Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:930

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
8217746
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verstekvonnis na ambtshalve toetsing: bij akte vordering voldoende toegelicht. Eerder gedagvaard en beperkt tot 500,-. Oorspronkelijke hoofdsom minus betalingen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 8217746 \ CV EXPL 19-8000

Verstekvonnis van de kantonrechter van 10 maart 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap Oxxio Nederland B.V.,

gevestigd te Hilversum,

eisende partij,

gemachtigde: Flanderijn,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,

gedaagde partij,

tegen wie verstek is verleend.

1 Procesverloop

1.1.

De eisende partij heeft bij dagvaarding, op de daarin geformuleerde gronden, gevorderd om de gedaagde partij te veroordelen tot betaling van € 2.091,42 met rente en kosten.

1.2.

Op 14 januari 2020 heeft de kantonrechter tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis dient als ingelast en herhaald te worden beschouwd.

1.3.

Ter zitting van 11 februari 2020 heeft de eisende partij een akte houdende specificatie van de vordering overgelegd.

2 Motivering

2.1.

De kantonrechter heeft in haar tussenvonnis overwogen dat de door de eisende partij uitgebrachte dagvaarding onvoldoende informatie verschaft en daarmee niet voldoet aan de eisen van artikel 21 Rv. De kantonrechter heeft de eisende partij bevolen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het landelijke informatieformulier. Daarbij heeft de kantonrechter bepaald dat de eisende partij in ieder geval stukken diende te overleggen waaruit blijkt dat en op welke manier een overeenkomst met gedaagde partij tot stand is gekomen. Indien sprake was van een koop op afstand, diende eisende partij stukken te verstrekken waaruit blijkt dat aan de informatieverplichtingen voortvloeiend uit artikel 6:230m BW is voldaan. Daarnaast diende eisende partij de voorschotfacturen, de jaarnota en een kopie van een eerder gewezen vonnis en bijbehorende dagvaarding te verstrekken.

2.2.

De eisende partij heeft bij akte producties overgelegd en haar vordering nader toegelicht. Eisende partij heeft toegelicht dat de overeenkomst telefonisch tot stand is gekomen in maart 2014 en dat de overeenkomst schriftelijk is toegezonden. Op dat moment was artikel 6:230m nog niet van kracht. Eisende partij heeft gedaagde partij eerder gedagvaard voor onderhavige betalingsachterstand. In die procedure is de vordering beperkt tot € 500,- onder reserve van rechten op invordering van het restant. Gedaagde partij heeft de toegewezen vordering inclusief kosten voldaan.

2.3.

De eisende partij heeft gezien het voorgaande naar het oordeel van de kantonrechter thans voldoende informatie verschaft.

2.4.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat gedaagde partij aan hoofdsom voor de energie € 2.184,43 verschuldigd is. Gedaagde partij heeft twee betalingen verricht, eenmaal € 251,52 op 14 februari 2017 en naar aanleiding van het vonnis van 20 februari 2018 heeft zij nog een bedrag van € 500,- (en de proceskosten) voldaan. Er zal daarom een bedrag van € 1.432,91 aan hoofdsom worden toegewezen.

2.5.

De kantonrechter constateert dat de veertiendagenbrief van 16 april 2019, waar naar wordt verwezen in de dagvaarding, ontbreekt bij de stukken. Er is wel een veertiendagenbrief overgelegd van 11 oktober 2017 waarin een bedrag van € 289,94 aan buitengerechtelijke kosten wordt aangezegd bij een openstaand bedrag van € 1.932,91. De kantonrechter zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom toewijzen tot een bedrag van € 289,94.

2.6.

De gevorderde wettelijke rente van € 79,33 zal worden toegewezen.

2.7.

Het gevorderde komt de kantonrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor zodat dit kan worden toegewezen als na te melden.

3 Beslissing

De kantonrechter:

3.1.

veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen € 1.802,18 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.432,91 vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling;

3.2.

veroordeelt gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisende partij begroot op € 85,18 aan dagvaardingskosten, € 486,00 aan vast recht en € 180,00 aan salaris gemachtigde;

3.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.

typ/conc: 36330/TG

coll: