Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4541

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
22-12-2020
Datum publicatie
23-12-2020
Zaaknummer
8456346 \ CV EXPL 20-1702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepassing Sociaal Plan op voorgenomen reorganisatie. De kantonrechter concludeert dat de brieven die werkgever heeft verstuurd kwalificeren als schriftelijke informatie die het Sociaal Plan voor het van toepassing worden daarvan vereist. Dat betekent dat werknemers die een dergelijke brief hebben ontvangen een beroep kunnen doen op het Sociaal Plan en (tenzij sprake is van één van de daarin genoemde uitzonderingen) indien zij daadwerkelijk worden ontslagen, recht hebben op de daarin bepaalde ontslagvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1583
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 8456346 \ CV EXPL 20-1702

vonnis van de kantonrechter van 22 december 2020

in de zaak van

1 [48. eisers wonende in diverse gemeenten in Nederland of wonende te Duitsland]

hierna te noemen: [eisende partijen]

alsmede

49. Frederatie Nederlandse Vakbeweging (FNV), statutair gevestigd te Utrecht,

hierna te noemen: FNV,

eisende partijen,

gemachtigde: mr. W. Smit, FNV Ledenservice,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Fresenius Hemocare Netherlands B.V.,

hierna te noemen: FHCN,

gevestigd te 7881 HM Emmer-Compascuum, Runde ZZ 41,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. W.M. Engelsman,

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 april 2020 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 8 september 2020;

- het proces-verbaal van de comparitie op 19 november 2020, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt;

- de voor die comparitie door eisers en FHCN toegezonden producties.

2 De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.1.

FVN is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid en heeft zich krachtens haar statuten ten doel gesteld de belangen te behartigen van werknemers, waaronder werknemers in de industriesector. FNV is bevoegd om voor dit doel collectieve arbeidsovereenkomsten, alsmede alle andere van belang zijnde regelingen tot stand te brengen met (verenigingen van) werkgevers.

2.2.

FHCN exploiteert in [plaats] een productielocatie, gespecialiseerd in de vervaardiging van medische instrumenten en hulpmiddelen.

2.3.

Op 18 december 2015 is FHCN met onder meer FNV het Sociaal Plan Fresenius HemoCare Netherlands B.V. overeengekomen (hierna: het Sociaal Plan). Dit Sociaal Plan, met een looptijd van 1 oktober 2016 tot en met 30 september 2021, is aangemeld bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als cao. Het Sociaal Plan voorziet, verkort weergegeven, bij beëindiging van het dienstverband wegens boventalligheid in een bruto beëindigingsvergoeding op basis van de oude kantonrechtersformule met een correctiefactor C van 1,3. Voorts is bepaald dat eventuele bezwaren zullen worden behandeld door een begeleidingscommissie.

2.4.

In het Sociaal Plan zijn de volgende artikelen opgenomen, voor zover van belang:

"2.1 Werkingssfeer

Dit Sociaal Plan is van toepassing op de Werknemer die gedurende de looptijd van dit Sociaal Plan door of namens de directie van FHCN schriftelijk is geïnformeerd dat zijn arbeidsplaats is komen te vervallen, dan wel komt te vervallen als gevolg van reorganisatiemaatregelen, waaronder sluiting, waardoor hij boventallig is geworden of wordt.

(…)

2.3.

Looptijd

Dit Sociaal Plan treedt op 1 oktober 2015 in werking en eindigt van rechtswege, zonder dat opzegging nodig is, op 30 september 2020. Dit Sociaal Plan kent geen nawerking: na 30 september 2020 (dit is in 2018 verlengd tot 30 september 2021, ktr.) kunnen er geen aanspraken meer ontstaan op de voorzieningen en bepalingen uit dit Sociaal Plan. Rechten en plichten voortvloeiende uit dit Sociaal Plan blijven van kracht ook nadat de werkingsduur van dit Sociaal Plan is verstreken. …

(…)

4. BEGELEIDINGSCOMMISSIE

Per de datum van ondertekening van dit Sociaal Plan en voor de duur van dit Sociaal Plan zal een begeleidingscommissie ("Begeleidingscommissie") worden ingesteld.

(…)

5.1

Ontslagselectie

FHCN bepaalt of er sprake is van boventalligheid van een Werknemer. De datum van boventalligheid is de datum waarop de Werknemer schriftelijk op de hoogte is gesteld van het feit dat zijn functie zal komen te vervallen wegens reorganisatiemaatregelen. Deze datum is de datum waarop het ondernemersbesluit wordt genomen volgend op het advies van de Ondernemingsraad met betrekking tot reorganisatiemaatregelen.

