Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3691

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-09-2020
Datum publicatie
07-12-2020
Zaaknummer
8241168 \ CV EXPL 19-8291
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

- Motorfietsen dient ook parkeerticket te nemen;

- Motorfiets gaat overeenkomst aan, ook wanneer er geen ticket is verkregen;

- Motorfiets dient te betalen voor het parkeren;

- Motorfiets moet rechtmatig uitrijden met ticket;

- Tekortkomingen in de nakoming van gesloten overeenkomst;

- Schade door misgelopen inkomsten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 8241168 \ CV EXPL 19-8291

vonnis van de kantonrechter d.d. 1 september 2020

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Q-PARK OPERATIONS NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

eiseres,

gemachtigde: mr. C.F.P.M. Spreksel,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats],

gedaagde,

procederende in persoon.

Partijen worden hierna Q-Park en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 15 november 2019,

- de conclusie van antwoord van 17 december 2019,

- het verwijzingsvonnis van 24 december 2019,

- de conclusie van repliek van 21 januari 2019,

- een akte van depot van 21 januari 2020,

- de conclusie van dupliek van 3 maart 2020.

1.2.

Op 28 juli 2020 is partijen verzocht om binnen drie weken aan de rechtbank aan te geven of zij alsnog in de gelegenheid zouden willen worden gesteld om op een mondeling behandeling hun standpunt kenbaar te maken. Hierop is geen bevestigend antwoord gekomen waarna tenslotte vonnis is bepaald.

2 De feiten

2.1.

Q-Park exploiteert en beheert (onder meer) parkeeraccommodaties waaronder de parkeergarage Amersfoort-Sint Jorisplein in Amersfoort (hierna de parkeergarage). Zij biedt tegen betaling parkeerplaatsen aan.

2.2.

Bij iedere ingang van een parkeeraccommodatie worden voorafgaand aan het naar binnen rijden de geldende tarieven en de (toepasselijkheid van de) algemene voorwaarden van Q-Park conform de wettelijke vereisten kenbaar gemaakt door middel van een informatiebord.

2.3.

In de algemene voorwaarden van Q-Park is, voor zover hier van belang, het volgende opgenomen:

“5.9 De parkeerder en zijn voertuig dienen de parkeerfaciliteit uitsluitend te verlaten met gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel. Het zonder gebruikmaking van een geldig door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel verlaten van de parkeerfaciliteit is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […], vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. […]

6.4

Het zonder voorafgaande betaling van het verschuldigde parkeergeld met het voertuig verlaten van de parkeerfaciliteit, bijvoorbeeld door middel van het zogenoemde “treintje rijden” waarbij de parkeerder direct achter zijn voorganger onder de slagboom doorrijdt, is onder geen beding toegestaan. De parkeerder is in dat geval het door Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […], vermeerderd met een bedrag aan aanvullende schadevergoeding ad € 300,- en zulks onverminderd de rechten van Q-Park tot het vorderen van overige daadwerkelijk geleden (gevolg-)schade. […]

6.6

In geval van verlies of het ontbreken van het parkeerbewijs, is de parkeerder het door

Q-Park voor de betreffende parkeerfaciliteit vastgestelde tarief “verloren kaart” verschuldigd […]. De parkeerder dient dit bedrag voor het verlaten van de parkeerfaciliteit te voldoen. Het hiervoor genoemde tarief “verloren kaart” laat onverlet het recht van

Q-Park om de parkeerder de werkelijke parkeerkosten in rekening te brengen mochten die hoger zijn dan het tarief “verloren kaart”. […]”

2.4.

Bij brief van 1 augustus 2019 heeft de gemachtigde van Q-Park [gedaagde] bericht dat is geconstateerd dat met het voertuig, [merk] met [kenteken] dat op dat moment op naam van [gedaagde] stond, de parkeergarage op onrechtmatige wijze en in strijd met de algemene voorwaarden van Q-Park is uitgereden door gezamenlijk met een ander motorvoertuig langs c.q. onder de slagboom bij de uitritterminal van Q-Park te rijden en dat [gedaagde] daarom een schadevergoeding van € 300,00 is verschuldigd. Hij is gesommeerd om dit bedrag en tevens het 'tarief verloren kaart' van € 15,00 binnen 16 dagen te betalen vanaf de dag nadat de brief is bezorgd.

2.5.

