Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:4137

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
27-11-2020
Zaaknummer
18/730040-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft verdachte voor openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen, medeplegen van bedreiging en medeplegen van verboden wapenbezit, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden. Daarnaast moet verdachte, samen met zijn medeverdachten, schadevergoeding aan het slachtoffer betalen. Verdachte heeft op 13 maart 2020 in de Auke Stellingwerfstraat in Leeuwarden een confrontatie met aangever gepland en met zijn medeverdachten afspraken gemaakt om hem bij de confrontatie te ondersteunen. Nadat verdachte aangever had geslagen, zijn de medeverdachten hem te hulp geschoten en daarbij is meermalen met (vuur)wapens geschoten. Vervolgens zijn verdachte en zijn medeverdachten, onder medeneming van deze (vuur)wapens, achter de vluchtende aangever aangerend en zijn de ruiten van de auto van aangever vernield.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 141
Wetboek van Strafrecht 285
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730040-20

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 09/819345-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 17 november 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd in de [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 juni 2020, 11 september 2020 en 03 november 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. C.I Zaad, advocaat te 's-Gravenhage. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. E.R. Jepkema.

Tenlastelegging

Aan verdachte is. na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 13 maart 2020 te Leeuwarden openlijk, te weten, op of aan

of bij de Auke Stellingwerfstraat en/of de Kalverdwarsstraat en/of het Cambuursterpad, in elk geval op of aan of bij een of meer openbare weg(en), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en/of een of meer goed(eren) te weten [slachtoffer] en/of een (personen)auto (van het merk Ford, type Ka) door tezamen en in vereniging aldaar

- zich te verzamelen op of aan of bij een of meer van voornoemde openbare weg(en) en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, tegen het hoofd te stompen en/of te slaan en/of

- een of meer (vuur)wapen(s) af te vuren/schieten in de richting, althans in het bijzijn, van die [slachtoffer] en/of

- die [slachtoffer] (te voet) te achtervolgen (met medeneming van (die) een of meer (vuur)wapen(s)) en/of

- met een hamer een of meer ruit(en) van de/een auto (van die [slachtoffer] ), te weten een (witte) (personen)auto (van het merk Ford, type Ka), te vernielen en/of (daarbij)

- die [slachtoffer] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en) de woorden toe te voegen: "Pak hem" "Pak hem" en/of "Pak aan" en/of "Kankerneger" en/of "Je gaat er aan kankerneger";

2. hij op of omstreeks 13 maart 2020 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met

een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: "Je gaat er aan kankerneger" en/of "Ik zei toch jij gaat rennen!" en/of (daarbij) (vervolgens)

- een of meer vuurwapen(s), meermalen, althans eenmaal, af te vuren/schieten in de richting, althans het bijzijn, van die [slachtoffer] , en/of (daarbij)

- die [slachtoffer] (te voet) te achtervolgen (met medeneming van (die) een of meer (vuur)wapen(s));

3. hij op of omstreeks 13 maart 2020 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

A.

meerdere, althans een, wapen(s) van categorie III, onder 1 van de Wet wapens

en munitie, te weten

- een pistool van het merk FN (type 1910) van het kaliber 7,65 en/of - een revolver van het merk BBM (type Olympic 38) van het kaliber .22, zijnde

(elk) een vuurwapen(s) in de vorm van een pistool en/of een revolver,

voorhanden heeft gehad (en zulks terwijl een of meer eerdergenoemd(e) feit(en)

met voornoemd(e) vuurwapen(s) van categorie III zijn begaan) en/of

B.

- munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 4 kogelpatronen (van het merk CCI, Mini Mag - Hollow Point), van het kaliber

.22 LR en/of

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3

kogelpatronen (van het merk Fiocchi, FMJ, van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat op basis van de aangifte, de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] , de verklaringen van de buurtbewoners, de beschrijving van de beelden in het dossier en de weergave van de chatgesprekken van verdachte en zijn medeverdachten het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Verdachte was initiatiefnemer en medeorganisator. De verklaring van verdachte en aangever staan, voor wat het gebruik van geweld betreft, lijnrecht tegenover elkaar. De officier van justitie acht de verklaring van verdachte en zijn vader onaannemelijk. Hun verklaringen vinden geen enkele ondersteuning in het dossier, in tegenstelling tot de verklaring van aangever die op verschillende punten wordt bevestigd. Verdachte heeft vooraf afspraken gemaakt en ook is er vooraf in een appgesprek gesproken over het meenemen van wapens. De medeverdachten hebben 2,5 uur met elkaar in de auto op weg naar Leeuwarden gezeten, waarna verdachte en zijn medeverdachten elkaar voorafgaand aan het incident nog hebben ontmoet. De officier van justitie gaat er dan ook vanuit dat verdachte en de medeverdachten op de hoogte waren van de aanwezigheid van de wapens.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde deels moet worden vrijgesproken. Verdachte zou van het onder 2. en 3. ten laste gelegde in zijn geheel moeten worden vrijgesproken. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ten aanzien van feit 1. kan alleen worden bewezen dat het feit op de openbare weg heeft plaats gevonden. De andere expliciet opgenomen handelingen zijn niet door verdachte gepleegd en er is ook geen bewijs dat verdachte aan deze handelingen een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd.

Verder heeft de raadsman ten aanzien van feit 2. aangevoerd dat verdachte niet in staat was om aangever te bedreigen, omdat hij knock-out geslagen op de grond lag met een gebroken kaak. Daarnaast is er in het dossier geen verificatie voor het schieten door verdachte of aangever. Het door de raadsman verzochte schotrestenonderzoek voor zowel verdachte als aangever, blijkt niet uitgevoerd te zijn.

Tot slot heeft de raadsman ten aanzien van feit 3. aangevoerd dat verdachte geen enkel wapen voorhanden heeft gehad. Er is voor verdachte dan ook niet enig gewicht van de intellectuele bijdrage en/of materiële bijdrage aan het delict, het voorhanden hebben, aan te nemen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen1 die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, ten aanzien van het ten laste gelegde het volgende vast.

Op vrijdag 13 maart 2020 vindt er een schietpartij plaats in de Auke Stellingwerfstraat te Leeuwarden, ter hoogte van [huisnummer] . De verbalisanten die ter plaatse komen treffen een witte Ford Ka aan met twee ronde inslagplekken van circa 12 mm doorsnee in de voorruit. Het raam aan de bestuurderszijde is verbrijzeld en in de zijruit achter de bestuurderszijde zit een gat.23

Aangever [slachtoffer] (hierna aangever) heeft bij de politie het volgende verklaard. Hij heeft een relatie gehad met [naam 1] , de huidige vriendin van verdachte. Aangever en zijn ex hebben samen een dochtertje. Aangever ontvangt dreigende appjes van verdachte. Op

12 maart 2020 ontvangt aangever van verdachte onder andere het bericht: "ik ga vrijdag [naam 2] naar jou brengen. Ik ga jou laten rennen." 4 Op vrijdag 13 maart 2020 omstreeks 16.00 uur gaat aangever naar de woning van zijn (ex-)schoonmoeder aan de Auke Stellingwerf-straat [huisnummer] in Leeuwarden, om zijn dochtertje te bezoeken. Hij parkeert zijn auto, een witte Ford Ka, in de Auke Stellingwerfstraat.5 Rond 20.00 uur is het bezoek afgelopen. Aangever verlaat de woning en stapt in zijn auto. Voordat hij kan wegrijden, komt een auto aanrijden, die hem blokkeert. Er stapt iemand uit de auto, die naar de auto van aangever loopt. Aangever ziet dat het verdachte is, die hij kent als ‘ [naam 3] ’, de nieuwe vriend van zijn ex. Verdachte doet de portier van de auto van aangever open en geeft aangever twee vuistslagen in zijn gezicht. Aangever stapt vervolgens uit en slaat verdachte hard terug. Hierdoor valt verdachte op de grond, waarna er nog vier andere personen aan komen. Aangever herkent ‘ [naam 3] ’, een broertje van verdachte, en de vader van verdachte met een hond. Hij ziet dat het broertje van verdachte een pistool uit zijn broeksband haalt en op hem richt. ‘ [naam 3] ’ is de bijnaam van [medeverdachte 2] . Aangever gaat achter zijn auto zitten. Dan ziet hij dat de vader van verdachte ook een pistool heeft en het aan verdachte geeft. Aangever rent weg. Hij wordt achtervolgd en ziet dat in ieder geval verdachte en zijn vader achter hem aanrennen. Aangever hoort het geluid van drie of vijf schoten.6 Het pistool van [medeverdachte 2] was een kleiner model zwart pistool, kleiner dan een pistool van de politie. Het pistool dat de vader van verdachte aan verdachte geeft was ook zwart en net zo groot als een pistool van de politie.7

Naar aanleiding van de schietpartij stelt de politie een buurtonderzoek in en worden camerabeelden bekeken en beschreven. Hieruit blijkt dat tussen 18.43 uur en 18.49 uur een man met een hond heen en weer loopt in de Auke Stellingwerfstraat. De man kijkt verdacht om zich heen. Rond 18.55 uur wordt een op een Seat Cordoba gelijkende auto geparkeerd in de Auke Stellingwerfstraat89 Rond 19.00 uur staat een zilvergrijze-goudkleurige auto van het merk VW Passat, met stationair lopende motor, onhandig geparkeerd in de Kalverdwars-straat. De auto staat met de voorkant richting de Auke Stellingwerfstraat. Achter het stuur zit een licht getinte man. 10 Rond 19.56.30 uur wordt gebonk en geschreeuw gehoord. Er is beweging bij de blauwe geparkeerde Seat en er rennen drie personen in de richting van de Kalverdwarsstraat. Rond 19.56.43 uur roept een mannenstem: "pak aan" en "kankerneger". Rond 19.56.45 uur is er een knal, gelijkend op het schot van een (hand)vuurwapen. Rond 19.56.49 uur is er weer een mannenstem. Er wordt geroepen: "vuile kutneger" gevolgd door een knal, gelijkend op het schot van een (hand)vuurwapen.11 Buurtbewoners horen omstreeks 20.00 uur dat er op straat wordt geschreeuwd: "pak hem, pak hem", direct gevolgd door twee knallen. Het klinkt als pistoolschoten.121314 Rond 19.56.50 rent een (vluchtende) persoon door de Auke Stellingwerfstraat. Rond 19.56.53 uur wordt er geroepen: "jij gaat dood kankerneger". Rond 19.56.54 uur rennen drie personen en een hond achter de (vluchtende) persoon aan. Ze rennen allemaal in de richting van het Cambuursterpad. Rond 19.56.56 komt een vierde persoon eveneens richting Cambuursterpad rennen. De laatste, of één na laatste, heeft een vuurwapen in zijn hand. Rond 19.57.00 staat er een persoon aan de bestuurders-zijde van de geparkeerde Seat. Rond 19.57.06 uur komt nog een vijfde persoon aanrennen. Hij stapt rond 19.57.27 uur met een hond rechts in de geparkeerde Seat. Er zit inmiddels ook een bestuurder in de Seat. De verlichting gaat aan en de Seat met daarin drie personen rijdt weg. 1516