(…)

5.2

Mededeling van boventalligheid

Bij verval van de bestaande functie zal de boventallige Werknemer schriftelijk worden geïnformeerd. Deze schriftelijke mededeling bevat een toelichting op de boventalligheid van de Werknemer, de voorziene Einddatum en een berekening van de Ontslagvergoeding.".

2.5.

Op 22 oktober 2018 heeft Fresenius Kabi AG, het moederbedrijf van FHCN, bekendgemaakt dat de vestiging in [plaats] stopt met de productie van bloedtransfusieproducten en dat zij overstapt op de productie van medische voeding. Fresenius Kabi AG investeert hiervoor een bedrag van € 100.000.000,00 in het opzetten van een of meer (nieuwe) productielijnen in de vestiging in [plaats] .

2.6.

Op 23 mei 2019 heeft FHCN haar ondernemingsraad om advies ex artikel 25 WOR gevraagd vanwege de voorgenomen wijziging van de productieactiviteiten op de locatie in [plaats] . Die wijziging betreft enerzijds de gefaseerde afbouw van de zogenoemde APS productie en anderzijds de opbouw en ingebruikname van twee zogenoemde Eternal Nutrition (EN) Easy Bag productielijnen.

2.7.

De adviesaanvraag vermeldt het volgende, voor zover van belang:

p.19: "De PU AP heeft per 1 maart 2019 een personeelsbezetting van 187 FTE, (…)

(…)

Nagenoeg alle bestaande PU APS functies zullen komen te vervallen als gevolg van het eindigen van de AT en vervolgens CS-productie. De huidige verwachting is dat een aanzienlijk deel van de medewerkers die boventallig wordt, zich kwalificeert voor een nieuwe (passende functie in de PU EN en duurzaam overgeplaatst kan worden. In de periode tot het operationeel draaien van de 2e EN lijn za van een aantal FTE afscheid genomen moeten worden. Dit gaat dan om medewerkers voor wie geen 'match' met de PU EN kan worden gemaakt. (…)"

Voor PU EN functies die niet intern kunnen worden ingevuld (want niet uitwisselbaar dan wel niet passend), zullen externe vacatures geplaatst worden. Medewerkers die, als gevolg van de regelgeving voor uitwisselbaarheid en passendheid, in eerste instantie boventallig zijn; mar in persoon wel geschikt voor deze vacatures zijn kunnen natuurlijk (met voorrang) voor een dergelijke vacature hun interesse aangeven en bij geschiktheid in dienst blijven"

p.20: "We spreken van overplaatsing van boventallige medewerkers in een nieuwe uitwisselbare dan wel passende EN-functie en van plaatsing in een reeds bestaande functie."

(…)

p.22: " A. Per het peilmoment zullen de op dat moment bestaande categorieën uitwisselbare functies (functiegroepen) komen te vervallen en de daarin voorkomende medewerkers boventallig worden verklaard."

(…)

p.23: "Boventallige werknemers voor wie geen uitwisselbare functie bestaat (…) worden rechtstreeks geplaatst in een passende functie, indien deze beschikbaar is en de medewerker daarvoor door de directe van FHCN geschikt wordt geacht."

2.8.

Op 18 juli 2020 heeft de Ondernemingsraad positief geadviseerd, waarna FHCN op 26 juli 2018 het ondernemersbesluit heeft genomen.

2.9.

Op 12 december 2019 heeft FHCN een aantal van haar werknemers geïnformeerd over de reorganisatie. Er zijn twee verschillende brieven gestuurd. Brief 1 luidt als volgt, voor zover van belang:

"Hierbij delen wij u mede dat ten gevolge van de uitfasering van de APS productie en de vorming van de Production Unit Enternal Nutrition in Emmer-Compascuum (PU EN) alle PU-functies komen te vervallen. Daarom moet er worden vastgesteld welke PU EN-functies uitwisselbaar of passend zijn ten opzichte van de PU APS functies. Daarnaast dient te worden vastgesteld welke medewerkers in welke zogenoemde uitwisselbare of passende functies kunnen worden overgeplaatst.

De vaststelling van deze zaken gaat uit van de stand van zaken op 1 januari 2020. Wij noemen dit de peildatum.