In een brief van [gedaagde] aan de gemachtigde van Q-Park van 15 augustus 2019 is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

“[…] Met mijn twee zoons had ik een motorweekend […] Mijn oudste zoon heeft contact opgenomen met Q-Park en hem werd verzekerd dat we de motoren konden parkeren in bedoelde parkeergarage. Daar aangekomen bleek dat slechts voor één van de motorfietsen een kaartje werd afgegeven en voor de andere twee niet. De display liet mij weten dat er geen kaart kon worden afgegeven als er geen voertuig is. We hebben gezocht naar een toezichthouder en via de telefoon gepoogd contact te zoeken, tevergeefs. We hadden een parkeerplaats nodig en ik ben om de slagboom heen gereden om mij te voegen bij mijn andere zoon die al binnen was. De volgende dag zijn wij gedrieën naast elkaar met het ene kaartje de parkeergarage uitgereden. […]

We zijn door Q-Park tegen onze wil in een positie gemanoeuvreerd waarin we een oplossing moesten zoeken. Die hebben we gevonden. Al met al hebben we één kaartje kunnen bemachtigen, dat uiteraard ook is betaald en waarmee we de parkeergarage de volgende dag konden verlaten. Ik ben zeer benieuwd naar uw argumenten om een dergelijk handelen onder de gegeven omstandigheden onrechtmatig te noemen. Bovendien begrijp ik uw stelling niet dat Q-Park schade heeft geleden. We hebben samen een parkeerplek bezet waarvoor is betaald. […]”.

2.6.

In een brief van de gemachtigde van Q-Park aan [gedaagde] van 19 augustus 2019 is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

“[…] Ook motorfietsen dienen bij het betreden van een parkeerfaciliteit van Q-park per motorfiets een parkeerticket te nemen. […]

Dat u ervoor heeft gekozen de parkeeraccommodatie te betreden en te verlaten middels het rijden langs de slagboom c.q. zonder gebruikmaking van een geldig, door Q-Park geaccepteerd parkeerbewijs of middel voor het voertuig met [kenteken] , kan helaas niet aan Q-Park worden tegengeworpen. Dit komt voor eigen rekening en risico en is onder geen beding toegestaan, op straffe van een schadevergoeding c.q. boete. In kwestie waren er voldoende mogelijkheden om de gedraging te voorkomen of corrigeren. […]

Q-Park is (en blijft) op basis van de jaar ten dienste staande informatie van mening dat de parkeergarage om wat voor reden dan ook- op onrechtmatige wijze is verlaten. Q-Park heeft hierdoor schade geleden. Deze schade bestaan onder andere uit de ontregeling van het parkeersysteem. […]”.

2.7.

In een mail van Q-Park aan [gedaagde] van 19 augustus 2019 is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

“[…]Q-Park gaat niet akkoord met uw schikkingsvoorstel ad € 15,00. […]

Q-Park is (en blijft) van mening dat u de parkeeraccommodatie op onrechtmatige heeft verlaten en in strijd heeft gehandeld met de algemene voorwaarden. De schade die Q-Park hierdoor heeft geleden bestaat o.a. uit de ontregeling van het parkeersysteem, het bezet houden van een parkeerplek, omzetderving, personeelskosten, advocaatkosten, etc. […]”.

3 Het geschil

De vordering van Q-Park

3.1.

Q-Park vordert dat de kantonrechter [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt om aan Q-Park € 362,25 te betalen, ter voldoening van het tarief verloren kaart, de aanvullende schadevergoeding en de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente en proceskosten.

3.2.

Q-Park legt hieraan ten grondslag dat [gedaagde] op 23 juni 2019 om 10:41 uur met zijn motor in strijd met de overeenkomst tussen partijen en de algemene voorwaarden van

Q-Park dan wel op onrechtmatige wijze de parkeergarage is uitgereden. Dit heeft hij gedaan door direct achter een voorganger onder dan wel langs de slagboom van de parkeergarage te rijden, of in ieder geval doordat hij de parkeergarage zonder het gebruik van een geldig parkeerbewijs of -middel heeft verlaten. Q-Park heeft door dit handelen van [gedaagde] schade geleden die [gedaagde] kan worden toegerekend.