Op de kruising van de Auke Stellingwerfstraat met de Kalverdwarsstraat staat een auto met draaiende motor, zonder inzittenden, midden op de weg stil. De auto staat met de neus richting de Tjerk Hiddesstraat.1718 Rond 19.57.27 komen er twee personen (terug) rennen uit de richting van het Cambuursterpad en ze rennen richting Kalverdwarsstraat.192021 Eén van de twee stapt in aan de bestuurderszijde van de op de kruising stilstaande grijze auto. De andere jongen loopt richting een naastgelegen geparkeerde witte Ford Ka en slaat tegen het voorraam en twee of drie keer hard tegen het raam aan de bestuurderszijde. Het raam aan de bestuurderszijde wordt ingeslagen. Vervolgens gaat de jongen ook naar de op de kruising stilstaande grijze auto. Hij stapt in aan de bijrijderszijde, waarna de auto wegrijdt in de richting van de Cammingastraat.222324

De politie gaat op zoek naar de verdachten. Op 13 maart 2020 omstreeks 21:50 uur wordt aan de Aldlânsdyk te Leeuwarden verdachte aangehouden. Hij heeft geen telefoon bij zich heeft. Aan de hand van een telefoontap op telefoonnummer [telefoonnummer] , met een abonnement op naam van verdachte, blijkt dat deze telefoon tot 24 maart 2020 om 02:48 uur gebruik heeft gemaakt van een telefoonmast aan de Emmakade in Leeuwarden. Op 14 maart 2020 omstreeks 03:55 uur worden op de A7, ter hoogte van Den Oever, twee medeverdachten aangehouden, [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ), de broer van verdachte, en de minderjarige Ronaldo Kevin [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ).25 Zij rijden in een blauwe Seat Cordoba.26 De Seat Cordoba wordt onderzocht en in het dashboardkastje worden twee mobiele telefoons van het merk AEG en Huawei aangetroffen en in een verborgen ruimte in het dashboard een mobiele telefoon van het merk Samsung. .27 De telefoon van het merk Huawei is kennelijk van verdachte.28

Op grond van de gesprekken die zijn gevoerd via WhatsApp is vastgesteld dat de gebruiker van de in de Seat aangetroffen Samsung telefoon [medeverdachte 3] is (hierna: [medeverdachte 3] ).

Op 12 maart 2020 vindt er een chatgesprek plaats tussen de telefoon in gebruik bij verdachte en de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 3] . Er wordt aangegeven dat [medeverdachte 3] morgen, ‘ [medeverdachte 4] ’, de vader van verdachte, moet ophalen en naar hier moet komen. Daarbij worden de adressen Auke Stellingwerfstraat [huisnummer] en [straatnaam] gegeven. Ze gaan het dan rond 5 á 6 uur doen. Hij moet eerst verdachte zien en dan stappen zij later uit. ‘ [naam 3] ’ en ‘ [medeverdachte 4] ’ gaan ook mee.

Uit een ander chatgesprek op 12 maart 2020 tussen de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 3] en de telefoon op naam van [medeverdachte 2] blijkt dat [medeverdachte 2] de volgende dag ook meegaat, samen met [medeverdachte 3] en ‘ [medeverdachte 4] ’. [medeverdachte 2] zal [medeverdachte 1] meenemen en daarna ‘ [medeverdachte 4] ’ en [medeverdachte 3] ophalen. De hond van ‘ [medeverdachte 4] ’ gaat ook mee. In het chatgesprek zegt [medeverdachte 3] tegen [medeverdachte 2] : "neem he ding mee", "manieren leren".

In de telefoon van [medeverdachte 3] worden diverse afbeeldingen van vuurwapens aangetroffen.29

De telefoon van [medeverdachte 1] wordt ook onderzocht. [medeverdachte 1] heeft op 13 maart 2020 vanaf 10:12 uur via WhatsApp contact met zijn vriendin. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij niet met zijn vriendin af kan spreken en zegt: "luister ik moest vandaag of morgen iets doen, maar ik ga vandaag doen blijkbaar". Op 14 maart 2020 om 03:28 uur wordt er met de telefoon van [medeverdachte 1] een bericht gestuurd naar de telefoon van aangever met de tekst: "dit was alleen een waarschuwing". Tussen vrijdag 13 maart 2020 om 22:24 uur en zaterdag 14 maart 2020 om 00:01 uur vinden er nog gesprekken plaats met de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer] over iets dat verstopt moet worden en morgen opgehaald kan worden.30

