Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4662

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-11-2020
Datum publicatie
30-12-2020
Zaaknummer
18/072275-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

- diefstal

- ontkennende verdachte

- alternatief scenario

- taakstraf

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/072275-19

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 november 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 oktober 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.A. Schütz, advocaat te Leeuwarden. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. I. Kluiter.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

zij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 15 november 2018 tot en met 20 december 2018 te Leeuwarden, althans in de gemeente Leeuwarden, althans in Nederland, 81, althans een aantal cadeau-bonnen (Tintelingen-bonnen), in elk geval enig goed, dat (telkens) geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij], heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft haar verklaring bij de politie onder druk afgelegd waardoor zij een bekentenis heeft afgelegd, maar zij is daar in haar aanvullende verklaring op teruggekomen. Zij heeft de cadeaubonnen niet uit het kantoor weggenomen maar overgenomen van een collega.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat op basis van de hierna vermelde bewijsmiddelen uit van het volgende.

Volgens afspraak heeft de [benadeelde partij] medio november 2018 een groot aantal cadeaubonnen van Tintelingen.nl ontvangen, om deze voor de kerstdagen uit te delen aan haar medewerkers en vrijwilligers. Per persoon is 1 cadeaubon met een waarde van 20 euro beschikbaar. Op 20 december 2018 heeft Tintelingen.nl aan [benadeelde partij] gemeld dat zij heeft ontdekt dat een persoon 79 verschillende inlogcodes heeft gebruikt om cadeaubonnen van Tintelingen.nl te verzilveren. Later is gebleken dat het 81 verschillende inlogcodes betroffen. Voor het verzilveren van de inlogcodes is telkens het e-mailadres van verdachte gebruikt, namelijk [emailadres]@hotmail.com. Verdachte heeft met de door haar verzilverde cadeaubonnen diverse cosmeticaproducten gekocht bij [bedrijf].

Op 21 december 2018 is door [naam 1], teamleider [benadeelde partij], gemeld dat zij een aantal pakketten met cadeaubonnen van Tintelingen te kort kwam. De dozen met cadeaubonnen stonden in het kantoor van [naam 1]. Verdachte had als schoonmaakmedewerkster toegang tot het kantoor van [naam 1]. In de woning van verdachte zijn, terwijl zij reeds een aantal cadeaubonnen had verzilverd, op 14 februari 2019 nog 14 cadeaubonnen van Tintelingen aangetroffen.

Verdachte heeft op 14 februari 2019 een bekennende verklaring afgelegd bij de politie. Korte tijd later heeft verdachte een verklaring op schrift gesteld. Verdachte trekt haar bekentenis bij de politie in en verklaart dat zij de cadeaubonnen niet heeft gestolen, maar dat zij deze heeft gekocht van een collega genaamd [naam 2]. Zij kwam [naam 2] in het fietsenhok tegen. [naam 2] heeft verdachte verteld dat zij de cadeaubonnen van andere collega's had gekregen. Verder stelt verdachte onder druk te zijn gezet tijdens het politieverhoor op 14 februari 2019 en daarom een bekennende verklaring te hebben afgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt op geen enkele wijze dat verdachte tijdens het verhoor op 14 februari 2019 onder druk is gezet door de verbalisanten. Het door verdachte gegeven alternatieve scenario acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van cadeaubonnen van Tintelingen bij [benadeelde partij].

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 januari 2019, opgenomen op pagina 45 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2019122836 d.d. 15 mei 2019, inhoudende de verklaring van [naam 3] namens [benadeelde partij], onder meer:

Op 20 december 2018, kregen wij een melding van het bedrijf Tintelingen. Dit bedrijf had van ons de opdracht gekregen om voor een bedrag drieëntachtig duizend euro eenenveertighonderd cadeaubonnen aan ons te leveren. De afspraak was dat de bonnen via www.tintelingen.nl konden worden verzilverd. Een medewerker van Tintelingen.nl vertelde ons dat er een verdachte transactie had plaatsgevonden op hun website. Iemand had met negenenzeventig verschillende inlogcodes negenenzeventig keer een cadeaubon verzilverd via de website van Tintelingen. Het bleek zo te zijn dat er negenenzestig keer via het emailadres [emailadres]@hotmail.com verschillende cadeaukaarten zijn verzilverd. De medewerker van Tintelingen vertelde ons dat de verzilverde cadeaubonnen welke via het mailadres [emailadres]@hotmail.com waren verzilverd allemaal waren ingeleverd bij de parfumeriezaak [bedrijf], gelegen aan de [straatnaam] in Leeuwarden. De medewerker vertelde mij daarbij dat het bij hun ook duidelijk was dat er nog eens negenenzestig cadeaubonnen waren verzilverd en dat deze allemaal bij de [bedrijf], gelegen aan de [straatnaam] in Leeuwarden waren besteed. Het mailadres dat hierbij werd gebruikt was in dit geval [emailadres]@hotmail.com. De medewerker vertelde mij dat het IP adres dat werd gebruikt bij de verzilvering van de cadeaubonnen. De IP-adressen horende bij het mailadres van [emailadres]@hotmail.com zijn: [ip-adres] en [ip-adres].