Het verweer van [gedaagde]

3.3.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. Hij voert aan dat hij een parkeerticket heeft geprobeerd te krijgen toen hij de parkeergarage binnen wilde rijden, maar dat deze niet werd afgegeven en de slagboom ook niet voor hem openging. Van het display kon hij aflezen dat de motor niet als voertuig werd gedetecteerd. Omdat hij niemand van Q-Park aantrof en er niet op de telefoon of helpknop werd gereageerd, is hij om de slagboom heen de parkeergarage ingereden. Volgens [gedaagde] was er geen alternatief voorhanden, hij had de hele dag gereden, het was bijzonder warm en er was geen andere parkeerplaats. [gedaagde] heeft zijn motor op dezelfde parkeerplaats gezet als de motor van zijn zoon, die wel een parkeerticket had weten te bemachtigen. De volgende ochtend is [gedaagde] naast zijn zoon de garage weer uitgereden. Hij wist niet dat hij binnen een ticket kon krijgen zodat hij tegen het "verloren ticket"-tarief de parkeergarage uit kon rijden.

Verder stelt [gedaagde] dat Q-Park zelf in gebreke is gebleven. Anders dan Q-Park aan zijn zoon had meegedeeld, blijken de parkeergarages van Q-Park helemaal niet toegankelijk te zijn voor motorfietsen. Dit blijkt ook uit artikel 4 lid 3 van de algemene voorwaarden.

[gedaagde] stelt niet te hebben gezien dat bij de ingang van de garage wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Q-Park. Hij betwist dat hij een redelijke mogelijkheid heeft gehad om van de voorwaarden kennis te nemen. Gelet op artikel 3 van de Richtlijn 93/13, kan Q-Park zich bovendien niet op de bedoelde bepalingen van de algemene voorwaarden beroepen. Daarnaast doet [gedaagde] een beroep op matiging van de boete.

Ten slotte betwist [gedaagde] dat Q-Park schade heeft geleden. Hij heeft samen met zijn zoon gebruik gemaakt van één parkeerplaats die door zijn zoon is afgerekend. Hij heeft geen treintje gereden waardoor gevaar voor derden is ontstaan en er is door Q-Park niet onderbouwd dat haar toelatingssysteem door hem ontregeld is. Voor zover er sprake is van gederfde inkomsten, heeft Q-Park dit aan zichzelf te wijten. Bovendien heeft [gedaagde] aangeboden deze te compenseren.

4 De beoordeling

De beslissing van de kantonrechter

4.1.

De kantonrechter beslist dat [gedaagde] gehouden is om de boete en de kosten voor een parkeerkaart tegen het verloren kaart tarief te betalen. Hierna is te lezen hoe de kantonrechter tot dit oordeel komt.

[gedaagde] heeft gebruik gemaakt van de parkeergarage

4.2.

Door Q-Park is niet betwist dat [gedaagde] al op 22 juni 2019 in de avonduren met zijn motor de parkeergarage aan het St. Jorisplein te Amersfoort is ingereden. [gedaagde] erkent dat hij zonder een parkeerticket langs de slagboom is gereden en zijn motor in de parkeergarage heeft geparkeerd.

[gedaagde] is dus zowel op 22 juni 2019 als op 23 juni 2019 om 10:41 uur de parkeergarage in- respectievelijk uitgereden door naast of achter een andere motorrijder onder of langs de slagboom te rijden en heeft in de tussenliggende periode zijn motor gestald op een parkeerplaats in de parkeergarage. Hieruit volgt dat [gedaagde] dus gebruik heeft gemaakt van de parkeergarage, zodat er van moet worden uitgegaan dat er tussen [gedaagde] , als afnemer van diensten, en Q-Park, de dienstverrichter, een dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in afdeling 2a, titel 5 van Boek 6 BW tot stand is gekomen.

[gedaagde] is gebonden aan de algemene voorwaarden

4.3.

[gedaagde] voert verweer tegen de algemene voorwaarden waarop Q-Park haar vordering grondt. [gedaagde] neemt het standpunt in dat de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn omdat hem geen redelijke mogelijkheid is geboden daarvan kennis te nemen (6:233 sub b BW). De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt.

4.4.

Voor de terbeschikkingstelling van algemene voorwaarden voor een dienstverrichter in de zin van art. 6:230a BW is voldoende dat de voorwaarden voor de afnemer van haar diensten, eenvoudig toegankelijk zijn op een door de dienstverrichter meegedeeld (internet-) adres (artikel 6:230c BW jo. 6:230b sub 6 BW). Daarmee wordt een redelijke mogelijkheid geboden om van de voorwaarden kennis te nemen (artikel 6:234 BW).

