Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3743

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-06-2020
Datum publicatie
29-10-2020
Zaaknummer
18/720248-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Inhoudsindicatie niet beschikbaar.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 77c
Wetboek van Strafrecht 77g
Wetboek van Strafrecht 77i
Wetboek van Strafrecht 77x
Wetboek van Strafrecht 77y
Wetboek van Strafrecht 77z
Wetboek van Strafrecht 77aa
Wetboek van Strafrecht 77gg
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/720248-19

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 juni 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [straatnaam].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 juni 2020.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.C. Jonge Vos, advocaat te Amsterdam.

Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P.M. van der Spek.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 december 2019 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of zijn mededader en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van (een) sigaret(ten) en/of geld, in elk geval van (een) goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, in vereniging met zijn mededader, althans alleen,

- die [slachtoffer 1] (die zich op een bankje in de stationshal van het treinstation, aldaar bevond) tot zeer dicht nabij heeft benaderd en/of

- die [slachtoffer 1] te kennen heeft gegeven -zakelijk weergegeven- "geef mij je geld of anders doe ik je wat", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en/of

- ( vervolgens) toen die [slachtoffer 1] probeerde weg te komen, die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of heeft geslagen/gestompt en/of heeft geschopt/getrapt, waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam, en/of

- ( daarbij/vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft toegeroepen "geld, geld" en/of

- ( vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] wegliep hem achterna is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 25 december 2019 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen (een) sigaret(ten) en/of geld, in elk geval (een) goed(eren) van zijn/hun gading, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te

doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- die [slachtoffer 1] (die zich op een bankje in de stationshal van het treinstation, aldaar bevond) tot zeer dicht nabij heeft benaderd en/of

- die [slachtoffer 1] te kennen heeft gegeven -zakelijk weergegeven- "geef mij je geld of anders doe ik je wat", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en/of

- ( vervolgens) toen die [slachtoffer 1] probeerde weg te komen, die [slachtoffer 1] heeft geduwd en/of heeft geslagen/gestompt en/of heeft geschopt/getrapt, waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam, en/of

- ( daarbij/vervolgens) die [slachtoffer 1] heeft toegeroepen "geld, geld" en/of

- ( vervolgens) terwijl die [slachtoffer 1] wegliep hem achterna is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 25 december 2019 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (die zich in of nabij het tunneltje van het treinstation, aldaar bevond) heeft gedwongen tot de afgifte van (een) sigaret(ten), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte in vereniging met zijn mededader, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] tot zeer dicht nabij heeft benaderd en/of

- ( daarbij/vervolgens) die [slachtoffer 2] min of meer heeft ingesloten en/of

- die [slachtoffer 2] tegen zijn lichaam heeft geduwd/gedrukt, waardoor die [slachtoffer 2] (deels) ten val kwam en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft geschreeuwd en die [slachtoffer 2] te kennen heeft gegeven dat hij, verdachte, en/of zijn mededader -zakelijk weergegeven- (een) sigaret(ten) van hem wilde(n) en/of

- die [slachtoffer 2] dreigend heeft toegevoegd -zakelijk weergegeven- als hij/zij die sigaret(ten) niet kre(e)g(en), die [slachtoffer 2] klappen zou krijgen, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking;

althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 25 december 2019 te Leeuwarden, (althans) in de gemeente Leeuwarden,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) sigaret(ten), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte in vereniging met zijn mededader, althans alleen,

- die [slachtoffer 2] tot zeer dicht nabij heeft benaderd en/of

- ( daarbij/vervolgens) die [slachtoffer 2] min of meer heeft ingesloten en/of

- die [slachtoffer 2] tegen zijn lichaam heeft geduwd/gedrukt, waardoor die [slachtoffer 2] (deels) ten val kwam en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft geschreeuwd en die [slachtoffer 2] te kennen heeft gegeven dat hij, verdachte, en/of zijn mededader -zakelijk weergegeven- (een) sigaret(ten) van hem wilde(n) en/of

- die [slachtoffer 2] dreigend heeft toegevoegd -zakelijk weergegeven- als hij/zij die sigaret(ten) niet kre(e)g(en), die [slachtoffer 2] klappen zou krijgen, althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde.

Standpunt van de verdediging

Door de raadsman zijn geen bewijsverweren gevoerd.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt als volgt:

Ten aanzien van feit 1. primair

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019341475 van 6 februari 2020, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 1];

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant].

Ten aanzien van feit 2. primair

1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 juni 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor aangever, opgenomen op pagina 19 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2019341475 van 6 februari 2020, inhoudend de verklaring van [slachtoffer 2];

3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, opgenomen op pagina 22 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 25 december 2019 te Leeuwarden in de gemeente Leeuwarden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en zijn mededader wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die [slachtoffer 1], in vereniging met zijn mededader,

- die [slachtoffer 1], die zich op een bankje in de stationshal van het treinstation bevond, tot zeer dicht heeft benaderd en

- die [slachtoffer 1] te kennen heeft gegeven -zakelijk weergegeven- "geef mij je geld of anders doe ik je wat", althans woorden van gelijke dreigende aard en strekking en

- vervolgens toen die [slachtoffer 1] probeerde weg te komen, die [slachtoffer 1] heeft geduwd en heeft geschopt, waardoor die [slachtoffer 1] ten val kwam, en,

- daarbij die [slachtoffer 1] heeft toegeroepen "geld, geld" en

- vervolgens, terwijl die [slachtoffer 1] wegliep, hem achterna is gelopen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. primair

hij op 25 december 2019 te Leeuwarden in de gemeente Leeuwarden, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2], die zich in het tunneltje van het treinstation bevond, heeft gedwongen tot de afgifte van sigaretten, toebehorende aan die [slachtoffer 2], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat verdachte in vereniging met zijn mededader,

- die [slachtoffer 2] tot zeer dicht heeft benaderd en

- vervolgens die [slachtoffer 2] min of meer heeft ingesloten en

- die [slachtoffer 2] tegen zijn lichaam heeft geduwd, waardoor die [slachtoffer 2] ten val kwam en

- tegen die [slachtoffer 2] heeft geschreeuwd en die [slachtoffer 2] te kennen heeft gegeven dat hij, verdachte en zijn mededader sigaretten van hem wilden.

