Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3947

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-11-2020
Datum publicatie
19-11-2020
Zaaknummer
18/950034-18
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in de periode van 1 september 2016 tot en met 30 mei 2018 schuldig gemaakt aan oplichting van Ziggo. Verdachte heeft telkens bestellingen geplaatst voor kabelabonnementen met decoders en smartcards. Hierbij heeft verdachte telkens het bankrekeningnummer van een ander opgegeven, waardoor betaling niet kon plaatsvinden. Om zich te verzekeren van de goederen (decoders en smartcards) heeft verdachte afleveradressen opgegeven van lege of te koop staande woningen of afleveradressen van anderen, waarna hij het afleveradres wijzigde (via her-routering van het pakket) in het ophalen bij een afhaaladres.

Door het telkens opgeven van het bankrekeningnummer van een derde is bij die derden ongewild een automatische incasso afgeschreven. Tevens zijn aanmaningen naar niet betalende derden gestuurd. Hierdoor is veel ongemak en overlast ontstaan voor (veelal) particuliere derden die meldingen bij Ziggo moesten doen van de onterechte afschrijvingen en aanmaningen en het melding maken bij Ziggo van identiteitsfraude. Dit blijkt duidelijk uit de aangifte van het slachtoffer ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde (identiteitsfraude ex artikel 231b Sr).

De rechtbank heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarbij onder meer rekening is gehouden met de LOVS oriëntatiepunten, de lange periode van het bewezenverklaarde, de hoogte van de schade van Ziggo en de afgeleide schade van particulieren die zich geconfronteerd zagen met onterechte incasso’s en aanmaningen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 57
Wetboek van Strafrecht 63
Wetboek van Strafrecht 231b
Wetboek van Strafrecht 326
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer: 18/950034-18

Vonnis van de meervoudige kamer, Noordelijke Fraudekamer, voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 november 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1970 te [geboorteplaats] ,

wonende [straatnaam] [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 november 2020. Verdachte is verschenen. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Wilbrink.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2016 tot en met 30 mei 2018 te Meppel en/of Utrecht en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen (een of meer medewerkers van) het bedrijf Ziggo heeft bewogen tot de afgifte van een of meer goederen, te weten een of meer decoder(s) of Humax-mediabox(en)/recorder(s) en/of smartcard(s), en/of het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld, te weten een of meer kabelabonnement(en), immers heeft verdachte met vorenomschreven oogmerk listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven –

- ( een medewerker van) dat bedrijf Ziggo (al dan niet via internet) benaderd en een bestelling geplaatst voor een of meer decoder(s) of Humax-mediaboxen/recorder(s) en/of (bijbehorende) smartcard(s), althans goed(eren), en/of (kabel)abonnementen,

en/of (tevens),

met betrekking tot die bestelling en/of de betaling (via automatische incasso en/of facturering),

- wisselende Ziggo klantnummers aangevraagd en/of gebruikt, en/of

- een valse naam en/of valse voornaam en/of valse geboortedatum gebruikt, en/of

- een bankrekening van een ander opgegeven (zonder toestemming van die ander), en/of

- een vals (aflever)adres opgegeven van een leeg of te koop staande woning, en/of een adres of (aflever)adres van een ander opgegeven (zonder toestemming van die ander), en/of (later via e-mail) een gewijzigd afleveradres of herroutering opgegeven, en/of

- ( aldus) zich voorgedaan als bonafide klant van/bij Ziggo.

waardoor (die medewerker(s) van) dat bedrijf Ziggo (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of het aangaan van een schuld;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 7 september 2016 tot en met 30 mei 2018, te Meppel en/of elders in Nederland,

al dan niet een gewoonte heeft gemaakt van witwassen,

immers heeft verdachte meermalen, althans eenmaal,

- in of omstreeks de periode van 7 september 2016 tot en met 14 september 2017 (van) een of meer voorwerp(en), te weten (telkens) een hoeveelheid geld, als (een) bijschrijving(en)/betaling(en) op verdachtes bankrekening en/of afkomstig van de bankrekening van [medeverdachte] en/of [bedrijf 3] en/of met omschrijving 'Humax 5300C',

zijnde in totaal ongeveer 11.913 euro,

verworven en/of voorhanden gehad, althans gebruik gemaakt, en/of

- op of omstreeks 30 mei 2018 (van) een of meer voorwerp(en), te weten 24 Humax mediaboxen en/of decoders verworven en/of voorhanden gehad, althans gebruik gemaakt,

terwijl hij (telkens) wist, althans redeljkerwijs moest vermoeden, dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf;