Uit de door [medeverdachte 1] tegenover de politie afgelegde verklaring komt het volgende naar voren. Op vrijdag 13 maart 2020 omstreeks 11:00 uur stapt [medeverdachte 1] in Zoetermeer bij [medeverdachte 2] in de auto, om naar Leeuwarden te gaan. De auto van [medeverdachte 2] is een blauwe Seat. [medeverdachte 2] is de broer van verdachte, hij wordt ook wel ‘ [naam 3] ’ genoemd. Verdachte wordt ‘ [naam 3] ’ genoemd. Onderweg halen ze [medeverdachte 3] en de vader van [medeverdachte 2] op, waarna ze met zijn vieren in de auto naar Leeuwarden rijden. De hond van de vader is ook mee. In Leeuwarden ontmoeten ze verdachte, waarna ze naar de straat gaan waar verdachte zijn dochtertje op moet halen. Daar staan ze ongeveer een uur te wachten. [medeverdachte 1] zit samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] in de Seat. De vader is in Leeuwarden bij verdachte in de VW Passat gestapt. Verdachte staat met zijn Volkswagen Passat ergens anders geparkeerd, omdat hij niet wil dat iemand hem ziet. Terwijl ze aan het wachten zijn horen ze ineens geschreeuw en [medeverdachte 1] ziet vanuit de Seat dat verdachte aan het vechten is met een man. Samen met [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , rent [medeverdachte 1] er naar toe. [medeverdachte 1] neemt een lifehammer mee uit de auto. Bij verdachte aangekomen is de man weggerend. Volgens [medeverdachte 1] rent iedereen, behalve hij, achter de man aan. Daarbij wordt geschoten. Er is ook nog het een en ander geroepen. [medeverdachte 2] heeft een taserpistool en schiet ermee op de grond. Kort daarna schiet [medeverdachte 3] met iets in de lucht. Als de man de straat is uitgerend, komt iedereen weer terug lopen. Vervolgens slaat [medeverdachte 1] met de lifehammer op het voorraam, het raam aan de bestuurderszijde en het raam achter de bestuurder van een witte auto. Het raam aan de bestuurderszijde gaat kapot, waarna [medeverdachte 1] bij verdachte in de VW Passat stapt en ze wegrijden. Verderop komen ze [medeverdachte 2] en de anderen weer tegen en stapt [medeverdachte 1] uit de VW Passat. [medeverdachte 3] en de vader met zijn hond gaan lopend naar het station om met de trein naar huis te gaan. De kaak van verdachte staat scheef en hij gaat alleen naar het ziekenhuis. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] lopen vervolgens enkele uren door Leeuwarden. Voordat zij met de auto terug gaan op weg naar Zoetermeer verstopt [medeverdachte 2] een tas in een put aan de Mariahof, bij een kickbockschool. [medeverdachte 2] heeft alles in de tas gedaan. Het tasje lag in de auto. [medeverdachte 2] pakte het tasje uit de auto en zei dat het weg moest. Er zitten meerdere dingen in de tas. [medeverdachte 1] heeft gezien dat [medeverdachte 2] een taserpistool in de tas deed. [medeverdachte 1] heeft de tas gedragen. Hij ziet in de tas het taserpistool en de pepperspray. 31

Uit camerabeelden blijkt dat op 13 maart 2020 om 22:15:56 twee personen en een hond vertrekken vanaf het NS-station met een trein, met eindbestemming Den Haag, uit Leeuwarden. De signalementen van deze personen komen overeen met [medeverdachte 3] en medeverdachte [medeverdachte 4] (hierna [medeverdachte 4] ), de vader van verdachte.32

Uit de door verdachte tegenover de politie en ter terechtzitting afgelegde verklaring komt het volgende naar voren:

Verdachte heeft een conflict met [slachtoffer] . Het telefoonnummer van verdachte is [telefoonnummer] .33 Verdachte heeft zijn familie erbij geroepen en gevraagd of ze naar Leeuwarden wilden komen.34 Verdachte heeft zijn familie gevraagd mee te gaan naar de Auke Stellingwerfstraat. Daar is op 13 maart 2020 een confrontatie geweest met [slachtoffer] . Verdachte is gewond geraakt en later die avond aangehouden in de buurt van het ziekenhuis. 35

Op 23 maart 2020 treffen verbalisanten op aanwijzen van [medeverdachte 1] in een regenput aan het Mariahofje in Leeuwarden een grijze plastic huisvuilzak aan. In de huisvuilzak zit een witte plastic boodschappentas met daarin wapens.36 Uit onderzoek van de wapens blijkt dat het gaat om:

- een vuurwapen (pistool) van het merk FN, 1910, kaliber 7.65. Dit is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie;

- een vuurwapen (revolver) van het merk BBM, Olympic 38, kaliber .22. Dit is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2, lid 1 categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie;

- 3 stuks munitie (kogelpatroon), merk Fiocchi, FMK, kaliber 7.65 mm. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet Wapens en munitie;

- 7 stuks munitie (kogelpatroon), merk CCI, Mini Mag-Hollow Point, kaliber .22 LR. Dit is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 categorie II onder 4 van de Wet Wapens en Munitie.37

- een stroomstootwapen, merk FBQ2002-A;

- een stroomstootwapen, merk FBQ2002-A;

- navulpatroon stroomstootwapen, merk FBQ2002-A;

De betreffende navulpatroon was kennelijk gebruikt. De genoemde voorwerpen zijn stroomstootwapens als bedoeld in artikel 2 lid 1 categorie II onder 5 van de Wet Wapens en Munitie.38

De in de plastic tas aangetroffen vuurwapens vertoonden zeer grote gelijkenissen met de wapens die werden aangetroffen op afbeeldingen van wapens in de telefoon van [medeverdachte 3] .39

Bewijsoverweging

Kort weergegeven komt uit de bewijsmiddelen het volgende naar voren.

Verdachte had onenigheid met aangever en heeft het initiatief genomen tot een confrontatie in de Auke Stellingwerfstraat op 13 maart 2020. In een bericht aan aangever heeft verdachte aangever vooraf laten weten dat hij wist van de afspraak die aangever had en "dat hij gaat rennen". Uit het chatgesprek tussen verdachte en [medeverdachte 3] blijkt dat verdachte vooraf een plan heeft gemaakt voor de confrontatie met aangever en afspraken heeft gemaakt om er meer mensen bij te hebben. Hij heeft tijd en plaats waar de anderen moeten zijn doorgegeven en heeft uitgelegd dat aangever hem eerst moet zien, waarna de anderen er bij zouden moeten komen. Dat is ook precies wat er op 13 maart 2020 is gebeurd. Wat de intenties van verdachte en de medeverdachten betreft acht de rechtbank ook van belang dat in het chatgesprektussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] wordt gesproken over “manieren leren”.