4.5.

Onder overlegging van foto's en overige bescheiden heeft Q-Park voldoende aannemelijk gemaakt dat er vlakbij de inrit-terminal van de parkeergarage en voor de slagboom een informatiebord staat waarop onder meer de geldende tarieven kenbaar worden gemaakt. Op dit informatiebord wordt verder gemeld dat de toepasselijke algemene voorwaarden van Q-Park op te vragen zijn via www.q-park.nl/algemenevoorwaardenparkeren of telefonisch op 088-329 5100. Hiermee heeft Q-Park naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan de in dit geval geldende eisen voor de terbeschikkingstelling van algemene voorwaarden zoals bedoeld in art. 6:230c BW. De algemene voorwaarden van Q-Park maken dus onderdeel uit van de overeenkomst, zodat [gedaagde] daaraan is gebonden.

[gedaagde] heeft in strijd met de algemene voorwaarden gehandeld

4.6.

In de algemene voorwaarden is een regeling neergelegd die erop neerkomt dat de parkeergarage alleen mag worden verlaten met gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs en na betaling van het verschuldigde parkeergeld. Als deze verplichtingen niet worden nageleefd, is de parkeerder het geldende "verloren kaart"-tarief verschuldigd en geeft de regeling Q-park recht op aanvullende schadevergoeding van € 300,00 voor de overtreding.

4.7.

Vaststaat dat [gedaagde] op 23 juni 2019 op zijn motor achter dan wel naast de motor van zijn zoon die wel een geldig parkeerkaartje had en deze ook had afgerekend, onder de openstaande slagboom door de parkeergarage heeft verlaten zonder gebruik te maken van een parkeerbewijs en zonder te betalen. Dit moet naar het oordeel van de kantonrechter, anders dan [gedaagde] stelt, worden gekwalificeerd als "treintje rijden" in de zin van de algemene voorwaarden. De conclusie is dan ook dat [gedaagde] de parkeergarage in strijd met genoemde regeling heeft verlaten, welke gedraging in de algemene voorwaarden wordt gesanctioneerd met een schadevergoeding van € 300,00.

4.8.

Voor zover [gedaagde] heeft willen betogen dat hij uit overmacht heeft gehandeld en zijn handelen hem niet kan worden toegerekend, overweegt de kantonrechter als volgt.

4.9.

De kantonrechter is van oordeel dat niet is gebleken dat [gedaagde] niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. De kantonrechter heeft geen reden om aan te nemen dat het op 22 juni 2019 anders is gegaan dan [gedaagde] heeft geschetst. Alhoewel Q-Park betwist dat [gedaagde] bij aankomst heeft geprobeerd via een help-knop contact te krijgen met de helpdesk van Q-Park, de Q-Park Control Room (de QCR), die volgens Q-Park zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar is, heeft Q-Park nagelaten ter onderbouwing hiervan een kopie van haar loggegevens van die dag over te leggen. De wel door haar als productie 6 overgelegde loggegevens hebben betrekking op de dag van vertrek, te weten 23 juni 2019, toen [gedaagde] de parkeergarage weer heeft verlaten. Maar wat hier ook van zij, de kantonrechter acht niet aannemelijk dat [gedaagde] op 22 juni 2019 niet anders kon handelen dan hij heeft gedaan. Niet duidelijk is geworden waarom hij niet op zoek kon gaan naar een andere oplossing. Dat er in een stad als Amersfoort geen andere parkeeraccommodaties zouden zijn dan alleen deze parkeergarage van Q-Park acht de kantonrechter zeer onwaarschijnlijk. En zelfs als daar wel vanuit moet worden gegaan dan wel moet worden aangenomen dat niet van [gedaagde] kon worden verwacht dat hij op 22 juni 2019 een andere oplossing zou zoeken, dan rechtvaardigt dat naar het oordeel van de kantonrechter niet zijn besluit om de volgende dag in strijd met de algemene voorwaarden van Q-Park de parkeergarage zonder te betalen te verlaten door middel van "treintje rijden".

