Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:422

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-02-2020
Datum publicatie
04-02-2020
Zaaknummer
18/237463-19 ontneming
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Toewijzing ontnemingsvordering € 227.291,65.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/237463-19

beslissing van de meervoudige kamer d.d. 4 februari 2020 op een vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel

in de zaak tegen

[veroordeelde],

veroordeelde,

geboren op [geboortedatum] 1947 te [geboorteplaats],

wonende te [straatnaam], [woonplaats].

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 18 december 2019 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag vast zal stellen waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt geschat en dat de rechtbank aan voornoemde veroordeelde de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag van € 228.755,00 ter ontneming van het uit het in de zaak met parketnummer 18/237463-19 voortvloeiende, wederrechtelijk verkregen voordeel.

De behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van 21 januari 2020.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen, onder verwijzing naar het aanvullend proces-verbaal van de officier van justitie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden afgewezen. De aanname dat verdachte twee jaar lang aaneensluitend hennep heeft geteeld en daar voordeel uit heeft genoten, is volgens de raadsman niet onderbouwd. Uit het dossier zijn daarvoor juist contra-indicaties af te leiden. Zo heeft de politie geverbaliseerd dat er te weinig indicatoren voor een eerdere oogst zijn en blijkt uit de vermelding van productiejaar 2016 op een fles voeding en op ventilatoren niet wanneer deze daadwerkelijk in gebruik zijn genomen en hoeveel oogsten er zouden zijn geweest. Dat verdachte volgens de officier van justitie ongeveer € 100.000,-- onverklaarbaar vermogen heeft gehad, maakt niet dat er aanwijzingen zijn dat verdachte € 228.755,-- zou hebben verdiend. Daarnaast is uit het onderzoek niet gebleken dat verdachte beschikt over vermogensbestanddelen waaruit een grote opbrengst uit hennepteelt kan worden verklaard.

Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat de vordering slechts dient te worden toegewezen tot het bedrag dat de politie heeft berekend met betrekking tot de valse facturen in de boekhouding van het bedrijf van verdachte.

Meer subsidiair heeft de raadsman bepleit dat aangesloten dient te worden bij de benadering van Enexis, te weten een berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel over drie oogsten. Nu de derde oogst de aangetroffen oogst betreft, waarvan niet kan worden gezegd dat verdachte hieruit voordeel heeft genoten, dient er een berekening te worden gemaakt aan de hand van het BOOM-rapport over twee oogsten.

Bewijsmiddelen

De rechtbank baseert de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op de volgende bewijsmiddelen:

1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 8 februari 2018, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2018031101 van 20 februari 2018, inhoudend als relaas van verbalisanten:

In de woning op het adres [straatnaam] te Scheemda werd op 6 februari 2018 binnengetreden. Het bleek dat op genoemd adres een hennepkwekerij aanwezig was, waarvan de planten waren geoogst, lagen te drogen, en werden verpakt. Op de bovenverdieping van het bedrijfsgedeelte was de hennepkwekerij gevestigd. De kweekruimte die gebruikt werd voor het kweken van hennepplanten was ingericht met assimilatielampen, watertonnen, dompelpompen en luchtcirculatiesystemen. Er waren kweektafels ingericht met waterplaten om slabs in te leggen. Er waren geen planten meer aanwezig. Er stonden diverse schoonmaakmiddelen als chloor en kalkreiniger in de kwekerij. Er was te zien dat de kwekerij grondig schoongemaakt was. De lampenkappen waren stofvrij. De waterton was leeg. De randen van de ton waren nog wel van kalkaanslag voorzien. In totaal hingen er in de kweekruimte 21 assimilatielampen. Alle hennepplanten werden door middel van een irrigatiesysteem van een vloeistof voorzien. De luchtverversing en luchtafvoer werd geregeld door een aan- en afzuiginstallatie.
Wij constateerden op grond van onze kennis en ervaring, opgedaan door scholing en bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, dat het hennepplanten waren. Wij constateerden, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur, dat de aangetroffen planten hennepplanten betroffen.