2.

hij in de periode van 1 maart 2017 tot en met 31 mei 2018 te Meppel en/of Utrecht en/of Heerlen en/of Wezup en/of elders in Nederland,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van een ander te verhelen of misbuiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan,

immers heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk

-in of omstreeks maart 2017 aan het bedrijf Ziggo, met betrekking tot een machtiging tot maandelijks afschrijven van een betaling, het bankrekeningnummer [rekeningnummer] opgegeven, welke rekening op naam stond van [slachtoffer 1] , en/of

-in of omstreeks de periode van 1 april tot en met 31 mei 2018 aan het bedrijf Ziggo, met betrekking tot een machtiging tot maandelijks afschrijven van een betaling, het bankrekeningnummer [rekeningnummer] opgegeven, welke rekening op naam stond van [benadeelde partij 2] .

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling van verdachte gevorderd van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten.

Uit de aangifte namens Ziggo en de overige zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen blijkt afdoende van betrokkenheid van verdachte bij de onder 1 primair ten laste gelegde oplichting op de wijze zoals ten laste gelegd.

Uit de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en het handelen van verdachte zoals blijkt uit feit 1 volgt tevens wettig en overtuigend bewijs voor het onder 2 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend.

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1.

Op 28 november 2017 heeft [naam 1] namens Ziggo aangifte gedaan van oplichting.2 Uit de aangifte blijkt dat op 31 mei 2017 intern melding is gemaakt dat regelmatig retourpost is ontvangen op naam van [verdachte] . Vooral in de omgeving van Meppel is veel post retour ontvangen omdat de aangeschreven persoon niet woonachtig is op het adres waarop de aanvraag is ontvangen. Er volgt nader onderzoek naar alle klanten met de achternaam [verdachte] .

Uit dit onderzoek blijkt dat er veel bestellingen3 zijn gedaan op naam van [verdachte] met verschillende adressen in Meppel en omgeving, maar ook in andere regio’s. Telkens is sprake van fictieve identiteitsgegevens of gegevens van derden. Het adres, de voorletters, geboortedatum en geslacht zijn fictief en niet van [verdachte] . De opgegeven rekeningnummers bij de bestellingen zijn evenmin van [verdachte] . In het klantsysteem van Ziggo zijn veel meldingen gedaan van gedupeerden waarvan het rekeningnummer is gebruikt. Bij hen is ongewild een automatische incasso afgeschreven zonder hun toestemming.

De gedane (internet4) bestellingen betreffen telkens een kabelabonnement met twee decoders en twee simkaarten. De pakketten zijn veelal niet bezorgd op het aanvraag adres, maar opgehaald van een afhaallocatie. Bij een bestelling krijgt een klant een e-mail met een track&trace nummer van PostNL, zodat het mogelijk is om via de site van PostNL de afhaallocatie te wijzigen.5

Het IP adres van verdachte komt zo’n vijftig keer voor in het door aangever gedane onderzoek over de IP-adressen die gebruikt zijn voor de gedane bestellingen bij Ziggo.6

Op 30 mei 2018 zijn in de woning van verdachte in Meppel 24 digitale ontvangers (Humax Irhd-5300c) aangetroffen.7 Daarnaast zijn 18 dozen met een opdruk van Ziggo aangetroffen.8 Op deze dozen zitten adresstickers met daarover stickers met de tekst “her routering”. De pakketten staan allemaal op naam van [verdachte] met verschillende initialen. De oorspronkelijke adressen blijken allemaal van woningen die op Funda.nl te koop worden aangeboden.9

Uit de bijschrijvingen op rekeningnummer [rekeningnummer] op naam van verdachte10 en de verklaring van medeverdachte [medeverdachte]11 blijkt dat verdachte vanaf september 2016 gedurende een jaar 339 Humax 5300c decoders heeft verkocht aan [medeverdachte] .

