, [slachtoffer]) werd gedood;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:
zij op of omstreeks 15 maart 2019 te Oldetrijne, gemeente Weststellingwerf als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, P. Stuyvesantweg (N351), komende vanuit de richting van Kuinre en gaande in de richting van Wolvega,

- genoemd voertuig heeft bestuurd, terwijl zij (zeer) vermoeid en/of slaperig en
vervolgens tijdens het besturen van dat motorrijtuig in slaap is gevallen en/of
- (daardoor) de door haar bestuurde auto niet voortdurend onder controle heeft
gehad en/of
- (vervolgens) terecht is gekomen op de weghelft bestemd voor het haar
tegemoetkomende verkeer en/of
- (vervolgens) in botsing is gekomen met een haar tegemoetkomende motorrijtuig
(personenauto, Fiat Punto), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het primair tenlastegelegde met dien verstande dat sprake is geweest van aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat een veroordeling kan volgen voor het primair tenlastegelegde met dien verstande dat geen sprake is geweest van roekeloosheid of zeer onvoorzichtig rijgedrag.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte dit feit duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 maart 2021;

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 19 april 2019, opgenomen op pagina 13 e.v. van het dossier van de Politie Noord-Nederland met nummer 2019065880-1 d.d. 23 oktober 2019, inhoudend de verklaring van [slachtoffer];

3. Een geneeskundige verklaring met bijlage, op 9 augustus 2019 opgemaakt en ondertekend door P. Tan, forensisch arts, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaringen van P. Tan, forensisch arts, en K. Heida, gynaecoloog.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal VerkeersOngevallenAnalyse (VOA) d.d. 3 december 2019, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, inhoudend het relaas van A.M. Bakker-Jongbloed.

Overweging rechtbank

Verdachte heeft op 15 maart 2019 op de Pieter Stuyvesantweg in Oldetrijne een verkeersongeval veroorzaakt. Verdachte is achter het stuur in slaap gevallen en zodoende op de weghelft voor het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen waardoor zij frontaal op de auto van [slachtoffer] (hierna: het slachtoffer) is gebotst. Ten gevolge van de botsing zijn het slachtoffer en haar dochter gewond geraakt. Daarnaast was het slachtoffer op het moment van het ongeval vijf maanden zwanger. Het ongeboren kind is enkele dagen na de aanrijding overleden als gevolg van foetomaternale transfusie waarbij bloed van de baby in de moederlijke bloedbaan terecht is gekomen. De behandelend arts van het slachtoffer heeft vastgesteld dat er een verband is tussen het overlijden van het ongeboren kind en het verkeersongeval. Gelet op artikel 82 Wetboek van Strafrecht kwalificeert de rechtbank de dood van de ongeboren vrucht als zwaar lichamelijk letsel. Deze kwalificatie is door de verdediging niet betwist.

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte heeft verzuimd voldoende rechts te houden waardoor zij gevaar op de weg veroorzaakte. Verdachte is nadat zij had bemerkt dat zij zeer vermoeid en slaperig was achter het stuur in slaap gevallen en vervolgens op de verkeerde weghelft geraakt waardoor een ernstig verkeersongeval is ontstaan met zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer tot gevolg. Deze feiten en omstandigheden in onderling verband bezien, maken dat het rijgedrag van verdachte naar het oordeel van de rechtbank kan worden gekwalificeerd als aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend. Het door de verdachte veroorzaakte verkeersongeval is dan ook aan haar schuld te wijten als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

zij op 15 maart 2019 te Oldetrijne, gemeente Weststellingwerf, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een personenauto, daarmede rijdende over de autoweg, de Pieter Stuyvesantweg (N351), komende vanuit de richting van Kuinre en gaande in de richting van Wolvega, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend te rijden, hierin bestaande dat verdachte
- genoemd voertuig heeft bestuurd, terwijl zij zeer vermoeid en slaperig was en
vervolgens tijdens het besturen van dat motorrijtuig in slaap is gevallen en
- daardoor de door haar bestuurde auto niet voortdurend onder controle heeft
gehad en
- vervolgens terecht is gekomen op de weghelft bestemd voor het haar
tegemoetkomende verkeer en
- vervolgens in botsing is gekomen met een haar tegemoetkomende personenauto, Fiat Punto, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, omdat daardoor het ongeboren kind van [slachtoffer] werd gedood.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair. Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een taakstraf van 90 uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een geldboete en een geheel voorwaardelijke taakstraf en rijontzegging. Daarbij heeft de raadsman verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het tijdsverloop. Subsidiair heeft de raadsman matiging van een op te leggen taakstraf bepleit.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend gedragen in het verkeer. Zij is achter het stuur in slaap gevallen en met haar personenauto op het weggedeelte voor het tegemoetkomende verkeer geraakt. Vervolgens is zij frontaal op een tegemoetkomende auto gebotst met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Door de aanrijding is het slachtoffer haar ongeboren kind verloren.

Verdachte heeft ten opzichte van andere weggebruikers een zeer gevaarlijke verkeerssituatie doen ontstaan. Van bestuurders mag worden verwacht dat zij voldoende uitgerust aan het verkeer deelnemen en maatregelen treffen indien men vermoeidheid bemerkt waardoor doorrijden gevaarlijk is. Dit heeft verdachte nagelaten met als gevolg een ernstig verkeersongeval. De aanrijding vond plaats op een provinciale weg in Oldetrijne, midden op een brug. Toen het slachtoffer de auto van verdachte op haar weghelft zag rijden, kon zij onmogelijk uitwijken gezien haar positie op de brug en het overige tegemoetkomende verkeer. Het slachtoffer heeft enkel hard kunnen remmen, maar kon een botsing niet meer voorkomen. Dit moet voor haar een uiterst beangstigende situatie zijn geweest. Verder heeft het verkeersongeval ernstige gevolgen gehad, in de eerste plaats voor het slachtoffer die op dat moment zwanger was van haar tweede kind. De verwondingen van het slachtoffer en haar dochter bleken relatief mee te vallen, maar er waren onmiddellijk zorgen over de toestand van het ongeboren kind. Bij controle in het ziekenhuis bleek het ongeboren kind van het slachtoffer nog in leven, enkele dagen daarna is hij alsnog overleden. Blijkens de schriftelijke slachtofferverklaring hebben het slachtoffer en haar partner het tot op de dag van vandaag erg moeilijk met dit verlies. Het verdriet is groot en dit vindt zijn weerslag op hun functioneren in het dagelijks leven.

Tegelijkertijd overweegt de rechtbank dat niemand dit ongeval heeft gewild. Verdachte heeft ter zitting benadrukt dat het verkeersongeval en de gevolgen daarvan zwaar op haar drukken. Zij voelt zich verantwoordelijk. Verdachte heeft daarom getracht in contact te komen met het slachtoffer, maar respecteert haar wens om voorlopig geen contact te hebben.

De rechtbank onderkent dat een zaak als deze slechts verliezers kent en dat een straf, in welke vorm ook, per definitie het verdriet en leed bij het slachtoffer en haar familie niet kan wegnemen. Ook aan de kant van verdachte heeft het ongeval veel impact gehad. Zij is bij de aanrijding zwaar gewond geraakt: er was sprake van kneuzingen, een gebroken heup en een ernstig beschadigde dunne darm waardoor deze ingekort moest worden. Na haar ziekenhuisopname heeft verdachte nog lange tijd moeten revalideren.

Voor het bepalen van de straf zijn de door de rechtspraak gehanteerde oriëntatiepunten voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeersweg 1994 waarbij sprake is zwaar lichamelijk letsel, in aanmerking genomen. Bij aanmerkelijke schuld, zonder dat alcohol is gebruikt, gaan de oriëntatiepunten uit van een taakstraf voor de duur van 120 uren, met daarbij als bijkomende straf een ontzegging van de rijbevoegdheid motorvoertuigen te besturen voor de duur van zes maanden.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de concrete straf acht geslagen op het strafblad van verdachte waaruit volgt dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. In het voordeel van verdachte is verder meegewogen dat zij zich schuldbewust heeft opgesteld en verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar handelen. Van strafverzwarende omstandigheden is geen sprake. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat er inmiddels twee jaren zijn verlopen sinds het ongeval heeft plaatsgevonden. Het is de rechtbank niet duidelijk geworden waarom er zoveel tijd is verstreken voordat de zaak bij de rechtbank ter beoordeling is voorgelegd. Zowel het slachtoffer als verdachte wachten hierdoor al lange tijd op een afronding van de rechtsgang.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke taakstraf niet meer passend. Daarom zal de geëiste taakstraf van 90 uren geheel voorwaardelijk worden opgelegd en zal verdachte worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ter hoogte van 1.000,00 euro. Verder acht de rechtbank, mede gezien de aard en ernst van het delict, een rijontzegging voor de duur van zes maanden op zijn plaats. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals deze ter zitting naar voren zijn gekomen onvoldoende aanleiding om deze rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen.

Alles overwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van een geldboete van 1.000,00 euro en een voorwaardelijke taakstraf van 90 uren met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast wordt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorvoertuigen ontzegd voor de duur van zes maanden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 90 uren.

Bepaalt dat deze taakstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt voorts dat, indien het mocht komen tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde taakstraf, vervangende hechtenis voor de duur van 45 dagen zal worden toegepast, indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht.

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1.000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Ten aanzien van het primair tenlastegelegde voorts:

Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen -bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van zes maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. R.B. Maring en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. M. Postma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2021.

Mr. van der Veen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.