Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2020:3038

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
10-09-2020
Zaaknummer
C/18/200573 / JE RK 20-651
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

MUHP regulier in combinatie met spoed MUHP gesloten jeugdzorg van 4 weken. Blijft reguliere MUHP van kracht?

Kinderrechter bepaalt dat de reguliere MUHP zijn geldigheid niet heeft verloren na afloop van termijn van de spoed MUHP gesloten jeugdzorg van 4 weken en baseert dit op HR uitspraak van 6 februari 2004 (ECL:NL:PHR:2004:AN8908). Kinderrechter heeft e.e.a. expliciet gemotiveerd zoals de HR in de aangehaalde uitspraak heeft bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

zaakgegevens : C/18/200573 / JE RK 20-651

datum uitspraak: 2 september 2020

beschikking (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Groningen.

betreffende

[naam 1] geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

advocaat: mr. A.R.H. Baas, kantoorhoudende te Groningen.

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam 2] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een geheim, bij de kinderrechter, bekend adres,

[naam 3] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] .

Het (verdere) procesverloop

Het (verdere) procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

  • -

    het schriftelijke verzoek van de GI van 21 augustus 2020, ingekomen ter griffie op 21 augustus 2020;

  • -

    de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 21 augustus 2020;

  • -

    de verklaring d.d. 21 augustus 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;

  • -

    de instemmende verklaring d.d. 21 augustus 2020 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper;

  • -

    een fax van mr. A.R.H. Baas, ingekomen ter griffie op 24 augustus 2020.

Op 2 september 2020 heeft de kinderrechter de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- mr. A.R.H. Baas,

- de moeder,

- dhr. [naam 4] namens de GI.

Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter apart met [minderjarige] en zijn advocaat gesproken.

Hoewel behoorlijk opgeroepen is de vader niet verschenen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige] verblijft in de gesloten setting van Woodbrookers.

Bij beschikking van 19 november 2019 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot

6 december 2020. De kinderrechter heeft bij beschikking van 19 november 2019 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] voor verblijf gedurende dag en nacht in een accommodatie zorgaanbieder verlengd voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Bij beschikking van 21 augustus 2020 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van vier weken en bepaald dat de GI, [minderjarige] , zijn advocaat en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van 2 september 2020.

Het verzoek

De GI heeft de kinderrechter verzocht een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van vier weken.

De GI heeft aan dit verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Op 5 december 2019 werd [minderjarige] middels een spoedmachtiging gesloten geplaatst bij de Woodbrokers vanwege heftige agressie op de groep van Ambiq. [minderjarige] ontwikkelde zich op de gesloten groep zo goed, dat hij in juni jl. naar de open groep binnen de Woodbrokers is gegaan. In juli jl. deden zich wederom meerdere heftige incidenten voor, waarbij [minderjarige] verbaal en fysiek agressief is geweest naar personen en spullen. Ondanks dat er verschillende interventies werden ingezet om de agressie van [minderjarige] te minimaliseren, dan wel de spanning te minimaliseren, lukte het [minderjarige] niet om in de groep te functioneren. Volgens de GI was een gesloten plaatsing de enige oplossing.

De gedragswetenschapper heeft ingestemd met het verzoek. Dit blijkt uit de verklaring van 21 augustus 2020.

Het standpunt van de belanghebbenden

Het standpunt van [minderjarige]

Door en namens [minderjarige] is het volgende naar voren gebracht. Het ging niet goed met [minderjarige] , omdat hij veel dingen aan zijn hoofd had en teveel prikkels kreeg. Ook had hij negatieve gedachten. Hij heeft zijn begeleiders verteld dat hij van zijn fiets was gevallen, maar hij was zelf van de fiets gesprongen. [minderjarige] zegt dat hij nog steeds aan suïcide denkt. Hij krijgt momenteel traumatherapie. Hij wil over het gebeurde niet met iedereen praten en heeft behoefte aan duidelijkheid. [minderjarige] zou graag één op één begeleiding willen van iemand die ervaring heeft met suïcide. Deze week gaat hij misschien terug naar de open groep (afdeling De Beuk).

Het standpunt van de moeder

De moeder is het eens met de gesloten plaatsing, maar zij heeft veel zorgen omtrent de woedeaanvallen en suïcidale neigingen van [minderjarige] . Een gesloten plaatsing zal niet helpen ten aanzien van de woedeaanvallen. Zoals het nu gaat, kan [minderjarige] niet in de maatschappij functioneren. Voorts geeft de moeder aan dat [minderjarige] voor de traumatische gebeurtenissen ook al woedeaanvallen had. Volgens de moeder zijn de trauma's niet de enige oorzaak van de woedeaanvallen van [minderjarige] , omdat hij die al van jongs af aan heeft. Het is tot op heden niet gelukt om [minderjarige] hierbij te helpen.

