Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4501

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
18-12-2020
Zaaknummer
18/830025-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

medeplegen van ontvoering, gijzeling en afpersing

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 282a
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830025-20

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

18 december 2020 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te P.I. Lelystad.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 en 17 november 2020. Op 4 december 2020 is het onderzoek ter terechtzitting gesloten, buiten aanwezigheid van partijen.

Verdachte is bij de inhoudelijke behandeling van zijn zaak verschenen, bijgestaan door

mr. H.L.P. Fauser, advocaat te Groningen. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. D. Homans-De Boer.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2020 tot en met 23 januari 2020 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte en/of (met) diens mededader(s):

- die [slachtoffer] vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij in de auto moest gaan zitten en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto geduwd en/of (vervolgens) gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en/of

- in voornoemde auto tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij niet moest bewegen of schreeuwen, omdat ze hem anders pijn zouden doen en/of

- die [slachtoffer] met een mes in de arm en/of in de (lies)streek heeft gesneden en/of gestoken en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij was ontvoerd voor geld en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of laten afstaan en/of

- in voornoemde auto een mes tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer] geplaatst en/of de handen en/of voeten van die [slachtoffer] vastgebonden en/of een sok in de mond en/of een blinddoek en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] geplaatst en/of

- die [slachtoffer] uit voornoemde auto gehaald en/of (vervolgens) in een tapijt gerold en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of (vervolgens) weer in een auto geduwd en gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en/of

- die [slachtoffer] naar een garagebox/schuur gebracht en/of (aldaar) die [slachtoffer] (nogmaals) in een tapijt gerold en/of met touwen vastgebonden en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of

- een mes tegen de keel van die [slachtoffer] gezet en/of (daarbij) gezegd dat die [slachtoffer] stil moest zijn en/of (vervolgens) die [slachtoffer] met een mes tegen de zij naar een (zolder)kamer gebracht en/of (aldaar) die [slachtoffer] op een bank gelegd en/of diens handen en/of voeten (met tie-wraps) vastgebonden en/of die [slachtoffer] geblinddoekt en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] geplaatst en/of

- die [slachtoffer] gevraagd om het telefoonnummer van zijn vader en/of (vervolgens) de vader van die [slachtoffer] gebeld en/of tijdens voornoemd (video)gesprek die [slachtoffer] tegen diens vader laten zeggen dat hij gepakt was en dat de mannen veel geld wilden hebben en/of (vervolgens) een mes en/of een elektrische zaag tegen de keel van die [slachtoffer] gehouden en/of tegen de vader van die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] ontvoerd was en dat ze uiterlijk de avond van 23 januari geld (te weten voor 250.000,- dollar aan bitcoins) wilden hebben en/of dat ze anders zijn zoon zouden vermoorden en/of zijn vingers zouden afknippen en/of dat de politie niet gebeld mocht worden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd hij in het buitenland was en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zijn vrienden en familie vermoord zouden worden als de politie zou worden ingeschakeld en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze hem gevolgd waren en/of hij met 2 blonde vrouwen was gezien en dat ze zijn beste vriendin zouden vermoorden en verkrachten en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze zijn huis en/of school in de gaten hielden om te zien of er iemand met de politie had gesproken en/of

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] geslagen en/of de duimen tegen de ogen van die [slachtoffer] gedrukt en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat de ogen van die [slachtoffer] eruit gesneden zouden worden en/of (vervolgens) de blinddoek van die [slachtoffer] vast getaped,

met het oogmerk een ander, te weten [naam 1] (de vader van die [slachtoffer] ), te dwingen iets te doen, te weten het betalen van een hoeveelheid (los)geld en/of bitcoins (met een waarde van 250.000,- dollar);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2020 tot en met 23 januari 2020 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte en/of (met) diens mededader(s):

- die [slachtoffer] vastgepakt en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij in de auto moest gaan zitten en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto geduwd en/of (vervolgens) gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en/of

- in voornoemde auto tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij niet moest bewegen of schreeuwen, omdat ze hem anders pijn zouden doen en/of

- die [slachtoffer] met een mes in de arm en/of in de lies(streek) heeft gesneden en/of gestoken en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij was ontvoerd voor geld en/of

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of laten afstaan en/of

- in voornoemde auto een mes tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer] geplaatst en/of de handen en/of voeten van die [slachtoffer] vastgebonden en/of een sok in de mond en/of een blinddoek en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] geplaatst en/of

- die [slachtoffer] uit voornoemde auto gehaald en/of (vervolgens) in een tapijt gerold en/of tegen het hoofd en/of het lichaam geslagen en/of (vervolgens) weer in een auto geduwd en gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en/of

- die [slachtoffer] naar een garagebox/schuur gebracht en/of (aldaar) die [slachtoffer] (nogmaals) in een tapijt gerold en/of met touwen vastgebonden en/of tegen het hoofd en of het lichaam geslagen en/of