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangeefster d.d. 20 februari 2019, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 3], onder meer:

V: Hoeveel bonnen heeft [verdachte] mogelijk gestolen?
A: Nadat u mij vertelde [verdachte] te hebben aangehouden, hebben wij nog een keer contact gehad met een medewerker van het bedrijf van Tinteling.nl. Dit betreft [naam 4]. Aan hem hebben wij gevraagd hoeveel bonnen er in totaal zijn geactiveerd door de persoon [verdachte]. [naam 4] gaf aan dat er in de periode 17 december 2018 tot en met 20 februari 2019 in totaal 81 bonnen onder haar naam zijn geactiveerd. Alle bonnen zijn geactiveerd onder de naam [verdachte] of [verdachte]. Bij alle aanvragen is er gebruikt gemaakt van het e-mailadres: [emailadres]@hotmail.com. De bon van Tinteling is omgezet naar een cadeaubon van [bedrijf]. Ik overhandig u hierbij een kopie van de lijst van activering van de bonnen die geactiveerd zijn bij Tintelingen. (..) [naam 4], De medewerker van Tinteling, deelde mij verder mede dat [verdachte] op 11 februari 2019 contact had opgenomen met de klantenservice van Tinteling. Dit omdat haar account op Tinteling geblokkeerd was. Zij kon deze blokkade alleen op heffen door eventueel contact op te nemen met de klantenservice.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 14 februari 2019 genomen op pagina 298 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte], onder meer:

V: Wat is uw email adres?
A: [emailadres]@hotmail.com

V: Verteld eens vanaf het begin nu. Hoe komt u aan de waardebonnen?
A: Het lag op kantoor.
A: Het lag in een doos.
A: Deze stond in het kantoor van [naam 1]. Ik was daar aan het schoonmaken.
V: Waar zit het kantoor van [naam 1]?
A: Op de begaande grond.
V: En wat gebeurd er dan?
A: Dan gewoon pakken toch.
V: Wat heeft u gepakt uit de doos?
A: Die kerstcadeau.
V: Wist u al wat er in zat toen u bonnen pakte?
A: Ja kaarten of zo.
V: Hoeveel heeft u er mee genomen?
A: Gewoon .. ik weet niet hoeveel ik heb het in mijn tas gedaan.
V: Hoeveel heeft u er in uw tas gestopt dan?
A: Dat is verschillend toch...
V: Hoeveel keer heeft u kaarten uit de doos gepakt?
A: Dat weet ik niet.
V: Heeft u alle bonnen in 1 keer meegenomen?
A: Uhmm nee, denk in 3 a 4 keer of zo.
V: Hoeveel bonnen heeft u per keer meegenomen?
A: Nee dat weet ik niet.
V: Is de 3 a 4 keer dat u gepakt heeft in een keer geweest?
A: Nee, ik heb meerdere dagen enveloppen meegenomen in mijn tas.
V: Toen u daar aan het schoonmaken was en de enveloppen pakte was er toen nog iemand
anders?
A: Nee ik was daar alleen.
V: Dan heeft u de bonnen in uw tas gedaan wat doet u er dan mee?
A: Ik heb de envelop opgemaakt. Daarna heb ik besteld.
V: Wie heeft de bonnen verzilverd bij Tintelingen.nl?
A: Ik heb dat gedaan.
V: Hoe is dat gegaan?
A: Ik heb dit gedaan via de computer van mijn dochter.
V: Wat was de waarde van 1 bon?
A: 20 euro.
V: Voor wat heeft u de bonnen verzilverd. ( [bedrijf] bonnen)
A: [bedrijf] kaarten.
V: Welke gegevens heeft u gebruik bij tintelingen.nl?
A: Mijn eigen email adres en mijn naam.
V: Hoe ontving u deze kaarten?
A: Op mijn email [emailadres]@hotmail.com.
V: Hoeveel keer heeft u bonnen verzilverd?
A: Dat weet ik niet.
V: Wat heeft u na de verzilvering van de 69 waardebonnen gedaan?
A: Dan ben ik gaan kopen.
V: Waar heeft u de bonnen uitgegeven?
A: Bij [bedrijf], aan de [straatnaam] te Leeuwarden
V: Wanneer heeft u de bonnen uitgegeven?
A: Vanaf januari 2019
V: Wij hebben geconstateerd dat dit eerder is geweest. Al op 18 december 2018.
A: Dat kan ook.
V: Wij hebben geconstateerd dat u ongeveer 69 waardebonnen uit heeft gegeven bij ICI
Paris. Zijn deze bonnen allemaal afkomstig uit het kantoor van [naam 1]?
A: Ja.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen doorzoeking woning d.d. 14 februari 2019 genomen op pagina 206 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verbalisant, [verbalisant 1], hoofdagent van politie eenheid Noord-Nederland, onder meer:

Naar aanleiding van het onderzoek tegen verdachte [verdachte] geboren op 23 juni

1966, heb ik, verbalisant [verbalisant 1], samen met verbalisant [verbalisant 2],

hoofdagent van politie, op donderdag 14 februari 2019, omstreeks 13.15 uur, de woning

[straatnaam] te Leeuwarden betreden. Dit betreft het huisadres van verdachte [verdachte].

Ruimte 2 / slaapkamer verdachte [verdachte].

In deze ruimte werden de volgende spullen aangetroffen en inbeslaggenomen:

Onder het matras van het bed:

- 14 kaarten van tinteling.nl met daarop een inlogcode en wachtwoord.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

zij in de periode van 15 november 2018 tot en met 20 december 2018 te Leeuwarden, 81 cadeaubonnen (Tintelingen-bonnen), dat toebehoorde aan [benadeelde partij], heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, meermalen gepleegd

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren te vervangen door 40 dagen hechtenis. Verder heeft zij gevorderd de inbeslaggenomen goederen zoals vermeldt op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd te verklaren.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor vrijspraak van het tenlastegelegde.

Bij strafoplegging heeft de raadsman verzocht rekening te houden met de persoon van verdachte en de gevolgen die zij al van deze zaak heeft ondervonden. Verdachte is op staande voet ontslagen waardoor zij uiteindelijk in de bijstand terecht is gekomen en moest verhuizen. Verder heeft de raadsman verzocht rekening te houden met het tijdsverloop van de zaak. Hij acht een geheel voorwaardelijke taakstaf passend.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 oktober 2020, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte, die destijds in de schuldsanering zat en moest rondkomen van krap weekgeld en beperkte inkomsten als schoonmaakster, heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van cadeaubonnen van [benadeelde partij]. Deze bonnen waren bestemd voor medewerkers van [benadeelde partij] als kerstattentie. Verdachte heeft met haar handelen niet alleen het vertrouwen van haar werkgever (het door de [benadeelde partij] ingeschakelde schoonmaakbedrijf), maar ook van de opdrachtgever de [benadeelde partij] - geschaad.

De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat zij uit eigen financieel gewin heeft gehandeld.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen dat verdachte de afgelopen 5 jaren niet is veroordeeld in verband met een strafbaar feit.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf zoals geëist door de officier van justitie, passend en geboden is.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de goederen 2 tot en met 42 als vermeld op de lijst inbeslaggenomen goederen van 26 oktober 2020 vatbaar voor verbeurdverklaring nu het voorwerpen betreffen die aan de verdachte toebehoren en die geheel uit de baten van het bewezenverklaarde feit zijn verkregen en deze toebehoren aan verdachte.

Benadeelde partij

[benadeelde partij] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.620,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft toewijzing van het gevorderde bedrag van de benadeelde partij [benadeelde partij] van € 1.620,00 ter vergoeding van de materiële schade gevorderd, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat indien verdachte wordt veroordeeld een bedrag van € 1.620,- kan worden toegewezen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vordering, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 december 2018.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een taakstraf voor de duur van 80 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 40 dagen zal worden toegepast.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.620,00 (zegge: zestienhonderd en twintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2018. Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] te betalen een bedrag van € 1.620,00 (zegge: zestienhonderd en twintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2018 bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 26 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen de goederen 2 tot en met 42 als vermeld op de lijst inbeslaggenomen goederen van 26 oktober 2020.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.Y.B. Jansen, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. B.F. Hammerle, rechters, bijgestaan door W. van Goor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 november 2020.

Mr. B.F. Hammerle is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.