Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4709

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-12-2020
Datum publicatie
06-01-2021
Zaaknummer
C/18/202678 / FA RK 20-3228
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Wel sprake van stoornis en ernstige nadelen. Verlening zorgmachtiging evenwel in strijd met doelmatigheids-, subsidiariteits-, en proportionaliteitsvereiste.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

Zaak-/rekestnr.: C/18/202678 / FA RK 20-3228

beschikking afwijzing opvolgende zorgmachtiging

Beschikking van 23 december 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een (opvolgende) zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] te [woonplaats] ,

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. B.H. Werink, kantoorhoudende te Groningen.

1 Het procesverloop

1.1.

Bij beschikking van 22 juni 2020 is een zorgmachtiging verleend ten aanzien van betrokkene en is bepaald dat deze machtiging geldt tot en met 22 december 2020.

1.2.

Op 20 oktober 2020 heeft de officier van justitie in kader van artikel 5:4, eerste lid, onder d, Wvggz de persoonsgegevens van betrokkene aan de rechter verstrekt ten behoeve van de afgifte van een last tot toevoeging. De rechtbank heeft op 21 oktober 2020 een beschikking last tot toevoeging gegeven aan mr. B.H. Werink, advocaat, onder nummer C/18/201758 FA RK 20-2688.

Bij beschikking van 4 december 2020 is een wijziging last tot toevoeging afgegeven aan mr. M.R.P. Ossentjuk, onder nummer C/18/201758 / FA RK 20-2688. Betrokkene heeft vervolgens mr. M.R.P. Ossentjuk als advocaat geweigerd waarop bij beschikking van 23 december 2020 opnieuw een wijziging last tot toevoeging is afgegeven aan mr. B.H. Werink, onder nummer C/18/201758 FA RK 20-2688.

1.3.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 2 december 2020.

1.4.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

- het schorsingsbesluit van de geneesheer-directeur d.d. 28 oktober 2020;

- een op 10 november 2020 opgesteld eigen plan van aanpak;

- het zorg-/behandelplan d.d. 20 november 2020;

- de medische verklaring d.d. 26 november 2020;

- de bevindingen en het voorstel van de geneesheer-directeur d.d.

30 november 2020;

- een verklaring van niet voorkomen in het curatele- en bewindregister;

- de politiegegevens als bedoeld in de Wet Politiegegevens;

- de justitiële gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens;

- een historisch overzicht van eerder afgegeven rechterlijke machtigingen ten behoeve van betrokkene.

1.5.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

- een e-mailbericht van mr. M.R.P. Ossentjuk d.d. 3 december 2020, inhoudende dat hij de advocaat van betrokkene is;

- een e-mailbericht van de advocaat van betrokkene d.d. 18 december 2020, met in de bijlage een schriftelijk stuk met daarin de standpunten van betrokkene en zijn moeder ten aanzien van het onderhavige verzoek;

- een e-mailbericht van de advocaat van betrokkene d.d. 22 december 2020, met in de bijlage een schriftelijk stuk van de moeder en een schriftelijk stuk van de heer [naam 3] , trajectbegeleider van betrokkene.

1.6.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op

23 december 2020, in het gebouw van de rechtbank. Daarbij zijn de volgende personen verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de heer [naam 1] , psychiater/zorgverantwoordelijke;

- mevrouw [naam 2] , de moeder van betrokkene, en

- de heer [naam 3] , de op basis van het Persoonsgebonden Budget (PGB) betrokken begeleider van betrokkene.

1.7.

De officier van justitie heeft op voorhand aangegeven niet tijdens de mondelinge behandeling te zullen verschijnen en is door de rechtbank niet gehoord.

2 Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank om een opvolgende zorgmachtiging voor betrokkene te verlenen, voor de duur van twaalf maanden, voor de onderstaande voorgestelde vormen van verplichte zorg:

- toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

3 De beoordeling

3.1.

De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en artikel 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.

3.2.

Betrokkene is een 25-jarige jongeman die vanaf 2013 tot heden een hulpverleningsgeschiedenis kent. Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis, een autismespectrumstoornis, een matige tot ernstige stoornis in cannabisgebruik, een (momenteel in vroege remissie zijnde) matige tot ernstige stoornis in het gebruik van een amfetamineachtig middel (XTC) en antisociaal gedrag. Betrokkene heeft een disharmonisch intelligentieprofiel. Zijn ontwikkelingsleeftijd is laag en zijn intelligentie is bovengemiddeld.

3.2.1.

