Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3684

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-10-2020
Datum publicatie
02-11-2020
Zaaknummer
17/175316
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechter legt prikpil op als vorm van verplichte zorg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2020-0318
JGz 2021/15 met annotatie van Hondius, A.J.K.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie: Leeuwarden

Zaak-/rekestnr.: C/17/175316 / BZ RK 20-996

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikking van 20 oktober 2020 naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,

ingeschreven te [woonplaats]

thans verblijvende te [verblijfplaats]

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. G.A. Pots, kantoorhoudende te Leeuwarden.

1 Het procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift van de officier van justitie, ingekomen bij de griffie op 12 oktober 2020.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring d.d. 5 oktober 2020;

  • -

    de zorgkaart met bijlagen d.d. 29 september 2020;

  • -

    het zorgplan met bijlagen d.d. 6 oktober 2020;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur als bedoeld in artikel 5:15 Wvggz en het door de geneesheer-directeur opgestelde voorstel voor een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 5:17 lid 4 Wvggz d.d. 8 oktober 2020;

  • -

    gegevens over eerder voor betrokkene afgegeven machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling en gegevens over een eerder voor betrokkene afgegeven rechterlijke machtiging op grond van Wet Bopz;

  • -

    gegevens over een eerder afgegeven crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging;

  • -

    een uittreksel uit het curateleregister.

1.2.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van de volgende stukken:

- GBA-uitdraai van betrokkene d.d. 20 oktober 2020.

1.3.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft telefonisch plaatsgevonden op 20 oktober 2020. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door mr. G.A. Pots;

  • -

    [naam] , psychiater en zorgverantwoordelijke;

  • -

    [naam] , verpleegkundige FACT;

  • -

    [naam] , curator van betrokkene.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

1.4.

Vanwege het beleid van de Raad voor de rechtspraak om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, zoals dat op 16 maart 2020 op www.rechtspraak.nl is gepubliceerd, heeft er geen fysieke zitting plaatsgevonden. De betrokkenen zijn in de gelegenheid gesteld om door de rechtbank telefonisch gehoord te worden.

De rechtbank heeft, in aanwezigheid van de griffier, op 20 oktober 2020 betrokkenen gelijktijdig telefonisch gehoord. De rechtbank is van oordeel dat deze manier van horen – gelet op de huidige uitzonderlijke omstandigheden – in deze zaak voldoende is om tot een goed oordeel te komen en zal daarom een beslissing nemen.

2 De beoordeling

2.1.

De rechter kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen ten aanzien van de betrokkene wanneer wordt voldaan aan de criteria en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:3 en 3:4 Wvggz. Verplichte zorg is zorg die ondanks verzet kan worden verleend.

Wanneer het gedrag van de betrokkene als gevolg van een psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel, kan als uiterste middel verplichte zorg worden verleend, mits er geen mogelijkheden voor zorg op basis van vrijwilligheid zijn, er geen minder bezwarende alternatieven zijn, het verlenen van verplichte zorg evenredig is en redelijkerwijs te verwachten is dat het verlenen van verplichte zorg effectief is.

Verplichte zorg kan worden verleend om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door een psychische stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen.

De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen), schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.

Betrokkene is bekend met een licht verstandelijke beperking in samenhang met een chronisch psychotische stoornis met een hoog angstniveau. Daarnaast is betrokkene gediagnostiseerd met een sociale fobie en is zij bekend met multimiddelengebruik. Betrokkene is op dit moment bekend met het gebruik van cannabis.

2.3.

Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:

  • -

    levensgevaar;

  • -

    ernstig lichamelijk letsel;

  • -

    ernstige immateriële schade;

  • -

    ernstige verwaarlozing;

  • -

    maatschappelijke teloorgang;