[medeverdachte 2] is vervolgens op 13 maart 2020 met zijn blauwe Seat Cordoba vanuit Zoetermeer naar Leeuwarden gekomen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] met zijn hond. In Leeuwarden hebben ze verdachte ontmoet en is [medeverdachte 4] met zijn hond bij verdachte in de auto gestapt. Verdachte is in zijn auto uit het zicht gaan staan wachten in de Kalverdwars-straat, omdat hij niet gezien wilde worden. [medeverdachte 2] heeft zijn blauwe Seat, met daarin ook [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] , geparkeerd in de Auke Stellingwerfstraat. Daar hebben ze een uur staan wachten. Kort nadat aangever, zo tegen 20.00 uur, in zijn witte Ford Ka stapte, is hij klemgereden door verdachte. Verdachte is uitgestapt, naar de auto van aangever gelopen en heeft aangever twee vuistslagen in het gezicht gegeven. Aangever is ook uitgestapt en heeft verdachte hard teruggeslagen. Op dat moment zijn [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en zijn hond aan komen rennen. [medeverdachte 2] heeft een taserpistool uit zijn broeksband gehaald en op aangever gericht. [medeverdachte 4] had een vuurwapen en heeft dit wapen aan verdachte gegeven. Aangever is weggerend, waarna verdachte en medeverdachten achter hem aan zijn gerend. [medeverdachte 2] heeft geschoten. [medeverdachte 3] heeft ook geschoten. Er is geroepen: "pak hem, pak hem", "pak aan", "pak aan kankerneger", "jij gaat dood kankerneger".

Even later zijn verdachte en de medeverdachten teruggekomen. Verdachte is in zijn VW Passat gestapt, terwijl [medeverdachte 1] met een lifehammer op de voorruit en de zijramen van de Ford Ka van aangever heeft geslagen waardoor meerdere ruiten zijn vernield. [medeverdachte 1] is vervolgens bij verdachte in de auto gestapt en ze zijn weggereden. [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn vertrokken in de Seat Cordoba.

Later is er nog een ontmoeting geweest tussen de inzittenden van beide auto’s. Daarna is verdachte alleen op weg naar het ziekenhuis gegaan. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hebben Leeuwarden per trein verlaten. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] hebben de tas met wapens verstopt in een put aan het Mariahofje in Leeuwarden.

Het door de verdachte naar voren gebrachte alternatieve scenario wordt weerlegd door de bewijsmiddelen. De verklaringen inhoudende dat aangever niet is opgewacht, het initiatief voor het geweld van aangever uitging en aangever verdachte met een vuurwapen heeft geslagen vinden geen steun in het politiedossier. Het geschetste scenario is ook overigens niet aannemelijk geworden. De verklaringen van verdachte komen niet overeen met hetgeen aangever en medeverdachte [medeverdachte 1] hebben verklaard en zijn ook niet in overeenstemming met de verklaringen van getuigen en de camerabeelden. Verdachte heeft bovendien tegenstrijdige verklaringen afgelegd over de aanwezigheid van de medeverdachten. In eerste instantie heeft hij onder meer verklaard dat hij alleen was en dat hij niet wist dat zijn broer

[medeverdachte 2] in Leeuwarden was, later heeft hij verklaard dat hij familieleden heeft gevraagd of zij wilden komen en dat het de bedoeling was dat zij daar zouden zijn. De rechtbank acht de verklaringen van aangever en [medeverdachte 1] daarentegen betrouwbaar, aangezien deze op diverse essentiële onderdelen steun vinden in de overige bewijsmiddelen.

Uit de verklaring van [medeverdachte 1] , de verklaring van aangever over de grootte van het wapen en de in de put aangetroffen wapens, leidt de rechtbank af dat het wapen dat [medeverdachte 2] uit zijn broeksband haalde, op aangever richtte en waarmee hij heeft geschoten, een taser(pistool) was. Wat betreft het wapen dat [medeverdachte 4] aan verdachte heeft gegeven stelt de rechtbank vast dat dit geen taser(pistool) is geweest maar een pistool of een revolver. Dit volgt uit de verklaring van aangever, die een duidelijk onderscheid maakt tussen het wapen dat hij bij

[medeverdachte 2] heeft gezien en het wapen dat [medeverdachte 4] aan verdachte gaf, in combinatie met de omstandigheid dat in de put vier wapens zijn aangetroffen namelijk een pistool, een revolver en twee identieke tasers.

De rechtbank overweegt voorts als volgt:

Feit 1

Openlijk geweld

De vraag die de rechtbank als eerste dient te beantwoorden is of sprake is geweest van openlijke geweldplegingen tegen personen en goederen. Daarvan is sprake bij geweld, gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn waardoor de openbare orde wordt verstoord. Het geweld tegen aangever vond plaats op de openbare weg. Verdachte en zijn medeverdachten hebben vooraf afspraken gemaakt en zich verzameld op de openbare weg, waarna aangever is geslagen, er in het bijzijn van aangever met (vuur)wapens is geschoten en achter aangever aan is gerend, onder medeneming van die (vuur)wapens. Vervolgens is met een hamer tegen de autoruiten van de auto van aangever geslagen, waardoor deze ruiten zijn vernield. De rechtbank stelt op grond op grond van het voorgaande vast dat er sprake is geweest van openlijk geweld tegen personen en goederen.