Uw huidige functie van (…) komt te vervallen uiterlijk wanneer de APS productie in zijn geheel uitgefaseerd is. Helaas is voor u geen uitwisselbare of passende functie voorhanden waarin u rechtstreeks kan worden geplaatst wanneer uw huidige functie ophoudt te bestaan.

Er komen in de PU EN ook nieuwe functies beschikbaar die niet uitwisselbaar of passend zijn.

(…)

Wij nodigen u uit hierop te solliciteren.".

2.10.

In brief 2 staat het volgende, voor zover van belang:

"Hierbij delen wij u mede dat ten gevolge van de uitfasering van de APS productie en de vorming van de Production Unit Enternal Nutrition in Emmer-Compascuum (PU EN) functies komen te vervallen. Er dient te worden vastgesteld welke PU EN-functies uitwisselbaar of passend zijn en welke medewerkers in welke zogenoemde uitwisselbare of passende functies kunnen worden overgeplaatst.

De vaststelling van deze zaken gaat uit van de stand van zaken op 1 januari 2020. Wij noemen dit de peildatum.

Uw huidige functie van (…) zal komen te vervallen, uiterlijk wanneer de APS productie in zijn geheel uitgefaseerd is. Tot ons genoegen kunnen wij u meedelen dat u zult worden overgeplaatst in de functie (…) Wij verwachten dat u zich ten volle zult inzetten in deze nieuwe functie en zorgvuldig kennis neemt van de aan deze functie gestelde criteria.

(…)

Mocht u van mening zijn dat de functie van (…) ten onrechte passend is verklaard dan wel dat zich uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden kunnen voordoen die aan uw overplaatsing in deze functie in de weg staan, dan kunt u binnen 14 dagen na dagtekening van deze brief schriftelijk bezwaar aantekenen tegen het plaatsingsbesluit. Dit bezwaar kunt u indienen bij de bezwaarcommissie.".

2.11.

Tussen partijen is discussie ontstaan over de status van de hiervoor genoemde brieven. Volgens FNV kwalificeren deze brieven als boventalligheids-mededelingen als bedoeld in artikel 5.1 het Sociaal Plan, terwijl FHCN deze brieven aanduidt als informatiebrieven. FHCN heeft zich in het verlengde daarvan op het standpunt gesteld dat er geen grond is om de in het Sociaal Plan genoemde begeleidingscommissie in te stellen en het verzoek van FNV om dat wel te doen afgewezen.

2.12.

De interne bezwaarcommissie van FHCN, waar de onder 2.10. genoemde brief melding van maakt, heeft nadien 16 bezwaarschriften van medewerkers van FHCN afgehandeld. Die bezwaarcommissie heeft een (van het Sociaal Plan) afwijkende samenstelling. De brieven die deze bezwaarcommissie in dat verband heeft verzonden, gedateerd op 30 januari 2020, luiden als volgt, voor zover van belang:

"Voor de goede orde informeren wij u dat de brief van 12 december jl. alleen informatie geeft over rechtstreekse plaatsing in EN. Indien er sprake is van boventalligheid met eventueel ontslag als gevolg, dan zal uw werkgever u hierover te zijner tijd schriftelijk informeren en ook over welke procedures er dan gelden.".

2.13.

FNV heeft FHCN bij op 28 mei 2020 gedagvaard in kort geding en bij wege van onmiddellijke voorziening gevorderd om FHCN (kort gezegd) te veroordelen tot nakoming van het Sociaal Plan, waaronder begrepen de onverwijlde inschakeling van een begeleidingscommissie, uitreiking van een nieuwe boventalligheidsmededeling, ongedaanmaking van de beslissingen van de bezwaarcommissie en betaling van een schadevergoeding van € 20.000,00 aan FNV.

2.14.

De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 15 september 2020 voorshands geoordeeld dat met de brieven van 12 december 2019 het Sociaal Plan - in beginsel - van toepassing is geworden aangezien deze naadloos aansluiten bij de tekst van artikel 2.1 van het Sociaal Plan. Hij heeft FHCN veroordeelt tot intrekking van alle beslissingen die zij op basis van het advies van de eigen (onbevoegde) bezwaarcommissie heeft genomen en tot nakoming van het Sociaal Plan jegens alle medewerkers in dienst van FHCN op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen, of nog een schriftelijke mededeling zullen ontvangen gedurende de looptijd van het Sociaal Plan, over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden, behoudens voor zover dat Sociaal Plan ziet op ontslag/beëindiging van de arbeidsovereenkomst van medewerkers. Met betrekking dat laatste is overwogen dat partijen zijn het er over eens zijn dat het Sociaal Plan destijds is gesloten als werkgelegenheidsgarantie, met als doel om zoveel mogelijk banen als mogelijk in [plaats] te behouden en dat FHCN onvoldoende weersproken heeft gesteld dat haar werknemers, voor zover zij niet zijn of worden overgeplaatst, hun baan bij APS vooralsnog behouden. De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat het Sociaal Plan niet in die situatie voorziet en op dit punt in zoverre een leemte bevat en dat dit - vermoedelijk - ook verklaart waarom de brieven van 12 december 2019 geen concrete einddatum en ontslagvergoeding vermelden, zoals artikel 5.2 van het Sociaal Plan voorschrijft. De voorzieningenrechter heeft FNV en FHCN er op gewezen dat in artikel 2.4 van het Sociaal Plan staat dat partijen in een dergelijk geval zo nodig tussentijds overleg te plegen. De overige vorderingen van FNV zijn voorshands afgewezen.

3 De vordering en het verweer

3.1.

[eisende partijen] vorderen dat de kantonrechter:

A. voor recht verklaard:

1. dat het Sociaal Plan 2016-2021 op een ieder van hen van toepassing is en dat de rechten en plichten voortvloeiende uit dit Sociaal Plan van kracht blijven ook nadat de werkingsduur van dit Sociaal Plan is verstreken;

2. dat FHCN in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichting om het Sociaal Plan op een ieder van hen toe te passen;

C. FHCN veroordeelt - uitvoerbaar bij voorraad - tot nakoming van het Sociaal Plan 2016-2021 jegens ieder van hen, ook nadat de werkingsduur van dit Sociaal Plan is verstreken, een en ander op straffen van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat FHCN daarmee na betekening van dit vonnis in gebreke blijft; en

E. voor recht verklaard dat FHCN jegens ieder van hen aansprakelijk is, op de voet van artikel 15 en 16 van de Wet CAO, voor de materiele en immateriële schade die voortvloeit uit de door gedaagde verrichte handelingen die strijdig zijn met de bepalingen in het Sociaal Plan 2016-2020, dan wel voor materiele- en immateriële schade voortvloeiende uit de niet nakoming door FHCN van haar verplichtingen op grond van dit Sociaal Plan.

FNV vordert dat de kantonrechter:

B. voor recht verklaart

1. dat het Sociaal Plan 2016-2021 van toepassing is op alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen of nog zullen ontvangen gedurende de looptijd van dit Sociaal Plan, over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden;

2. dat FHCN in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichting om het Sociaal Plan toe te passen op alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden;

D. FHCN veroordeelt - uitvoerbaar bij voorraad - tot:

1. nakoming van het Sociaal Plan 2016-2021 jegens alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen of nog zullen ontvangen gedurende de looptijd van dit Sociaal Plan, over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden;

2. uitreiking van een (nieuwe) schriftelijke mededeling aan alle betreffende medewerkers over het besluit van 12 december 2019, inhoudende dat zijn of haar huidige functie komt te vervallen wegens reorganisatiemaatregelen en dat er in de nieuwe organisatie wel of geen uitwisselbare of passende functie voor handen is, waarin hij of zij rechtstreeks kan worden geplaatst, het een en ander onder de vermelding van een bezwaarmogelijkheid en een (nieuwe bezwaartermijn van 14 dagen na ontvangst;

3. intrekking van alle beslissingen op bezwaar die door FHCN zijn genomen op basis van een advies van de eigen (onbevoegde) Bezwaarcommissie, alsook intrekking van alle overige beslissingen die vallen onder het toepassingsbereik van het Sociaal Plan 2012-2016 en die zijn genomen (mede) op basis van een advies van de eigen (onbevoegde) bezwaarcommissie (zie artikel 3, 'Hardheidsclausule'), of op basis van een beoordeling door de Bezwaarcommissie (zie artikel 6.2., "Weigering passende functie);

een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 voor iedere dag dat FHCN na betekening van dit vonnis in gebreke blijft om aan deze veroordeling te voldoen;

F. FHCN veroordeelt tot betaling van € 20.000,00 dan wel een in goede justitie te betalen bedrag aan schadevergoeding op de voet van de artikelen 15 en 16 van de Wet CAO.