  • -

    de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Door de psychotische stoornis is er bij betrokkene sprake van een ernstige stoornis in het denken. Betrokkene denkt bijvoorbeeld dat haar hoofd achterstevoren staat en heeft een tweelingziel die ook haar ex-vriend is. Daarnaast is er door de actuele psychotische symptomen regelmatig een stoornis in de waarneming, waarbij betrokkene haar ex hoort praten en zich laat beïnvloeden door stemmen. Betrokkene voelt dat haar ex dingen bij haar doet en geeft aan dat hij haar gedachten beïnvloedt. Zo geeft betrokkene aan dat hij er soms is en dan tegen haar praat en dingen bij haar doet. Betrokkene omschrijft dat haar ex dan bezig is met haar hoofd en buik en dingen naar beneden aan het drukken is. Tevens heeft de ex tegen betrokkene gezegd dat hij helderziend is, hij dacht dat ze zwanger was en heeft hij met voodoo-poppen in haar buik lopen prikken. Uit het verleden is gebleken dat betrokkene bij toename van de psychotische symptomen zich suïcidaal uit en daar naar handelt door naar het spoor te lopen en in opdracht van de stemmen niet meer eet en drinkt waardoor zij ondervoed raakt en uitdroogt. Ook mocht betrokkene in opdracht van de stemmen niet naar de WC waardoor zij incontinent is geweest. Daarnaast was eerder bij toenemende psychotische klachten sprake van agressie. Betrokkene gaat dan schelden en schreeuwen tegen haar stemmen, schoppen en slaan met of tegen deuren en zwaaien met messen. Dit maakt dat de rechtbank - anders dan door de officier van justitie in het verzoek is opgenomen - van oordeel is dat ook het ernstig nadeel gelegen in de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is, aan de orde is.

2.4.

Betrokkene ervaart een groot angstniveau en lijdensdruk van de psychotische symptomen. Deze psychotische symptomen nemen toe op het moment dat betrokkene stress ervaart. Daarnaast is betrokkene vanwege haar verstandelijke beperking snel overvraagd. Voornoemde symptomen en overvraging hebben veel invloed op betrokkene en het functioneren van betrokkene. Betrokkene is hierdoor onvoldoende in staat om voor zichzelf te zorgen en de consequenties van haar keuzes en gedrag te overzien. Ook is betrokkene niet in staat passende huisvesting voor zichzelf te vinden. Zo verblijft betrokkene op dit moment bij haar partner waarbij sprake is van een onhoudbare en onveilige situatie. Betrokkene wordt regelmatig door haar vriend agressief behandeld en op straat gezet waardoor zij af en toe zwervende is tussen adressen. Ondanks deze turbulente relatie heeft betrokkene op dit moment een actuele zwangerschapswens. Vanwege deze zwangerschapswens heeft betrokkene zonder overleg met de curator haar spiraaltje laten verwijderen en is zij tegen de afspraken in niet bereid om met de prikpil te starten. Onder druk heeft betrokkene nu wel een Implanon, maar de kans is groot zeggen de psychiater en de curator dat zij dit zonder overleg opnieuw zal verwijderen. Omdat betrokkene wilsonbekwaam is en er curatorschap over haar is uitgesproken zal zij geen gezag over het kind krijgen. Daarnaast wordt door zowel de psychiater als de curator aangegeven dat er grote zorgen om de veiligheid en gezondheid van betrokkene en het ongeboren kind bestaan bij een eventuele zwangerschap. Ook hier schuilt het gevaar voor de algemene veiligheid voor personen.

2.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen en het dusdanig herstellen van de geestelijke gezondheid van betrokkene dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint heeft betrokkene zorg nodig. Deze zorg ontvangt betrokkene op dit moment middels een zorgmachtiging. Onder deze zorgmachtiging ontvangt betrokkene middels een depot antipsychotica. Ondanks de medicatie blijven er psychotische symptomen bestaan. Daarnaast ontvangt betrokkene begeleiding en ondersteuning van FACT+ en Groep Basut. Zonder deze zorg zal betrokkene nog meer psychotisch gaan ontregelen met toenemend ernstig nadeel als gevolg. Dit zal bestaan uit ernstige zelfverwaarlozing, ernstige somatische complicaties, gevaar voor derden en goederen en zorgen om zowel de gezondheid en welzijn van betrokkene als van het kindje bij een eventuele zwangerschap. Ook zal de reeds bestaande sociaal-maatschappelijke teloorgang nog meer in ernst toenemen. Gelet op de onderliggende stukken en hetgeen op de mondelinge behandeling naar voren is gebracht, is het naar oordeel van de rechtbank noodzakelijk dat betrokkene langer passende zorg ontvangt.