De kantonrechter is van oordeel dat het op 23 juni 2019 op de weg van [gedaagde] lag om uit te zoeken hoe hij op een gewenste en contractueel toegestane manier de parkeergarage zou kunnen verlaten. Zo had hij nogmaals kunnen proberen om met de help-knoppen, die in elke parkeeraccommodatie op meerdere plekken te vinden zijn, in contact te komen met de QCR. Uit de hiervoor genoemde loggegevens uit het parkeermanagementsysteem blijkt echter dat hij dat op 23 juni 2019 niet eens heeft geprobeerd. Ook had hij bij een betaalterminal kunnen kijken hoe hij bijvoorbeeld telefonisch in contact kon treden met Q-Park om uit te leggen wat er was gebeurd. Wellicht was hem dan ook opgevallen dat hij, nu hem een parkeerbewijs ontbrak, de parkeergarage had kunnen verlaten door een "verloren kaart" tarief af te rekenen.

4.10.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken dat er sprake was van een zodanige noodsituatie die maakte dat [gedaagde] niet anders kon handelen

Gelet op het voorgaande slaagt het beroep op overmacht niet. De keuze van [gedaagde] om “treintje te rijden” komen dan ook voor zijn rekening en risico.

Er is geen sprake van een oneerlijk beding

4.11.

Voor zover [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat de bedingen in de algemene voorwaarden oneerlijk zijn en om die reden moeten worden vernietigd (artikel 6:233 onder a BW) en aanvoert dat de gevorderde schadevergoeding bij gebrek aan schade moet worden afgewezen, dan wel moet worden gematigd, overweegt de kantonrechter het volgende.

4.12.

Omdat [gedaagde] een consument is als bedoeld in artikel 2 onder b van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (de richtlijn), moet de kantonrechter op grond van rechtspraak van het Hof van Justitie1 en de Hoge Raad2 (ook) ambtshalve beoordelen of het beding onredelijk bezwarend is. Als dit inderdaad wordt vastgesteld, mag de kantonrechter de boete niet matigen maar is hij verplicht dat beding buiten beschouwing te laten.

4.13.

Artikel 3 lid 1 van de richtlijn bepaalt dat een beding in een overeenkomst waarover niet afzonderlijk is onderhandeld, oneerlijk is als het, in strijd met de goede trouw, het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voorvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument. Een beding dat tot doel of tot gevolg heeft de consument die zijn verbintenissen niet nakomt, een onevenredig hoge schadevergoeding op te leggen, kan als oneerlijk beding worden aangemerkt (artikel 1 onder e van de bijlage in samenhang met artikel 3 lid 3 van de richtlijn).

4.14.

Q-Park heeft gemotiveerd bepleit dat de bedingen in haar algemene voorwaarden niet als onredelijk bezwarend c.q. als oneerlijke bedingen aangemerkt kunnen worden.

4.15.

De kantonrechter acht het beding dat gedrag als wat [gedaagde] wordt verweten, bij wege van (afschrikwekkende) prikkel tot nakoming, sanctioneert met een boete van € 300,00 niet oneerlijk in de zin van de richtlijn. De kantonrechter neemt hierbij in aanmerking de toelichting van Q-Park over de preventieve werking die van de schadevergoeding in de vorm van een boete uitgaat, de gevaarzetting als gevolg van dit gedrag voor andere verkeersdeelnemers (en zaken) binnen en buiten de parkeergarage, het feit dat [gedaagde] er, zoals hiervoor aangegeven, bewust voor heeft gekozen de parkeergarage op een ongebruikelijke, ongewenste en contractueel niet toegestane wijze te gebruiken en te verlaten en de gemotiveerde onderbouwing van Q-Park van de hoogte van haar kosten en schade door dergelijk gedrag in zijn algemeenheid. Zo heeft Q-Park kosten moeten maken door investeringen in dure camerasystemen voor scherpe detectie van het onrechtmatige in- en uitrijden. De schade bestaat uit deze gemaakte kosten, uitgevoerde werkzaamheden, reeds gedane en toekomstige investeringen, ingeschakelde derden en ter preventie.

4.16.

