Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3303

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-09-2020
Datum publicatie
24-09-2020
Zaaknummer
18/146387-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren. Verdachte wordt veroordeeld voor bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, diefstal, overtreding art. 5a WVW, overtreding artikel 9 lid 2 WVW, diefstal in vereniging met braak en diefstal in vereniging. Verdachte wordt vrijgesproken van een diefstal met geweld omdat medeplegen niet kan worden bewezen. Ook wordt verdachte vrijgesproken van een diefstal met braak in vereniging dan wel heling van goederen, nu er sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs dat leidt tot bewijsuitsluiting.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 63
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 18/146387-20

ter terechtzitting gevoegde parketnummers 18/104481-20, 18/152196-20 en 18/008344-19

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/920274-17

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 september 2020 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats] ,

wonende te [straatnaam] , [woonplaats] ,

thans gedetineerd te [instelling] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 september 2020.

Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.M.M.M. Vogels, advocaat te Amsterdam. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. N. Tromp.

Tevens zijn ter zitting verschenen mevrouw L. Houtkamp en mevrouw A. de Jong, namens Reclassering Noord-Nederland.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer: 18/008344-19

1.
hij op of omstreeks 6 januari 2019 te Coevorden [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik zou niet verder lopen als ik jou was, want je weet dat ik hem gebruik" en/of "Ik schiet wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij op of omstreeks 28 november 2018 te Coevorden een fiets (merk Bikkel), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer: 18/152196-20

1.

hij, op of omstreeks 3 april 2020 te Coevorden , gemeente Coevorden , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen, dat één of meer verkeersregels in ernstige mate is/zijn geschonden, welke gedraging(en) hieruit heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte, met genoemd motorrijtuig, op de genoemde datum:

- de krachtens de wet vastgestelde maximumsnelheid meermalen heeft overschreden, op of aan de Looweg en/of de De Loo en/of de Hulsvoorderdijk en/of de Dalerallee en/of de Poppenharelaan en/of de Wethouder J.B. Hemelweg en/of de Secretaris Bruintjesstraat, en/of

- niet is gestopt voor een stopteken dat is gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden “stop” of “stop politie”, en/of

- ( vervolgens) tegen de geldende verkeersrichting is ingereden, op of aan de Hulsvoorderdijk, en/of

- ( vervolgens) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, de kruising tussen de Hulsvoorderdijk, de Wethouder Donkerstraat en de Dalerallee is opgereden, en/of

- ( vervolgens) geen voorrang heeft verleend aan het kruisende verkeer dat bij groen licht voornoemde kruising was opgereden, en/of

- ( vervolgens) met hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid, in de richting van een onopvallend dienstvoertuig, althans een personenauto, is gereden en/of hevig/abrupt zijn, verdachtes, voertuig voor voornoemd (dienst)voertuig tot stilstand heeft gebracht, op of aan de Secretaris Bruintjesstraat en/of

- ( vervolgens) via het trottoir om een onopvallend dienstvoertuig, althans een personenauto, is gereden op of aan de Secretaris Bruintjesstraat, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij, op of omstreeks 3 april 2020 te Coevorden , als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, te weten de Looweg en/of de De Loo en/of de Hulsvoorderdijk en/of de Dalerallee en/of de Poppenharelaan en/of de Wethouder J.B. Hemelweg en/of de Secretaris Bruintjesstraat,

- de krachtens de wet vastgestelde maximumsnelheid meermalen heeft overschreden, op of aan de Looweg en/of de De Loo en/of de Hulsvoorderdijk en/of de Dalerallee en/of de Poppenharelaan en/of de Wethouder J.B. Hemelweg en/of de Secretaris Bruintjesstraat, en/of

- niet is gestopt voor een stopteken dat is gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden “stop” of “stop politie”, en/ofs

- ( vervolgens) tegen de geldende verkeersrichting is ingereden, op of aan de Hulsvoorderdijk, en/of

- ( vervolgens) in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, de kruising tussen de Hulsvoorderdijk, de Wethouder Donkerstraat en de Dalerallee is opgereden, en/of

- ( vervolgens) geen voorrang heeft verleend aan het kruisende verkeer dat bij groen licht voornoemde kruising was opgereden, en/of

- ( vervolgens) met hoge snelheid, althans aanzienlijke snelheid, in de richting van een onopvallend dienstvoertuig, althans een personenauto, is gereden en/of hevig/abrupt zijn, verdachtes, voertuig voor voornoemd (dienst)voertuig tot stilstand heeft gebracht, op of aan de Secretaris Bruintjesstraat en/of

- ( vervolgens) via het trottoir om een onopvallend dienstvoertuig, althans een personenauto, is gereden op of aan de Secretaris Bruintjesstraat,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

2.

hij, op of omstreeks 3 april 2020 te Coevorden , gemeente Coevorden , terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie of categorieën was afgegeven, op de weg, de Hyacinthstraat en/of de Suzanne Groeneweglaan en/of de Looweg en/of de De Loo en/of de Hulsvoorderdijk en/of de Dalerallee en/of de Poppenharelaan en/of de Wethouder J.B. Hemelweg en/of de Secretaris Bruintjesstraat, als bestuurder een motorrijtuig, (personenauto), van die categorie of categorieën heeft bestuurd;

Parketnummer: 18/104481-20

1.

hij op of omstreeks 16 april 2020 te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een telefoon en/of een autosleutel en/of een bankpas en/of een rijbewijs en/of een alarmkaart, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen genoemde [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 3] een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen/voor te houden en/of door (daarbij) te zeggen "ik ben de prikker van Coevorden ", althans woorden van dergelijke dreigende aard en/of strekking en/of door die [slachtoffer 3] te slaan;

2.

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2020 tot en met 16 april 2020, te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , uit een woning aan de [adres 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een koffer en/of een hoeveelheid elektrisch gereedschap en/of een dopsleutelset en/of een tas, merk Masita en/of een hoeveelheid kleding, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] ,heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich genoemd woning heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 15 april 2020 tot en met 16 april 2020, te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een aantal goederen, te weten een koffer en/of een hoeveelheid elektrisch gereedschap en/of een dopsleutelset en/of een tas, merk Masita en/of een hoeveelheid kleding heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die/dit goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Parketnummer: 18/146387-20

1

hij op of omstreeks 3 juni 2020, te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vanaf en/of uit een woning aan het [adres 3] een aantal, althans een, (koperen) regenpijp(en) en/of een schuurmachine en/of een kabelhaspel, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 5] ,

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich weder- rechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot genoemde woning heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen regenpijp(en) en/of die schuurmachine en/of die kabelhaspel onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2

hij op of omstreeks 3 juni 2020, te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een camera, merk Arlo Go, welke camera was bevestigd aan een woning aan het [adres 3] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 3 juni 2020, te Coevorden , althans in de gemeente Coevorden , een goed te weten camera, merk: Arlo Go, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen,

terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder parketnummer 18/008344-19 onder 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/152196-20 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/104481-20 onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/146387-20 onder 1 en 2 primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/008344-19 onder 1 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat gelet op de aangifte, de verklaring van getuige [getuige 2] en de verklaring van de vader van aangever de verbale bedreiging wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De officier van justitie heeft ten aanzien van het onder parketnummer 18/152196-20 onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat op basis van de door verbalisanten op ambtseed opgemaakte processen-verbaal kan worden bewezen dat verdachte de primair ten laste gelegde gedragingen heeft begaan, zodat er voor dit feit een bewezenverklaring kan volgen.