Voldoende significante of wezenlijke bijdrage

De rechtbank stelt voorop dat van het "in vereniging" plegen van geweld in de zin van artikel 141, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) sprake is, indien de betrokkene een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld, zij het dat deze bijdrage zelf niet van gewelddadige aard behoeft te zijn. De enkele omstandigheid dat iemand aanwezig is in een groep die openlijk geweld pleegt is niet zonder meer voldoende om hem te kunnen aanmerken als iemand die "in vereniging" geweld pleegt. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte geleverde -intellectuele en/of materiële- bijdrage aan het delict van voldoende gewicht is.

Verdachte heeft een plan gemaakt voor een confrontatie met aangever en afspraken gemaakt over bijstand van zijn medeverdachten. Daarnaast heeft verdachte zelf geweld tegen aangever gebruikt, een wapen aangepakt van zijn vader en is hij met zijn medeverdachten, onder medeneming van een wapen, achter aangever aangerend. Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat verdachte, door aldus te handelen, opzet heeft gehad op de geweldshandelingen en een voldoende significante en wezenlijke bijdrage aan het geweld heeft geleverd.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1. ten laste gelegde openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen en goederen.

feit 2.

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met zware mishandeling en/of bedreiging tegen het leven gericht, is onder meer vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen dan wel het leven zou kunnen laten.

De rechtbank is gelet op voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat het plan om daar aanwezig zijn, het openlijk geweld en het rennen achter aangever aan terwijl vanuit de groep waar verdachte deel van uitmaakte bedreigende woorden werden geroepen en werd geschoten met (vuur)wapens maakt dat de bedreigingen van dien aard zijn dat bij aangever de redelijke vrees zou kunnen ontstaan dat hij zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen, dan wel het leven zou kunnen laten.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank voorts dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte niet in staat zou zijn geweest om aangever te bedreigen, omdat hij knock-out op de grond zou hebben gelegen. Uit de camerabeelden blijkt dat het hele incident zich binnen een minuut heeft afgespeeld. Gelet op dit korte tijdsbestek acht de rechtbank het niet aannemelijk dat verdachte bewusteloos is geweest. Verdachte is na een minuut in zijn auto gestapt en weggereden. Daarnaast blijkt uit de verklaring van aangever dat verdachte een wapen aangereikt heeft gekregen en één van de personen is die achter aangever aan is gerend.

Ten aanzien van het verweer van de raadsman dat er geen verificatie voor het schieten door verdachte in het dossier aanwezig is, merkt de rechtbank op dat vaststaat dat er door de groep waar verdachte deel van uitmaakte is geschoten. Nu de rechtbank medeplegen aan de bedreiging bewezen acht hoeft niet vastgesteld te worden dat verdachte één van de personen is geweest die heeft geschoten.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 2. ten laste gelegde medeplegen van bedreiging.

feit 3. A en B

De rechtbank is gelet op voornoemde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte doordat hij van zijn vader een vuurwapen aangereikt heeft gekregen en daarmee achter aangever is aangerend, beschikkingsmacht over dit vuurwapen heeft gehad. Verdachte moet zich er ook in meer of mindere mate bewust van zijn geweest dat het aangereikte wapen een vuurwapen met munitie betrof. De gebruikte vuurwapens zijn met bijbehorende munitie aangetroffen. De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat verdachte een vuurwapen en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad.

De rechtbank kan op grond van de bewijsmiddelen niet vaststellen of het vuurwapen, met bijbehorende munitie, dat verdachte aangereikt heeft gekregen een pistool of een revolver is, zodat de rechtbank in de bewezenverklaring hier geen keuze in zal maken.

Nu verdachte het wapen van zijn vader overgedragen heeft gekregen en daarmee achter aangever [slachtoffer] aan is gerend, terwijl zij beide betrokken waren bij het in vereniging plegen van openlijk geweld en het medeplegen van bedreiging zoals hiervoor beschreven, is de rechtbank van oordeel dat daarmee is voldaan aan het vereiste van een -op het voorhanden hebben van een revolver of pistool met bijbehorende munitie gerichte- bewuste en nauwe samenwerking tussen de verdachte en zijn vader.

De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van het onder 3.A en B ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. 2. en 3.A en B ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij op 13 maart 2020 te Leeuwarden openlijk, te weten, aan de Auke Stellingwerfstraat en de Kalverdwarsstraat en het Cambuursterpad, op openbare wegen, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon en een goed te weten [slachtoffer] en een personenauto van het merk Ford, type Ka, door tezamen en in vereniging aldaar

- zich te verzamelen op voornoemde openbare wegen en vervolgens

- die [slachtoffer] meermalen tegen het hoofd te stompen en

- met een of meer (vuur)wapens te schieten in het bijzijn van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] te voet te achtervolgen met medeneming van die (vuur)wapens en

- met een hamer ruiten van de auto van die [slachtoffer] , te weten een witte personenauto van het merk Ford, type Ka, te vernielen en daarbij

- die [slachtoffer] en andere personen de woorden toe te voegen: "Pak hem" "Pak hem" en "Pak aan" en "Kankerneger" en "Je gaat er aan kankerneger";

2.

hij op 13 maart 2020 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en met zware mishandeling, door opzettelijk dreigend

- die [slachtoffer] de woorden toe te voegen: "Je gaat er aan kankerneger" en "Ik zei toch jij gaat rennen!" en daarbij vervolgens

- een of meer (vuur)wapens af te schieten in het bijzijn van die [slachtoffer] , en daarbij

- die [slachtoffer] te voet te achtervolgen met medeneming van die (vuur)wapens;

3. hij op 13 maart 2020 te Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander,

A.

een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een pistool van het merk FN (type 1910) van het kaliber 7,65 of

- een revolver van het merk BBM (type Olympic 38) van het kaliber .22, zijnde

vuurwapens in de vorm van een pistool of een revolver,

voorhanden heeft gehad en zulks terwijl meer eerdergenoemde feiten met voornoemde vuurwapens van categorie III zijn begaan.