- een mes tegen de keel van die [slachtoffer] gezet en/of (daarbij) gezegd dat die [slachtoffer] stil moest zijn en/of (vervolgens) die [slachtoffer] met een mes tegen de zij naar een (zolder)kamer gebracht en/of (aldaar) die [slachtoffer] op een bank gelegd en/of diens handen en/of voeten (met tie-wraps) vastgebonden en/of die [slachtoffer] geblinddoekt en/of een skimasker over het gezicht van dei [slachtoffer] geplaatst en/of

- die [slachtoffer] gevraagd om het telefoonnummer van zijn vader en/of (vervolgens) de vader van die [slachtoffer] gebeld en/of tijdens voornoemd (video)gesprek die [slachtoffer] tegen diens vader laten zeggen dat hij gepakt was en dat de mannen veel geld wilden hebben en/of (vervolgens) een mes en/of een elektrische zaag tegen de keel van die [slachtoffer] gehouden en/of tegen de vader van die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] ontvoerd was en dat ze uiterlijk de avond van 23 januari geld (te weten voor 250.000 dollar aan bitcoins) wilden hebben en/of dat ze anders zijn zoon zouden vermoorden en/of zijn vingers zouden afknippen en/of dat de politie niet gebeld mocht worden en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd hij in het buitenland was en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zijn vrienden en familie vermoord zouden worden als de politie zou worden ingeschakeld en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze hem gevolgd waren en/of hij met 2 blonde vrouwen was gezien en dat ze zijn beste vriendin zouden vermoorden en verkrachten en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze zijn huis en/of school in de gaten hielden om te zien of er iemand met de politie had gesproken en/of

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] geslagen en/of de duimen tegen de ogen van die [slachtoffer] gedrukt en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat de ogen van die [slachtoffer] eruit gesneden zouden worden en/of (vervolgens) de blinddoek en/of het skimasker van die [slachtoffer] vast getaped;

2.

hij in of omstreeks de periode van 21 januari 2020 tot en met 22 januari 2020 te Groningen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn portemonnee, inhoudende onder meer zijn pinpas, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of (met) diens mededader(s):

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in een auto heeft geduwd en/of (vervolgens) gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en/of

- die [slachtoffer] met een mes in de arm en/of in de lies(streek) heeft gesneden en/of gestoken en/of

- in voornoemde auto een mes tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer] heeft geplaatst en/of de handen en/of voeten van die [slachtoffer] heeft vastgebonden en/of een sok in de mond en/of een blinddoek en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] heeft geplaatst en/of

- die [slachtoffer] (meermalen) uit voornoemde auto heeft gehaald en/of (vervolgens) in een tapijt heeft gerold en/of tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of

- ( vervolgens) aan die [slachtoffer] heeft gevraagd om zijn portemonnee (met pinpas) en/of zijn pincode, waarna die [slachtoffer] zijn portemonnee met pinpas (en bijbehorende pincode) heeft afgegeven.

Inleiding

Op woensdag 22 januari 2020 is bij het Internationaal Rechtshulp Centrum Noord-Nederland een melding van de Londense politie binnengekomen dat [slachtoffer] , een in Groningen woonachtige Pakistaanse student (hierna te noemen: het slachtoffer), ontvoerd zou zijn. De politie in Londen zou hiervan in kennis zijn gesteld door de zus van het slachtoffer, die op haar beurt zou zijn geïnformeerd door haar vader. De vader, woonachtig in Pakistan, was op 22 januari 2020 rond 05:15 uur Nederlandse tijd gebeld vanaf een voor hem onbekend telefoonnummer. Hij had zijn zoon, het slachtoffer, aan de lijn gekregen, die hem vertelde dat hij was ontvoerd. In een daarop volgend videogesprek zou hij zijn geblinddoekte zoon hebben gezien, die hij had herkend aan zijn trui. Kort daarop is de vader van het slachtoffer wederom gebeld en is door een van de vermoedelijke ontvoerders uiteindelijk 250.000 dollar als losgeld geëist, dat hij uiterlijk donderdagavond 23 januari 2020 in bitcoins diende te voldoen. Daarbij werd hem duidelijk gemaakt dat hij geen contact mocht opnemen met de politie. Als hij niet zou voldoen aan de eisen van de ontvoerders, zou hij het slachtoffer niet terug zien. Ook werd gedreigd met het afknippen van de vingers van het slachtoffer en met het vermoorden van diens familie en vrienden.

Uit onderzoek van de Nederlandse politie is naar voren gekomen dat het slachtoffer mogelijk werd vastgehouden aan de [straatnaam] in Groningen. Op 23 januari 2020 omstreeks 23:40 uur heeft de politie bij het binnentreden op dat adres het slachtoffer aangetroffen in een zolderkamer, liggend op een slaapbank. Hij was op dat moment vastgebonden met tie-wraps en geblinddoekt. Medeverdachte [medeverdachte 1] was in de woning aanwezig en is vrijwel direct aangehouden. Het slachtoffer heeft bij de politie verklaard dat hij op dinsdagavond 21 januari 2020 onder bedreiging met een mes plotseling in een auto werd geduwd door meerdere personen, waarna hij is geschopt en geslagen, vastgebonden, geblinddoekt, in een tapijt is gerold en uiteindelijk naar een zolderkamer is gebracht waar hij enkele dagen onder continue bewaking heeft doorgebracht. Op 24 januari 2020 heeft verdachte [verdachte] zich bij de politie gemeld. Hij verklaarde betrokken te zijn geweest bij de ontvoering van het slachtoffer, samen met medeverdachte [medeverdachte 1] en een derde persoon. Uit onderzoek van de politie kwam naar voren dat [medeverdachte 2] deze derde persoon zou zijn. Hij werd op 26 januari 2020 als (mede)verdachte aangehouden.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 primair, het medeplegen van gijzeling van het slachtoffer, wettig en overtuigend bewezen kan worden. Met betrekking tot feit 2, afpersing, heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft zij aangevoerd dat sprake lijkt te zijn geweest van een bij (een van) de medeverdachten plotseling opgekomen idee, waar verdachte niet van op de hoogte was. Verdachte heeft niet om de afgifte van de portemonnee gevraagd, hij heeft de portemonnee niet meegenomen en hij heeft ook niet met de pinpas van aangever gepind. Gelet op het voorgaande ontbreekt het oogmerk van de gedwongen afgifte. Daarnaast zijn de bij feit 2 tenlastegelegde (gewelds)handelingen niet door verdachte gepleegd en kan hij, gelet op het feit dat het afnemen van de portemonnee van aangever niet in het vooraf bedachte gijzelingsplan paste, niet als medepleger daarvan worden gezien.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte feit 1 primair duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 en 17 november 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2020, opgenomen op pagina 303 e.v. van het dossier OLEANDER, onderzoeksnummer NNRAB20001, inhoudende de (in het Nederlands vertaalde) verklaring van [slachtoffer] ;

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2020, opgenomen op pagina 312 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de (in het Nederlands vertaalde) verklaring van [slachtoffer] ;

4. een letselrapportage van de Forensische Geneeskunde GGD Groningen d.d. 19 februari 2020, opgemaakt en ondertekend door Paulien Voskuil, forensisch arts KNMG, opgenomen als bijlage 13 bij het forensisch dossier dat als los document is gevoegd bij voornoemd dossier;

5. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2020, opgenomen op pagina 84 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende een relaas van verbalisant.

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring van feit 2 redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2020, opgenomen op pagina 303 e.v. van het dossier OLEANDER, onderzoeksnummer NNRAB20001, inhoudende de (in het Nederlands vertaalde) verklaring van [slachtoffer] :

V: Wat kunt je ons vertellen over wat jou is overkomen?

A: Dinsdagavond (de rechtbank begrijpt dinsdagavond 21 januari 2020) tussen acht en tien uur liep ik op de [straatnaam] in Groningen, maar een paar meter van mijn huis duwde iemand me naar een auto. Volgens mij hadden ze een mes. Ze duwden me in de auto en reden weg. Ze bonden mijn handen vast, bonden mijn voeten vast, stopten een sok in mijn mond en bedekten mijn gezicht met een blinddoek. Ik denk dat ze me vastbonden met tie-wraps. Ik denk dat ze ongeveer een uur hebben rondgereden. Ze zetten de auto stil. Ze haalden me uit de auto, ze sloegen me en ze wikkelden me ergens in. Ze legden me weer in een auto. Ze bleven rijden. Toen vertelden ze me dat ze me hadden ontvoerd voor losgeld. Ze zeiden dat mij niets zou overkomen als ik zou meewerken. Ze bleven rijden tot ze stopten. Ze hebben me uit de auto gehaald terwijl ik geblinddoekt was. Ze legden me in een garage of schuur met een schuifdeur. Ze sloegen me weer. Ik heb een snee in mijn elleboog en een snee van drie centimeter op mijn bekken.

V: Wanneer hebben ze je voeten enz. vastgebonden?

A: 5 of 10 minuten nadat ze begonnen te rijden. Ik stopte met vechten omdat hij een mes had en ik niet dood wilde.

V: Hoe wist je dat hij een mes had?

A: Hij zette het tegen mijn hoofd en hals. Ik kon het lemmet voelen.

V: Je zei dat ze circa een uur rondreden.

A: Ze reden een tijdje rond totdat ik was gekalmeerd. Ze stopten, haalden mij uit de auto en wikkelden mij in wat voelde als twee afzonderlijke tapijten. Ze sloegen me en legden me terug in de auto en begonnen weer ongeveer even lang te rijden.

V: Wat zei degene die jou van achteren vastpakte tegen je?

A: Die zei alleen maar dat ik in de auto moest stappen. Zodra ik in de auto lag, zei hij dat ik me niet mocht bewegen of schreeuwen, anders zou hij me pijn doen.

V: Wanneer werd je geblinddoekt?

A: In het begin, in de auto. Totdat hij me blinddoekte hield hij zijn handen op mijn ogen.

V: Kun je iets meer vertellen over het slaan?

A: Ze schopten en sloegen me.

V: Waar schopten ze je?

A: Op mijn romp, op mijn hoofd.

V: Waar sloegen ze je?

A: Hetzelfde, romp en hoofd.

V: Kun je beschrijven wat er de tweede keer toen ze je uit de auto haalden gebeurde?

A: Ze sleepten me naar de schuur. Ze bonden me weer vast in een tapijt, maar deze keer strakker en ook met touwen. Ze stopten me daar in het tapijt. Ze zeiden dat ik me rustig moest houden. Ze sloegen me toen ik me maar een klein beetje bewoog.

V: Wat had je aan?

A: Een blauwe jas met mijn portemonnee en sleutels erin. Ze vroegen om mijn portemonnee en ik gaf die aan hen.

V: Wanneer hebben ze ernaar gevraagd?

A: Ergens in de schuur, voordat ze me inpakten.

V: Wat zat er in je portemonnee?

A: Mijn ID, mijn OV-chipkaart, mijn studentenkaart en mijn bankpas. En misschien 10 tot 15 euro.

V: Wat voor soort bankpas?

A: ABN-Amro, een debetkaart. Ze vroegen ook om mijn pincode en ik gaf die aan hen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever van Politie Noord-Nederland d.d. 26 januari 2020, inclusief vertaling, opgenomen op pagina 312 e.v. van voornoemd dossier, de (in het Nederlands vertaalde) verklaring van [slachtoffer] :

V: Wanneer heb je de wond aan je rechterhand opgelopen?

A: Tijdens de autorit, terwijl ik me probeerde te verzetten.

V: Hetzelfde geldt voor de wond op je bekken?

A: Ja.

3. Een letselrapportage van de Forensische Geneeskunde GGD Groningen d.d. 19 februari 2020, opgemaakt en ondertekend door Paulien Voskuil, forensisch arts KNMG, opgenomen als bijlage 13 bij het forensisch dossier dat als los document is gevoegd bij voornoemd dossier:
Naam: [slachtoffer]

Geboortedatum: [geboortedatum] -1996

Datum letselonderzoek: 19-02-2020 te 08:50

Er is gebruikt gemaakt van: foto FO.

Gemelde toedracht: van de FO begreep ik dat betrokkene onder dwang meegenomen zou zijn, dat hij vervolgens geslagen, geschopt en gestoken zou zijn en dat hij vastgebonden is aangetroffen.

Prognose: er zal op de elleboog, aan de rechterzijde van de borstkas en in de lies een blijvend zichtbaar litteken zijn.

Ouderdom letsel: Het huidige tijdsinterval past bij de ouderdom van het letsel. De foto's zijn kort na het incident gemaakt. Er is nog geen beginnende genezing zichtbaar.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed.

Toelichting: enkele letsels passen bij het gebruik van een scherp, snijdend voorwerp. Het rechteroog bevat letsel wat past bij stomp uitwendig geweld. De letsels op de wang passen bij schurende/schavende inwerking. Het letsel op de rechterknie past bij een drukkende inwerking. De onderarmen vertonen huidverkleuringen en afgebroken haren in bandvorm.

Letsels

- Lichaamsdeel: hoofd

Beschrijving: op het rechterbovenooglid en onder het onderooglid zie ik een paarse huidverkleuring van ongeveer 4 bij 4 centimeter. Er is sprake van een bloeduitstorting. Op de neus zie ik een rode huidverkleuring. Op de rechterwang zie ik meerdere oppervlakkige krasverwondingen en 1 diepere krasverwonding. De krassen hebben dezelfde richting en zijn verdeeld over een breedte van ongeveer 5 centimeter.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed.

- Lichaamsdeel: borst

Beschrijving: Aan de rechterzijde van de borstkas zie ik 1 huiddoorboring, met een iets onregelmatige grens van ongeveer 7 bij 2 millimeter. Gezien het gebrek aan medische handelingen op de foto, is het aannemelijk dat de diepte beperkt is.

Soort: steekwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed.

- Lichaamsdeel: buik

Beschrijving: in de rechterlies zie ik een 3,5 centimeter lange en maximaal 5 millimeter brede huiddoorklieving, waarbij het onderhuidse vet zichtbaar is geworden.

Soort: snijwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed.

- Lichaamsdeel: rug

Beschrijving: in lengterichting van de rug lopende roodverkleuring.

Soort: drukwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: goed.

- Lichaamsdeel: rechterarm, elleboog

Beschrijving: aan de rechterelleboog zie ik een ongeveer 16 millimeter lange huiddoorklieving, waarbij onderhuids vet zichtbaar is. De richting is bijna voor-achterwaarts, waarbij de scherpe hoek meer aan de achterzijde zit.

Soort: steekwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: zeer goed.