Vanaf medio 2020 bleek dat hulpverlening in het vrijwillige ambulante kader niet meer volstond. Op 22 juni 2020 is een zorgmachtiging verleend voor de duur van een half jaar. Observaties tijdens de toegestane opnameperiode van drie maanden hebben geen aanleiding gegeven om de diagnose bij te stellen. Hoewel betrokkene voornoemde stoornis(sen) (blijft) betwist(en), ziet de rechtbank geen aanleiding te twijfelen aan het medisch oordeel van de onafhankelijke psychiater en de zorgverantwoordelijke op dat punt.

3.3.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

- psychische schade voor betrokkene en anderen;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling van betrokkene;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept met als gevolg lichamelijk letsel en psychische schade, en

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

3.4.

Uit de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is het volgende naar voren gekomen. Betrokkene heeft, mede als gevolg van drugsgebruik, waanachtige belevingen en overtuigingen. Ouderdom is volgens hem een illusie, mensen moeten jonger worden en niet ouder. Kinderen hebben het recht op het eeuwige leven. Volgens betrokkene is zijn kalenderleeftijd een andere dan zijn bedoelde leeftijd. Hij zit in een oud (dood) lichaam dat zijn seksuele behoeftes in de weg zit. Betrokkene heeft, voor zover bekend, voor de verlening van de vorige zorgmachtiging en één keer in het afgelopen half jaar kinderen gevraagd om met hem te spelen. Hoewel betrokkene stelt dat hij kinderen op seksueel gebied nooit iets zal aandoen en daarvoor in de gedingstukken ook geen aanwijzingen kunnen worden gevonden (wel voor fantasieën over seks met kinderen), is dit gedrag, ongeacht de intenties van betrokkene en gezien ook de huidige maatschappelijke context, wel geëigend om agressie / wraak van anderen over zichzelf af te roepen. Uit de gedingstukken blijkt voorts dat betrokkene vanuit niet objectiveerbare belevingen dat mensen ("antipedofielen") hem iets aan zouden willen doen, vanaf eind september 2020 tot medio oktober 2020 veel overlast heeft veroorzaakt in zijn omgeving onder meer door te schreeuwen en te slaan op muren en deuren in zijn woning. In deze periode zijn er vanuit de buurt veel politiemeldingen gedaan. Het eerdergenoemde benaderen van kinderen en de overlastmeldingen hebben ertoe geleid dat betrokkene van 15 oktober 2020 tot 9 november 2020 gedwongen is opgenomen. Verder stagneert de ontwikkeling van betrokkene op meerdere levensgebieden, is er sprake van maatschappelijke teloorgang en is er sprake van sociaal isolement. Uit de gedingstukken komt ten slotte naar voren dat de zelfzorg van betrokkene sterk te wensen overlaat.

3.5.

Bij de hiervoor weergeven vormen van ernstig nadeel moeten de volgende kanttekeningen worden geplaatst. Betrokkene stelt vanaf 8 mei 2020 te zijn gestopt met het gebruik van XTC. Wel gebruikt hij nog steeds cannabis. Vanuit het AFPN is een risicotaxatie verricht voor wat betreft potentieel (pedoseksueel) delict-gedrag. Het risico hiervan werd als licht tot matig ingeschat. Na de opname, die heeft geduurd tot 9 november 2020, is niet gebleken van nieuwe politiemeldingen van overlast.

3.6.

Vaststaat dat er zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden, om de gezondheid van betrokkene zoveel mogelijk te herstellen ten behoeve van het herwinnen van zijn autonomie en zijn gezondheid te stabiliseren. Hoewel de door de officier van justitie verzochte vormen van zorg passend lijken te zijn, komt anderszins uit het dossier naar voren dat betrokkene daar tot dusver weinig baat bij heeft gehad. Verwezen wordt naar hetgeen hierna onder 3.8.1. is overwogen. Volgens betrokkene en zijn moeder heeft betrokkene baat bij de begeleiding van 21 uur per week vanuit het Persoonsgebonden budget (PGB) en zou betrokkene baat kunnen hebben bij psychotherapie en -educatie. Volgens de moeder en de zorgverantwoordelijk is inmiddels duidelijk geworden dat betrokkene in zorg kan komen bij MartiniZorg en Psyvalens. Betrokkene is met het oog daarop door de zorgverantwoordelijke aangemeld bij AFPN om te onderzoeken wat de (on)mogelijkheden en (contra-) indicaties zijn voor psychologische behandeling in engere zin. Andere zorg die betrokkene nodig heeft is de afbouw van het cannabisgebruik en - mogelijk - bij zijn situatie passende medicatie om de intensiteit van zijn waanachtige belevingen te verminderen. Dit laatste was in elk geval de conclusie van het Centrum voor Integrale Psychiatrie dat betrokkene in het kader van een second opinion heeft onderzocht, en van de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld.

3.7.

