Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3205

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-09-2020
Datum publicatie
18-09-2020
Zaaknummer
C/18/200553 PR RK 20-248
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Wraking
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Wraking wegens het niet toestaan van het filmen van de mondelinge behandeling. Verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Leeuwarden

Meervoudige wrakingskamer

Zaaknummer / rekestnummer: C/18/200553 PR RK 20-248

Beslissing van 15 september 2020 van de wrakingskamer op het verzoek van

[naam],

die woont in [woonplaats],

en die hierna "de verzoeker" wordt genoemd,

dat strekt tot wraking van

mr. L. Willems-Keekstra,

rechter in deze rechtbank,

en die hierna "de rechter" wordt genoemd.

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het proces-verbaal van 20 augustus 2020 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld en de brief van de rechter aan de wrakingskamer van 26 augustus 2020 waarin zij meldt dat zij niet in de wraking berust.

Verzoeker heeft de wrakingskamer schriftelijk medegedeeld niet ter zitting van de wrakingskamer van 15 september 2020 te zullen verschijnen.

De beslissing is op vandaag bepaald.

Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer LEE 19/4079 tussen verzoeker als eisende partij en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Súdwest Fryslân, verweerder.

Aan het verzoek is, samengevat weergegeven, ten grondslag gelegd dat de verzoeker het onterecht vindt dat hij de mondelinge behandeling niet mag filmen. Verzoeker meent dat hij het recht heeft om die mondelinge behandeling te filmen, zodat hij kan laten zien in het openbaar hoe die mondelinge behandeling verloopt. Verzoeker meent dat de genomen beslissing dat hij niet mag filmen, in strijd is met de persrichtlijn en dat daarmee de rechter een schijn van partijdigheid geeft. Er is volgens verzoeker geen reden om geen toestemming te geven om te filmen.

De beoordeling

Op grond van de wet (hier: artikel 8:15 Algemene wet bestuursrecht) kan op verzoek van een partij een rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid staat voorop dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn. Dit lijdt slechts uitzondering indien zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoeker dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Daarbij geldt verder dat het middel van wraking niet een verkapt rechtsmiddel mag zijn tegen onwelgevallige processuele beslissingen, waaronder ook ordemaatregelen vallen die een de rechter tijdens een mondelinge behandeling heeft genomen. Het behoort nu eenmaal tot de normale taak van de rechter om beslissingen te nemen over procedurele aspecten en die beslissingen kunnen ook gaan om de orde tijdens de mondelinge behandeling. Dit kunnen voor partijen nadelige beslissingen zijn.

Als een rechter dergelijke procedurele beslissingen neemt, is wraking alleen maar een geëigende maatregel als in het licht van de feiten en omstandigheden van het geval de rechter een beslissing heeft genomen die zo onbegrijpelijk is, dat daarvoor redelijkerwijs geen andere verklaring is te geven dan dat deze door vooringenomenheid van de rechter is ingegeven.

Dergelijke bijzondere feiten of omstandigheden zijn door de verzoeker niet gesteld. De gewraakte rechter heeft niet meer gedaan dan volledig in lijn met geldende regelgeving daarover, te beslissen dat tijdens de mondelinge behandeling door een partij geen filmopnamen mogen worden gemaakt.

Dit betekent dat de volgende beslissing moet worden genomen.

De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek tot wraking af;

bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;

beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, aan mr. L. Willems-Keekstra en aan de andere partij in de hoofdprocedure.

Deze beslissing is gegeven door mr. B.R. Tromp, voorzitter, en mrs. E.M. Visser en

M. Sanna, in tegenwoordigheid van mr. M. Postma als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2020.

De beslissing is bij afwezigheid van de voorzitter en de oudste rechter door de jongste rechter ondertekend.