- Lichaamsdeel: rechterarm, onderarm

Beschrijving: op de rechteronderarm zie ik een groepje van 4 kleine wondjes, waarbij de grootste 2 millimeter lang is en bij uitvergroting enigszins afwijkt. 3 van de 4 wondjes duid ik als krasverwonding. De grootste duid ik al een snijwond. Net boven de pols zie ik over een gebied van ongeveer 4 bij 4 centimeter een aantal rood-bruinige huidverkleuringen. Ik zie enkele afgebroken haren.

Soort: snijwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: goed.

- Lichaamsdeel: linkerhand

Beschrijving: op de onderarm en pols zie ik een tweetal kleine krasverwondingen en 3 puntvormige korstjes. Verder zie ik een rode huidverkleuring net boven de pols van maximaal 4 centimeter breed (grens huisverkleuring is niet goed te zien op de foto met meetlat). De huidverkleuring is over de volle breedte van de pols. Aan de zijkant van de pols zie ik enkele kortere haren, die afgebroken lijken. Aan de duimzijde zie ik een kleine huidverkleuring met een parallel streepvormig patroon. Op de achterzijde van de linkerpink ter hoogte van het eerste kootje zie ik een bloedkorst van enkele millimeters.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: goed.

Toelichting: past bij vastgetaped te zijn, oorzaak van de krassen is niet duidelijk.

- Lichaamsdeel: rechterbeen

Beschrijving: rode verhevenheid met erin 4 circulaire diepe huidontvellingen van ongeveer 4 à 5 millimeter doorsnede.

Soort: drukwond.

Past de gemelde toedracht bij het letsel: toedracht onbekend.

Toelichting: wel passend bij het tijdspad, waarin de situatie heeft bestaan.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [verdachte] bij de rechtbank d.d. 15 september 2020, als los document gevoegd bij voornoemd dossier:

U vraagt mij wat ik kan vertellen over de bankpas van [slachtoffer] . Zijn portemonnee, zijn kaartenhouder, was van hem afgenomen in de garagebox.

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van Politie Noord-Nederland d.d. 3 februari 2020, opgenomen op pagina 837 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [medeverdachte 1] :

Toen [slachtoffer] werd binnengebracht, werd zijn portemonnee gepakt. Die heb ik overhandigd aan [verdachte] of [medeverdachte 2] .

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

Op grond van de hiervoor opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte, samen met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd heeft gehouden met het oogmerk om diens vader te dwingen tot het betalen van losgeld. Daarmee acht de rechtbank feit 1 primair wettig en overtuigend bewezen.

Met betrekking tot feit 2 overweegt de rechtbank als volgt. Nadat het slachtoffer onder bedreiging van een mes in de auto is geduwd, is mishandeld, bedreigd met geweld, vastgebonden en geblinddoekt heeft het slachtoffer in aanwezigheid van verdachte en de medeverdachten, en terwijl hij door verdachte en de medeverdachten van zijn vrijheid was beroofd, zijn portemonnee en pinpas met pincode afgegeven. Gelet op de bewezen nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten bij voornoemde handelingen, waaraan een langdurige en zorgvuldige voorbereiding vooraf is gegaan met als doel het verkrijgen van geld, acht de rechtbank ook bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten tezamen en in vereniging het slachtoffer door het toegepaste geweld en de bedreiging met geweld hebben gedwongen tot de afgifte van de portemonnee met pinpas en pincode. Dat (specifiek) over de portemonnee van tevoren wellicht geen afspraken zijn gemaakt doet aan dat oordeel niet af. De rechtbank is gelet op het hiervoor genoemde doel van de vrijheidsberoving en gelet op het feit dat het slachtoffer ook zijn pincode heeft afgegeven, van oordeel dat de portemonnee is afgegeven met als doel de wederrechtelijke bevoordeling van verdachte zelf en/of zijn medeverdachten. Daarmee is het oogmerk op de wederrechtelijke bevoordeling bewezen. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank ook feit 2 wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1 primair en 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair.

hij in de periode van 21 januari 2020 tot en met 23 januari 2020 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte en/of diens medeverdachten:

- die [slachtoffer] vastgepakt en tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij in de auto moest gaan zitten en vervolgens die [slachtoffer] in een auto geduwd en vervolgens gedurende enige tijd met die [slachtoffer] rondgereden en

- in voornoemde auto tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij niet moest bewegen of schreeuwen, omdat ze hem anders pijn zouden doen en

- die [slachtoffer] met een mes in de arm en in de (lies)streek heeft gesneden of gestoken en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij was ontvoerd voor geld en

- de telefoon van die [slachtoffer] afgepakt en/of laten afstaan en

- in voornoemde auto een mes tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer] geplaatst en de handen en voeten van die [slachtoffer] vastgebonden en een sok in de mond en een blinddoek en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] geplaatst en

- die [slachtoffer] uit voornoemde auto gehaald en vervolgens in een tapijt gerold en tegen het hoofd en het lichaam geslagen en vervolgens weer in een auto geduwd en gedurende enige tijd met die [slachtoffer] rondgereden en