2.6.

Betrokkene heeft aangegeven dat zij geen zorgmachtiging nodig heeft om zorg te ontvangen. Betrokkene is bereid zich te houden aan de regels waaronder het nemen van de medicatie en het gaan naar dagbesteding. Daarbij heeft betrokkene afgelopen week vrijwillig een Implanon laten plaatsen waardoor zij op dit moment is beschermd tegen een eventuele zwangerschap. De advocaat van betrokkene heeft benoemd dat de stoornis en het ernstig nadeel aanwezig zijn en dat er wel termen aanwezig zijn voor toewijzing van het verzoek, ook ten aanzien van de prikpil.

2.7.

Anders dan betrokkene is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis dan wel zonder zorgmachtiging zijn. Er is sprake van een zeer zorgelijk en grillig beeld waarbij betrokkene het ene moment goed in de samenwerking is en het andere moment de zorg weigert. Hierbij spelen vermoedelijk invloeden van derden waaronder de partner van betrokkene een rol. Zo is de partner van betrokkene het niet altijd eens met de medicatie en/of de dosering daarvan. Betrokkene heeft hierdoor al meerdere keren het depot te laat gekregen en weigert regelmatig naar de dagbesteding te gaan. Dit maakt het huidige evenwicht uiterst kwetsbaar. Ook is betrokkene weggelopen bij Basut. Betrokkene was daar vrijwillig opgenomen om te kijken wat er van haar psychotische symptomen zouden overblijven indien zij uit de heftige dynamiek van de relatie was. Betrokkene is echter vrij snel teruggegaan naar de woning van haar partner. Dit maakt dat de vrijwillige behandeling niet heeft geleid tot het optimaal behandelen van de stoornis. Daarbij overweegt de rechtbank dat uit de onderliggende stukken blijkt dat betrokkene geen zorgmachtiging wil om zo haar zwangerschapswens te kunnen realiseren. Betrokkene is namelijk in de veronderstelling dat ze haar kind alleen van haar kunnen afpakken als zij een rechterlijke machtiging heeft. Ook heeft betrokkene aangegeven dat ze twijfelt aan het feit of de medicatie wel echt helpt, ze blijft immers last houden van haar ex. Om de zorg te kunnen waarborgen en waar nodig tijdig in te kunnen grijpen, is verplichte zorg nodig.

2.8.

De rechtbank is van oordeel dat de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, welke zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur allen noodzakelijk zijn, hetgeen wordt toegelicht onder rechtsoverweging 2.9. en 2.10. Deze vormen van verplichte zorg bestaan uit:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie en het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

  • -

    beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

  • -

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    opnemen in een accommodatie.

Ten aanzien van de medicatie (prikpil) en de inzet van het Fact

2.9.

Betrokkene heeft op dit moment een actuele zwangerschapswens. Deze wens is op de mondelinge behandeling bevestigd. Uit de onderliggende stukken en hetgeen op de mondelinge behandeling door de psychiater en curator naar voren is gebracht, is gebleken dat anticonceptie in de vorm van de prikpril zeer wenselijk is, nu betrokkene onbetrouwbaar is ten aanzien van anticonceptie. De rechtbank overweegt dat de prikpil wordt beschouwd als medicatie dan wel een medische handeling zoals bedoeld onder artikel 3:2 lid 2 onder a Wvggz.

Dit houdt in dat indien betrokkene niet vrijwillig meewerkt aan anticonceptie, dan wel besluit haar huidige Implanon te laten verwijderen de prikpil gedwongen kan worden toegediend. Een dergelijke inbreuk op de onaantastbaarheid van iemands lichaam of een schending van de persoonlijke levenssfeer is op basis van artikel 10 en artikel 11 van de Grondwet en artikel 8 van de EVRM alleen toegestaan als daar een wettelijke grondslag voor is. De rechtbank is van oordeel dat artikel 3:2 lid 2 onder a van de Wvggz die grondslag biedt. Vervolgens moet door de rechter beoordeeld worden of de inbreuk in overeenstemming is met het wettelijke toetsingskader zoals genoemd in artikel 3:3 Wvggz. Onderdeel van die toetsing is de beoordeling van de proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid.

