Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4556

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-12-2020
Datum publicatie
23-12-2020
Zaaknummer
17/080083-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met 1 jaar. De voorwaarden verbonden aan de beëindiging van verpleging van overheidswege worden gewijzigd zoals voorgesteld door de reclassering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

Parketnummer: 17/080083-02

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 1 december 2020 op een vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling

in de zaak tegen

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende [woonadres] ,

hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 26 oktober 2020 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met één jaar.

De behandeling heeft plaatsgevonden op 1 december 2020, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, de officier van justitie mr. R. Janssens en mevrouw M.G.D. Benschop als deskundige.

De rechtbank heeft acht geslagen op de stukken waaronder met name het reclasseringsadvies d.d. 21 oktober 2020 door M. Benschop, reclasseringswerker van SVG Reclassering Limburg. De rechtbank heeft voorts gelet op de adviezen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, opgemaakt door dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, en dr. W.F. van Kordelaar, klinisch psycholoog.

Motivering

De opgelegde terbeschikkingstelling

Bij arrest van 4 augustus 2003 heeft het gerechtshof Leeuwarden veroordeelde ter beschikking gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, wegens (onder meer) verkrachting, vrijheidsberoving, poging doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De terbeschikkingstelling is aangevangen op 3 december 2003 en laatstelijk op 12 december2019 verlengd met een jaar.

Bij beslissing van 16 juni 2015 is de verpleging van overheidswege voorwaardelijk beëindigd. Nadien zijn twee vorderingen tot hervatting van de dwangverpleging afgewezen. De laatste vordering is afgewezen bij beslissing 30 juli 2020 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Bij deze beslissing zijn de voorwaarden, verbonden aan de beëindiging van de verpleging van overheidswege, gewijzigd. In verband met de tweede procedure tot hervatting van de dwangverpleging is verdachte tot 5 augustus 2020 gedetineerd geweest.

Het advies van de reclassering

Het reclasseringsadvies van 21 oktober 2020, opgesteld door M.G.D. Benschop, reclasseringswerker van SVG Reclassering Limburg, vermeldt – zakelijk weergegeven – onder meer het volgende.

De veroordeelde is op 5 augustus 2020 vanuit de P.I. geplaatst in RIBW de Hulst te Oostrum. Hij heeft zich sindsdien aan de voorwaarden, zoals gewijzigd bij de beslissing van 30 juli 2020, gehouden.
De reclassering geeft de rechtbank in overweging om het verbod tot gebruik van alcohol te wijzigen in gecontroleerd alcoholgebruik, te weten maximaal drie keer per week maximaal twee eenheden alcohol, zodat de veroordeelde kan oefenen met sociaal en gecontroleerd drinken.

De visie van de reclassering is dat hun inzet met name gericht moet zijn op het praktisch ondersteunen van veroordeelde zodat hij bij beëindiging van de maatregel zijn leefgebieden zoveel mogelijk op orde heeft.

De komende maanden worden de mogelijkheden voor toekomstige huisvesting onderzocht door de reclassering.

Daarnaast moet veroordeelde inzicht krijgen in zijn financiën. In eerste instantie (gedurende zes maanden) met een budgetcoach en daarna zelfstandig met minimale ondersteuning van reclassering en/of RIBW. De reclassering acht het van belang dat veroordeelde na het einde van de TBS geen schulden heeft.

De reclassering sluit zich aan bij de visie van de psycholoog dat veroordeelde is uitbehandeld in engere zin. Tijdens de zittingen in mei en juli 2020 bij het gerechtshof zou zijn gebleken dat het gerechtshof en de reclassering begeleiding/behandeling door een (forensisch) Fact-team noodzakelijk achten, maar dit is niet als voorwaarde opgenomen. De reclassering stelt voor dat alsnog als voorwaarde laten toevoegen.

Alles afwegend is door de reclassering geadviseerd om de maatregel met één jaar te verlengen. De intentie is om in dat jaar toe te werken naar het kunnen beëindigen van de maatregel. Nu is de ondersteuning en begeleiding nog geïndiceerd vanwege het gegeven dat de resocialisatie pas vanaf augustus 2020 is voortgezet. Veroordeelde moet nog enige tijd krijgen om te oefenen met wonen, werken en het op orde krijgen van zijn financiën.

De deskundige mevrouw Benschop heeft tijdens de zitting van 1 december 2020 het advies bevestigd en nader toegelicht.

De veroordeelde is recentelijk verhuisd van een RIBW met 24-uurs opvang, naar een RIBW met 12-uurs opvang. Er is dus nog wel toezicht, maar dit wordt afgebouwd ook met het oog op een mogelijke verhuizing naar Friesland. Het is de bedoeling dat de veroordeelde daar zelfstandig zal wonen. Een vorm van ambulante woonbegeleiding is dan wel nodig en de deskundige heeft verzocht dit als voorwaarde toe te voegen.

Er is contact met VNN Friesland, te weten de heer E. Leyder Havenstroom, zodat veroordeelde komend jaar kan verhuizen naar Friesland en het toezicht daar wordt voortgezet. De veroordeelde en de heer Leyder Havenstroom kennen elkaar van vroeger. Er is contact om de overdacht van veroordeelde goed te laten verlopen en te beoordelen welke voorwaarden wenselijk zijn.

Een versoepeling van het alcoholverbod kan algemeen geformuleerd worden, als de veroordeelde maar begrijpt dat de reclassering richtlijnen geeft over het alcoholgebruik en hij zich daar aan moet houden.

Samenvattend heeft de deskundige geadviseerd de terbeschikkingstelling met een jaar te verlengen met toevoeging van twee voorwaarden, te weten begeleiding door een (forensisch) Fact-team en ambulante woonbegeleiding op het moment dat veroordeelde zelfstandig woont, en een wijziging van de voorwaarde omtrent het alcoholgebruik.

De adviezen van de deskundigen als bedoeld in artikel 6:6:12, derde lid Sv.

In het door de deskundige dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, op 7 september 2020 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

De psychiater heeft geconcludeerd dat bij veroordeelde sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en vermijdende trekken. Er is een stoornis in het gebruik van cannabis en harddrugs, in remissie. Er zijn geen discrepanties tussen de diagnostische conclusies en die van de kliniek.

De kans op herhaling van het gebruik van geweld en met name seksueel geweld wordt als laag ingeschat binnen de TBS en als matig als er geen TBS meer zou zijn. Het oordeel matig volgt met name in ongunstige omstandigheden bij een problematische relatie, waarbij het gevaar zich op de lange termijn zou kunnen voordoen.

De beschermende factoren zijn met name zijn werkvermogen, zijn hechting aan dieren en de mogelijkheid om daarin activiteiten te zoeken. Het werk kan hem identiteit geven, die mogelijk sterker wordt dan zijn antisociale attitude. Veroordeelde heeft adequate levensdoelen en heeft concrete idealen die mogelijk wel bereikbaar zijn. De frustratietolerantie is verbeterd. Veroordeelde is gemotiveerd om geen harddrugs meer te gebruiken.

De risicoprognose wat betreft herhaling van de indexdelicten wordt lager ingeschat dan bij de laatste inschatting in 2017. Er is meer nadruk gelegd op het huidige functioneren in de RIBW. Het risicomanagement stoelt vooral op samenwerking met de reclassering en op openheid van de veroordeelde. De verwachting is dat dit kan verbeteren als er met hem samen plannen voor het realiseren van zijn toekomstwensen gemaakt gaan worden. Dit sluit aan bij de werkwijze van de reclassering.

De psychiater heeft geadviseerd om de TBS maatregel met één jaar te verlengen. De adaptieve functies van veroordeelde kunnen binnen de RIBW en in het mogelijk realiseren van zelfstandig wonen en werk versterkt worden komend jaar zodat de TBS mogelijk beëindigd kan worden als hij geïntegreerd woont in zijn gewenste omgeving.

In het door de deskundige dr. W.F. van Kordelaar, klinisch psycholoog, op 4 september 2020 opgemaakte rapport wordt geadviseerd de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar te verlengen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

De psycholoog heeft geconcludeerd dat veroordeelde een intellectueel laagbegaafde man is waarbij sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis die voortkomt uit een ontwikkelingsgang met ernstige pedagogische en affectieve verwaarlozing. In het verleden was sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis, cocaïne en XTC, thans langdurig in remissie onder gecontroleerde omstandigheden.

De psycholoog ziet geen aanleiding om narcistische trekken afzonderlijk te benoemen, omdat door de psycholoog de daarbij horende sterkte behoefte aan aandacht en bewondering niet wordt gezien.

De kans op herhaling van (seksueel) geweld bij behoud van het TBS kader wordt op korte termijn als laag ingeschat. Bij wegvallen van het TBS kader wordt de kans op herhaling van geweld en seksueel geweld als matig tot – bij relationele verwikkelingen – relatief hoog ingeschat.

Gesteld is voorts dat veroordeelde in de fase van behandeling is waarbij van hem mag worden verwacht dat hij zich meldt als daar aanleiding voor is, tegelijkertijd mag daar niet van uit worden gegaan en moet actief coachend toezicht geboden worden. Het advies met betrekking tot het risicomanagement is in overeenstemming met de reclassering.

Geadviseerd is om de TBS maatregel met één jaar te verlengen, omdat veroordeelde in de eindfase van het traject verkeert en het niet uit te sluiten is dat de TBS bij de volgende verlenging beëindigd kan worden.

Ten aanzien van het alcoholverbod geeft de psycholoog in overweging om deze bij te stellen in de zin dat in overleg met de reclassering gecontroleerd gebruik van alcohol is toegestaan waarbij veroordeelde meewerkt aan controles.