- die [slachtoffer] naar een garagebox gebracht en aldaar die [slachtoffer] nogmaals in een tapijt gerold en met touwen vastgebonden en tegen het hoofd en het lichaam geslagen en

- een mes tegen de keel van die [slachtoffer] gezet en daarbij gezegd dat die [slachtoffer] stil moest zijn en vervolgens die [slachtoffer] met een mes tegen de zij naar een zolderkamer gebracht en aldaar die [slachtoffer] op een bank gelegd en diens handen en voeten met tie-wraps vastgebonden en die [slachtoffer] geblinddoekt en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] geplaatst en

- die [slachtoffer] gevraagd om het telefoonnummer van zijn vader en vervolgens de vader van die [slachtoffer] gebeld en tijdens voornoemd (video)gesprek die [slachtoffer] tegen diens vader laten zeggen dat hij gepakt was en dat de mannen veel geld wilden hebben en vervolgens een mes en/of een elektrische zaag tegen de keel van die [slachtoffer] gehouden en tegen de vader van die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] ontvoerd was en dat ze uiterlijk de avond van 23 januari 2020 geld (te weten voor 250.000,- dollar aan bitcoins) wilden hebben en dat ze anders zijn zoon zouden vermoorden en/of zijn vingers zouden afknippen en dat de politie niet gebeld mocht worden en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij in het buitenland was en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat zijn vrienden en familie vermoord zouden worden als de politie zou worden ingeschakeld en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze hem gevolgd waren en hij met 2 blonde vrouwen was gezien en dat ze zijn beste vriendin zouden vermoorden en verkrachten en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze zijn huis en school in de gaten hielden om te zien of er iemand met de politie had gesproken en

- in/tegen het gezicht van die [slachtoffer] geslagen en de duimen tegen de ogen van die [slachtoffer] gedrukt en tegen die [slachtoffer] gezegd dat de ogen van die [slachtoffer] eruit gesneden zouden worden en vervolgens de blinddoek van die [slachtoffer] vast getapet,

met het oogmerk een ander, te weten [naam 1] (de vader van die [slachtoffer] ), te dwingen iets te doen, te weten het betalen van een hoeveelheid (los)geld en/of bitcoins (met een waarde van 250.000 dollar);

2.

hij in de periode van 21 januari 2020 tot en met 22 januari 2020 te Groningen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn portemonnee, inhoudende onder meer zijn pinpas, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte en/of diens medeverdachten:

- die [slachtoffer] heeft vastgepakt en vervolgens die [slachtoffer] in een auto heeft geduwd en vervolgens gedurende enige tijd met die [slachtoffer] is rondgereden en

- die [slachtoffer] met een mes in de arm en in de lies(streek) heeft gesneden of gestoken en

- in voornoemde auto een mes tegen het hoofd en/of de nek van die [slachtoffer] heeft geplaatst en de handen en voeten van die [slachtoffer] heeft vastgebonden en een sok in de mond en een blinddoek en/of een skimasker over het gezicht van die [slachtoffer] heeft geplaatst en

- die [slachtoffer] meermalen uit voornoemde auto heeft gehaald en vervolgens in een tapijt heeft gerold en tegen het hoofd en het lichaam heeft geslagen en

- vervolgens aan die [slachtoffer] heeft gevraagd om zijn portemonnee met pinpas en zijn pincode, waarna die [slachtoffer] zijn portemonnee met pinpas en bijbehorende pincode heeft afgegeven.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair. medeplegen van gijzeling;

2. afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaren met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft bij haar strafeis onder andere rekening gehouden met de planmatigheid waarmee de feiten zijn gepleegd, de maandenlange voorbereiding en het toegepaste geweld waarbij geen enkel oog is geweest voor de ernstige, traumatiserende gevolgen voor het slachtoffer en zijn familie. Daarnaast heeft verdachte geen openheid gegeven over waarom nu juist het slachtoffer ontvoerd moest worden en hoe hij en zijn medeverdachten hem kenden, hetgeen te meer voor onveiligheidsgevoelens bij het slachtoffer heeft gezorgd en tot op de dag van vandaag zorgt.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf tussen de 30 en 36 maanden moet worden opgelegd, gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat bij de strafbepaling rekening moet worden gehouden met het feit dat verdachte zich vrijwillig bij de politie heeft gemeld en dat hij van het begin af aan volledig heeft meegewerkt aan het onderzoek. Voorts heeft hij geen strafblad en doet hij erg zijn best in de gevangenis. Gelet op zijn jonge leeftijd, motivatie en bovengemiddelde intelligentie moet hij de mogelijkheid krijgen zijn leven een positieve invulling te geven. Verdachte heeft spijt van de gebeurtenissen en wilde graag in contact komen met aangever om zijn excuses aan te bieden. Daarnaast moet bij de strafmaat worden meegewogen dat verdachte geen leidinggevende rol had, dat geen sprake is geweest van een professioneel en doordacht plan en dat verdachte geen geweld heeft gebruikt in de richting van aangever.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van de reclassering d.d. 12 mei 2020 en het psychologisch Pro Justitia-rapport d.d. 22 april 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de gijzeling van een student van Pakistaanse komaf die vanwege zijn studie woonachtig was in Groningen. Daartoe hebben verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] reeds maanden voor de daadwerkelijke gijzeling een plan bedacht en voorbereidingen getroffen. Verdachte en/of zijn medeverdachten hebben het slachtoffer in een gereedstaande auto geduwd, een tijd met hem rondgereden, hem in een tapijt gerold, vastgebonden met tie-wraps en zijn gezicht bedekt. Vervolgens is het slachtoffer naar een garagebox gebracht, behorende bij de woning van verdachte, waar hij is gefouilleerd en waar hij onder andere zijn portemonnee met pinpas heeft moeten afgeven en wederom in een tapijt is gerold. Vervolgens is hij onder begeleiding van verdachte en zijn medeverdachten, onder bedreiging met een mes, naar de zolderkamer aan de [straatnaam] te Groningen gebracht, alwaar hij onder mensonterende omstandigheden, onder continue bewaking, een aantal dagen vastgebonden en geblinddoekt heeft doorgebracht. Het moet voor het slachtoffer een zeer beangstigende en bedreigende situatie zijn geweest, zeker nu het gebruik van geweld niet werd geschuwd. Ook moet het voor de familie van het slachtoffer een zeer beangstigende situatie zijn geweest, te meer nu de vader van het slachtoffer onder druk werd gezet door verdachte en zijn medeverdachten om losgeld te betalen. Daarbij werd de vader van het slachtoffer tijdens een videogesprek geconfronteerd met zijn zoon die, met een elektrische zaag en/of mes op zijn keel, zijn vader vertelde ontvoerd te zijn voor losgeld. Het is algemeen bekend dat het ervaren van dergelijke gebeurtenissen ernstige psychische gevolgen kunnen hebben voor zowel het betrokken slachtoffer als voor zijn omgeving. Ook in deze zaak blijkt dat het slachtoffer, zo volgt uit zijn slachtofferverklaring, nog dagelijks de gevolgen van de gijzeling ondervindt. Het slachtoffer kampt met PTSS en is naar aanleiding van de gijzeling direct teruggekeerd naar Pakistan.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de planmatigheid waarmee verdachte en zijn medeverdachten te werk zijn gegaan, de ernst van de feiten, de impact op het slachtoffer en het feit dat verdachte geen openheid heeft willen geven over waarom nu juist het slachtoffer, als nietsvermoedende student, het doelwit was van de gijzeling. De rechtbank legt verdachte een lagere straf op dan medeverdachte [medeverdachte 1] , omdat verdachte in vergelijking met medeverdachte [medeverdachte 1] een kleiner aandeel heeft gehad in het gebruik van geweld. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de jonge leeftijd van verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat voor de onderhavige feiten slechts een langdurige, onvoorwaardelijke gevangenisstraf als een passende bestraffing kan gelden. Omdat de rechtbank de eis van de officier van justitie in vergelijking met andere min of meer vergelijkbare zaken te hoog vindt, komt de rechtbank tot een lagere straf dan door de officier gevorderd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden is, waarbij de tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest in mindering zal worden gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank is er gelet op de ernst van de feiten geen ruimte voor oplegging van een lichtere sanctie. De rechtbank ziet mede daarom in de door de raadsvrouw naar voren gebrachte (persoonlijke) omstandigheden geen aanleiding om een gevangenisstraf van kortere duur op te leggen.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt, na de vordering ter terechtzitting te hebben bijgesteld, een bedrag van € 25.402,99 ter vergoeding van materiële schade en € 25.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de schadevordering voor wat betreft het materiële en het immateriële deel volledig voor toewijzing in aanmerking komt, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en toepassing van de hoofdelijkheidsclausule.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft met betrekking tot de materiële schadevordering aangevoerd dat de schade voor de afgenomen portemonnee gelet op de verzochte vrijspraak van afpersing moet worden afgewezen. Daarnaast moet de vordering voor zover die ziet op de reiskosten niet-ontvankelijk worden verklaard, nu onvoldoende causaal verband aanwezig is en het vaststellen van dit eventuele causale verband een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Verder dient de vordering voor wat betreft de kosten die zien op studievertraging niet-ontvankelijk te worden verklaard, primair omdat het vertrek van aangever uit Nederland niet kan worden toegerekend aan verdachte en subsidiair omdat het vaststellen van het deel van deze kosten dat wel aan verdachte kan worden toegerekend een te grote belasting van het strafproces oplevert. Meer subsidiair dient het gevorderde bedrag voor studievertraging gematigd te worden tot een bedrag van € 5.000,- en voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard. De raadsvrouw heeft met betrekking tot de immateriële schadevordering aangegeven dat niet wordt betwist dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden, maar dat de rechtbank bij de beoordeling van de hoogte daarvan rekening moet houden met de bedragen die worden toegewezen in zaken waarbij sprake is van woningovervallen.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde schade voor wat betreft de MacBook Air 11 inch, de Samsung A30 telefoon en de reiskosten heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 primair en 2 bewezen verklaarde. Ook ten aanzien van de gemaakte reiskosten acht de rechtbank het causaal verband met het bewezenverklaarde aanwezig, nu zij het zeer aannemelijk acht dat (een jong) iemand zoals de benadeelde partij, komende uit een ander land en die alleen en zonder zijn familie in Nederland verblijft voor zijn studie, na een traumatische gebeurtenis als de onderhavige zo spoedig mogelijk naar zijn thuisland wil om zich bij zijn familie te kunnen voegen. De vordering zal gelet op het voorgaande op voornoemde punten volledig worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 23 januari 2020.

