Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4340

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
08-12-2020
Datum publicatie
08-12-2020
Zaaknummer
C18/20/7 F
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

opheffing faillissement wegens gebrek aan baten; schuldeisers niet-ontvankelijk in gemaakte bezwaar, nu voor schuldeisers slechts hoger beroep op grond van artikel 18 Fw openstaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2020-0331
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Groningen

zaaknummer: C/18/20/7 F

beschikking d.d. 8 december 2020

in het faillissement van:

Trademark Office B.V., voorheen gevestigd te Celsiusstraat 32, 1704 RW Heerhugowaard, de schuldenares,

curator: mr. J.C.M. Silvius.

PROCESGANG

De rechter-commissaris heeft bovenvermeld faillissement voorgedragen voor opheffing.

Bij brief van 2 december 2020 heeft mr. E. van Sark van FNV Zelfstandigen namens FNV Zelfstandigen als concurrente schuldeiser alsmede een aantal andere concurrente schuldeisers bezwaar gemaakt tegen voornoemde opheffing. De curator heeft bij brief van 7 december 2020 op de door mr. Van Sark aangedragen bezwaren gereageerd.

De rechter-commissaris heeft de voordracht tot opheffing van het faillissement gehandhaafd.

De rechtbank heeft de voordracht behandeld in raadkamer van heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

Op grond van artikel 16 van de Faillissementswet (Fw) kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris de opheffing van het faillissement bevelen, na - kort gezegd - de schuldeiserscommissie, zo die er is, en de gefailleerde gehoord te hebben.

De rechtbank stelt vast dat er in het onderhavige faillissement geen commissie van schuldeisers is ingesteld.

Ten aanzien van het bezwaar dat mr. Van Sark namens een aantal concurrente schuldeisers heeft gemaakt tegen de opheffing van het onderhavige faillissement stelt de rechtbank gelet op het bepaalde van artikel 16 Fw dan ook vast dat er voor de schuldeisers op dit moment geen rechtsmiddel openstaat. In artikel 18 Fw is bepaald hoe schuldeisers tegen een door de rechtbank bevolen opheffing kunnen opkomen, namelijk door daartegen hoger beroep aan te tekenen.

De rechtbank verklaart de schuldeisers dan ook niet-ontvankelijk in hun bezwaar.

Onbestreden is dat niet voldoende baten beschikbaar zijn voor de voldoening van de faillissementskosten en de overige boedelschulden, zodat de voordracht van de rechter-commissaris ex artikel 16 Fw tot opheffing van dit faillissement voor toewijzing gereed ligt.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de schuldeisers niet-ontvankelijk in hun bezwaar;

- beveelt de opheffing van bovenvermeld faillissement.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.A. Baarsma en op 8 december 2020 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.