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat het hem (als postbezorger voor het distributiecentrum van PostNL) is opgevallen dat er veel pakketten van Ziggo op naam van [verdachte] (met verschillende initialen) worden afgeleverd bij diverse afhaalpunten in Meppel.12

De getuige [getuige 2] heeft verklaard dat op vraag van de politie bij [bedrijf 1] in Meppel onderzoek is gedaan naar bonnen en afhaalbewijzen op naam van [verdachte] in het PostNL systeem. De datums en tijdstippen van uitgifte zijn gecontroleerd met de camerabeelden en het blijkt steeds te gaan om dezelfde persoon, een man, die de pakketten van Ziggo ophaalt.13

De getuige [getuige 3] (bedrijfsleider bij [bedrijf 1] in Meppel) heeft verklaard dat een persoon (een man) met een rijbewijs op naam van [verdachte] ongeveer twee of drie keer week pakketten ophaalt van Ziggo. De pakketten hebben altijd een her routering sticker. Een collega van de getuige heeft de geboortedatum op het rijbewijs van [verdachte] onthouden en dat zou zijn [geboortedatum] 1970. De getuige heeft de man omschreven als een grote (fors, stevig gebouwde) kalende man van ongeveer 1.85 meter lang, gebruik makend van een scooter. De getuige heeft voorts verklaard dat haar collega haar vertelde dat deze man op 13 november 2017 een pakketje kwam ophalen en toen een broek droeg met de opdruk “ [bedrijf 2] ”.14

De verdachte, geboren op [geboortedatum] 1970, heeft verklaard dat hij voor [bedrijf 2] heeft gewerkt.15 Hij maakt gebruik van een scooter.16

Uit voornoemde bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte, ondanks zijn stellige ontkenning, zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair ten laste gelegde feit op de wijze zoals hierna uit de bewezenverklaring blijkt.

Feit 2.

Aangever [slachtoffer 1] heeft verklaard dat verdachte zonder toestemming zijn bankrekeningnummer [rekeningnummer] heeft gebruikt om bij Ziggo een abonnement af te sluiten en een machtiging te geven om de abonnementskosten van aangevers bankrekening af te schrijven. Ten behoeve van dit abonnement met klantnummer [nummer] is door Ziggo op 28 maart 2017 een geldbedrag afgeschreven.17

Een medewerker van Ziggo heeft verklaard dat het klantnummer [nummer] is gekoppeld aan klant [slachtoffer 3] , geboren [geboortedatum] 1981, [straatnaam] te [woonplaats] .18

Uit het bij de aangifte van Ziggo gevoegde Excelbestand blijkt dat het pakket behorende bij klant [slachtoffer 3] , [straatnaam] , [woonplaats] , geboren [geboortedatum] 1981, [emailadres] , rekeningnummer [rekeningnummer] , is afgehaald door [verdachte] op een afhaallocatie.19

Gelet op hetgeen hiervoor onder 1 is overwogen en de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde op de wijze zoals hierna uit de bewezenverklaring blijkt.

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde voor zover dit ziet op [slachtoffer 2] . Het enkele gebruik van de naam [slachtoffer 3] is onvoldoende wettig bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde nu overig bewijs ontbreekt.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 primair en feit 2 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2016 tot en met 30 mei 2018 in Nederland, meermalen, (telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen het bedrijf Ziggo heeft bewogen tot de afgifte van goederen, te weten decoders (Humax-mediaboxen/recorders) en smartcards,

en het verlenen van een dienst, te weten kabelabonnementen,

immers heeft verdachte met voren omschreven oogmerk listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid – zakelijk weergegeven –

- dat bedrijf Ziggo (al dan niet via internet) benaderd en een bestelling geplaatst voor decoders (Humax-mediaboxen/recorders) en (bijbehorende) smartcards, en kabelabonnementen,

en,

met betrekking tot die bestelling en/of de betaling (via automatische incasso en/of facturering),

- wisselende Ziggo klantnummers aangevraagd en/of gebruikt, en/of

- een valse naam en/of valse voornaam en/of valse geboortedatum gebruikt, en

- een bankrekening van een ander opgegeven (zonder toestemming van die ander), en

- een vals (aflever)adres opgegeven van een leeg of te koop staande woning, en/of een adres of (aflever)adres van een ander opgegeven (zonder toestemming van die ander), en/of (later via e-mail) een gewijzigd afleveradres of herroutering opgegeven, en