Naar het oordeel van de rechtbank is daarnaast voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij schade heeft geleden naar aanleiding van opgelopen studievertraging en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. Zij ziet echter aanleiding het namens de benadeelde partij gevorderde bedrag te matigen. Daartoe overweegt de rechtbank dat uit het dossier (in het bijzonder de verklaring van een docent van de benadeelde partij, [naam 2] ) ook kan worden afgeleid dat de benadeelde partij een jaar langer over zijn studie heeft gedaan en dat hij er ten tijde van het bewezenverklaarde niet zo goed voor stond. Volledige toewijzing van het bedrag zoals genoemd in de Letselschaderichtlijn studievertraging, uitgaande van één jaar studievertraging acht de rechtbank dan ook niet redelijk. Gebruikmakend van haar schattingsbevoegdheid ex artikel 6:97 van het Burgerlijk Wetboek schat de rechtbank de hoogte van deze schade op € 10.000,-. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente, en voor het overige deel afwijzen.

Tot slot is de rechtbank van oordeel dat ook de schade die is geleden naar aanleiding van het pinnen met de pinpas van de benadeelde partij schade betreft die rechtstreeks verband houdt met het bewezen verklaarde, gezien het nauwe verband tussen de bewezen verklaarde feiten en het kort daarop gevolgde misbruik van de pinpas door één van de andere medeplegers van de gijzeling respectievelijk afpersing.

De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. Op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan zowel indien sprake is van lichamelijk letsel als in gevallen waarin de benadeelde partij in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Door de benadeelde partij is, onder verwijzing naar zijn slachtofferverklaring, alsmede een e-mailbericht van psycholoog Peracha d.d. 6 november 2020, die de benadeelde partij tweemaal heeft gesproken over (de gevolgen van) zijn gijzeling, aangevoerd dat sprake is van dergelijke ernstige psychische gevolgen. Naar het oordeel van de rechtbank is de gestelde schade voldoende onderbouwd. De rechtbank overweegt daartoe dat in deze zaak evident sprake is van psychische schade. Naast het fysieke letsel (littekens) dat de benadeelde partij heeft opgelopen door de gijzeling, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij een jonge student betreft die zich op het moment van de gijzeling niet in zijn thuisland bevond. Zonder enige aanleiding is hij van de straat geplukt en dagenlang onder toepassing van en bedreiging met geweld vastgehouden in een woning, waarbij hij voortdurend vreesde voor zijn leven en voor dat van zijn familie en zijn vrienden. Dat een dergelijke ervaring heel veel impact op het slachtoffer heeft gehad met (mogelijk) blijvende gevolgen voor de rest van zijn leven acht de rechtbank zeer waarschijnlijk. Gelet op het voorgaande, alsmede gelet op de bedragen die in Nederland in andere zaken waarbij sprake was van een gijzeling zijn toegewezen, zal de rechtbank de vordering tot vergoeding van immateriële schade geheel toewijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte de bewezenverklaarde strafbare feiten onder 1 primair en 2 samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die naar aanleiding van deze feiten is geleden. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

In beslag genomen goederen

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat de 6 onder verdachte in beslag genomen USB-sticks verbeurd moeten worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de onder verdachte in beslag genomen USB-sticks verbeurd kunnen worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de in beslag genomen voorwerpen, te weten 6 USB-sticks, zoals vermeld op de beslaglijst, vatbaar voor verbeurdverklaring nu deze zijn gebruikt bij het onder feit 1 primair bewezenverklaarde feit en deze toebehoren aan verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 47, 57, 282a, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 39.002,99 (zegge: negenendertigduizend twee euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2020, in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd.

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige af.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] te betalen een bedrag van € 39.002,99 (zegge: negenendertigduizend twee euro en negenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 januari 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 230 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en in dier voege, dat indien dit bedrag door de mededader(s) van verdachte geheel of gedeeltelijk is of wordt betaald, verdachte in zoverre is of zal zijn bevrijd. Dit bedrag bestaat uit € 14.002,99 aan materiële schade en € 25.000,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen 6 USB-sticks, zoals vermeld op de beslaglijst.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Jongsma, voorzitter, mr. L.W. Janssen en

mr. H.R. Bracht, rechters, bijgestaan door mr. C.A.C. Thiadens, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 december 2020.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.