De rechtbank overweegt dat betrokkene niet in staat is om haar situatie adequaat in te schatten en de consequenties van haar handelen te overzien. Betrokkene overziet door haar schizoaffectieve stoornis gecombineerd met haar verstandelijke beperking niet welke problemen en/of risico's zwanger zijn en het krijgen van een kind met zich brengen. Zo wordt het kind bij de geboorte naar verwachting gelijk uit huis geplaatst, omdat betrokkene geen gezag krijgt, hetgeen door betrokkene niet wordt begrepen dan wel wordt ingezien. Ook legt betrokkene geen verband tussen de ingeperkte bezoekregeling van de uithuisgeplaatste kinderen van haar partner (vanwege betrokkene) en haar zwangerschapswens. Daarnaast levert een eventuele zwangerschap veel risico's voor zowel de gezondheid en veiligheid van betrokkene als voor de gezondheid en veiligheid van het ongeboren kind op. Betrokkene is bekend met een schizoaffectieve stoornis waarvoor zij medicatie ontvangt. Door de psychiater wordt aangegeven dat er grote twijfels bestaan over in hoeverre betrokkene in staat is om een eventuele zwangerschap te doorstaan. Ondanks de medicatie ervaart betrokkene namelijk nog steeds psychotische symptomen. Deze psychotische symptomen nemen in ernst toe in het geval betrokkene stress ervaart. Bij een eventuele zwangerschap wordt de kans op toename van psychotische symptomen dan wel psychotische decompensatie aanzienlijk vergroot. Ook brengt een eventuele zwangerschap en de geboorte van een kind de nodige stress en onzekerheden met zich mee, hetgeen een negatief effect heeft op de psychotische symptomen van betrokkene en aldus haar geestelijke gezondheid. Indien betrokkene psychotisch decompenseert uit zij zich suïcidaal en agressief en laat zij zich beïnvloeden door stemmen. Deze stemmen geven betrokkene bijvoorbeeld de opdracht om niet te eten, drinken en/of naar de wc te gaan. Daarnaast heeft betrokkene aangegeven dat ze graag een kind wil, maar nog niet weet wat ze gaat doen als ze tijdens haar zwangerschap de stem van haar ex hoort. Ook heeft betrokkene aangegeven dat zij zichzelf op dit moment rustig maakt door het gebruik van cannabis. Voornoemde levert grote schade op voor zowel de gezondheid van betrokkene als van haar ongeboren kind. Daarnaast is het nemen van de huidige dosering antipsychotica gedurende de zwangerschap schadelijk voor het ongeboren kind. Daarbij overweegt de rechtbank dat de huidige zwangerschapswens van betrokkene voortkomt uit een turbulente relatie. Zoals eerder overwogen wordt betrokkene regelmatig door haar vriend agressief behandeld en op straat gezet. Dit maakt dat er sprake is van een onhoudbare en onveilige situatie, hetgeen niet als wenselijk wordt ervaren bij een eventuele zwangerschap. De rechtbank is dan ook van oordeel dat een eventuele zwangerschap zal leidden tot ernstig nadeel, in de vorm van levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel en ernstige psychische schade voor betrokkene en een ander. Door het verplicht stellen van anticonceptie kan dit ernstig nadeel worden afgewend en kan dit bijdragen aan het herstellen of stabiliseren van de fysieke en geestelijke gezondheid van betrokkene.

Er zijn naar oordeel van de rechtbank geen mogelijkheden voor bestendige anticonceptie op vrijwillige basis. Betrokkene heeft op dit moment weliswaar vrijwillig een Implanon laten plaatsen, maar door de psychiater en curator wordt aangegeven dat betrokkene deze zo weer kan laten verwijderen. Deze verwachting is reëel aangezien betrokkene ook naar eigen inzicht en zonder overleg met de curator haar spiraaltje heeft laten verwijderen. Nadat betrokkene haar spiraaltje heeft laten verwijderen heeft zij tegen de afspraken in de prikpil geweigerd. Daarnaast is er - zoals eerder overwogen - sprake van een uiterst kwetsbaar evenwicht en een grillig beeld ten aanzien van de bereidheid van betrokkene.