De indicatoren voor meerdere oogsten zijn: verouderde apparatuur, de benodigdheden voor het kweken van de hennep. Filterdoeken van de koolstoffilters waren niet origineel maar reeds vervangen (gemiddeld worden filterdoeken om de 5 kweken gewisseld). Zeer vervuilde koolstoffilters. Ventilatoren met een productiecode van het jaar 2016. Dozen met groeimiddelen met data van september 2016. De waterplaten voor de hennepslabs waren voorzien van kalk- en algenaanslag. De waterton was leeg maar met veel aanslag van kalk.
De dompelpompen waren voorzien van algen en kalk. Lichte verrotting van hout wat in aanraking is geweest met vocht. Aangetroffen flessen slaolie (gebruikt om materialen schoon te maken die voorzien zijn van hennephars).

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt aanvullend proces-verbaal d.d. 8 oktober 2019, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, inclusief bijlagen, inhoudend als relaas van de officier van justitie:

Valse facturen

Verdachte heeft een stoffeerdersbedrijf. Omdat er zo veel contant geld is gevonden in een huis met een hennepkwekerij heeft de politie de boekhouding in beslag genomen en onderzocht voor de jaren 2016 en 2017. Uit dat onderzoek blijkt dat er vele valse stukken door verdachte zijn opgemaakt (zie PV 2018031101, pagina 38 tot en met 48). Over beide jaren is dus ten minste 40.601 euro aan valse omzet gefactureerd.

Na correctie van de valse facturen daalt de omzet in 2016 naar ruim 3.000 euro en in 2017 is deze zelfs negatief (er is klaarblijkelijk in dat jaar minder omzet opgegeven dan aan valse facturen is opgemaakt).

Wederrechtelijk verkregen voordeel (berekening OM)

Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gevormd door het aantal oogsten dat [veroordeelde] heeft gerealiseerd met zijn kwekerij. Nu kan het aantal oogsten niet direct bepaald worden (te weinig indicatoren om te duiden hoe lang hij precies is bezig geweest), maar er is wel voldoende indirect bewijs. Er is bewijs dat hij reeds jarenlang beschikt over een contante geldstroom (zie pv analyse bankrekening), er is de beschikking over zeer veel contant geld en hij heeft voor tenminste twee jaren valse facturen opgemaakt. Hieruit kan afgeleid worden dat tenminste voor twee jaren gekweekt moet zijn.

Nu verklaart de verdachte dat hij binnen 6 weken kon oogsten. BOOM gaat uit van 10 weken (1 week opbouw, 8 weken kweek en 1 week afbouw). Ten voordele van de verdachte wordt uitgegaan van 1 oogst per 10 weken. Dit betekent dat over een periode van twee jaren er 10 oogsten zijn geweest, waarvan de laatste oogst in beslag is genomen. Blijft over ontneming van 9 oogsten. Omdat de BOOM-rapportage een update heeft gehad op 1 juni 2016 zal voor de eerste 2 oogsten uitgegaan worden van de BOOM 2010-normen, voor de andere 7 van de BOOM-2016 normen. Ook wordt ten voordele van de verdachte niet uitgegaan van de werkelijk aangetroffen henneptoppen van 7.229,5 gram, maar zal uitgegaan worden van de BOOM-normen, zijnde 7.050 gram (250 planten x 28,2 gram).

2 oogsten BOOM-2010

Opbrengst

2 oogsten x 7.050 gram x 3,28 euro

46.248 euro

Minus kosten:

Aankoop stekjes

2 x 250 x 2,85

- 1.425

Overige variabele kosten

2 x 250 x 3,33

- 1.665

Afschrijving

2 x 200

- 400

Subtotaal WVV

42.758 euro


7 oogsten BOOM-2016

Opbrengst

7 oogsten x 7.050 gram x 4,07 euro

200.855 euro

Minus kosten:

Aankoop stekjes

7 x 250 x 3,81

- 6.667

Overige variabele kosten

7 x 250 x 3,88

- 6.790

Afschrijving

7 x 200

- 1.400

Subtotaal WVV

185.997 euro

Totaal 9 oogsten (42.758 + 185.997 =) 228.755 euro

Beoordeling

De rechtbank heeft veroordeelde bij vonnis van 4 februari 2020 in de zaak met parketnummer 18/237463-19 veroordeeld ter zake van het opzettelijk telen en verwerken van hennep in de periode van 26 december 2017 tot en met 6 februari 2018.