Daarnaast vorderen eisers dat FHCN wordt veroordeeld in de proceskosten.

3.2.

Eisers leggen aan hun vorderingen ten grondslag dat de brieven die FHCN op

12 december 2019 heeft uitgereikt, onder de werkingssfeer van het Sociaal Plan vallen.

Het Sociaal Plan is met ingang van die datum dan ook van toepassing op alle medewerkers van FHCN en de rechten en plichten die uit het Sociaal Plan voortvloeien blijven ook nadat de werkingsduur ervan is verstreken van kracht. Het Sociaal Plan heeft de status van een cao en een standaardkarakter. Gedurende de looptijd van het Sociaal Plan mag er niet van worden afgeweken. Dat heeft FHCN wel gedaan, door het instellen van een bezwaarcommissie (in plaats van een begeleidingscommissie) met een (van het Sociaal Plan) afwijkende samenstelling, waarvan de taken, het toetsingskader en de procedurevoorschriften niet formeel geregeld zijn.

FNV heeft door deze onrechtmatige handelwijze van FHCN aan deze kwestie vele uren moeten besteden die zij voor andere activiteiten had kunnen inzetten en (im-)materiele schade geleden. Zij vordert hiervoor een bedrag van € 20.000,00.

3.3.

FHCN voert gemotiveerd verweer. Hierop wordt voor zover relevant bij de beoordeling nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kernvraag is of gezegd kan worden dat FHCN met de brieven die zij op

12 december 2019 heeft gestuurd, de betrokken werknemer "(1) gedurende de looptijd van het Sociaal Plan, (2) namens de directie van FHCN, (3) schriftelijk heeft geïnformeerd,

(4) dat zijn arbeidsplaats is komen te vervallen dan wel komt te vervallen, (5) als gevolg van reorganisatiemaatregelen, waaronder sluiting, (6) waardoor hij boventallig is geworden of wordt". Als dat zo is, zal FHCN het Sociaal Plan, inclusief wat daarin is bepaald over de ontslagvergoeding, moeten toepassen. Dat is gelet op de laatste volzin van artikel 2.3., waarin staat dat de rechten en plichten uit het Sociaal Plan na het verstrijken van de werkingsduur van kracht blijven, ook het geval als het dienstverband pas na 30 september 2021 wordt beëindigd.

4.2.

Aangezien het Sociaal Plan het karakter heeft van een cao, moet artikel 2.1. volgens vaste rechtspraak worden uitgelegd volgens de zogenoemde 'cao-norm". Bij die uitleg kan volgens de Hoge Raad geen betekenis worden toegekend aan andere stukken dan de tekst van de CAO en de eventueel daarbij behorende toelichting (HR 4 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:678). De kantonrechter zal daarom verder niet ingaan op hetgeen volgens FHCN met FNV, de OR en/of haar moedermaatschappij over het Sociaal Plan is besproken.

4.3.

Dat de brieven van 12 december 2019 tijdens de looptijd van het Sociaal Plan zijn verstuurd en schriftelijke informatie namens de directie van FHCN bevatten over de gevolgen van de reorganisatie bij FHCN, is niet in discussie. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of daarin ook - zoals artikel 2.1 vereist - aan de werknemers is meegedeeld zij boventallig worden of zijn geworden en dat hun arbeidsplaats daarom is of zal komen te vallen. FHCN betwist de stelling van eisers dat dit het geval is.

4.4.

De kantonrechter concludeert, kijkend naar de tekst van het Sociaal Plan, dat eisers het gelijk aan hun zijde hebben. Ten eerste de "boventalligheid"": in artikel 5.1 wordt omschreven wat de datum is van boventalligheid. Dit is de datum waarop de werknemer schriftelijk op de hoogte is gesteld van het feit dat zijn functie zal komen te vervallen wegens reorganisatiemaatregelen. Uit de eerste zin van artikel 5.2. blijkt dat het gaat om bestaande functies. Een werknemer wordt dus boventallig als de functie die hij heeft, door reorganisatie gaat verdwijnen. In de brieven van 12 december 2019 staat met zoveel woorden dat die situatie zich hier voordoet: "Uw huidige functie van (…) zal komen te vervallen, uiterlijk wanneer de APS productie in zijn geheel uitgefaseerd is." Dat in die brieven het woord "boventalligheid" niet wordt genoemd, maakt niet dat daarvan geen sprake is.