- ( aldus) zich voorgedaan als bonafide klant van/bij Ziggo.

waardoor dat bedrijf Ziggo telkens werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en het verlenen van een dienst;

2.

hij in de periode van 1 maart 2017 tot en met 31 mei 2018 in Nederland,

opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander heeft gebruikt met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen en/of de identiteit van een ander te misbuiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kon ontstaan,

immers heeft verdachte opzettelijk en wederrechtelijk

-in of omstreeks maart 2017 aan het bedrijf Ziggo, met betrekking tot een machtiging tot maandelijks afschrijven van een betaling, het bankrekeningnummer [rekeningnummer] opgegeven, welke rekening op naam stond van [slachtoffer 1] .

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair. Oplichting, meermalen gepleegd.

2. Opzettelijk en wederrechtelijk identificerende persoonsgegevens, niet zijnde biometrische persoonsgegevens, van een ander gebruiken met het oogmerk om zijn identiteit te verhelen of de identiteit van de ander te misbruiken, waardoor uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair en feit 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het reclasseringsrapport, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.

Ernst van de feiten.

Verdachte heeft zich in de periode van 1 september 2016 tot en met 30 mei 2018 schuldig gemaakt aan oplichting van Ziggo. Verdachte heeft door het aannemen van een valse hoedanigheid en listige kunstgrepen zich voorgedaan als een bonafide klant om Ziggo te bewegen tot het afleveren van goederen en diensten. Verdachte heeft telkens bestellingen geplaatst voor kabelabonnementen met decoders en smartcards. Hierbij heeft verdachte telkens het bankrekeningnummer van een ander opgegeven, waardoor betaling niet kon plaatsvinden. De decoders (Humax mediaboxen/recorders) en smartcards zijn telkens geleverd door Ziggo. Om zich te verzekeren van deze goederen heeft verdachte afleveradressen opgegeven van lege of te koop staande woningen of afleveradressen van anderen, waarna hij het afleveradres wijzigde (via her-routering van het pakket) in het ophalen bij een afhaaladres. Verdachte kon de pakketten eenvoudig ophalen, omdat de bestellingen telkens zijn gedaan op dezelfde achternaam als zijn achternaam.

Door deze slinkse en berekende wijze van handelen heeft verdachte Ziggo schade toegebracht (blijkens de aangifte bijna € 75.000,0020) en heeft hij misbruik gemaakt van het onderling vertrouwen dat in het handelsverkeer noodzakelijk en gebruikelijk is. Het handelen van verdachte wordt gekenmerkt door een geraffineerde wijze van uitvoering.

Door het telkens opgeven van het bankrekeningnummer van een derde is bij die derden ongewild een automatische incasso afgeschreven. Tevens zijn aanmaningen naar niet betalende derden gestuurd. Hierdoor is veel ongemak en overlast ontstaan voor (veelal) particuliere derden die meldingen bij Ziggo moesten doen van de onterechte afschrijvingen en aanmaningen en het melding maken bij Ziggo van identiteitsfraude. Dit blijkt duidelijk uit de aangifte van [slachtoffer 1] ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde.

Uit de bankafschriften van verdachte blijkt dat hij in elk geval ruim € 11.000,00 in de periode van 7 september 2016 tot en met 14 september 2017 heeft ontvangen voor de verkoop van de ontvangen decoders. Gelet op het aantreffen van de decoders en de dozen met opschrift van Ziggo bij verdachte tijdens de doorzoeking op 30 mei 2018 blijkt dat hij zijn handelen (het verkopen van decoders) na 14 september 2017 heeft voorgezet.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte kennelijk heeft gehandeld uit een zucht naar geld. Door het plegen van de voornoemde strafbare feiten genoot verdachte een levensstijl die in het bijzonder niet past bij het gegeven dat hij zich in de schuldsanering bevond. Ook blijft onduidelijk of verdachte uit eigen beweging de strafbare gedragingen zou hebben beëindigd.

Documentatie.

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel justitiële documentatie van 7 oktober 2020, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens soortgelijke strafbare feiten met politie of justitie in aanraking is gekomen.

Persoon van verdachte.