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1. primair poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

2. primair afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld en dat - met toepassing van het adolescentenstrafrecht- wordt opgelegd een jeugddetentie voor de duur van 200 dagen waarvan 120 dagen voorwaardelijk met aftrek van het voorarrest en met een proeftijd van drie jaren en de volgende voorwaarden:

- de verplichting mee te werken aan begeleiding door de jeugdreclassering;

- de verplichting zich te laten behandelen door Verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, waarbij verdachte zich houdt aan de huisregels en aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

- een alcoholverbod en de verplichting mee te werken aan controles hierop door urine- en ademonderzoek;

- de verplichting mee te werken aan schuldhulpverlening door mee te werken aan het aflossen van verdachte zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen.

Tevens heeft de officier van justitie oplegging gevorderd van een onvoorwaardelijke taakstraf voor de duur van 160 uren waarvan 80 dagen vervangende jeugddetentie.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gepleit voor toepassing van het adolescentenstrafrecht en de strafmaat te matigen door geen taakstraf op te leggen. De raadsman heeft aangevoerd dat in de strafmaat meegewogen moet worden dat het geweld dat is toegepast gering is geweest en dat verdachte voor een jeugdige verdachte relatief lang in voorarrest heeft doorgebracht.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsadvies opgemaakt door Reclassering Nederland d.d. 11 maart 2020, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met een mededader schuldig gemaakt aan afpersing en een poging daartoe. Na een avondje stappen zijn verdachte en zijn mededader naar het treinstation gegaan, omdat ze voornemens waren met de trein naar huis te gaan. Op en rond het station hebben ze vervolgens meerdere personen lastig gevallen door om sigaretten en/of geld te vragen en de afgifte van deze goederen af (proberen) te dwingen door dreigend zeer dicht op deze personen te gaan staan en hen te duwen en eenmaal een persoon zelfs te schoppen. Twee personen hebben aangifte gedaan, maar uit het dossier blijkt dat meerdere personen zich door het gedrag van verdachte en zijn mededader onveilig voelden. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Verdachte heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij meerdere personen heeft lastig gevallen. Na het zien van de camerabeelden, waarop het gedrag van verdachte en zijn mededader duidelijk zichtbaar is, is hij geschrokken en heeft hij verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag en hij erkent wat heeft gedaan. Hij kan het zich echter door zijn alcoholgebruik niet herinneren.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de strafbare feiten en de gevoelens van onveiligheid die deze feiten in de maatschappij veroorzaken, een vrijheidsstraf het uitgangspunt dient te zijn.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij in 2014 door de kinderrechter voor een geweldsdelict is veroordeeld. Door de reclassering wordt toepassing van het adolescentenstrafrecht geadviseerd, omdat verdachte functioneert op een verstandelijk beperkt niveau, hij de risico's van zijn eigen handelen slecht inschat en hij zijn gedrag niet of nauwelijks organiseert. Ook is hij makkelijk beïnvloedbaar door anderen en ziet de reclassering pedagogische mogelijkheden, waardoor begeleiding en toezicht door de jeugdreclassering bij een voorwaardelijke straf is geïndiceerd. De rechtbank neemt dit advies over en zal verdachte een deels voorwaardelijke jeugddetentie met onder meer toezicht door de jeugdreclassering van de William Schrikker Stichting opleggen.

De rechtbank zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie opleggen gelijk aan het voorarrest, te weten 80 dagen, en een voorwaardelijke jeugddetentie van 80 dagen met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden. Deze straf is korter dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat verdachte weliswaar ernstige strafbare feiten heeft gepleegd, maar dat hierbij geen sprake was van een vooropgezet plan en dat sprake lijkt te zijn impulsief handelen. De rechtbank weegt ook mee dat verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen en dat hij bereid is dit soort gedrag in de toekomst te voorkomen door aan zichzelf te werken. De rechtbank ziet geen aanleiding om naast de jeugddetentie een taakstraf op te leggen, zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 45,77c, 77g, 77i, 77x, 77y 77z, 77aa, 77gg en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1. primair en 2. primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 160 dagen.

Bepaalt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 80 dagen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.

Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1. dat veroordeelde zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van de uitspraak meldt bij de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSjbjr), telefoonnummer [telefoonnummer], en dat hij zich daarna zal blijven melden en op afspraken zal verschijnen zo lang en zo frequent als deze instelling dat noodzakelijk acht;

2. dat de veroordeelde zich onder behandeling zal stellen van Verslavingszorg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de jeugdreclassering, en zich hierbij houdt aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;

3. dat de veroordeelde zich zal onthouden van het gebruik van alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan adem- en urineonderzoek;

4. dat de veroordeelde mee werkt aan schuldhulpverlening door mee te werken aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. Veroordeelde geeft hiervoor de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.

Draagt de William Schrikker Stichting op toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking zal verlenen aan het jeugdreclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

Beveelt, dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. G.W.G. Wijnands en

mr. C. Krijger, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juni 2020.

Mr. C. Krijger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.