Samenvattend hebben beide deskundigen geadviseerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en de door de deskundige ter zitting genoemde wijzigingen in de voorwaarden.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

De veroordeelde en zijn raadsman hebben zich niet verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar en de door de deskundige ter zitting genoemde wijzigingen in de voorwaarden.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de inhoud van voormelde adviezen, de door de deskundige gegeven toelichting en hetgeen overigens uit het onderzoek ter zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen en goederen vereist dat de termijn van de dwangmaatregel wordt verlengd. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling, overeenkomstig de vordering en het verlengingsadvies, met één jaar verlengen.

Op grond van de hierboven vermelde stukken en de behandeling ter terechtzitting is de rechtbank voorts tot het oordeel gekomen dat de voorwaarde, verbonden aan de beëindiging van de verpleging van overheidswege, moeten worden gewijzigd zoals voorgesteld door de reclassering.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van veroordeelde met één jaar.

De rechtbank wijzigt de voorwaarden, verbonden aan de beëindiging van de verpleging van overheidswege, waardoor deze als volgt komen te luiden:

1. de veroordeelde maakt zich niet schuldig aan een strafbaar feit

2. de veroordeelde verleent zijn medewerking aan het reclasseringstoezicht, wat onder andere inhoudt dat hij:

a. zich meldt op afspraken bij de reclassering, waarbij de reclassering bepaalt hoe vaak dat nodig is. Ook houdt de veroordeelde frequent contact met een reclasseringsbegeleider, waarbij de frequentie wordt bepaald door de reclassering en waarbij de veroordeelde de reclassering informeert over door de reclassering geselecteerde leefgebieden;

b. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

c. zich houdt aan de aanwijzingen van de reclassering die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of nodig zijn om de veroordeelde te bewegen tot het naleven van de voorwaarden. In dat verband geldt voor de veroordeelde een inspanningsverplichting. Hij moet initiatief nemen om de aanwijzingen van en afspraken met de reclassering uit te voeren, onder andere met betrekking tot zijn financiën, dagbesteding en huisvesting;

d. zich houdt aan de afspraken die worden gemaakt met de behandelaren en begeleiders, ook wanneer deze betrekking hebben op begeleid of beschermd wonen;

e. de reclassering helpt aan een actuele foto waarop zijn gezicht herkenbaar is, te behoeve van opsporing in het geval van ongeoorloofde afwezigheid;

f. medewerking verleent aan huisbezoeken;

g. niet verhuist of van adres verandert zonder toestemming van de reclassering;

h. de reclassering inzicht geeft in zijn vrienden- en kennissenkring. De veroordeelde geeft opening van zaken wat betreft een eventuele partnerrelatie en verleent de reclassering toestemming om ook zonder zijn aanwezigheid met die partner te spreken. Wanneer geïndiceerd werkt de veroordeelde mee aan relatiegesprekken;

i. de reclassering inzicht geeft in de voortgang van de begeleiding en/of behandeling door andere instellingen of hulpverleners;

j. medewerking verleent aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact met hem hebben, als dat van belang is voor het toezicht.

3. De veroordeelde begeeft zich zonder toestemming van het openbaar ministerie of de reclassering niet buiten de Europese landsgrenzen van Nederland.

4. De veroordeelde verblijft in een instelling voor begeleid wonen van RIBW de Vliet in Venray of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra er een plek is voor de veroordeelde en duurt zolang de reclassering dat nodig acht. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.

5. De veroordeelde verleent, na zijn verblijf in een instelling voor begeleid/beschermd wonen of maatschappelijke opvang, zodra hij beschikt over zelfstandige woonruimte, medewerking aan ambulante woonbegeleiding, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die begeleiding worden gegeven, voor over en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

6. De veroordeelde heeft een zinvolle dagbesteding waar hij minimaal een aantal uur per week mee bezig is. Hij verandert niet van werkplek/studie/vrijwilligerswerk zonder overleg met en toestemming van de reclassering.

7. De veroordeelde werkt mee aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC), bijvoorbeeld Dr. S. van Mesdag. Deze time-out duurt maximaal zeven weken, met de mogelijkheid tot verlenging met nog eens maximaal zeven weken, tot maximaal vertien weken per jaar.

8. De veroordeelde gebruikt geen drugs en werkt mee aan controles op de naleving van dit verbod. Deze controles vinden plaates door middel van urine-onderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd.

9. De veroordeelde mag gecontroleerd alcohol gebruiken in een door de reclassering nader te bepalen mate en frequentie en werkt mee aan controles op de naleving. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak de veroordeelde wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn urine-onderzoek en ademonderzoek (blaastest).

10. De veroordeelde heeft of zoekt op geen enkele wijze direct of indirect contact met mevrouw [naam] , zolang het openbaar ministerie die nodig acht. De politie ziet toe op de naleving van dit verbod.

11. De veroordeelde werkt, indien de reclassering dit noodzakelijk acht, mee aan ambulante behandeling/begeleiding door het (forensisch) FACT-team of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De veroordeelde werkt mee aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.W.G. Wijnands, voorzitter, mr. W.S. Sikkema en mr. R.B. Maring, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 december 2020.