Wat betreft het begrip "arbeidsplaats": FHCN heeft ter zitting bepleit dat niet aan artikel 2.1 is voldaan omdat in de brieven niet staat dat de arbeidsplaats komt te vervallen en ook nog niet vaststaat dat dit het geval zal zijn. Volgens haar is met "zijn arbeidsplaats" namelijk niet, zoals eisers betogen, "zijn functie" bedoeld, maar "zijn dienstverband met werkzaamheden waarvoor loon wordt verricht". Ook dit standpunt wordt verworpen omdat die lezing van FHCN in de context van de bewuste zin niet logisch is. In artikel 2.1. wordt immers gesproken over een arbeidsplaats die "is komen te vervallen, dan wel komt te vervallen". Van een dienstverband kan niet worden gezegd dat deze "is komen vervallen"; van een functie wel. Bovendien rijst de vraag waarom partijen - als dat hun bedoeling was - in artikel 2.1. niet eenvoudigweg het woord dienstverband of arbeidsovereenkomst hebben gebruikt.

Daar komt bij dat ook werknemers die volgens FHCN in een nieuwe functie kunnen worden herplaatst en die dus niet hoeven te worden ontslagen, onder de werking van het Sociaal Plan vallen. Deze werknemers kunnen een beroep doen op de daarin voorziene herplaatsings-procedure en eventueel bezwaar maken bij de begeleidingscommissie. Of hun dienstverband wel of niet zal eindigen en of zij dan recht hebben op de in het Sociaal Plan genoemde ontslagvergoeding, hangt af van de vraag of zij die nieuwe functie terecht hebben geweigerd.

4.5.

De kantonrechter constateert net als de voorzieningenrechter wel dat het Sociaal Plan een leemte kent, in die zin dat artikel 5.2. er van uit lijkt te gaan dat op het moment dat de directie van FHCN de in artikel 2.1 bedoelde informatie verstrekt, al een einddatum en ontslagvergoeding bekend zijn en kunnen worden meegedeeld. Dat is hier niet het geval omdat kennelijk nog niet duidelijk is wanneer de functies van de werknemers precies komen te vervallen. Eisers kunnen daarom nog geen integrale nakoming van artikel 5.2. verlangen.

Dit neemt niet weg dat het Sociaal Plan van toepassing is geworden: artikel 2.1. bevat immers niet de eis of het voorbehoud dat FHCN ook al een concrete einddatum moet hebben genoemd. Ook uit artikel 5.2 zelf blijkt niet dat het de bedoeling is geweest om de toepasselijkheid van het Sociaal Plan daar van af te laten hangen.

Overigens is een ontslagvergoeding, zoals FNV ter zitting bevestigde, alleen aan de orde als de arbeidsovereenkomst met FHCN daadwerkelijk eindigt. Dat zal nog moeten blijken.

4.6.

De conclusie is dat de brieven van 12 december 2019 en brieven van gelijke strekking die nadien door FHCN zijn verzonden moeten worden aangemerkt als schriftelijke informatie als bedoeld in artikel 2.1 van het Sociaal Plan en dat werknemers die een dergelijke brief hebben ontvangen een beroep kunnen doen op het Sociaal Plan en (tenzij sprake is van één van de in het Sociaal Plan genoemde uitzonderingen, zoals het ongegrond weigeren van een passende functie) indien zij daadwerkelijk door FHCN worden ontslagen, recht hebben op de daarin bepaalde ontslagvergoeding.

4.7.

Gelet op het voorgaande zullen de verklaringen voor recht die [eisende partijen] hebben gevraagd onder A.1 en 2 en die FNV heeft gevraagd onder B.1 en 2 worden toegewezen. Dat geldt ook voor de onder C en D.1 en 3 geformuleerde vorderingen tot nakoming van het Sociaal, met dien verstande dat nog geen nakoming kan worden verlangd van artikel 5.2 voor zover daarin is bepaald dat (al) een einddatum en ontslagvergoeding wordt meegedeeld.

De vordering die FNV onder D.2 heeft geformuleerd, te weten dat aan alle betreffende werknemers een (nieuwe) schriftelijke mededeling moet worden gestuurd over het besluit van 12 december 2019, zal als te ruim geformuleerd worden afgewezen. FHCN is - als dit nog niet is gebeurd - slechts gehouden om die werknemers alsnog mee te delen dat en binnen welke termijn bezwaar bij de begeleidingscommissie kan worden gemaakt.