B.

- munitie van categorie II onder 4 van de Wet wapens en munitie, te weten 4 kogelpatronen (van het merk CCI, Mini Mag - Hollow Point), van het kaliber .22 LR of

- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 3 kogelpatronen (van het merk Fiocchi, FMJ, van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen;

2. medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en

zware mishandeling;

3. A en B medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet

wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van

categorie III en medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid

van de Wet wapens en munitie.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1., 2., 3. A en B wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportages van psycholoog N. van der Weegen d.d. 13 juli 2020 en reclassering Nederland d.d. 12 oktober 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 13 maart 2020 samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging en bedreiging van aangever [slachtoffer] , met wie verdachte een conflict had. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van een vuurwapen met bijbehorende munitie. Verdachte heeft een confrontatie met aangever gepland en met zijn medeverdachten afspraken gemaakt om hem bij de confrontatie te ondersteunen. Nadat verdachte aangever had geslagen, zijn de medeverdachten hem te hulp geschoten en daarbij is meermalen met (vuur)wapens geschoten. Vervolgens zijn verdachte en zijn medeverdachten, onder medeneming van deze (vuur)wapens, achter de vluchtende aangever aangerend en zijn de ruiten van de auto van aangever vernield. Het voorval heeft op aangever grote indruk gemaakt. Dit soort feiten, waarbij wordt geschoten op de openbare weg, zijn niet alleen erg ingrijpend voor het slachtoffer, maar zorgen ook voor grote gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij op deze manier zijn conflict met aangever op wilde lossen en geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor de strafbare feiten.

Uit het uittreksel uit het documentatieregister blijkt dat verdachte vaker voor geweldsdelicten is veroordeeld. Daarnaast liep verdachte nog in een proeftijd van een voorwaardelijke straf.

Zowel de reclassering als de psycholoog hebben over verdachte gerapporteerd. Uit het reclasseringsrapport blijkt dat verdachte onvoldoende medewerking toont aan de reclassering door het, al dan niet bewust, achterhouden van informatie. Wel ziet de reclassering dat verdachte problemen heeft op diverse gebieden. De reclassering kan met de beschikbare informatie geen advies geven over gedragsinterventies en concludeert dat er weinig tot geen bereidheid bij verdachte is voor behandeling en begeleiding

Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat verdachte lijdt aan een matig ernstige verstandelijke beperking. Andere stoornissen konden niet worden vastgesteld, doordat verdachte daarvoor onvoldoende open was. De psycholoog heeft niet kunnen onderzoeken in hoeverre de matig ernstige verstandelijke beperking een rol heeft gespeeld in het gedrag van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde en onthoudt zich van een advies aangaande de mate van toerekenen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank verdachte toerekeningsvatbaar.

Ten aanzien van de strafoplegging heeft de rechtbank acht geslagen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS), waarbij als uitgangspunt voor openlijk geweld een taakstraf van 120 uren wordt gehanteerd en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden voor bedreiging met een vuurwapen en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden of meer voor het voorhanden hebben van een vuurwapen. Daarbij merkt de rechtbank op dat het oriëntatiepunt voor openlijk geweld geen rekening houdt met het tonen van en schieten met een vuurwapen.

Gezien de ernst van de strafbare feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van langere duur. De rechtbank ziet in de samenloop van de strafbare feiten aanleiding voor een enigszins kortere duur dan gevorderd door de officier van justitie.

Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, onder aftrek van voorarrest, passend en geboden.

Benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 5.705,00 ter vergoeding van materiële schade en € 2.500,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan en vergoeding van de proceskosten volgens forfaitair tarief.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de vordering gedeeltelijk voor toewijzing vatbaar is, te weten tot een bedrag van € 320,00 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Daarnaast acht de officier van justitie een immateriële schadevergoeding van € 1.000,00 op zijn plaats, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat de schade is ontstaan. Voor het overige is de vordering onvoldoende onderbouwd en dient te worden afgewezen. De officier van justitie heeft verder gevorderd aan verdachte de maatregel van schadevergoeding op te leggen tot een bedrag van €1.320,00. De officier van justitie heeft geen bezwaar tegen toewijzing van proceskosten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de materiële schade aangegeven dat deze dient te worden afgewezen. De raadsman is van mening dat de kapotte ramen gedekt worden door de verplichte verzekering van aangever. Ten aanzien van de immateriële schade heeft de raadsman aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld bij aangever en dat de immateriële schade gematigd dient te worden tot een bedrag van € 250,00 en voor het overige dient te worden afgewezen. Ten aanzien van de proceskosten heeft de raadsman aangevoerd dat deze niet gezien kunnen worden als rechtstreekse schade, gelet op ECLI:NL:RBNNE:2019:835.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij materiële schade heeft geleden tot een bedrag van € 320,00 aan reparatiekosten van zijn autoruiten, als rechtstreeks gevolg van feit 1. De verdediging heeft deze schade onvoldoende betwist. De rechtbank zal de gevorderde materiële schade voor het overige afwijzen, omdat deze schade niet is onderbouwd en onvoldoende vast is komen te staan dat de benadeelde partij deze schade rechtstreeks als gevolg van het bewezenverklaarde heeft geleden.

De benadeelde partij heeft (daarnaast) vergoeding van immateriële schade gevorderd van

€ 2.500,00. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast.

De rechtbank overweegt dat in het onderhavige geval vaststaat dat verdachte onrechtmatig ten aanzien van het slachtoffer heeft gehandeld. De rechtbank is van oordeel dat in het geval van slachtoffer, zoals hij in de onderbouwing van zijn vordering heeft aangegeven, sprake is van een zodanige normschending dat aantasting op andere wijze in de persoon als gevolg van dit feit, als bedoeld in artikel 6:106 lid 1 sub b BW, kan worden aangenomen. De rechtbank komt tot dit oordeel op grond van de aard van het bewezenverklaarde, te weten bedreiging met een vuurwapen, waarbij bedreigende woorden zijn geuit, is geschoten en het slachtoffer door verdachte is achterna gerend, in samenhang met hetgeen het slachtoffer heeft verklaard over hoe hij dit heeft beleefd en welke gevolgen hij daarvan heeft ondervonden.

De rechtbank acht, mede gelet op de eis van de officier van justitie, toewijzing van immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,00 passend en geboden. De rechtbank zal de vordering ten aanzien van de immateriële schade voor het overige afwijzen.

Dit betekent dat de vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.320,00,

-bestaande uit € 320,00 materiële schade en € 1.000 immateriële schade-, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 maart 2020.

De rechtbank zal de vordering voor het overige afwijzen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.

Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Zij zal bij de begroting van deze kosten het liquidatietarief kanton 2019 als uitgangspunt hanteren, hetgeen neerkomt op een bedrag van € 360,00.

Nu de advocaatkosten zijn opgevoerd als proceskosten en niet als immateriële schade, zal de rechtbank het verweer van de raadsman dat de advocaatkosten geen rechtstreekse schade zou zijn verwerpen.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 8 maart 2018 van de politierechter in de rechtbank Den Haag, locatie 's-Gravenhave, is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 19 februari 2019. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 27 oktober 2020 de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke straf.

Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de proeftijd, zal de rechtbank de tenuitvoerlegging gelasten van deze voorwaardelijke straf.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 47, 57, 141 en 285 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1., 2. en 3. A en B ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van 18/730040-20, feit 1. en 2.:

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte, hoofdelijk, aldus dat als een medeverdachte betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 1.320,00 (zegge: duizend driehonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2020.

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte, hoofdelijk, aldus dat als een medeverdachte betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 360,00 en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] een bedrag van € 1.320,00 (zegge: duizend driehonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 maart 2020, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling voor de duur van 23 dagen worden toegepast, met dien verstande dat de toepassing van de gijzeling de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 320,00 aan materiële schade en € 1.000,00 aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte en/of de medeverdachten heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte en/of de medeverdachten aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft/hebben betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

09-819345-17:

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Den Haag, locatie 's Gravenhage van 8 maart 2018 te weten: 2 weken gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. de Wit, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en mr. R.B. Maring, rechters, bijgestaan door C. Vellinga-Terpstra, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2020.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt en bevinden zich, tenzij anders aangegeven, in het proces-verbaal met nummer NN1RO020030, doorgenummerd van pagina 1 tot en met 510, gesloten op 1 september 2020.

2 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2020, pagina 96.

3 Het proces-verbaal forensisch onderzoek d.d. 18 maart 2020, pagina 36.

4 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2020, pagina 17 en 18.

5 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2020, pagina 18.

6 Het proces-verbaal verhoor aangever d.d. 15 maart 2020, pagina 23.

7 Het proces-verbaal van aangifte d.d. 13 maart 2020, pagina 18.

8 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina 78.

9 Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlagen) d.d. 15 maart 2020, pagina 79.

10 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] d.d. 14 maart 2020, pagina's 66 en 67.

11 Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlagen) d.d. 15 maart 2020, pagina 80.

12 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 14 maart 2020, pagina 62.

13 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 14 maart 2020, pagina 60.

14 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 maart 2020, pagina 72.

15 Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlagen) d.d. 15 maart 2020, pagina 80.

16 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina 78.

17 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 14 maart 2020, pagina 62.

18 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 maart 2020, pagina 72.

19 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina 80.

20 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 14 maart 2020, pagina 62 en 63.

21 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 maart 2020, pagina 72.

22 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] d.d. 14 maart 2020, pagina 60.

23 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] d.d. 14 maart 2020, pagina's 62 en 63.

24 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige 4] d.d. 14 maart 2020, pagina's 72 en 73.

25 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina's 75, 76 en 77.

26 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2020, pagina 192.

27 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina 178.

28 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 maart 2020, pagina 77.

29 Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 19 maart 2020, pagina's 106, 107 en 108.

30 Het proces-verbaal van bevindingen (met bijlagen) d.d. 21 april 2020, pagina's 210 en 211.

31 Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 23 maart 2020, pagina 282 tot en met 289.

32 Het proces-verbaal van bevindingen (met fotobijlagen) d.d. 7 april 2020, pagina's 204 en 205.

33 Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 maart 2020, pagina 368.

34 Het proces-verbaal ter terechtzitting d.d. 16 juni 2020.

35 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 3 november 2020.

36 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 24 maart 2020, pagina 184 en 185.

37 Het proces-verbaal onderzoek wapen (met fotobijlagen) d.d. 16 juli 2020, pagina's 231, 232 en 233.

38 Het proces-verbaal onderzoek wapen (met fotobijlagen) d.d. 12 oktober 2020, los opgenomen.

39 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 mei 2020, pagina 229.