Met betrekking tot het onder parketnummer 18/104481-20 onder 1 ten laste gelegde heeft zij zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte waardoor er sprake is van het medeplegen van diefstal met geweld. De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd voor de onder parketnummer 18/104481-20 onder 2 primair ten laste gelegde diefstal met braak in vereniging. Wel heeft zij veroordeling gevorderd voor de subsidiair ten laste gelegde heling van deze goederen, aangezien de gestolen goederen in de woning van verdachte zijn aangetroffen, vlak nadat deze goederen bij aangever zijn weggenomen. De verklaring van verdachte dat hij niet weet waar deze goederen vandaan komen is volgens de officier van justitie niet geloofwaardig.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/146387-20 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat op basis van de beschikbare camerabeelden, het feit dat de gestolen camera een paar uur na de diefstal is aangetroffen in de woning van verdachte en de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte 1] het medeplegen van beide feiten wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder parketnummer 18/008344-19 onder 1 ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte daar aanwezig is geweest, maar dat verdachte ontkent dat hij aangever heeft bedreigd. Het zou juist aangever zijn geweest die agressief en bedreigend was naar verdachte toe. Daarbij komt dat de moeder van aangever en getuige [getuige 2] niet hebben gezien dat verdachte bedreigingen heeft geuit. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van parketnummer 18/152196-20 heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 subsidiair ten laste gelegde en het onder 2 ten laste gelegde bewezen kan worden.

Met betrekking tot het onder parketnummer 18/104481-20 onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] . Het is medeverdachte [medeverdachte 2] geweest die de bedreigingen heeft geuit en de spullen heeft weggenomen van aangever. Verdachte heeft zich daarbij afzijdig gehouden waardoor er van medeplegen geen sprake kan zijn. De raadsman heeft ook voor het onder 2 van parketnummer 18/104481-20 verzocht verdachte vrij te spreken. Verbalisanten hebben de koffer met daarin de gestolen goederen gevonden in de woning van verdachte terwijl er geen machtiging tot doorzoeking van de woning was. Het in een kast kijken en een koffer optillen gaat naar het oordeel van de raadsman verder dan zoekend rondkijken, waardoor dit bewijs niet rechtmatig is verkregen. Daarnaast is het ook goed mogelijk dat deze goederen door iemand anders dan verdachte in de woning zijn gelegd.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/146387-20 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen medeverdachte [medeverdachte 1] en verdachte, zodat er van medeplegen geen sprake kan zijn.

Oordeel van de rechtbank

Overweging van de rechtbank met betrekking tot uitsluiting van het bewijs

De raadsman heeft ten aanzien van het onder parketnummer 18/104481-20 onder 2 ten laste gelegde aangevoerd dat het bewijs onrechtmatig is verkregen, omdat de politieambtenaren de woning van verdachte hebben doorzocht terwijl ze daartoe niet gerechtigd waren. Uit het proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 april 2020, opgenomen op pagina 35 e.v. van het dossier met dossiernummer PL0100-2020152277 (sluitingsdatum 10 juni 2020) is gebleken dat verbalisanten de woning zijn binnengetreden ter aanhouding van verdachte buiten heterdaad wegens een diefstal van een telefoon. Bij het binnentreden ter aanhouding trok één van de verbalisanten een deur in de woonkamer open. Dit bleek een opbergruimte te zijn en hierin zag de verbalisant een grote zwarte koffer liggen die niet helemaal dicht zat. Zij heeft verklaard dat zij achter de koffer wilde kijken om te kijken of hier één van de verdachten zat. Om dat te kunnen doen heeft zij de koffer wat omhoog getrokken en vervolgens gezien dat er gereedschap in lag dat zij herkende uit een eerder opgenomen aangifte.

De rechtbank stelt op basis van het bovenstaande vast dat de verbalisanten gemachtigd waren om de woning te betreden ter aanhouding van verdachte. Uit de inhoud van het dossier is echter niet gebleken dat de verbalisanten ook gemachtigd waren om de woning te doorzoeken. De rechtbank is derhalve van oordeel dat niet zonder meer valt in te zien dat de verdachte zich redelijkerwijs achter de in de opbergruimte bevindende koffer had kunnen verschuilen. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat het optillen van de koffer verder ging dan het zoekend rondkijken naar de verdachte rechtvaardigde. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat het bewijs op onrechtmatige wijze is verkregen. Daarmee is er sprake van onherstelbaar vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering dat bewijsuitsluiting met zich mee dient te brengen. Dit heeft tot gevolg dat voor het onder parketnummer 18/104481-20 onder 2 ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, zodat verdachte van dit feit zal worden vrijgesproken.

Parketnummer 18/104481-20, feit 1

De rechtbank acht ook het onder parketnummer 18/104481-20 onder 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte is samen met medeverdachte [medeverdachte 2] aanwezig geweest achter het voormalige pand van de [bedrijfsnaam] in Coevorden . Vervolgens worden zij door aangever aangesproken op het feit dat zij daar niet mogen zijn. De rechtbank stelt op basis van de aangifte en de beschrijving van de camerabeelden vast dat het medeverdachte [medeverdachte 2] is geweest die zich daarna bedreigend heeft uitgelaten tegenover aangever en een mes heeft getoond. [medeverdachte 2] is ook degene geweest die de telefoon en de autosleutels van aangever heeft afgepakt, waarna verdachte samen met [medeverdachte 2] is weggerend.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte niet is komen vast te staan. Er is derhalve geen sprake van een gezamenlijke uitvoering en de bijdrage van verdachte aan het 1 tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van onvoldoende gewicht. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken van het tenlastegelegde medeplegen.

Parketnummer 18/008344-19, feit 2, en parketnummer 18/152196-20, feit 2

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/008344-19 onder 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/152196-20 onder 2 ten laste gelegde, wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna opgenomen in de bewezenverklaring. Nu verdachte deze feiten duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering.