Voor toepassing van een dwangsom ziet de kantonrechter op dit moment geen aanleiding. Naar zij begrijpt heeft FHCN het vonnis van de voorzieningenrechter inmiddels uitgevoerd en een begeleidingscommissie ingesteld. De kantonrechter gaat er van uit dat FHCN ook het onderhavige vonnis zal naleven, althans zolang in rechte niet iets anders is beslist.

4.8.

Aangezien de vordering tot nakoming van het Sociaal Plan wordt toegewezen, zal de kantonrechter de vorderingen van [eisende partijen] onder E, die zien op het verschuldigd worden van een materiele en immateriële schadevergoeding als dat niet gebeurd, afwijzen. De kantonrechter acht die vorderingen prematuur en te weinig bepaald.

4.9.

Wat betreft de vordering van FNV tot toekenning van een bedrag van € 20.000,00 als schadevergoeding op de voet van de artikelen 15 en 16 van de Wet CAO: deze vordering zal worden toegewezen. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat de in die artikelen bedoelde schadevergoeding niet slechts ziet op de uren die FNV aan deze kwestie heeft moeten besteden maar ook op (niet concreet vast te stellen) schade bestaande uit prestigeverlies naar haar leden en verlies van wervingskracht naar de overige werknemers. Voldoende aannemelijk is dat hiervan in het onderhavige geval sprake is en dat dit toewijzing van het gevorderde bedrag rechtvaardigt.

4.10.

FHCN zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij de proceskosten moeten dragen.

De beslissing

De kantonrechter:

jegens [eisende partijen]

1. verklaart voor recht:

a. dat het Sociaal Plan 2016-2021 op [eisende partijen] van toepassing is en dat de rechten en plichten voortvloeiende uit dit Sociaal Plan van kracht blijven ook nadat de werkingsduur van dit Sociaal Plan is verstreken;

b. dat FHCN in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichting om het Sociaal Plan op [eisende partijen] toe te passen;

2. veroordeelt FHCN tot nakoming van het Sociaal Plan 2016-2021 jegens [eisende partijen] , ook nadat de werkingsduur van dit Sociaal Plan is verstreken, met dien verstande dat nog geen nakoming kan worden gevorderd van artikel 5.2 voor zover daarin is bepaald dat (al) een einddatum en ontslagvergoeding aan hen wordt meegedeeld;

jegens FNV

3. verklaart voor recht:

a. dat het Sociaal Plan 2016-2021 van toepassing is op alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen of nog zullen ontvangen gedurende de looptijd van dit Sociaal Plan, over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden;

b. dat FHCN in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende verplichting om het Sociaal Plan toe te passen op alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden;

4. veroordeelt FHCN tot:

a. nakoming van het Sociaal Plan 2016-2021 jegens alle werknemers in dienst van FHCN op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd naar Nederlands recht, die op 12 december 2019 een brief van FHCN hebben ontvangen of nog zullen ontvangen gedurende de looptijd van dit Sociaal Plan, over het verval van hun arbeidsplaats, dan wel het verval van hun functie, wegens reorganisatiemaatregelen, waardoor zij boventallig zijn geworden of worden, met dien verstande dat nog geen nakoming kan worden gevorderd van artikel 5.2 voor zover daarin is bepaald dat (al) een einddatum en ontslagvergoeding aan hen wordt meegedeeld;

b. intrekking van alle beslissingen op bezwaar die door FHCN zijn genomen op basis van een advies van de eigen (onbevoegde) Bezwaarcommissie, alsook intrekking van alle overige beslissingen die vallen onder het toepassings-bereik va het Sociaal Plan 2012-2016 en die zijn genomen (mede) op basis van een advies van de eigen (onbevoegde) bezwaarcommissie (zie artikel 3, 'Hardheidsclausule'), of op basis van een beoordeling door de Bezwaarcommissie (zie artikel 6.2., "Weigering passende functie);

5. veroordeelt FHCN om aan FNV € 20.000,00 te betalen aan schadevergoeding;

jegens [eisende partijen] en FNV

6. veroordeelt FHCN tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van eisers begroot op € 106,47 aan dagvaardingskosten, € 499,00 aan vast recht en € 720,00 aan salaris gemachtigde;

7. verklaart de in dit vonnis uitgesproken veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2020.

typ/conc: 536/MER

coll: