Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2021:1207

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-04-2021
Datum publicatie
09-04-2021
Zaaknummer
18/204307-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Veroordeling minderjarige jongen zedenzaak. Verdachte heeft via Instagram een negenjarig meisje aangezet tot het verrichtten van seksuele handelingen, dit te filmen en naar hem op te sturen. Verdachte heeft daarbij ook seksuele filmpjes naar dit meisje gestuurd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77a
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77m
Wetboek van Strafrecht 77n
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77gg
Wetboek van Strafrecht 240a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/204307-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 8 april 2021 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 25 maart 2021.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. A.J. van der Velden, advocaat te Almere. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. Hertogs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 30 september 2019 te Hurdegaryp, (althans) in de gemeente Tytsjerksteradiel en/of Gorssel, althans in Nederland,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of misleiding, te weten door (een significant en/of bij verdachte bekend (gemaakt)) leeftijdsverschil en/of (aanhoudend en/of dwingend) contact en/of aandringen via social media (/Instagram) en/of het toezenden van een filmpje als voorbeeld en/of een door verdachte zelf vervaardigd (masturbatie)filmpje, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2009, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, door die [slachtoffer] (een of meer) filmpje(s) te laten maken en/of aan hem, verdachte, toe te zenden, van haar ontblote onderlichaam/vagina waarbij een voorwerp (stoelpoot) in en/of langs haar ontblote onderlichaam/vagina wordt bewogen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2019 tot en met 30 september 2019, te Hurdegaryp, (althans) in de gemeente Tytsjerksteradiel en/of Gorssel, althans in Nederland,

een afbeelding en/of filmpje, een voorwerp en/of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding en/of filmpje waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan de minderjarige [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] 2009), van wie hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze jonger was dan zestien jaar, hebbende verdachte (in een chat, via social media/Instagram) die [slachtoffer] een afbeelding en/of filmpje verstrekt, aangeboden en/of vertoond, waarop een (zeer) jong meisje zichzelf vingert en/of aan haar borstjes zit, en/of waarop zijn, verdachtes, penis zichtbaar is en/of waarop hij, verdachte, zich aan het aftrekken is.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling voor het onder 1. en 2. ten laste gelegde gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de feiten.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1. en 2. bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 maart 2021;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal uitwerking studioverhoor d.d.8 oktober 2019, opgenomen op pagina 30 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer AD-01, onderzoek Ivoorkust / ONRBC 19622 d.d. 24 juli 2020, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] en

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 januari 2020, opgenomen op pagina 41 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend een relaas van verbalisant.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. en 2. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 28 augustus 2019 tot en met 28 september 2019 te Hurdegaryp,

door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten door een significant en bij verdachte bekend gemaakt leeftijdsverschil, aanhoudend en dwingend contact en aandringen via Instagram, het toezenden van een filmpje als voorbeeld en een door verdachte zelf vervaardigd masturbatiefilmpje, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2009, die de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te plegen, door die [slachtoffer] filmpjes te laten maken en aan hem, verdachte, toe te zenden, van haar ontblote onderlichaam waarbij een voorwerp langs haar ontblote onderlichaam wordt bewogen;

2.

hij in de periode van 28 augustus 2019 tot en met 28 september 2019, te Hurdegaryp, filmpjes waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt aan de minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2009, van wie hij, verdachte, wist dat deze jonger was dan zestien jaar, hebbende verdachte in een chat, via Instagram, die [slachtoffer] een filmpje heeft verstrekt, waarop een jong meisje zichzelf vingert en aan haar borstjes zit, en een filmpje heeft verstrekt waarop zijn penis zichtbaar is en waarop hij zich aan het aftrekken is.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen;

2. Een afbeelding, bevattende een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk was te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar verstrekken aan een minderjarige van wie hij weet dat deze jonger is dan zestien jaar.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. en 2. ten laste gelegde wordt veroordeeld tot:

  • -

    de leerstraf Tools4U seksueel grensoverschrijdend gedrag voor de duur van 35 uren, subsidiair 17 dagen vervangende jeugddetentie en

  • -

    een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 1 jaar met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de William Schrikkergroep voor zolang de jeugdreclassering dat nodig acht.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft gemotiveerd bepleit om enkel de in het rapport geadviseerde leerstraf op te leggen, te weten de leerstraf Tools4U regulier voor de duur van 20 uren. Subsidiair kan de verlengde variant, zoals geadviseerd op zitting, opgelegd worden.

De raadsvrouw heeft voorts aangegeven dat als de rechtbank van oordeel is dat het taakstrafverbod van toepassing is, dat dan enkel een voorwaardelijke geldboete of een voorwaardelijke jeugddetentie voor 1 dag naast de leerstraf passend is. Het gaat om een hele jonge verdachte en er is ook hulp gezocht na dit feit. Bovendien kan op grond van eerder opgemaakte rapporten en de toelichting van moeder ter zitting, gezegd worden dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Bovendien is het recidiverisico laag en het gaat om een oud feit. Aan het opleggen van een andere straf dan de leerstraf zou een pedagogisch karakter ontbreken.

De raadsvrouw heeft ook verzocht om geen toezicht door de jeugdreclassering op te leggen, gelet op voorgaande en omdat het niet is geadviseerd door de Raad voor de Kinderbescherming.

De raadsvrouw heeft tot slot gevraagd een overweging in het vonnis op te nemen dat dit vonnis geen gevolgen mag hebben voor het aanvragen van een VOG.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 26 januari 2021, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, destijds vijftien jaar, heeft via Instagram contact gehad met een meisje van negen jaar. Hij heeft haar via privéberichten in Instagram aangezet tot het verrichten van seksuele handelingen, dit te filmen en naar hem op te sturen. Verdachte stuurde daarbij een filmpje van een jong meisje dat seksuele handelingen bij zichzelf verricht en een filmpje van zichzelf. Op dit laatste filmpje is zijn ontblote geslachtsdeel te zien en tevens is te zien dat hij zich aftrekt.

De rechtbank vindt dit ernstige feiten. Door de wetgever is de geestelijke en lichamelijke integriteit van jeugdigen jonger dan zestien jaar uitdrukkelijk beschermd, onder meer op de grond dat zij op seksueel gebied nog niet volgroeid zijn en dat zij worden geacht niet zelfstandig de emotionele gevolgen van seksueel contact voldoende te kunnen inschatten. Handelingen zoals de verdachte die heeft gepleegd, vormen een ernstige inbreuk op de seksuele ontwikkeling en lichamelijke integriteit van de slachtoffers en kunnen, naar de ervaring leert, leiden tot blijvende psychische schade. Het slachtoffer was nog zeer jong, negen jaar. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich niet heeft bekommerd om de gevolgen van zijn handelen voor zo’n jong meisje, maar zijn eigen experimenteerdrang en lustgevoelens voorrang heeft gegeven.

Verdachte is niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie.

De rechtbank houdt ook rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft aangegeven dat het voor verdachte niet altijd gemakkelijk is om sociale vaardigheden op de juiste manier in te zetten. Een risico hierin is dat het via internet gemakkelijker is om contact met anderen te maken. Ten tijde van het delict heeft hem dit in problemen gebracht. Positief is wel dat verdachte inziet dat zijn handelen niet goed is geweest en dat dit consequenties heeft. De kans op herhaling wordt daarom als laag ingeschat. De Raad is wel van mening dat het belangrijk is dat verdachte handvaten krijgt op het gebied van sociale vaardigheden en seksuele ontwikkeling. In haar rapport is de leerstraf Tools4U regulier voor de duur van 20 uren geadviseerd. Ter zitting is dit advies aangepast naar de leerstraf Tools4U seksueel grensoverschrijdend gedrag voor de duur van 35 uren. De reden hiervoor is dat bij deze variant ook moeder betrokken wordt en handvaten krijgt en er zo meer ruimte is voor de nodige herhaling bij verdachte. Gelet op het lage gevaar dat er bestaat voor herhaling van dergelijke strafbare feiten, kan met de oplegging van een leerstraf worden volstaan, aldus de Raad.

De Raad heeft aangegeven dat een maatregel van de jeugdreclassering niet nodig is, omdat de moeder van verdachte en verdachte voldoende in staat zijn zelf hulpverlening in te schakelen wanneer dit nodig is.

De rechtbank kan op grond van de huidige informatie niet de conclusie trekken dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het feit, zoals de raadsvrouw heeft verzocht. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht over de persoonlijke omstandigheden van verdachte en houdt bij het bepalen van de straf daarmee rekening. Zo is gebleken dat verdachte op een laag niveau functioneert, en dat hij daardoor de gevolgen van zijn handelen minder goed kan overzien. Ook heeft hij moeite met het aangaan van sociale contacten. Deze omstandigheden hebben naar het oordeel van de rechtbank in meer of mindere mate invloed gehad op het handelen van verdachte.

De rechtbank acht -net als de officier van justitie en de raadsvrouw- de leerstraf Tools4U passend. Gelet op de onderbouwing van de Raad ter zitting zal de rechtbank, zoals gevorderd, de variant seksueel grensoverschrijdend gedrag voor de duur van 35 uur opleggen.

Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het taakstrafverbod (als bedoeld in artikel 77ma Wetboek van Strafrecht) van toepassing is. Nu de feiten in augustus, september 2019 gepleegd zijn en verdachte naast de onderhavige zaak tot op heden niet met justitie in aanraking is gekomen, acht de rechtbank een voorwaardelijke jeugddetentie voor slechts één dag passend. Het opleggen van toezicht door de jeugdreclassering met een meldplicht (zoals door de officier van justitie gevorderd), acht zij niet noodzakelijk gelet op het advies van de Raad.

Tot slot ziet de rechtbank geen ruimte voor een overweging met het oog op een toekomstige aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag (hierna: VOG). De beslissing over de verkrijging van een VOG is voorbehouden aan het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG), namens de Minister van Justitie en Veiligheid. Volgens de beleidsregels voor het beoordelen van aanvragen tot verkrijging van een VOG (Staatscourant 2013, 5409) bestaat er ruimte voor het meewegen van de omstandigheden van het geval. De rechtbank heeft de voor haar relevante feiten en omstandigheden vermeld in de strafmotivering en verdachte kan zijn omstandigheden zelf bij het COVOG kenbaar maken.

Tegen de afwijzing van een aanvraag VOG is voorzien in een bestuursrechtelijke procedure, inclusief beroep bij de bestuursrechter van de rechtbank en een hoger-beroepsmogelijkheid bij de Raad van State. Het is niet aan de rechtbank zich te mengen in die bestuursrechtelijke procedure of op enige beslissing daaromtrent vooruit te lopen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77gg, 240a en 248a van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 1 dag

Bepaalt dat deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op 1 jaar, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

een taakstraf bestaande in een leerstraf, genaamd Tools4U seksueel grensoverschrijdend gedrag voor de duur van 35 uren. Het leerproject moet plaatsvinden binnen 9 maanden.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de leerstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie voor de duur van 17 dagen zal worden toegepast.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.A. Vlietstra, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. M.J. Dijkstra en mr. R.B. Maring, rechters, bijgestaan door mr. E. de Vries-Haitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april 2021.

Mr. Maring is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.