Op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen is komen vast te staan dat de veroordeelde voordeel heeft verkregen door middel van of uit de baten van andere strafbare feiten waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

De rechtbank neemt als uitgangspunt voor de berekening van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel door middel van voormelde strafbare feiten wordt geschat, het hiervoor genoemde aanvullend proces-verbaal van de officier van justitie.

Bij het aantreffen van de niet meer in werking zijnde hennepkwekerij heeft de politie indicaties aangetroffen voor eerdere oogsten, waaronder sterk verouderde apparatuur, zeer vervuilde koolstoffilters waarvan het filter reeds was vervangen en apparaten met algen- en kalkaanslag. Veroordeelde heeft ontkend dat hij eerder heeft geoogst en hij heeft verklaard dat hij de apparatuur tweedehands heeft aangeschaft. Nu veroordeelde niets concreets heeft verklaard over de verkoper van de goederen en de gang van zaken rondom de verkoop, acht de rechtbank deze verklaring onvoldoende onderbouwd en zal de rechtbank deze verklaring terzijde schuiven.

Daarnaast volgen uit het financieel onderzoek van de politie naar de bedrijfsadministratie en de bankgegevens van veroordeelde aanwijzingen dat hij gedurende een aantal jaren de beschikking had over een contante geldstroom, waarvan niet kan worden vastgesteld dat deze een legale herkomst heeft. Uit het proces-verbaal van de officier van justitie kan worden afgeleid dat deze contanten niet kunnen worden verklaard door de inkomsten uit werkzaamheden die veroordeelde verrichtte met zijn stoffeerdersbedrijf. De verklaring van veroordeelde hieromtrent acht de rechtbank daarom niet aannemelijk.

Voorts is uit het onderzoek van de politie gebleken dat veroordeelde valse facturen in zijn administratie heeft opgenomen, hetgeen aanwijzingen biedt voor de veronderstelling dat verdachte contant geld heeft witgewassen.

Gelet op de aanwijzingen voor eerdere oogsten in de voormalige hennepkwekerij en het onverklaarbare contante vermogen van veroordeelde gedurende de jaren 2016 en 2017, zijn er naar het oordeel van de rechtbank aanwijzingen dat veroordeelde in deze periode inkomsten heeft verkregen uit hennepteelt.

De rechtbank neemt in aanmerking dat veroordeelde ter terechtzitting heeft verklaard dat hij de facturen van Enexis met betrekking tot de kosten van de illegaal afgenomen elektriciteit reeds heeft voldaan. De rechtbank is van oordeel dat dit, conform het BOOM-rapport, in mindering dient te worden gebracht op de berekening van de officier van justitie. Nu slechts de factuur d.d. 26 februari 2018 ziet op de periode waarover de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gemaakt, zal de rechtbank slechts deze factuur ad

€ 1.463,35 in mindering brengen op het totale bedrag.

Dit levert de volgende berekening op:

€ 228.755,-- (totaal 9 oogsten) minus € 1.463,35 (kosten elektriciteit) = € 227.291,65.

De rechtbank komt aldus tot het oordeel dat de veroordeelde € 227.291,65 voordeel heeft genoten en stelt de betalingsverplichting vast op voornoemd bedrag.

Toepassing van de wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

Stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op € 227.291,65.

Legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van een geldbedrag van € 227.291,65 (zegge: tweehonderdzevenentwintigduizend tweehonderdeenennegentig euro en vijfenzestig eurocent) aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Bepaalt de duur van de gijzeling die met toepassing van artikel 6:6:25 van het Wetboek van Strafvordering ten hoogste kan worden gevorderd op 365 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.R. Bracht, voorzitter, mr. O.J. Bosker en

mr. M.N. Noorman, rechters, bijgestaan door mr. B.E. Oosterhout, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 februari 2020.

Mr. Noorman is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.