Het standpunt van de GI

De GI handhaaft het verzoek. Voorts zal de GI op korte termijn een verzoek machtiging uithuisplaatsing bij de rechtbank indienen, omdat de GI denkt dat de geldende machtiging uithuisplaatsing met het verlenen van de beschikking spoedmachtiging gesloten jeugdzorg d.d. 21 augustus is komen te vervallen.

De (verdere) beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.

De kinderrechter is van oordeel dat aan bovengenoemde voorwaarden is voldaan. De zorgen rondom de veiligheid van [minderjarige] en zijn omgeving waren dusdanig ernstig en acuut dat een mondelinge behandeling niet kon worden afgewacht. De spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van 21 augustus 2020 is dan ook op de juiste gronden verleend.

De GI heeft geen verzoek gedaan tot een verlenging van de geslotenheid van 4 weken die is verleend bij de spoed machtiging van 21 augustus 2020, zodat na verloop van 4 weken de machtiging zal komen te vervallen. Het is ook de bedoeling dat [minderjarige] terug zal gaan naar de open groep van de Woodbrookers voorafgaand aan het aflopen van de machtiging gesloten jeugdhulp.

Een nieuw verzoek van de GI tot een reguliere machtiging uithuisplaatsing is niet nodig, omdat de lopende machtiging uithuisplaatsing van 19 november 2019 nog steeds van kracht is. Door de machtiging gesloten jeugdhulp van 21 augustus 2020 is de geldigheid van de reguliere machtiging niet komen te vervallen.

De kinderrechter verwijst ter zake naar de Hoge Raad jurisprudentie van 6 februari 2004 (ECLI:NL:PHR:2004:AN8908), welke uitspraak ook door het Hof Amsterdam is aangehaald bij uitspraak van 11 augustus 2009. Hoewel de Hoge Raad jurisprudentie reeds van enige tijd geleden is en deze niet is bevestigd na de invoering van de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen en invoering van de Jeugdwet maakt dit niet anders nu de lijn van de Hoge Raad niet bij latere jurisprudentie is gewijzigd.

Hoewel de casus in de genoemde uitspraak afwijkt van de onderhavige casus is de uitspraak wel degelijk van toepassing op de onderhavige casus. De Hoge Raad stelt in rechtsoverweging 3.4. "Hetgeen … is overwogen brengt mee dat ook het naast elkaar bestaan van twee achtereenvolgende machtigingen tot uithuisplaatsing niet in strijd is met de wet." en "Om het belang van de ouders en het kind te waarborgen en om onduidelijkheid te voorkomen, dient de rechter dan wel bij de mondelinge behandeling van het verzoek van de gezinsvoogdij-instelling tot het geven van de volgende machtiging de verhouding tot de bestaande machtiging aan de orde te stellen en in zijn beschikking tot het geven van de volgende machtiging van deze verhouding rekenschap te geven. De rechter dient dan uitdrukkelijk te vermelden of deze machtiging de eerdere machtiging aanvult, wijzigt dan wel geheel vervangt".

Bij de mondelinge behandeling is gebleken dat de spoedmachtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdhulp geen verlenging behoeft omdat [minderjarige] binnen de periode van 4 weken weer geplaatst zal worden op de open groep van Woodbrookers.

De GI, de moeder, [minderjarige] en zijn advocaat zitten volledig op één lijn. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat allen de noodzaak tot een periode van geslotenheid van 4 weken onderschrijven als ook de noodzaak tot uithuisplaatsing van [minderjarige] op een open groep van de Woodbrookers.

Dat betekent concreet dat de machtiging uithuisplaatsing van 19 november 2019 niet is komen te vervallen doch voor een korte periode van 4 weken tijdens de geldigheid van de spoedmachtiging heeft gesluimerd en na afloop van die 4 weken weer volledig van kracht is geworden. Voor een periode van 4 weken heeft de machtiging gesloten jeugdhulp van 21 augustus 2020 de reguliere machtiging tijdelijk vervangen.

De reguliere machtiging uithuisplaatsing is nog van kracht voor de duur van de ondertoezichtstelling, derhalve tot 6 december 2020.

De beslissing

De kinderrechter:

oordeelt dat de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp van 21 augustus 2020 betreffende [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] op de juiste gronden is verleend.

Deze beschikking is gegeven door mr. K.R. Bosker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2020. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 9 september 2020.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Arnhem-Leeuwarden

RH