Ook zijn er naar oordeel van de rechtbank geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene is niet betrouwbaar met het innemen van medicatie waardoor de pil niet als een betrouwbaar alternatief kan worden gebruikt. Betrokkene kan weliswaar voortdurend getest worden op een eventuele zwangerschap, maar als die wordt ontdekt is het te laat om het ernstig nadeel te voorkomen. De voorgestelde verplichte zorg is naar oordeel van de rechtbank dan ook evenredig en naar verwachting effectief. De prikpil is een omkeerbare methode van anticonceptie, die eenvoudig toe te dienen is. Deze vorm van verplichte kan voor de komende twaalf maanden voorkomen dat betrokkene keuzes maakt met onnavolgbare consequenties voor haar eigen gezondheid en de gezondheid en veiligheid van het ongeboren kind. Zodra betrokkene het Implanon laat verwijderen, kan besloten worden tot het toedienen van de prikpil.

Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid, zoals vereist door het EVRM. Dit maakt dat de rechtbank het verplicht stellen van anticonceptie zal toewijzen onder de verplichte zorgvorm van 'het toedienen van vocht, voeding en medicatie en het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening'. Daarnaast is deze vorm van zorg nodig voor de toediening van antipsychotica en voor vocht en voeding.

Uitgangspunt is dat de behandeling van betrokkene ambulant wordt voortgezet met begeleiding door het FACT. Met deze vormen van zorg kan er toezicht gehouden worden op de inname van de medicatie en kunnen er medische controles en handelingen plaatsvinden om de mate van medicatie inname te kunnen onderzoeken. Bovendien kan met deze vormen van zorg de ambulante behandeling door het FACT worden gewaarborgd en kan betrokkene verplicht worden om contactmomenten met het FACT toe te staan en zich begeleidbaar op te stellen zodat het FACT het toestandsbeeld van betrokkene kan monitoren.

Ten aanzien van de overige vormen van verplichte zorg

Aangezien betrokkene vanuit het verleden bekend is met multimiddelengebruik en zij op dit moment met lage regelmaat cannabis gebruikt moet het voor de GGZ mogelijk zijn om betrokkene hierop te controleren. Te meer nu het gebruik van middelen een nadelig effect heeft op het psychotisch toestandsbeeld van betrokkene. Dit maakt dat de rechtbank de verplichte zorg in de vorm van 'controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen' zal toewijzen. Daarbij overweegt de rechtbank dat deze vorm van zorg zowel in een ambulante als klinische situatie kan worden toegepast.

Voorts moet er in geval betrokkene de noodzakelijke medicatie weigert dan wel in een situatie waarin de medicatie onvoldoende werkt tijdig kunnen worden ingegrepen door middel van een opname. Dit om te voorkomen dat de situatie en het psychiatrisch toestandsbeeld van betrokkene in de toekomst opnieuw ernstig verslechtert. Dat betekent dan ook dat de rechtbank 'opname in een accommodatie' als verplichte vorm van zorg zal toewijzen, waarbij het uitgangspunt is dat deze vorm van verplichte zorg niet langer zal worden toegepast als strikt noodzakelijk en in geval zorg in een ambulant kader niet langer volstaat. Hetzelfde geldt voor het 'beperken van de bewegingsvrijheid' indien dat in geval van opname in een accommodatie noodzakelijk is.

2.11.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.12.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van twaalf maanden.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam], geboren op [geboortedatum] , inhoudende dat gedurende de geldigheid van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

  • -

    het toedienen van vocht, voeding en medicatie (waaronder de prikpil) en het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, voor de duur van twaalf maanden;

  • -

    beperken van de bewegingsvrijheid, voor de duur van twaalf maanden;

  • -

    controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen, voor de duur van twaalf maanden;

  • -

    aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, voor de duur van twaalf maanden;

  • -

    opnemen in een accommodatie, voor de duur van twaalf maanden.

3.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 20 oktober 2021.

Deze beschikking is op 20 oktober 2020 mondeling gegeven door mr. J. Teertstra, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door de griffier, en op 26 oktober schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

(fn. 656)

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.