Deze opgave luidt met betrekking tot parketnummer 18/008344-19, feit 2, als volgt:

1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 29 november 2018, opgenomen op pagina 77 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2019024201Z d.d. 9 februari 2019, inhoudend de verklaring van aangeefster [slachtoffer 2] .

Deze opgave luidt met betrekking tot parketnummer 18/152196-20, feit 2, als volgt:

1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2020;

2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2020, opgenomen op pagina 5 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2020089984 d.d. 9 april 2020, inhoudend het relaas van verbalisant [verbalisant 2] .

Parketnummer 18/008344-19, feit 1

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik ben op 6 januari 2019 wel bij [slachtoffer 1] geweest. Hij kwam dreigend met een koevoet op mij af en toen heb ik gezegd: "Dat kan je beter niet doen".

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 6 januari 2019, opgenomen op pagina 15 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2019024201 d.d. 9 februari 2019, inhoudend als verklaring van aangever [slachtoffer 1] :

Op 6 januari 2019 zat ik bij mijn ouders in de woonkamer. Dit is aan de [adres 1] in [plaats] . Op dat moment zijn mijn ouders ook in de woonkamer. We hoorden op dat moment iemand schreeuwen op straat. Ik herkende de stem gelijk en wist dat het [verdachte] was.
Ik ben vervolgens samen met mijn vader naar buiten gelopen via de achterdeur. Ik zag [verdachte] op de weg staan. Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: "Je wil mijn zoon bedreigen". Ik ben rustig in de richting van [verdachte] gelopen. Ik zei tegen hem: "Je moet niet altijd geloven wat je zoon verteld. Dat is al de zoveelste keer". Op enig moment zie ik dat [verdachte] een vuurwapen pakt en op mij richt. Ik zie dat hij het wapen met zijn rechterhand uit zijn rechter jaszak haalt. Terwijl hij richt zegt hij: "Ik zou niet verder lopen als ik jou was, want je weet dat ik hem gebruik". Op het moment dat [verdachte] het wapen pakt was ik ongeveer 15 tot 20 meter bij hem vandaan. Ik liep op straat ongeveer ter hoogte van [perceelnummer] aan de [adres 1] .
Terwijl hij op mij richt zei ik: "Schiet maar grote kerel, toe maar, want je schiet toch niet klaploper, deed je de vorige keer ook niet". [verdachte] riep terug: "Ik schiet wel!". Op dat moment schreeuwt mijn moeder vanuit onze woning dat ze de politie heeft gebeld. Ik zie dan dat [verdachte] er vandoor rent.
U vraagt mij in hoeverre ik mij bedreigd heb gevoelt. Op dat moment dacht ik er niet echt over na en stond ik door mijn kwaadheid stijf van de adrenaline. Maar nu ik later over terug denk besef ik me dat het maar zo mis had kunnen gaan. Hij had mij ook maar zo dood kunnen schieten.

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 6 januari 2019, opgenomen op pagina 21 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :

[slachtoffer 1] ging naar buiten en liep op [verdachte] af. Ik ben achter [slachtoffer 1] aangelopen. Nog voordat [slachtoffer 1] bij [verdachte] was hoorde ik [slachtoffer 1] tegen [verdachte] zeggen: "Je moet niet alles geloven wat jouw zoontje tegen jou zegt". [verdachte] was alleen maar aan het schreeuwen, ik hoorde hem schreeuwen: IK ZOU NIET VERDER LOPEN ANDERS SCHIET IK JOU KAPOT, JE WEET DAT IK HET DOE. Onze [slachtoffer 1] is niet bang en liep gewoon door naar [verdachte] en riep nog : ALS JE DAN TOCH ZO'N GROTE KEREL BENT DAN SCHIET MAAR". Ik zag dat [verdachte] iets in zijn rechterhand had, ik kon niet zien wat het was, ik stond namelijk achter [slachtoffer 1] en kon niet goed zien wat hij in zijn hand vasthield. Hij zwaaide met dat voorwerp en riep: IK MAAK JULLIE KAPOT. Hij wees met dat voorwerp naar [slachtoffer 1] en mij, hij was helemaal gek en bleef schreeuwen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 januari 2019, opgenomen op pagina 20 van voornoemd dossier, inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant 1] :
Ik hoorde telefonisch bewoner [getuige 2] het volgende verklaren:
Ik hoorde omstreeks 02:30 uur geschreeuw op straat. Ik ben toen naar beneden gegaan. Ik heb de voordeur geopend en ik ben op mijn stoep voor de voordeur gaan staan. Ik zag dat mijn buurjongen, [slachtoffer 1] en mijn buurman [getuige 1] op straat stonden te schreeuwen. Links op de straat zag ik een man staan, wie ik herken als [verdachte] . Ik hoorde [verdachte] zeggen:
"Kom maar man , dan zal ik jou laten zien wat vechten is. Dan zal ik het op mijn manier doen."

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft erkend dat hij op 6 januari 2019 bij het huis van aangever [slachtoffer 1] is geweest, maar hij heeft ontkend dat hij [slachtoffer 1] ook bedreigd zou hebben. Op basis van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte de tenlastegelegde uitlatingen "ik zou niet verder lopen als ik jou was, want je weet dat ik hem gebruik" en "ik schiet wel" heeft gedaan in de richting van aangever. De rechtbank heeft daarbij met name gelet op de verklaring van de vader van aangever waarin hij bevestigt dat verdachte de tenlastegelegde uitlatingen heeft gedaan. Ook de verklaring van getuige [getuige 2] waarin hij verklaart dat verdachte op straat stond te schreeuwen, draagt bij aan de overtuiging van de rechtbank dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan bedreiging van aangever met een misdrijf tegen het leven gericht.