De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het reclasseringsrapport van 28 oktober 2020 opgesteld door [naam 2] , reclasseringswerker van Reclassering Nederland. Hieruit blijkt dat er problemen zijn gesignaleerd op diverse leefgebieden, waaronder dagbesteding, financiën, relatie met partner, gezin en familie, zijn houding en mogelijk verdachtes sociale netwerk. Verdachte beschikt niet over een gestructureerde dagbesteding, heeft schulden en ontvangt weekgeld.

Concluderend heeft de reclassering geadviseerd, bij een veroordeling, oplegging van een straf zonder bijzondere voorwaarden, omdat zij geen mogelijkheden ziet om met interventies of toezicht de risico’s te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen. Naast de algemene nadelen voor een ieder, zijn er geen zwaarwegende negatieve consequenties bij oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

LOVS oriëntatiepunten.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (hierna: LOVS) heeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van strafzaken zoals thans aan de orde een gevangenisstraf tussen de 5 en 9 maanden vastgesteld. Daarbij gaat het om fraude met een benadelingsbedrag tussen de € 70.000,00 en € 125.000,00.

Naast het benadelingsbedrag dient tevens rekening gehouden te worden met de strafvermeerderende en strafverminderende factoren. De rechtbank houdt rekening met de volgende strafvermeerderende factoren:

- de duur van de gedraging;

- het gegeven dat verdachte de gedraging niet uit eigen beweging heeft beëindigd;

- het feit dat het ontstane nadeel niet ongedaan is gemaakt;

- het feit dat particulieren ineens zijn geconfronteerd met automatische incasso’s en aanmaningen van Ziggo door de gedraging van verdachte.

De rechtbank zal als strafverminderende factor rekening houden met de ouderdom van de bewezenverklaarde feiten.

Straf.

De rechtbank is van oordeel dat een vrijheidsstraf geboden is, omdat de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, door een lichtere vorm van strafrechtelijke afdoening miskend zouden worden.

Gelet op de LOVS oriëntatiepunten, de langere periode waarin het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden, de hoogte van de schade voor Ziggo, de afgeleide schade bij particulieren die zijn geconfronteerd met onterechte incasso’s en aanmaningen en de houding van verdachte waaruit blijkt dat hij geen enkele verantwoordelijkheid neemt voor zijn handelen, acht de rechtbank oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden passend en geboden. Zij ziet geen redenen om af te wijken van de door de officier van justitie gevorderde straf.

Inbeslaggenomen goederen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring gevorderd van een televisie en een stereo.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht de inbeslaggenomen voorwerpen21 vatbaar voor verbeurdverklaring, aangezien deze aan verdachte toebehorende voorwerpen uit de baten van het onder 1 primair bewezen verklaarde strafbare feit zijn verkregen22. Dit betreft de navolgende voorwerpen:

- een televisie (merk Sony, type Kdl-65w85c);

- een televisie (merk Sony);

- een home cinema set (merk Sonos, subwoofer);

- een home cinema set (merk Sonos, soundbar);

- een home cinema set (merk Sonos, wandbox);

- een home cinema set (merk Sonos, wandbox).

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 57, 63, 231b en 326 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen:

- een televisie (merk Sony, type Kdl-65w85c);

- een televisie (merk Sony);

- een home cinema set (merk Sonos, subwoofer);

- een home cinema set (merk Sonos, soundbar);

- een home cinema set (merk Sonos, wandbox);

- een home cinema set (merk Sonos, wandbox).

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S. Sikkema, voorzitter, mr. L.W. Janssen en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door mr. R.G. Bakker-Dees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 november 2020.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina’s betreft dit delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer PL0100-2019095110, doorgenummerd 1 tot en met 267.

2 Pagina 65.

3 Pagina’s 85 tot en met 90.

4 Pagina 75.

5 Pagina’s 70 tot en met 73 en 195.

6 Pagina 91.

7 Pagina’s 26 tot en met 33.

8 Pagina’s 50 en 106.

9 Pagina’s 109 en 110.

10 Pagina’s 99 tot en met 103.

11 Pagina’s 177 en 178.

12 Pagina 96.

13 Pagina 131.

14 Pagina’s 133 en 134.

15 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 november 2020.

16 Pagina 140.

17 Pagina’s 180, 181 en 184.

18 Pagina 195.

19 Pagina 87.

20 Pagina 76.

21 Voorwerpen genoemd op pagina’s 46, 47 en 48.

22 Pagina’s 104 en 106.