De kantonrechter heeft zich er rekenschap van gegeven dat de onderbouwing van de schadevordering voor zover dit de geleden omzetderving betreft grotendeels niet op onderhavige casus van toepassing is. [gedaagde] heeft immers onbetwist aangevoerd dat hij zonder parkeerticket de parkeergarage is ingereden en dat hij zijn motor op de door zijn zoon betaalde parkeerplaats naast de motor van zijn zoon heeft gestald. Dit betekent dat [gedaagde] geen parkeerplek bezet heeft gehouden. Ook heeft de manier waarop [gedaagde] van de parkeergarage gebruik heeft gemaakt en deze weer heeft verlaten niet meegebracht dat de door hem gebruikte parkeerplaats in het systeem bezet is gebleven dan wel dat hij anderszins als parkeerder geregistreerd is gebleven. De kantonrechter ziet hierin echter geen aanleiding om het beding in het onderhavige geval als ‘oneerlijk’ te bestempelen en deze geheel buiten beschouwing te laten, gelet op de overige uitgebreide en overtuigend gemotiveerde onderbouwing door Q-Park.

4.17.

Het beding dat bij het zonder gebruikmaking van een geldig parkeerbewijs verlaten van de parkeergarage het “verloren kaart tarief” in rekening wordt gebracht, acht de kantonrechter evenmin oneerlijk in de zin van de richtlijn. Het beding is immers gericht op vergoeding van omzetderving. Zoals hiervoor is overwogen, staat vast dat [gedaagde] de parkeeraccommodatie heeft verlaten zonder gebruik te maken van een geldig parkeerbewijs. Die gedraging wordt door artikel 5.9 onder meer gesanctioneerd met de verplichting tot het betalen van het voor de betrokken parkeeraccommodatie geldende tarief “verloren kaart”. Q-Park heeft onweersproken gesteld dat het tarief “verloren kaart” € 15,00 bedraagt. Dit komt de kantonrechter niet onredelijk voor, zodat ook dit deel van de vordering moet worden toegewezen.

4.18.

De kantonrechter ziet in de door [gedaagde] geschetste gang van zaken bij aankomst op 22 juni 2019 geen reden voor matiging. Dat [gedaagde] hierdoor op 23 juni 2019 niet anders kon handelen, is - zoals eerder al geoordeeld - niet gebleken. Er stonden hem naar het oordeel van de kantonrechter meerdere mogelijkheden ten dienste om op een gewenste en contractueel toegestane manier te kunnen uitrijden. Nergens blijkt dat [gedaagde] op 23 juni 2019 of zelfs daarna geprobeerd heeft Q-Park te bereiken om uit te leggen wat er was gebeurd en te kijken of er gezamenlijk tot een oplossing te komen. Pas twee weken nadat hij op 1 augustus 2019 door Q-Park erop werd aangesproken dat zij had geconstateerd dat de motor die op dat moment op zijn naam stond onrechtmatig namelijk gezamenlijk met een ander motorvoertuig langs c.q. onder de slagboom bij de uitritterminal door was gereden, heeft hij met Q-Park contact opgenomen.

Slotsom

4.19.

Dit alles leidt tot de conclusie dat de door Q-Park gevorderde hoofdsom integraal wordt toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten

4.20.

Q-Park maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is nu het verzuim na 1 juni 2012 is ingetreden. Q-Park heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 47,25 (exclusief btw) komen overeen met de tarieven die zijn weergegeven in het Besluit en worden daarom toegewezen.

Wettelijke rente

4.21.

De niet betwiste en op grond van de wet verschuldigde rente wordt toegewezen over de hoofdsom van € 315,00 vanaf de datum waarop [gedaagde] de parkeergarage heeft verlaten en dus in verzuim is getreden, 23 juni 2019, tot aan de dag van volledige betaling. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen, omdat niet is gesteld of gebleken dat Q-Park deze kosten al daadwerkelijk aan haar gemachtigde heeft betaald of met de betaling daarvan in verzuim verkeert en als zodanig vermogensschade heeft geleden. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wordt daarom toegewezen vanaf vijftiende dag na de datum van dit vonnis.

Proceskosten

4.22.

Omdat [gedaagde] de zaak verliest moet hij ook de proceskosten van Q-Park vergoeden. Deze kosten stelt de kantonrechter vast op:

- explootkosten € 83,52

- griffierecht € 121,00

- salaris gemachtigde € 144,00 (2 punten x tarief € 72,00 )

Totaal € 348,52

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Q-Park te betalen

- € 315,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 juni 2019 tot aan voldoening;

- € 47,25 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na dit vonnis;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van Q-Park begroot op € 348,52;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.A. de Groot, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 september 2020 door mr. J. de Vroome.

c 42976

1 4 juni 2009, C 243/08

2 HR 13 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:691