Geconcludeerd kan verder worden dat betrokkene heftig verzet vertoont en heeft vertoond tegen het verlenen van verplichte zorg. Lentis heeft hem, zo stelt hij, ernstig mishandeld en vergif toegediend. Betrokkene wenst geen enkele bemoeienis meer van Lentis.

3.8.

Hoewel uit het voorgaande volgt dat aan een substantieel deel van de criteria voor verplichte zorg is voldaan, is de rechtbank van oordeel dat onder de huidige omstandigheden niet is voldaan aan de wettelijke vereisten van doelmatigheid, subsidiariteit en proportionaliteit. Ook de zorgverantwoordelijke heeft tijdens de mondelinge behandeling op deze punten de nodige twijfels naar voren gebracht.

Ter toelichting geldt het volgende.

3.8.1.

Voor wat betreft de doelmatigheid overweegt de rechtbank dat in de gedingstukken er een enkele aanwijzing te vinden is dat (gedwongen) toediening van medicatie ertoe heeft geleid dat betrokkene beter in contact was. Anderzijds zijn er meer aanwijzingen dat de opname en dwangmedicatie een grote impact op betrokkene hebben gehad en contraproductief hebben gewerkt. Uit het zorgplan blijkt ook dat de geestelijke gezondheid van betrokkene in het afgelopen jaar door toepassing van (verplichte) zorg is verslechterd en derhalve niet is hersteld of gestabiliseerd. Betrokkene stelt vele fysieke bijwerkingen van de toediening van medicatie te hebben gehad. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de zorgverantwoordelijke aangegeven dat tot nu niet daadwerkelijk is gebleken dat toediening van medicatie het gewenste effect heeft. De belevingen van betrokkene zijn in ieder geval niet afgenomen en de weerstand tegen bemoeienis van Lentis is een voldongen feit.

De verplichte zorg is verder tot dusver niet anders doelmatig gebleken dan om in crisissituaties ernstig nadeel (het veroorzaken van overlast en het benaderen van hem onbekende kinderen om met hem te spelen, beide met als gevolg het over zich heen afroepen van agressie van anderen en het ontstaan van psychische schade) te voorkomen. Niet is gebleken dat de verplichte zorg de andere belangrijke vormen van ernstig nadeel (waaronder het stagneren van de ontwikkeling van betrokkene, maatschappelijke teloorgang en zelfverwaarlozing) tot dusver heeft weten te voorkomen. Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de behandeling in overwegende mate niet doelmatig is geweest.

3.8.2.

Voor wat betreft de subsidiariteit overweegt de rechtbank dat duidelijk is geworden dat de psychiatrische (ambulante) zorgverleners handelingsverlegen zijn. De door de moeder georganiseerde hulpverlening vanuit het PGB voor 21 uur per week is de enige zorg die op dit moment wordt voortgezet. Zoals hiervoor onder 3.6. is overwogen is gebleken dat Martinizorg en PsyValens bereid zijn om in het vrijwillig kader ambulante zorg (waaronder psychotherapie) te verlenen. Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling uitdrukkelijk aangegeven ambulante psychotherapeutische behandeling en andere zorgverlening te accepteren en niet weer de strijd aan te gaan. Nu het verplichte kader tot dusver geen verbetering heeft gebracht is de rechtbank van oordeel dat behandeling in het vrijwillig kader nog een keer moet worden beproefd. Voorwaarde daarvoor is wel dat betrokkene ook duurzaam de bereidheid moet tonen om deze behandeling te ondergaan, ook indien dit bijvoorbeeld betekent dat het cannabisgebruik moet worden afgebouwd. Daarnaast dient de bemoeienis van Lentis te worden geaccepteerd totdat de zorg kan worden overgedragen aan Martinizorg en PsyValens. Zorgaanbieder Lentis kan, indien hij onverhoopt langer betrokken blijft, overwegen om de casus over te dragen aan een andere zorgaanbieder. Vraag die wel rijst is of gelet op het verzet van betrokkene (en de moeder) niet ook met een volgende zorgaanbieder strijd ontstaat.

3.8.3.

Uit hetgeen hiervoor onder 3.8.1. en 3.8.2. is overwogen, vloeit naar het oordeel van de rechtbank tevens voorts dat verplichte zorg onder de gegeven omstandigheden niet aan het proportionaliteitsvereiste voldoet.

3.9.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat op dit moment niet is voldaan aan alle criteria van artikel 3:3 Wvggz. Het verzoek zal om die reden worden afgewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

wijst af het verzoek tot het verlenen van een (opvolgende) zorgmachtiging.

Deze beschikking is op 24 december 2020 gegeven door mr. S. Stenfert Kroese, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door M. Rozendal, de griffier, en op

29 december 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.