De bedreigende teksten zijn daarnaast van dien aard en onder zulke omstandigheden geuit dat deze naar objectieve maatstaven dienen te worden opgevat als een bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht. Tevens is de rechtbank van oordeel dat bij aangever de overtuiging bestond dat de dreiging reëel was en dat bij aangever de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte zijn bedreigingen ten uitvoer zou leggen. De rechtbank leidt dit onder meer af uit de zeer concrete bedreigingen, waarbij verdachte ook op zijn minst de schijn heeft gewekt over een vuurwapen te beschikken.

parketnummer 18/152196-20, feit 1

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Het klopt dat ik de bestuurder was van de bewuste auto op 3 april 2020 en dat ik wist dat mijn rijbewijs niet geldig was op dat moment.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2020, opgenomen op pagina 7 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2020089984 d.d. 9 april 2020, inhoudend als relatering van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :

Wij, verbalisanten hadden ons dienstvoertuig geparkeerd staan aan de Looweg ter hoogte van huisnummer 48 toen wij een grijze Mitsubishi Space Star zagen kom rijden vanuit de Suzanne Groeneweglaan. De afstand tussen onze locatie en de Suzanne Groeneweglaan betrof op dat moment ongeveer 200 meter. Wij zagen dat de Mitsubishi Space Star links af sloeg, de Looweg op, in de richting van het viaduct onder de rondweg door, in de richting van Dalen. Wij reden hierbij direct op en reden op 200 meter afstand van de Mitsubishi Space Star toen wij zagen dat deze versnelde. Wij zagen dat de Mitsubishi Space Star van ons uit liep. Ook zagen wij dat de Mitsubishi Space Star met enorm schokkende bewegingen over een vluchtheuvel kwam en met een stofwolk op de weg terecht kwam. Hieruit maakten wij op de Mitsubishi Space Star de vluchtheuvel met hoge snelheid had genomen. Hierna zagen wij dat de Mitsubishi Space Star met hoge snelheid van ons uit liep.

Hierop hebben wij de achtervolging ingezet. Ik, verbalisant [verbalisant 3] , bestuurde het dienstvoertuig. Wij, verbalisanten, hoorden collega [verbalisant 2] over de mobilofoon aan het Operationeel Centrum te Drachten doorgeven dat wij, de [nummer] , de achtervolging inzetten op de Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] en dat de vermoedelijke bestuurde [verdachte] betrof.

Wij, verbalisanten, zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met hoge snelheid voor ons uit reed in de richting van de Loo en rechts af sloeg, over het spoor reed, en zijn weg vervolgde over de Hulsvoorderdijk in de richting van de Dalerallee. Hierbij hebben wij het stopteken door middel van een verlicht transparant aan de voorzijde van het dienstvoertuig ontstoken. Wij verbalisanten zagen dat er veel verkeer over de Hulsvoorderdijk reed. Wij zagen dat er auto's van de afritten van de rondweg kwamen rijden welke abrupt tot stilstand kwam. Hierop besloot ik, [verbalisant 3] om de optische en geluid signalen te voeren. Ook zagen wij dat ons in tegengestelde richting meerdere voertuigen tegemoet kwamen rijden. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met zeer hoge snelheid langs deze voertuigen reed. Onze snelheid lag op dat moment geschat op ongeveer 110 kilometer per uur. De grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] liep hierbij op ons uit daar wij snelheid

minderden in verband met de verkeersdrukte. Op de kruising Hulsvoorderdijk met de Dalerallee bevinden zich verkeerslichten. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met zeer hoge snelheid in de richting van deze verkeerslichten reed. Wij zagen dat er zowel op de voorsorteerstrook voor links afslaand verkeer als op de voorsorteerstrook voor recht doorgaand en rechts afslaand verkeer meerdere voertuigen stonden. Ook zagen wij dat het verkeerslicht op dat moment enkele seconden op rood stond. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] de stilstaande voertuigen links passeerde en met hoge snelheid op de rijstrook voor het tegengestelde verkeer reed, hierbij het rode verkeerslicht volledig negerende. Wij volgden de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met aangepaste snelheid in verband met de verkeersveiligheid. Op de kruising Hulsvoorderdijk met de Dalerallee zagen wij verschillende voertuigen stil staan voorbij de verkeerslichten. Kennelijk hebben de bestuurders van deze voertuigen voorrang moeten verlenen aan de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] .

Toen wij de kruising Hulsvoorderdijk met de Dalerallee voorbij waren hebben wij onze snelheid weer opgevoerd om de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken

[kenteken] in te kunnen halen. Hierbij zagen wij dat de grijze Mitsubishi Space Star

voorzien van het kenteken [kenteken] ruim op ons was uitgelopen en een afstand had

gemaakt van ongeveer 200 meter. Aan het eind van de Dalerallee zagen wij de grijze

Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] de rotonde op de kruising Dalerallee met de Poppenharelaan/Wethouder JB Hemelweg nemen en hierbij de eerste

afslag met hoge snelheid af gaan, de Wethouder JB Hemelweg op. Hierbij zagen wij dat

de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] uit brak naar links en bijna een middengeleider raakte. Hierdoor verloor de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] snelheid en liepen wij verder op hem in.

Wij, verbalisanten, zeiden tegen elkaar dat "hij niet ging stoppen", en "dat hij helemaal gek was". Hiermee bedoelden wij dat de bestuurder van de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] er alles aan deed om zich aan de staande houding te onttrekken. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met hoge snelheid voor ons uit reed en rechts af sloeg de Looweg in. Ook hierbij zagen wij dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] uit brak naar links en bijna een zwarte paal raakte welke aan de zijkant van de weg staan. Ook nu zagen wij dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] uit brak naar links en bijna een middengeleider raakte. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] wederom met hoge snelheid van ons weg reed. Ook nu konden wij achter de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] blijven en zagen wij dat deze de vluchtheuvels op de Looweg met hoge snelheid nam. Hierbij zagen wij dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] met hevig schokkende bewegingen over de vluchtheuvels kwam. Aan het einde van de Looweg, ter hoogte van de kruising Looweg met de Ballastweg, zagen wij de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] rechts af slaan, de Looweg verder volgend. Wij zagen een manspersoon op de fiets welke plots tot stilstand kwam en met opgeven hand in de richting van de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] gebaarde. Wij reden nog steeds achter de grijze Mitsubishi Space Star en zagen dat deze met hoge snelheid rechts af sloeg de Secretaris Bruintjesstraat in. Toen wij op de Secretaris Bruintjesstraat

reden zagen wij een grijze Volkswagen Golf op de weg stil staan. Wij zagen dat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] heftig remmend tot stilstand kwam en hierbij scheef op de weg en net voor de grijze Volkswagen Golf stil stond. Direct nadat de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] tot stilstand kwam zagen wij de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] links om de grijze Volkswagen Golf rijden en met hoge snelheid, over het voetpad zijn weg vervolgen om direct hierop gevolgd links af te slaan, een zijstraat van de Secretaris Bruintjesstraat in. Wij volgden de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] en reden achter hem aan toen de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] aan het einde van de Secretaris Bruintjesstraat abrupt tot stilstand kwam.

Toen de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] tot stilstand

was gekomen zagen wij dat er drie manspersonen uit de grijze Mitsubishi Space Star

voorzien van het kenteken [kenteken] kwamen.

Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag als bestuurder van het dienstvoertuig dat de bestuurder

van de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] vanuit het

voertuig wegrende naar de achterzijde van een hoekwoning. Ik herkende hierbij als

bestuurder van de grijze Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] de

mij ambtshalve bekende [verdachte] .

Ten tijde dat het voertuig tot stilstand kwam, zag ik verbalisant [verbalisant 4] dat de bestuurder, welke ik gelijk herkende als de mij ambtshalve bekende [verdachte] , woonachtig aan het

[straatnaam] , te [woonplaats] en waarvan mij ambtshalve bekend is dat zijn rijbewijs al

geruime tijd ongeldig is verklaard, uit het voertuig stapt aan de bestuurderszijde.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. Verdachte heeft bekend dat hij de bestuurder was van de Mitsubishi Space Star voorzien van het kenteken [kenteken] . Gelet op het hiervoor opgenomen op ambtseed opgemaakte proces-verbaal is rechtbank van oordeel dat verdachte ook de onder 1 primair tenlastegelegde gedragingen heeft verricht. Het enkele feit dat verdachte heeft verklaard zich niet te kunnen herinneren dat hij deze verkeersgedragingen heeft verricht, is voor de rechtbank onvoldoende om te twijfelen aan de inhoud van voornoemd proces-verbaal. De tenlastegelegde gedragingen betreffen nagenoeg allemaal verkeersgedragingen die in artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 specifiek zijn genoemd als verkeersgedragingen waarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Door de wijze waarop verdachte heeft gereden heeft hij naar het oordeel van de rechtbank het opzet gehad op het in ernstige mate schenden van deze verkeersregels waardoor er naar algemene ervaringsregels bezien ook daadwerkelijk levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten is geweest. Anders dan de raadsman van verdachte acht de rechtbank daarom het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

parketnummer 18/146387-20, feit 1 en 2

De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.

Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

1. De door verdachte ter zitting van 10 september 2020 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:

Ik ben mee geweest met medeverdachte [medeverdachte 1] om koperen regenpijpen in te leveren bij een ijzerhandel omdat zijn identiteitskaart kapot was. Ik was [medeverdachte 1] eerder tegengekomen en hij had de camera bij zich. Het klopt dat die camera bij mij thuis is aangetroffen.

2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 17 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland 'Proces-verbaal van voorgeleiding' d.d. 4 juni 2020, inhoudend als verklaring van aangever [slachtoffer 5] :

Ik ben de rechtmatige eigenaresse van een vrijstaande woning, gelegen aan het van [adres 3] te [plaats] . De woning is voorzien van een regenwaterafvoer. Op een drietal plaatsen van de voorgevel van de woning zijn koperen regenpijpen aangebracht. Op dinsdag 2 juni 2020 ben ik voor het laatst bij de woning geweest. Op woensdag 3 juni 2020 kwam de installateur tot de ontdekking dat er op een drietal plaatsen koperen regenpijpen vanaf de voorgevel waren weggenomen. Aan de rechter voorzijde van de woning is ongeveer drie (3) meter koperen regenpijp weggenomen. In het midden van de woning is ongeveer vierenhalve (4,5) meter koperen regenpijp weggenomen. Aan de linker voorzijde van de woning is ongeveer tweeënhalve meter koperen regenpijp weggenomen. Hoogstwaarschijnlijk is mijn woning betreden via een dakraam. Het betreft het uitzetraam van de zolder. Het uitzetraam was afgesloten met behulp van een raamuitzet-ijzer. Het raamuitzet-ijzer is waarschijnlijk geforceerd om het uitzetraam te openen. Uit de woning is een kabelhaspel weggenomen. Deze kabelhaspel behoort mij in eigendom toe. Het betreft een kabelhaspel van het merk: Brennenstuhl, zwart van kleur. Uit de woning is eveneens een schuurmachine weggenomen. Het betreft een schuurmachine van het merk: Bosch PEX 300 AR, groen van kleur. Deze schuurmachine is het rechtmatige eigendom van een schilder welke werkzaam is in mijn huis. Het gaat om meneer [slachtoffer 7] . Hierbij doe ik eveneens aangifte namens [slachtoffer 7] .

3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 14 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van aangever [slachtoffer 8] , namens de [slachtoffer 6] :

De [slachtoffer 6] is de rechtmatige eigenaar van een Arlo Go. De Arlo Go is een camerasysteem voorzien van een ingebouwde bewegingsmelder. Op woensdag 3 juni 2020, was de Arlo Go ingezet bij een vrijstaande woning gelegen aan het van [adres 3] te [plaats] . De Arlo Go was met behulp van de camera beugel bevestigd aan de dakrand van de woning. De Arlo Go is op woensdag 3 juni 2020, tussen 04:11 uur en 04:15 uur weggenomen.

4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 65 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 5] :

Ik heb het beeld uitgekeken van de camera aan de [adres 3] in [plaats] , en na wegnamen in een woning en al dragend door de verdachte.
Op de beelden zag ik geen dag en tijd meelopen. De camera is gericht op de achterkant van de woning en de binnenkant van een woning.
Ik zag op filmpje 1 duur 02:00 minuten.
Ik zag op 00 01 een persoon in beeld komen
Ik zag op 00:02 tot 00:18 verdachte 1 en verdachte 2 in beeld komen
Ik zag op 00:18 verdachte 1 met een zaklamp bij de woning schijnen.
Ik zag op 00:21 verdachte 1 een vooraanblik geven.
Ik zag op filmpje 2 duur 02:00 minuten.
Ik zag op 00:07 verdachte 1 de regenpijp checken en daarna doorgaan naar de linker deur.(still 7)
Ik zag op 00:17 dat verdachte 1 naar de ramen ging en verdachte 2 er een beetje bij stond.(still 8)
Ik zag op 00:39- 00:42 dat verdachte 1 en 2 uit beeld liepen.
Ik zag op filmpje 3 duur 02:00 minuten.
Ik zag op 00:00 verdachte 1 het beeld inkomen.(still 10)
Ik zag op 00:08-00:15 verdachte 1 de regenpijp opklimmen en naar rechts schuiven.(still 11 )(still 12)
Ik zag op 00:38 verdachte 2 in beeld komen en naar de camera kijken.(still 13)
Ik zag op 00:42 verdachte 1 bezig zijnde met klimmen langs de woning.(still 14)
Ik zag op 01:03 verdachte 1 zich omhoog klimmende naar het dag.(still 15)
Ik zag op 01:09 verdachte 1 op het dak klimmen.(still 16)
Signalement verdachte 1: (still 1)(still 2)(still 3)(still 6)
Lange jas met capuchon, zwarte strepen op de schouders, zwart lipje ten hoogte van de heup.
Donkere broek
170-185 cm
Zwarte handschoenen
Schoenen met wit motief in de schoenen.
Signalement verdachte 2: (still 4)(still 9)
170-185 cm
Lichte jas met capuchon
Pet met reflecterend materiaal en logo
Zwarte broek
Zwarte schoenen met gekleurd motief.
Zwarte tas op de rechterkant van het lichaam.(still 5)
Signalement verdachte 3 ( kan 1 of 2 zijn )(still 19)
Blank
Tatoeage op de linker arm (still 18)
Pet met reflecteren streep
Licht shirt met knopen bij de hals

5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 77 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant [verbalisant 6] :

Op 3 juni 2020 zijn er foto's gemaakt in de woning van [verdachte] , nader te noemen, van zijn schoenen. Deze schoenen zijn vergeleken met de camerabeelden van de inbraak. Hierop is te zien dat de persoon die het dak op klimt schoenen aan heeft die overeenkomt voor wat betreft het model en motief. Zie bij gevoegd fotoblad. Op dit fotoblad staat in kleur de foto van de schoenen van [verdachte] . Tevens staan daar enkele uitsneden van de camerabeelden van de inbraak. Dit betreffen de zwart/wit foto's.

6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 51 van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] :

Omdat wij samen met andere collega's belast waren met een onderzoek naar diefstal van

een camera waarvan op basis van beelden gebleken was dat deze camera in de woning aan

het [straatnaam] zou moeten liggen, waren wij omstreeks 14:20 uur bij eerder

genoemde woning. Op aankloppen en aanroepen bij de voordeur zagen wij dat de ons ambtshalve bekende [verdachte] de voordeur opende. Ik verbalisant [verbalisant 7] heb onze komst medegedeeld en gelijk de vordering van uitlevering van de camera gedaan waarvan wij het vermoeden hadden dat deze in de woning moest liggen. Hierop draaide [verdachte] zich om en liep terug naar de woonkamer. Ik verbalisant heb [verdachte] gevraagd of wij verbalisanten met zijn toestemming de woning mochten betreden. Ik hoorde hem zeggen dat dit wel mocht. Wij verbalisanten hebben samen de woning betreden. Ik verbalisant liep direct achter

[verdachte] . Ik zag dat hij gelijk naar de salon tafel liep en daar iets vanaf pakte. Ik zag dat hij een witte camera aan mij gaf van het merk Arlo. Ik zag dat de achterkant open was en de accu er zo uitgehaald kon worden. Min verbalisant was bekend dat de gestolen camera van het merk Arlo moest zijn. Hierop heb ik telefonisch contact opgenomen met collega [verbalisant 6] . Ik heb hem de camera omschreven en hoorde dat dit de camera betrof die gestolen was. Tevens moest er een zwarte beschermhoes bij zitten. Deze had ik toen nog niet ontvangen van [verdachte] .

Op dat moment zag ik collega ter [verbalisant 9] naar mij toe komen lopen. Ik zag dat zij een zwarte hoes in haar hand had. Ik hoorde haar zeggen dat [verdachte] deze aan haar had gegeven en daarbij had gezegd dat [medeverdachte 1] deze camera gevonden had en bij hem had gebracht. De camera en toebehoren is hierop in beslag genomen.

7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 85 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

U vraagt mij van ons het dak op is geklommen en de woning is binnen gegaan. Dat is [verdachte] dan geweest. Ik klim dat dak niet op. [verdachte] heeft ook de camera van de muur af gepakt. We hebben samen de pijpen van de muur gehaald. Ik heb de schuurmachine en de haspel gepakt.

8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte 1] d.d. 4 juni 2020, opgenomen op pagina 91 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] :

Ik was gewoon bij [verdachte] een biertje aan het drinken en toen zijn we wat gaan rond fietsen omdat het warm in huis was en wij wilden kijken of we iets tegen kwamen. We kwamen langs het huis, [verdachte] zette daar zijn fiets op het gras, ik heb toen daar ook mijn fiets geparkeerd. [verdachte] was over een bosje heen gesprongen, maar ik kan die sprong niet maken omdat mijn benen zwak zijn. Ik ben toen uiteindelijk over een hekje geklommen. [verdachte] stond al aan de achterkant van de woning. [verdachte] zei draai jij die pijp even los. Ik heb toen uiteindelijk aan de voorkant van het huis een buis los gedraaid, dit was een regenpijp van koper. We zijn toen naar de achterkant van het huis gelopen. [verdachte] is toen het dak op geklommen. Ik draaide de camera weg, en ineens ging de achterdeur open. Ik schrok mij dood, ik dacht dat het de bewoner was. Ik ging ineens rennen en over het hek gesprongen. Dit was een wat lager hekje dus daar kon ik snel over heen. Maar [verdachte] zei "kom jongen, ik ben het". We zijn toen allebei de woning in gegaan. U vraagt wij binnen hebben gedaan. We hebben overal gekeken, maar er was helemaal niets. Nou ja wel dan die schuurmachine en die haspel. Die heb ik meegenomen. Het klopt dat [verdachte] mee is gegaan naar de ijzerhandel omdat mijn ID-kaart kapot is. Het klopt niet dat hij mij het bonnetje en het geld heeft gegeven. Hij zei dat het 27 euro was, en ik kreeg 7 euro.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende. De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.

Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte heeft verklaard dat hij medeverdachte [medeverdachte 1] is tegengekomen terwijl hij de hond uitliet. Medeverdachte [medeverdachte 1] zou daarbij een camera in zijn bezit hebben gehad en deze bij verdachte thuis hebben achtergelaten. Verdachte ontkent iets met de inbraak en de diefstal van de camera te maken te hebben. De rechtbank acht deze verklaring echter niet aannemelijk. Daarbij overweegt te rechtbank dat de gestolen camera kort na de diefstal bij verdachte thuis is aangetroffen en dat uit de beschrijving van de camerabeelden van de diefstal blijkt dat er twee personen bij de woning aanwezig zijn geweest. Medeverdachte [medeverdachte 1] wordt aan de hand van de camerabeelden herkend door verbalisanten en wanneer [medeverdachte 1] door de politie wordt verhoord, verklaart hij gedetailleerd hoe hij de inbraak samen met verdachte heeft gepleegd. Daar komt bij dat de gestolen koperen regenpijpen zijn ingeleverd bij een ijzerhandel door verdachte en [medeverdachte 1] , waarbij verdachte zich heeft geïdentificeerd met zijn identiteitsbewijs.

Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte die in de kern bestond uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het onder 1 en 2 tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/008344-19 onder 1 en 2 tenlastegelegde, het onder parketnummer 18/152196-20 onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde en het onder parketnummer 18/146387-20 onder 1 en 2 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:

Parketnummer: 18/008344-19

1.
hij op 6 januari 2019 te Coevorden [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik zou niet verder lopen als ik jou was, want je weet dat ik hem gebruik" en/of "Ik schiet wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.
hij op 28 november 2018 te Coevorden een fiets (merk Bikkel), die toebehoorde aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Parketnummer: 18/152196-20

1.

hij op 3 april 2020 te Coevorden , gemeente Coevorden , als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) opzettelijk zich zodanig in het verkeer heeft gedragen, dat verkeersregels in ernstige mate zijn geschonden, welke gedragingen hieruit hebben bestaan dat hij, verdachte, met genoemd motorrijtuig, op de genoemde datum:

- de krachtens de wet vastgestelde maximumsnelheid meermalen heeft overschreden, op of aan de Looweg en de De Loo en de Hulsvoorderdijk en de Dalerallee en de Poppenharelaan en de Wethouder J.B. Hemelweg en de Secretaris Bruintjesstraat, en

- niet is gestopt voor een stopteken dat is gegeven door middel van een aan een politievoertuig aangebracht verlicht transparant, met daarin in rode letters de woorden “stop” of “stop politie”, en

- tegen de geldende verkeersrichting is ingereden, op de Hulsvoorderdijk, en

- in strijd met een voor hem, verdachte, geldend rood licht uitstralend driekleurig verkeerslicht en een voor hem bestemde stopstreep op het wegdek, de kruising tussen de Hulsvoorderdijk, de Wethouder Donkerstraat en de Dalerallee is opgereden, en

- geen voorrang heeft verleend aan het kruisende verkeer dat bij groen licht voornoemde kruising was opgereden, en

- met aanzienlijke snelheid in de richting van een onopvallend dienstvoertuig is gereden en abrupt zijn, verdachtes, voertuig voor voornoemd dienstvoertuig tot stilstand heeft gebracht, op de Secretaris Bruintjesstraat en

- via het trottoir om een onopvallend dienstvoertuig is gereden op de Secretaris Bruintjesstraat,

terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten was;

2.

hij op 3 april 2020 te Coevorden , gemeente Coevorden , terwijl hij wist dat een op zijn naam gesteld rijbewijs voor één of meer categorieën van motorrijtuigen, te weten B, ongeldig was verklaard en aan hem daarna geen ander rijbewijs voor het besturen van een motorrijtuig van de betrokken categorie was afgegeven, op de weg, de Hyacinthstraat en de Suzanne Groeneweglaan en de Looweg en de De Loo en de Hulsvoorderdijk en de Dalerallee en de Poppenharelaan en de Wethouder J.B. Hemelweg en de Secretaris Bruintjesstraat, als bestuurder een motorrijtuig van die categorie heeft bestuurd;

Parketnummer: 18/146387-20

1

hij op 3 juni 2020, te Coevorden , tezamen en in vereniging met een ander, vanaf en uit een woning aan het [adres 3] een aantal koperen regenpijpen en een schuurmachine en een kabelhaspel dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot genoemde woning hebben verschaft en weg te nemen regenpijpen en die schuurmachine en die kabelhaspel onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

2

hij op 3 juni 2020, te Coevorden , tezamen en in vereniging met een ander, een camera, merk Arlo Go, welke camera was bevestigd aan een woning aan het [adres 3] , dat geheel toebehoorde aan de [slachtoffer 6] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer: 18/008344-19

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

2. diefstal;

Parketnummer: 18/152196-20

1. overtreding van artikel 5a van de Wegenverkeerstwet 1994;

2. overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Parketnummer: 18/146387-20

1. diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming;

2. diefstal in vereniging.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) als bedoeld in artikel 38m van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) wordt opgelegd voor de duur van twee jaren. Verdachte voldoet aan de criteria voor het opleggen van deze maatregel. De officier van justitie heeft verwezen naar het reclasseringsrapport d.d. 27 augustus 2020 waarin staat dat het recidiverisico en de kans op onttrekking aan voorwaarden als hoog wordt ingeschat. Verdachte staat daarnaast geregistreerd als veelpleger en heeft een fors strafblad. Het is tot op heden niet gelukt om verdachte met behulp van bijzondere voorwaarden ervan te weerhouden strafbare feiten te plegen en drugs te gebruiken. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel de enige mogelijkheid is om verandering teweeg te brengen in het leven van verdachte. Daarnaast is door het opleggen van de ISD-maatregel de maatschappij voor een langere periode verlost van de door verdachte veroorzaakte overlast.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, gepleit voor een deels voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Hij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte ook middels het stellen van bijzondere voorwaarden klinisch kan worden opgenomen en op die manier hulp kan krijgen om van zijn verslaving af te komen. Ook is er de mogelijkheid dat verdachte bij zijn vader gaat wonen, eventueel met toepassing van elektronisch toezicht. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er door middel van het stellen van bijzondere voorwaarden in combinatie met reclasseringstoezicht meer kan worden bereikt dan met het opleggen van een ISD-maatregel.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting de over hem opgemaakte rapportages, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zes strafbare feiten. Op 28 november 2018 heeft hij een elektrische fiets gestolen van [slachtoffer 2] . Daarnaast heeft hij zich op 3 juni 2020 schuldig gemaakt aan diefstal in vereniging, waarbij hij en zijn mededader zich de toegang tot de woning hebben verschaft door middel van inklimming. Ook hebben zij de koperen regenpijpen gestolen die aan de woning waren bevestigd. Uit dergelijke vermogensdelicten spreekt een gebrek aan eerbied voor andermans eigendom en deze delicten veroorzaken voor de slachtoffers hinder, schade en ergernis. Verdachte heeft daarbij alleen zijn eigen financiële gewin voor ogen gehad.

Verder heeft verdachte zich op 3 april 2020 schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag terwijl hij als bestuurder van een personenauto probeerde te ontkomen aan de politie. Dit alles terwijl hij wist dat hij niet mocht rijden, omdat zijn rijbewijs al geruime tijd ongeldig was verklaard. Door op deze manier te rijden heeft verdachte niet alleen zichzelf en zijn medepassagiers in gevaar gebracht, maar ook andere weggebruikers. Dat er desondanks geen ongelukken zijn gebeurd, is niet aan het gedrag van verdachte te danken.

Verdachte heeft daarnaast op 6 januari 2019 [slachtoffer 1] bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Deze bedreiging heeft het veiligheidsgevoel van het slachtoffer ernstig aangetast; hij is bang geweest dat verdachte deze bedreiging ook echt ten uitvoer zou leggen.

De rechtbank rekent de bovenstaande feiten verdachte zeer aan en overweegt dat voor diefstal (in vereniging) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht voorlopige hechtenis is toegelaten.

De verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan de door hem begane feiten veelvuldig (ten minste driemaal) ter zake van misdrijven onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf veroordeeld. Het bewezen verklaarde is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen en voorts moet er, mede gelet op de rapportage van Reclassering Nederland van 27 augustus 2020, ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte wederom misdrijven zal begaan. De veiligheid van personen en goederen eist het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders, waartoe wordt verwezen naar het feit dat de verdachte telkenmale nieuwe strafbare feiten pleegt en de frequente oplegging van vrijheidsstraffen en taakstraffen hem daarvan kennelijk niet weerhoudt.

De rechtbank overweegt dat aan de formele voorwaarden die artikel 38m, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht stelt aan het opleggen van de ISD-maatregel is voldaan.

Uit het reclasseringsrapport van Reclassering Nederland van 27 augustus 2020 en de ter terechtzitting gegeven toelichting blijkt dat verdachte inmiddels de veelplegerstatus heeft opgebouwd en dat hij veel strafbare feiten pleegt met verschillende anderen. Ook blijkt uit het onderzoek van de reclassering dat verdachte zich in een negatief sociaal netwerk bevindt en moeite heeft om criminele voorstellen te weerstaan. Door drugsgebruik wordt dit gedrag bevorderd. Uit recent onderzoek van Humanitas Homerun van 12 februari 2020 blijkt dat verdachte op zwakbegaafd niveau functioneert en niet in staat is om met complexe situaties om te gaan. Daarbij is er sprake van een antisociale houding die een rol speelt in het delictgedrag. Verdachte wordt daarnaast gezien als zorgmijder. Geen van de leefgebieden van verdachte is op orde. Uit het onderzoek van de reclassering blijkt voorts dat verdachte in het verleden praktische hulpverlening heeft gehad gericht op geld, onderdak en werk, maar dat dit niet heeft geleid tot een verbetering van zijn situatie. Vanwege steeds opnieuw delictgedrag en de afwerende houding van verdachte komt een structurele hulpverlening ook niet op gang. De reclassering benadrukt dat verdachte van goede wil is. Hij wil wel anders, maar het lukt hem niet, ondanks de geboden hulp, in de setting waarin hij nu leeft. Volgens de reclassering kan een ISD-maatregel om die reden een middel zijn om zorg en behandeling op te zetten, passend bij zijn niveau. De reclassering heeft daarbij aangevoerd dat plaatsing in Hoeve Boschoord (Trajectum) of een vergelijkbare setting hierin een begin zou kunnen zijn. Van daaruit kan dan worden bezien wat er nodig is om verdachte weer met enige kans van slagen buiten de instelling te laten verblijven. Als verdachte de kans grijpt die hem feitelijk met de ISD wordt geboden en daarmee voortuitgang weet te boeken, dan hoeft hij niet twee jaar vast te zitten. Dat beeld klopt niet. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog evenals de kans op onttrekking aan voorwaarden, waarbij met name nieuwe strafbare feiten ertoe leiden dat verdachte zijn verplichtingen niet kan nakomen.

Gelet op het voorgaande deelt de rechtbank het standpunt van de reclassering en van de officier van justitie dat de noodzakelijke gedragsverandering van de verdachte alleen mogelijk is binnen het kader van een onvoorwaardelijke plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders en dat niet kan worden volstaan met het opleggen van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden.

Verdachte zegt gemotiveerd te zijn om tot gedragsverandering te komen. Binnen de ISD-maatregel krijgt verdachte de kans om tot een duurzame oplossing van zijn problematiek te komen, waarbij gewerkt wordt naar de beëindiging van de recidive van verdachte. Indien verdachte weigert mee te werken aan de behandeling van zijn problematiek komt de andere doelstelling van de ISD-maatregel in beeld, het beschermen van de maatschappij tegen de door verdachte veroorzaakte overlast, gedurende een langere periode.

Om de ISD-maatregel maximaal effectief te laten zijn, en de kans op de beëindiging van de recidive van de verdachte zo groot mogelijk te maken, zal deze voor de duur van twee jaar worden opgelegd.

Benadeelde partij

Parketnummer 18/008344-19, feit 2:

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 1081,00 ter vergoeding van materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd, zodat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Standpunt van de verdediging

De raadsman is met de officier van justitie van oordeel dat de vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

Oordeel van de rechtbank

Hoewel voldoende aannemelijk is dat de benadeelde partij schade heeft geleden die het rechtstreeks gevolg is van het onder 2 bewezen verklaarde, beschikt de rechtbank over onvoldoende informatie om de hoogte daarvan te kunnen beoordelen. De rechtbank heeft geen informatie ter beschikking op grond waarvan de (rest)waarde van de fiets die werd ontvreemd nader kan worden bepaald. Schorsing van het onderzoek om de benadeelde partij de hoogte van de schade alsnog te laten aantonen, zal leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding en daartoe zal dan ook niet worden overgegaan. De rechtbank zal de vordering daarom niet ontvankelijk verklaren. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Vordering na voorwaardelijke veroordeling

Bij onherroepelijk vonnis van 22 december 2017 van de politierechter in de rechtbank Noord-Nederland te Assen is verdachte veroordeeld tot -onder meer- een gevangenisstraf van 93 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. De proeftijd is ingegaan op 11 januari 2019. Daarbij is als algemene voorwaarde gesteld dat veroordeelde voor het einde van de proeftijd geen strafbare feiten zal plegen.

De officier van justitie heeft bij vordering van 25 februari 2020 de tenuitvoerlegging gevorderd van de thans nog openstaande voorwaardelijke straf van 45 dagen gevangenisstraf.

Nu veroordeelde de bewezenverklaarde feiten onder parketnummer 18/152196-20

en parketnummer 18/146387-20 heeft begaan voor het einde van de proeftijd, kan de vordering in beginsel worden toegewezen. Gelet op het feit dat de rechtbank een ISD-maatregel voor de duur van 2 jaren zal opleggen, is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van verdachte van oordeel dat de vordering tenuitvoerlegging thans moet worden afgewezen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38m, 38n, 47, 63, 285, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5a en 9 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/104481-20 onder 1 en 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/008344-19 onder 1 en 2 ten laste gelegde, het onder parketnummer 18/152196-20 onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/146387-20 onder 1 en 2 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Legt op de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren.

Ten aanzien van 18/008344-19, feit 2:

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer

18/920274-17:

Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf, opgelegd bij vonnis van de politierechter van de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen van 22 december 2017.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.L. Veen, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en mr. M. van der Veen, rechters, bijgestaan door mr. E.E. de Vries, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 september 2020.

Mr. T.M.L. Veen en mr. M. van der Veen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.